Criteria voor armoede

Criteria voor Armoede

In onderzoek en beleid worden verschillende criteria gebruikt om te bepalen wie arm zijn en wie in aanmerking komen voor een vergoeding of kwijtscheldingen. De keuze voor een bepaald criterium is van invloed op het aantal arme of minimahuishoudens. Dit illustreren we met recente inkomenscijfers over de provincie Drenthe

Definities van armoede

Het CBS gebruikt de ‘lage-inkomensgrens’. De lage-inkomensgrens is geschikt om cijfers over meerdere jaren onderling te vergelijken. Een beperking is dat er geen rechtstreekse link ligt met wat mensen anno nu aan budget nodig hebben.

Het sociale minimum is een inkomensnorm die wordt vastgesteld door het ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid, dit doen zij op basis van wat men minimaal nodig heeft om van te leven. Het sociale minimum is even hoog als een bijstandsuitkering, maar houdt rekening met toeslagen en kortingen. Bij huishoudens met kinderen wordt bijvoorbeeld de kinderbijslag bij het minimumbedrag opgeteld, deze is afhankelijk van het aantal kinderen en hun leeftijden.

Waargenomen inkomens wijken vaak lichtelijk af van de gestelde normen. Wanneer het normbedrag als inkomensgrens wordt aangehouden, vallen er een aantal huishoudens net boven deze grens, terwijl zij in een vergelijkbare situatie zitten als de huishoudens die wel onder de grens vallen. Daarom worden vaak inkomens van 110% of 120% van het sociale minimum gebruikt om huishoudens met lage inkomens te duiden.

Grensbedragen in 2019

  Eenpersoonshuishouden (21+) Een paar (zonder kinderen)
Lage inkomensgrens € 1.090 per maand € 1.530 per maand
110% van het sociale minimum* € 1.128 per maand € 1.612 per maand
120% van het sociale minimum* € 1.231 per maand € 1.758 per maand

*nettobedragen zonder toeslagen en kortingen

Omvang van de inkomensgroepen

Het aantal huishoudens dat een laag inkomen heeft, is uiteraard het grootst wanneer de norm met het hoogste grensbedrag, 120% van het sociale minimum, wordt gebruikt als grens. De doelgroep is dus het kleinst bij het gebruik van de lage inkomensgrens.

Wanneer we kijken naar de inkomens op de korte termijn, telt de provincie Drenthe in de groep met een inkomen tot 120% van het sociale minimum 12.000 huishoudens meer dan wanneer de groep wordt berekend aan de hand van de lage inkomensgrens. Dat betekent dat de keuze voor 120% van het sociale minimum in plaats van de lage inkomensgrens als criterium, de doelgroep vergroot met 82%. Het verschil tussen het aantal huishoudens met een inkomen tot 110% van het sociale minimum en het aantal huishoudens met een inkomen onder de lage inkomensgrens is 5.600 huishoudens. Dat is een stijging van ongeveer 38%.

Wanneer we kijken naar de huishoudens die op de lange termijn een laag inkomen hebben, zijn de verschillen tussen de groepen in verhouding groter. Het verschil tussen het aantal huishoudens met een inkomen onder de lage inkomensgrens en het aantal huishoudens met een inkomen tot 120% van het sociale minimum bestaat uit 9.600 huishoudens, de groep wordt dus meer dan verdubbeld. We spreken van een procentuele toename van meer dan 160%. Het gebruik van 110% van het sociale minimum als inkomensgrens, in plaats van de lage inkomensgrens, zorgt voor een toename van 4.700 huishoudens. Dit is een toename van ruim 75%.

De verschillen tussen de omvang van de doelgroepen op basis van de verschillende criteria, zijn in de provincie Drenthe naar verhouding iets lager dan in Nederland.

Gemeenten vergeleken

Het aanhouden van verschillende criteria voor lage inkomens, heeft geen grote invloed op de volgorde van gemeenten met het hoogste en laagste aandeel huishoudens met lage inkomens. Op basis van alle drie de criteria, hebben de gemeenten Assen en Emmen het hoogste aandeel huishoudens met een laag inkomen en de gemeenten Tynaarlo, de Wolden en Westerveld het laagste aandeel.

Medewerker

Jessy Snip

Onderzoeker

Betrokken medewerkers

Erik Meij

Erik Meij

onderzoeker

  • Mail
Jessy Snip

Jessy Snip

Onderzoeker

  • Mail
  • LinkedIn

Meer weten?

Neem contact op met één van de betrokken medewerkers

Gerelateerd nieuws

Armoede

Handreiking voor beleid en ondersteuning bij generatiearmoede in nieuw feitenblad

Armoede

Lancering korte film over laaggeletterdheid in combinatie met schulden

Armoede

Dienstverlening voor mensen in armoede en schulden kan effectiever

Heel wat organisaties bieden dienstverlening voor mensen in armoede of schulden. Vaak helpt de dienstverlening haar cliënten vooruit, maar niet zelden brengt ze frustratie of zelfs nieuwe problemen mee. Het onderzoek '50 stemmen van mensen in armoede of schulden' liet dit begin 2020 al zien op basis van 50 interviews. Uit bijna alle reacties op he

Armoede

Armoedecijfers in beeld per gemeente

In Nederland moet bijna één op de tien huishoudens rondkomen van een laag inkomen. In Noord-Nederland zijn er relatief veel huishoudens met een laag inkomen. Mensen met een laag inkomen lopen een hoog risico op armoede, zeker als de situatie langere tijd voortduurt. Daarom is het belangrijk om inzicht te hebben in deze cijfers. Hoeveel procent va

Armoede

Nieuw feitenblad over doorbreken generatie-armoede

Generatie-armoede is een taai vraagstuk. Nieuwe generaties uit arme families hebben een grotere kans om ook arm te worden. De RUG, Sociaal Planbureau Groningen en Trendbureau Drenthe brachten de mechanismen hierachter in beeld. Ook is onderzocht waaraan interventies moeten voldoen. In samenwerking met de RUG bundelden Sociaal Planbureau Groningen

Publicaties

Armoede

Feitenblad Diversiteit in generatiearmoede

Armoede

Kleine ondernemers zinken door corona weg in schuldenmoeras. Hulp van de overheid is lastig te krijgen // DvhN

Armoede

Online conferentie over armoede en laaggeletterdheid