Kenmerken van huishoudens met een (langdurig) laag inkomen

Kenmerken huishoudens met (langdurig) laag inkomen

Leven in armoede kan iedereen overkomen. Toch zijn er groepen huishoudens die een hoger risico op armoede hebben, omdat ze vaker onder de lage inkomensgrens leven. Inzicht in de kenmerken van deze huishoudens, kan bijdragen aan het inrichten van armoedebeleid. Het CBS maakt een uitsplitsing naar de samenstelling van het huishouden, de leeftijd en herkomst van de hoofdkostwinner en het type inkomen.

Alleenstaanden en eenoudergezinnen hebben een hoger risico op armoede

Alleenstaanden en eenoudergezinnen met minderjarige kinderen hebben het hoogste risico op armoede. Zo heeft in de provincie Drenthe 11,5% van de eenpersoonshuishoudens een laag inkomen en 6,1% heeft dat langdurig. In Nederland als geheel zijn deze percentages ongeveer gelijk, respectievelijk 12% en 6,4%. Bij een vergelijking tussen de Drentse gemeenten valt het hoge aandeel eenpersoonshuishoudens met een hoog risico op armoede op in Assen (13%) en Emmen (14,2%). In beide gemeenten is ook het aandeel van de eenpersoonshuishoudens dat langdurig van een laag inkomen moet leven relatief hoog (respectievelijk 7,3% en 7,8%).

Eenzelfde beeld zien we voor de eenoudergezinnen. In Drenthe heeft 10,6% van de eenoudergezinnen een laag inkomen en 3,4% heeft dat langdurig; in Nederland als geheel is dat 11,4% en 3,7% langdurig. Bij een vergelijking tussen de Drentse gemeenten valt het hoge aandeel eenoudergezinnen met risico op armoede op in Emmen en Coevorden. In Emmen heeft 13,4% van de eenoudergezinnen een laag inkomen (4,3% langdurig) en in Coevorden is dat 13,2% (4,3% langdurig). Wel is het aandeel lichtelijk afgenomen ten opzichte van 2019 toen dit nog respectievelijk 15,3% en 14,3% was.

Gepensioneerden minst vaak getroffen door armoede

In Drenthe leefde in 2020 17,2% van de huishoudens met een jonge kostwinner (<25 jaar) onder de lage inkomensgrens en 1,9% deed dat langdurig. Deze kortdurende armoede wordt veelal veroorzaakt door de overgang van studie naar werk (CBS 2021). Zodra de hoofdkostwinner ouder wordt, neemt het risico op kortdurende armoede af. Het aandeel huishoudens dat langdurig moet rondkomen van een laag inkomen neemt juist toe naarmate de kostwinner ouder wordt, dit duurt tot de pensioensleeftijd. Dit komt doordat het risico om afhankelijk te raken van een uitkering toeneemt naarmate men ouder wordt (CBS 2021). Dit patroon is zowel te zien in de provincie Drenthe, als in Nederland in het geheel.

Na de pensioengerechtigde leeftijd neemt het aandeel arme huishoudens sterk af. Zo heeft in Drenthe 2,2% van de 65-plussers een inkomen onder de lage-inkomensgrens. Het CBS (2021) geeft aan dat dit komt doordat met de pensionering de inkomenssituatie voor velen verbetert doordat het (volledige) AOW-pensioen boven de lage-inkomensgrens uitkomt. Bovendien hebben de meeste ouderen naast hun AOW nog aanvullend pensioen en inkomsten uit vermogen. De 65-plussers lopen van alle leeftijdsgroepen dan ook het minst risico op (langdurige) armoede.

Gezinnen van niet-westerse afkomst hebben vaker lagere inkomens

Gezinnen met een hoofdkostwinner van niet-westerse herkomst, hebben naar verhouding vaker een laag inkomen en leven daardoor vaker onder de armoedegrens (CBS 2021). In 2020 heeft in Drenthe ongeveer een derde (30,6%) van alle niet-westerse gezinnen een laag inkomen, 18,6% heeft dat langdurig. In Nederland als geheel zien we lagere percentages: van alle niet-westerse huishoudens heeft 20,7% een laag inkomen en 11,6% een langdurig laag inkomen.

Per gemeente zien we flinke verschillen en daarbij vallen Borger-Odoorn (40,6%) en de Wolden (37%) op. Deze gemeenten hebben in 2020 een relatief hoog aandeel niet-westerse huishoudens met een laag inkomen. In deze gemeenten wonen in totaal respectievelijk rond de 200 en rond de 100 huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond, in absolute aantallen zijn deze gemeenten dan ook geen uitschieters.

Het is echter goed om te benoemen dat, ondanks dat ongeveer een derde van de niet-westerse huishoudens in Drenthe een laag inkomen heeft, deze huishoudens 16,4% van alle huishoudens met een laag inkomen omvatten. Driekwart van de huishoudens (74,2%) met een laag inkomen heeft een Nederlandse achtergrond. Het gaat dan om 2.100 niet-westerse huishoudens en 9.500 huishoudens met een hoofdkostwinner van Nederlandse achtergrond.

Het type inkomen heeft tevens invloed op de kans op armoede

Het CBS onderscheidt drie verschillende typen inkomens:

  • inkomen als werknemer in loondienst
  • uit een eigen onderneming
  • of uit overdrachtsinkomen.

De laatste groep wordt gevormd uit huishoudens waarvoor een uitkering of pensioen de voornaamste inkomensbron is. De huishoudens met een overdrachtsinkomen leven in vergelijking met de andere twee inkomensgroepen het vaakst van een laag inkomen. In 2020 heeft in Drenthe 11,2% van deze huishoudens een laag inkomen, 5,8% heeft dat langdurig. Ter vergelijking, 1,4% van de huishouden met een inkomen als werknemer en 6% van de huishoudens met een eigen onderneming leven onder de lage-inkomensgrens. Dit beeld is ongeveer hetzelfde in Nederland: 13,9% van de huishoudens met een overdrachtsinkomen heeft een laag inkomen, en 7,2% heeft dat  langdurig.

Per gemeente zien we ook verschillen in de verdeling naar inkomen. Vooral Assen springt eruit; 14,6% van de huishoudens met een overdrachtsinkomen leven onder de lage inkomensgrens, 8% doet dat langdurig. Eén van de verklaringen hiervoor is dat Assen een relatief jonge gemeente is. Hierdoor bestaat een kleiner deel van de overdrachtsinkomens uit pensioenuitkeringen (72% t.o.v. 78% in Drenthe). Deze uitkeringen liggen boven de lage inkomensgrens. Sociale voorzieningen maken daarentegen een iets groter deel uit van de overdrachtsinkomen in de gemeente Assen (17% t.o.v. 12% in Drenthe).

Medewerker

Jessy Snip

Onderzoeker

Betrokken medewerkers

Erik Meij

Erik Meij

onderzoeker

  • Mail
Jessy Snip

Jessy Snip

Onderzoeker

  • Mail
  • LinkedIn

Meer weten?

Neem contact op met één van de betrokken medewerkers

Gerelateerd nieuws

Armoede

Steeds meer Groningers en Drenten financieel in de knel

Armoede

Vermogensongelijkheid in de Veenkoloniën

Armoede

Nieuwste cijfers over armoede en problematische schulden

De nieuwste cijfers over huishoudens met een (langdurig) laag inkomen en geregistreerde problematische schulden zijn op gemeenteniveau beschikbaar op de website van Trendbureau Drenthe. Vijf verschillende themapagina’s geven inzicht in armoede en schulden in de Drentse gemeenten: Het aandeel huishoudens met een (langdurig) laag inkomen Ki

Armoede

Dagelijks leven van mensen in armoede onder druk door ingrepen in leefomgeving

Meer, of minder kansen in het leven hebben als je opgroeit in een specifiek gebied, dat is sociaal-ruimtelijke ongelijkheid. Het feit dat deze ongelijkheid toeneemt is een zorgwekkende trend. Oorzaken van deze toename komen vaak voort uit wereldwijde economische ontwikkelingen. Toch worden de polariserende gevolgen vooral gevoeld in steden, buurten

Armoede

Handreiking voor beleid en ondersteuning bij generatiearmoede in nieuw feitenblad

Tussen families in generatiearmoede bestaan grote onderlinge verschillen. Beleid en ondersteuning zouden daar meer rekening mee moeten houden. Dit is de gedachte achter en in het nieuwe feitenblad van Sociaal Planbureau Groningen, Trendbureau Drenthe en Rijksuniversiteit Groningen (RUG). In het feitenblad illustreren zeven families Lukkien deze ged

Publicaties

Armoede

Vermogensongelijkheid in de Veenkoloniën

Armoede

Feitenblad Diversiteit in generatiearmoede

Armoede

Kleine ondernemers zinken door corona weg in schuldenmoeras. Hulp van de overheid is lastig te krijgen // DvhN