Arbeid en Vrije tijd

Arbeid en vrije tijd

Brede welvaart hangt voor veel mensen sterk af van het hebben van passend en betaald werk. Daar staat tegenover dat ook vrije tijd grote invloed heeft op de levenskwaliteit die mensen ervaren. Werk en vrije tijd moeten dan ook in balans zijn (CBS). Een goede match tussen de regionale arbeidsmarkt en bijvoorbeeld opleidingsniveau is een belangrijke voorwaarde van een vitale economie, en voor Drenten zelf zorgt het hebben van een baan en zekerheid van inkomen voor een betere brede welvaart.

In het kort

  • De bruto arbeidsparticipatie in Drenthe is 69% en de netto arbeidsparticipatie ligt op 66,4% Dit ligt lager dan het landelijk niveau.
  • In Drenthe daalde het aantal banen in 2020 en ook het werkloosheidspercentage steeg. Dit komt overeenkomt met het landelijk beeld en past in de context van de coronapandemie.
  • Bijna 1 op de 4 leden van het Drents Panel geeft aan (zeer) tevreden te zijn met de werkgelegenheid en 86% is (zeer) tevreden met de reistijd. De mogelijkheid om blijvend meer thuis te werken is voor 23% een gewenste optie.
  • Het aantal hoog opgeleiden ligt in Drenthe onder het landelijk gemiddelde, maar is wel wat toegenomen in de afgelopen jaren. Dat is in lijn met de landelijke trend. Er zijn vrij grote regionale verschillen in opleidingsniveau.
  • Laaggeletterdheid in Drenthe is op provincie niveau gelijk aan landelijk, maar per gemeente zijn de verschillen groot en kan het aandeel laaggeletterdheid sterk oplopen.

Arbeidsparticipatie in Drenthe lager dan landelijk

De arbeidsparticipatie geeft aan welk deel van de beroepsbevolking op de arbeidsmarkt actief is. Een hogere mate van arbeidsparticipatie draagt bij aan een hoger bbp, maar ook aan het in stand houden van sociale voorzieningen. Het hebben van een baan biedt bovendien sociale contacten, mogelijkheden tot persoonlijke ontwikkeling en het gevoel een bijdrage te leveren aan de samenleving, dit wordt positief geassocieerd met hoger welzijn.

Met een 10de plek in het overzicht van alle provincies ligt de bruto arbeidsparticipatie in Drenthe relatief laag. De afstand tot de arbeidsmarkt is het grootst onder jongeren en met name laagopgeleiden.  Door een afnemende werkloosheid is de netto arbeidsparticipatie de afgelopen jaren wel toegenomen tot 66,4% in 2020. De toenemende trend van 2015 tot 2019 en lichte daling in 2020 is zichtbaar in alle Drentse gemeenten. Met name in het tweede kwartaal van 2020 daalde de arbeidsparticipatie door de eerste lockdown. In de tweede helft van 2020 is dit voor een belangrijk deel hersteld, maar niet geheel. Cijfers van CBS laten zien dat de arbeidsparticipatie sinds september weer elke maand toeneemt.

De gemeenten in Drenthe volgen de landelijke trend, maar de Oost-Drentse gemeenten blijven achter. De netto arbeidsparticipatie is het laagst in de gemeente Emmen (62,4%) en het hoogst in de gemeenten Meppel (69,9%) en De Wolden (69,8%).

 

Kleine daling werkgelegenheid

In 2020 waren er in Drenthe ruim 222.000 banen. Dit beslaat zo’n 27% van de totale werkgelegenheid in de drie noordelijke provincies (ruim 800.000 arbeidsplaatsen). De werkgelegenheid in Drenthe is met 3,7% toegenomen in de periode 2016-2019. Van 2019 op 2020 was er een negatieve groei van -0,2% voor Drenthe. Van de Drentse gemeenten zag de gemeente Emmen (-1,3%) de sterkste daling in de werkgelegenheid. De grootste stijgers zijn de gemeenten Westerveld (2,6%), Tynaarlo (2,1%), De Wolden (1,7%) en Aa en Hunze (1,7%).

Per 100 inwoners zijn de meeste banen in de stedelijke gebieden als Assen (114 banen per 100 inwoners), Meppel (108) en Hoogeveen (100). Het laagst aantal banen per 100 inwoners vinden we in Borger-Odoorn (62).

Aandeel zzp’ers neemt af

In de afgelopen 10 jaar is het aantal zelfstandigen in Drenthe gestaag gegroeid, van 21.800 in 2011 tot 24.500 in 2020 (voorlopige cijfers CBS). Van 2019 op 2020 is een lichte daling zichtbaar, ten gevolge van de coronacrisis. De stijging van het absolute aantal zelfstandigen zonder personeel gaat echter minder hard dan de stijging van het totaal aantal werkenden.

Het aandeel zzp’ers onder werkenden neemt sinds 2016 langzaam af. Landelijk wordt 12,3% van de werkgelegenheid door zzp’ers gevormd, in Drenthe is dat 11,5%. De meeste zzp’ers zijn werkzaam in de commerciële dienstverlening. Ook zijn er in verhouding in Drenthe veel zzp’ers actief in de sector landbouw, bosbouw en visserij.

Zorg blijft de grootste sector

In Drenthe is de gezondheidszorg de grootste sector. Bijna een op de vijf banen in Drenthe is een baan in de zorg (19,6%). Drenten werken ook veel in de handel (17,2%), zakelijke dienstverlening (12%) en industrie (11,4%). In vergelijking met Nederland is vooral het aandeel banen in de zorg groot en het aantal banen in de zakelijke dienstverlening wat kleiner.

Scherpe afname vacaturegraad in 2020

Drenthe staat voor de vacaturegraad op de 8e plek landelijk, net iets onder het landelijk gemiddelde met 23 vacatures per 1.000 banen (landelijk 25). De vacaturegraad liet een stijgende lijn zien tussen 2015 en 2019 en een scherpe afname in 2020 (2018-2020 zijn voorlopige cijfers). Drenthe volgt de landelijke trendlijn op de voet.

Een hoge vacaturegraad is een indicator van een krappe arbeidsmarkt. Sinds het herstel van de economische crisis zien we inderdaad dat de vacaturegraad stijgt en in 2020 met de coronacrisis een duidelijk daling. Momenteel zien we de nadelen van een te krappe arbeidsmarkt in de zorgsector – deze sector kende al personeelstekorten maar dit is versterkt door corona.

Krapte in zorg en vrijetijdseconomie

Mede door de steunpakketten heeft de coronacrisis niet gezorgd voor een substantiële verruiming van de arbeidsmarkt, waardoor de krapte weer direct en in veel sectoren voelbaar is. Veel bedrijven in de vrijetijdssector (horeca, de reisbemiddeling en de cultuursector) hebben in de coronatijd hun personeel moeten laten gaan. Een deel van deze voormalige medewerkers is gedurende de diverse lockdowns elders gaan werken, waardoor bijvoorbeeld de horeca moeite heeft om weer voldoende personeel terug te krijgen. (Trendbureau Drenthe, 2021c).

De sector zorg en welzijn staat tijdens de coronacrisis onder hoge druk. Het is bovendien in Drenthe een belangrijke sector wat betreft de werkgelegenheid. De sector heeft te maken met een dubbele vergrijzing, door vergrijzing van het personeelsbestand waardoor er rekening gehouden moet worden met een hoge uitstroom van personeel. En er is sprake van een vergrijzende bevolking die de vraag naar zorg doet stijgen. Een positieve ontwikkeling is dat er sinds 2017 meer nieuwe medewerkers instromen dan uitstromen.

Werkloosheidspercentage volgt landelijke lijn

Voor de werkloosheid kijken we naar het aantal niet-werkende werkzoekenden dat geregistreerd staat bij het UWV. Het percentage niet werkenden werkzoekenden is berekend ten opzichte van de 15 tot 75-jarige beroepsbevolking. In Drenthe ligt het werkloosheidspercentage op 3,7% en landelijk op 3,8%. Het verschil met het Nederlands gemiddelde fluctueert gedurende het jaar door seizoenswerkgelegenheid in landbouw, horeca, detailhandel en bouw in Drenthe. Hierdoor neemt de werkloosheid af in het voorjaar en de zomer en toe in het najaar en de winter.

Het werkloosheidspercentage in de gemeente Emmen (4,7%), Assen (3,8%) en Meppel (3,8%) liggen in 2020 op of boven het landelijk gemiddelde (3,8%). De laagste percentages vinden we in De Wolden (3%), Midden-Drenthe (3,1%) en Westerveld (3,1%).

Hoge instroom WW, lage doorstroom naar bijstand

De coronacrisis heeft invloed gehad op het aantal WW-uitkeringen. Ten opzichte van februari 2020 steeg het aan nieuwe WW-uitkeringen in maart fors met 53%. In reguliere jaren daalt het aantal nieuwe aanvragen in Drenthe in maart, door de opstart van seizoenswerk (UWV, 2020). In de dienstverlenende beroepen is een grote stijging van 38% te zien in augustus 2020 ten opzichte van exact een jaar eerder. Voor jongeren was op dat moment de instroom in de WW 2,5 keer zo hoog (meetmoment augustus 2020).

Een klein deel van mensen met een WW-uitkering komt vervolgens in de bijstand (UWV, 2020). Het doorstroompercentage in de arbeidsmarktregio Drenthe ligt met 3,6% rond het landelijk gemiddelde. De doorstroom van WW naar bijstand is in Drenthe hoger in de grootstedelijke gebieden. Dit heeft te maken met het hogere aandeel alleenstaanden en laagopgeleiden. Ook stromen er gemiddeld meer 50-plusser door van de WW naar de bijstand, als gevolg van een minder gunstige arbeidsmarktpositie.

Hoge jeugdwerkloosheid, vooral in stedelijke gemeenten

Voor de jeugdwerkloosheid gebruiken we het aandeel bij het UWV geregistreerde werkzoekende jongeren onder de 27 jaar (niet alle werkloze jongeren laten zich registreren bij het UWV, omdat ze niet altijd recht hebben op een uitkering). In Drenthe ligt dit met 6,2% hoger dan landelijk 5,2%. Het aandeel dat geregistreerd staat als niet-werkzame werkzoekende is in Drenthe 3,4% en landelijk is dit 2,8%.

Het percentage geregistreerde werkzoekende jongeren onder de 27 jaar was in 2020 het hoogst in de gemeentes Emmen (8,4) en Assen (8,2%). Ook in Borger-Odoorn, Coevorden en Meppel was het aandeel jongeren relatief hoog. Het aandeel niet werkende werkzoekende jongeren ligt in de gemeenten Assen, Emmen, Meppel en Westerveld boven de 4%.

De werkloosheid onder jongeren is vaak veel hoger dan de algemene werkloosheid. Jongeren zijn vaak de eersten die in een crisis hun werk verliezen. In het geval van de coronacrisis zien we dat jongeren vaker in de hardst geraakte sectoren werken (horeca en detailhandel) en dat zij vaker een tijdelijk of een flex-contract hebben.

 

Tevredenheid met werk in de regio blijft stijgen

Objectief gemeten doet Drenthe het minder goed op het gebied van werk vergeleken met de rest van Nederland. Met een 10de plek van alle provincies is de arbeidsparticipatie in Drenthe laag. Desondanks zien we dat het Drents Panel meer tevreden is met de werkgelegenheid in 2020 dan in 2018.

Met het herstel na de economische crisis stijgt de werkgelegenheid sinds 2017 en dat zien we terug in hoe de Drentse panelleden het aanbod van werk ervaren: er is een duidelijk stijgende lijn in hoeveel panelleden tevreden zijn over de hoeveelheid beschikbaar werk in de regio. Dat geldt zowel voor henzelf (54%) als voor de werkgelegenheid in het algemeen (39%). Gezien het meetmoment midden in de coronacrisis is het opvallend dat er geen achteruitgang is ten opzichte van 2018. De coronacrisis gaat gepaard met een economische crisis. Het verlies van werk en opdrachten, of de angst om deze in de toekomst te verliezen, hebben financiële zorgen en tekorten als gevolg (Trendbureau Drenthe, 2021).

 

Meer reiskilometers naar werk, maar Drenten zijn wel heel tevreden

Ook de tevredenheid met de reistijd naar het werk is van invloed op de werk- en privébalans. De gemiddelde woon-werk afstand van Drenten in 2019 is 28 kilometer en gemiddeld voor Nederlanders is dit 22,2 kilometer. Toch is 88,1% van de Drenten (zeer) tevreden met de reistijd. Hiermee staat de provincie op de 2de plek van alle provincies en lijkt de grotere afstand niet ten koste te gaan van de tevredenheid.

Op gemeenteniveau zijn er verschillen te zien. Inwoners van de gemeenten Westerveld (33,6 km) en Borger-Odoorn (32,4 km) moeten gemiddeld de grootste afstand afleggen. In Hoogeveen (25,2 km) hoeft men gemiddeld het minst ver te reizen, gevolgd door Tynaarlo, Noordenveld en Assen. Uit onderzoek onder het Drents Panel blijkt dat stedelingen iets minder vaak bereid zijn om lange afstanden af te leggen. Mensen die op het platteland wonen zijn vaker bereid om driekwartier of langer te reizen.

Het aanbod van werk binnen een acceptabele reisafstand van het woongebied is van belang voor de leefbaarheid in een gebied. Drentse panelleden willen best een eindje reizen naar hun werk. Een kleine 5% geeft aan minder dan 15 minuten onderweg te willen zijn. 38% wil maximaal 15-30 minuten reizen naar het werk (38%) en 40% wil best een half uur tot driekwartier reizen voor het werk. Dit is een kleine verschuiving sinds 2018. Meer panelleden zijn bereid om een half uur tot een uur te reizen (van 44% in 2018 naar 52% in 2020). Jongvolwassenen (18-34 jaar) zijn vaker bereidt om iets verder te reizen.

Jongvolwassenen willen liever niet blijvend thuiswerken

Tijdens de coronapandemie gold veelal een thuiswerk-advies. Het Drents Panel is gevraagd of ze denken in de nabije toekomst (na de coronacrisis) blijvend meer thuis te gaan werken. Van de panelleden voor wie het van toepassing is geeft 41% gaf aan deze mogelijkheid nu al te hebben of dit in de nabije toekomst te gaan doen. De helft heeft deze mogelijkheid niet of maar beperk door hun beroep en 1% geeft aan dat de werkgever er geen voorstander van is. 8% weet dit op het moment van vragen nog niet.

Er zijn enkele duidelijke verschillen tussen de leeftijdscategorieën. Met name 35-49-jarigen geven vaak aan in de toekomst meer thuis te willen werken. Jongvolwassenen juist het minst. Jongeren zijn nog maar kort met hun loopbaan begonnen en zijn op zoek naar contact, hulp van collega’s en moeten nog een netwerk opbouwen (Wawoe, 2021). Ook is de kans groter dat je huis als jongere minder geschikt is om thuis te werken. Van der Lippe waarschuwt dat (volledig) thuiswerken de ongelijkheid op de arbeidsmarkt zou kunnen vergroten doordat jongeren minder zichtbaar zijn en door minder werkervaring vanuit huis ‘minder snel klimmen op de carrièreladder of een vast contract krijgen’ (2021).

Kleiner aandeel hoogopgeleiden

Met 28,5% van de beroepsbevolking dat in 2020 hoog opgeleid is, bevindt Drenthe zich volgens de Regionale Monitor Brede Welvaart samen met Overijssel op een gedeelde 10de plek. Het aantal hoger opgeleiden ligt in Drenthe dus onder het landelijk gemiddelde (34,2%). Het aantal hoger opgeleiden in Drenthe is in lijn met de landelijke trend de afgelopen jaren toegenomen.

In 2020 is het aandeel laagopgeleiden in Drenthe 29%, 2 procentpunt hoger dan het Nederlandse gemiddelde. Het verschil met het landelijke gemiddelde is het afgelopen jaar weer wat groter geworden. Drenthe heeft relatief minder hoogopgeleiden in de beroepsbevolking dan Nederland (resp. 29% en 35%) en kent juist relatief veel mensen met een middelbaar onderwijsniveau, 42% om 38% landelijk.

Ook zijn er duidelijke verschillen tussen de gemeenten. Zo heeft de gemeente Tynaarlo (43,5%) het hoogste aantal hoogopgeleiden van de provincie, gevolgd door Aa en Hunze (40,0%) en op enige afstand Assen (36,0%). Het verschil met De Wolden (19,0%) en Emmen (22,5%) is groot. De invloed van Groningen als onderwijsstad en de relatief korte reisafstand vanaf deze gemeenten is hier mogelijk een verklaring voor.

>

Aandeel laaggeletterden hoogst in Aa en Hunze

Laaggeletterdheid gaat niet alleen om lezen en schrijven, maar ook om rekenen en digitale vaardigheden. Laaggeletterden zijn volwassenen die niet het taal- of rekenniveau hebben dat je aan het eind van een vmbo-, mbo 2- of 3-opleiding zou moeten hebben (Stichting Lezen en Schrijven, 2021). In Drenthe is naar schatting 11% van alle inwoners laaggeletterd, dit is gelijk aan het landelijk gemiddelde. Het aandeel laaggeletterden in de gemeenten Aa en Hunze (19%) en De Wolden (14%) is het hoogst en liggen samen met Emmen en Hoogeveen boven het boven het Drents gemiddelde.

 

Verantwoording

Indicator Arbeid en vrije tijd – Monitor Brede Welvaart Drenthe

In de Regionale Monitor Brede Welvaart van CBS wordt arbeid en vrije tijd in Drenthe gemeten aan de hand van zes indicatoren, namelijk netto en bruto arbeidsparticipatie, hoogopgeleide bevolking, werkloosheid, vacaturegraad en de tevredenheid met reistijd van en naar het werk.

De indicatoren worden aangevuld met de regionale economische structuur door banen en werkgelegenheid per sector te tonen en de gemiddelde woon-werk afstand. Daarnaast zoomen we in op de regionale jeugdwerkloosheid en laaggeletterdheid. Vanuit het Drents Panel wordt een aanvulling gegeven met het inwonersperspectief over thuiswerken en tevredenheid met de beschikbaarheid van werk in de regio.

 

Gerelateerde publicaties

Effectieve hulp voor ondernemers met schulden, 2021 (PDF)

Feitenblad: welke opgaven liggen er in Drenthe? 2019 (PDF) 

Ervaren leefbaarheid Drenthe, 2019 (PDF) 

 

Medewerker

Heike Delfmann

onderzoeker

Betrokken medewerkers

Heike Delfmann

Heike Delfmann

onderzoeker

  • Mail
  • LinkedIn
Henk ten Brinke

Henk ten Brinke

adviseur

  • Mail
  • LinkedIn
  • Twitter

Meer weten?

Neem contact op met één van de betrokken medewerkers

Gerelateerd nieuws

Brede Welvaart

Bijzonder Hoogleraar en Sr. Onderzoeker Brede Welvaart en Kansen(on)gelijkheid

Brede Welvaart

Van kennis naar beleid

Brede Welvaart

Maatschappelijke waarde van burgerinitiatieven

Burgerinitiatieven hebben grote impact in dorpen en steden. Toch wordt maar al te vaak aan burgerinitiatieven gevraagd om de waarde van hun initiatief uit te drukken in op geld te waarderen resultaten. CMO STAMM biedt dergelijke initiatieven advies en ondersteuning bij het realiseren van hun ambities. Of het nu gaat om het realiseren van een kl

Brede Welvaart

Monitor Brede Welvaart Drenthe: Het gaat goed in Drenthe, maar welvaart en welzijn niet gelijk verdeeld

Dinsdag 30 augustus presenteert Trendbureau Drenthe de Monitor Brede Welvaart Drenthe 2021. De monitor wordt overhandigd aan Hans Kuipers, Gedeputeerde Provincie Drenthe. In de monitor is te zien hoe de brede welvaart zich door de jaren heen in Drenthe ontwikkelt. Het gaat goed in Drenthe, maar dat geldt lang niet voor iedereen. Bekijk de Monito

Brede Welvaart

Pilots maatschappelijke waarde gestart

De afgelopen weken is Trendbureau Drenthe met de eerste pilots maatschappelijke waarde gestart. Verschillende bewonersinitiatieven en vrijwilligersorganisaties doen dit jaar mee met de pilots om hun maatschappelijke waarde zichtbaar te maken. In vier sessies ontwikkelt de organisatie samen met een expert van Trendbureau Drenthe een instrument dat i

Publicaties

Brede Welvaart

Monitor Brede Welvaart Drenthe 2021

Brede Welvaart

Monitor Discriminatie Noord-Nederland 2021

Brede Welvaart

Flitspeiling onder Drentse jongeren over zomeractiviteiten