Achtergrond vrijstelling leerplicht in gemeenten Aa en Hunze en Noordenveld

6 december 2019

In Drenthe kennen we meer vrijstellingen op basis van lichamelijke of psychische redenen dan landelijk. En Drentse gemeenten verschillen onderling nogal in het aantal vrijstellingen. In de gemeente Aa en Hunze hebben 4,4 leerlingen per 1.000 jongeren een vrijstelling. In de gemeente Noordenveld zijn dit 0,7 leerlingen per 1.000 jongeren. In absolute aantallen gaat het om weinig leerlingen, maar deze verschillen maken wel benieuwd naar de achtergrond ervan. Wat is het verhaal achter deze cijfers?

Gronden voor vrijstelling

Jongeren kunnen in een aantal gevallen een vrijstelling van de leerplicht krijgen, wanneer een volledige schoolgang niet mogelijk is. Dit kan bijvoorbeeld op grond van lichamelijk of psychische beperkingen (artikel 5a), op grond van bezwaren tegen de levensbeschouwelijke richting van de school (artikel 5b) of in het geval dat de jongere in het buitenland onderwijs geniet (5c). Leerplichtambtenaren van beide gemeenten zien een toename van uitvallende jongeren in het voortgezet onderwijs. Hierbij gaat het veelal om psychische problemen. Ook is de instroom in het speciaal onderwijs toegenomen.

Langdurige vrijstelling

In de gemeente Aa en Hunze hebben een aantal inwoners van buiten de gemeente, die ingeschreven staan bij De Trans in Nooitgedacht, een vrijstelling van leerplicht. Die vrijstelling krijgen zij zolang de leerplicht duurt. Bij de andere vrijstellingen maakt de gemeente jaarlijks een afweging of de vrijstelling wordt verlengd. De ontwikkeling van de jongere wordt in samenspraak met ouders en betrokken partijen (bijvoorbeeld de dagbesteding) in beeld gebracht. Wanneer het enigszins mogelijk is, staat het volgen van onderwijs voorop. Na drie keer verlenging van een jaar én geen zicht op verdere ontwikkeling wordt een langdurige vrijstelling verleend.

Preventief werken

Myrne Streunding, leerplichtambtenaar gemeente Aa en Hunze, en Monique Willems, voormalig leerplichtambtenaar gemeente Aa en Hunze, schetsen hoe bij de trajecten veel instanties worden betrokken. De korte lijnen, zoals met het Samenwerkingsverband Passend Onderwijs  en schooldirecteuren vinden ze waardevol. De leerplichtambtenaren bezoeken bovendien jaarlijks alle scholen om de contacten te onderhouden.

Ook Lisanne Boer, leerplichtambtenaar in de gemeente Noordenveld, ziet de korte lijnen tussen leerplicht, de scholen, schoolmaatschappelijk werk en met name het CJG als een groot voordeel. Het CJG in Noordenveld is zelfs gehuisvest in hetzelfde gebouw. Met het schoolmaatschappelijk werk deelt men zelfs de kamer. Er is gemakkelijk contact met de casemanagers en signalen kunnen vroegtijdig worden opgepakt. Preventief werken wordt daardoor vanzelfsprekend.

Plan van aanpak

Wanneer het enigszins mogelijk is, wordt in beide gemeenten gewerkt aan de terugkeer van een leerling naar school. Hier gaat een zorgvuldig proces aan vooraf. Meestal is dit een langdurend proces. Jeugdhulpverlening, de ontvangende school, het Samenwerkingsverband Passend Onderwijs, de ouders en leerplicht zoeken samen naar mogelijkheden, dat in een plan van aanpak wordt vastgelegd. De ontvangende school moet het plan van aanpak indienen bij de Onderwijsinspectie.

Aangepast onderwijsprogramma

In een aantal gevallen, wanneer leerlingen slechts deels onderwijs kunnen volgen, biedt de Varia-wet een uitkomst. Deze wet maakt het mogelijk maatwerk in onderwijstijd aan te bieden. Het uitgangspunt is om leerlingen toe te laten groeien naar het volgen van de volledige onderwijstijd. De uitvoering hiervan is echter nogal ingewikkeld. Er moet een programma worden geschreven en alles moet worden vastgelegd.

Witte vlekken

Beide gemeenten hebben de wens om voor de betreffende leerlingen nóg betere voorzieningen voorhanden te hebben. In sommige gevallen is het lastig een geschikte school te vinden die passend is voor een bepaalde leerling, vanwege specifieke problematiek. Zowel de leerplichtambtenaren in Aa en Hunze als in Noordenveld vinden dat er op dit terrein nog witte vlekken zijn.

Ook is niet altijd duidelijk waar de doorzettingsmacht ligt. Vanwege het feit dat zoveel verschillende partijen betrokken zijn en een aandeel kunnen leveren in de oplossing, is het van groot belang dat iedereen een gezamenlijke verantwoordelijkheid voelt om een adequate oplossing te vinden voor de desbetreffende leerling.