De feiten op een rij

Op deze pagina vind je de belangrijkste bevindingen en conclusies uit de Drentse Onderwijsmonitor,  per onderwerp samengevat.

Primair onderwijs

Drentse scholen

  • Er zijn aan begin van schooljaar 2019-2020 259 basisscholen in Drenthe (twee minder dan in het vorige schooljaar).
  • Drenthe heeft relatief meer kleine scholen dan landelijk (respectievelijk 12% en 4% scholen met minder dan 50 leerlingen).
  • 32 Drentse scholen hebben minder dan 50 leerlingen, acht scholen hebben 35 of minder leerlingen.
  • In Drenthe zijn er gemiddeld 151 leerlingen per school (landelijk 221).
  • In de anticipeergemeenten in Oost-Drenthe (verwachte bevolkingskrimp) is het gemiddeld aantal leerlingen beneden het provinciale gemiddelde.

 

Leerlingen op de basisscholen

  • Er zijn aan begin van schooljaar 2019-2020 39.026 basisschoolleerlingen in Drenthe.
  • Het aantal basisschoolleerlingen is aan begin van schooljaar 2019-2020 met ruim 2% afgenomen t.o.v. een jaar eerder (landelijk is de afname iets meer dan een half procent).
  • De gemeenten Assen en Borger-Odoorn hebben in 2019-2020 te maken met de grootste afname van aantal basisschoolleerlingen.
  • In Tynaarlo en in Westerveld is in schooljaar 2019-2020 een toename van aantal basisschoolleerlingen.

 

Scholen en leerlingen in het speciaal onderwijs

  • Het aantal leerlingen op de scholen voor speciaal basisonderwijs is met 6% toegenomen.
  • Het aantal leerlingen op Drentse instellingen voor speciaal onderwijs (SO) is met 8% toegenomen.  Op de afdelingen voor voortgezet speciaal onderwijs zien we eveneens een toename van 8%.
  • In Drenthe volgt 93,8% van de leerlingen in het primair onderwijs regulier basisonderwijs (landelijk 93,0%).
  • Tynaarlo, Westerveld en Aa en Hunze hebben de hoogste percentages reguliere basisschoolleerlingen.
  • Noordenveld en Assen hebben de hoogste percentages leerlingen in het speciaal basisonderwijs.
  • Assen, Emmen, De Wolden en Borger-Odoorn hebben de hoogste percentages leerlingen in het speciaal onderwijs.
  • Emmen en Assen hebben de hoogste percentages leerlingen in het voortgezet speciaal basisonderwijs.
  • Het aandeel leerlingen in het speciaal en voortgezet speciaal onderwijs is in Drenthe lager dan landelijk (resp. so: 1,3% en 2,1%, vso: 2,3% en 2,5%).

 

Prognoses leerlingaantallen (speciaal) basisonderwijs

  • Het aantal basisschoolleerlingen is in 2025 naar verwachting afgenomen met 8%.
  • De afnemende trend is in 2030 en 2035 gekeerd, maar het leerlingaantal is dan nog niet terug op het huidige niveau.
  • Landelijk wordt voor 2030 al een kleine stijging van het aantal basisschoolleerlingen verwacht.
  • Het aantal leerlingen op Drentse sbo-scholen neemt de komende jaren eerst af (in tegenstelling tot landelijke ontwikkelingen), de afnemende trend keert over een jaar of 10.

 

Passend onderwijs

  • Het landelijke kengetal voor deelname speciaal basisonderwijs is 2,5%.
  • Alleen in het samenwerkingsverband waar Assen, Aa en Hunze, Tynaarlo en Midden-Drenthe onder vallen is het aandeel leerlingen in het speciaal basisonderwijs lager dan landelijk.
  • In de samenwerkingsverbanden waar Coevorden en Noordenveld onder vallen is het aandeel in het speciaal basisonderwijs het hoogst.
  • In alle samenwerkingsverbanden waar de Drentse gemeenten onder vallen is het aandeel leerlingen in het speciaal onderwijs lager dan landelijk.
  • In het samenwerkingsverband waar Noordenveld onder valt is het aandeel in het speciaal basisonderwijs het hoogst.
  • De percentages in speciaal (basis) onderwijs verschillen niet heel veel over de jaren.

 

Leerkrachten in het primair onderwijs

  • Al een aantal jaren is het aandeel vrouwelijke leerkrachten in het Drentse basisonderwijs iets meer dan 80%. Landelijk is het beeld vergelijkbaar.
  • Het aandeel leerkrachten met een vaste aanstelling in het Drentse basisonderwijs is in 2018 enkele procentpunten lager dan in 2013 (resp. 90% en 97%).
  • Meer dan twee derde van de leerkrachten in het basisonderwijs is tussen de 25 en 55 jaar.
  • In Drenthe is de gemiddelde leeftijd van vrouwelijke leerkrachten in het basisonderwijs iets hoger dan landelijk. De mannelijke Drentse leerkrachten zijn daarentegen iets jonger dan het landelijk gemiddelde.

Prestaties basisonderwijs

Taal en rekenen in het basisonderwijs

  • 90% van de Drentse basisscholen heeft gegevens aangeleverd voor de Drentse onderwijsmonitor.
  • De prestaties op begrijpend lezen zijn niet verder afgenomen. Groep 4 laat nog de beste prestaties zien en scoort net boven de landelijke norm. Groep 6 valt op door weinig leerlingen die het hoogste niveau (I) weten te halen. Samen met groep 7 wordt de landelijke norm hier net niet gehaald.
  • Ook voor spelling zagen we over het algemeen dalende scores in voorgaande jaren. Voor groep 8 zien we dat die daling is doorgezet. Wel zijn de prestaties in deze groep en in groep 4 nog steeds bovengemiddeld. Drentse groep 6 leerlingen zitten met spelling vaker in de gevarenzone dan landelijk.
  • In groep 4 worden bij het technisch lezen de hoogste niveaus minder vaak gehaald dan de landelijke norm. De overige groepen scoren op of boven het gemiddelde. Groep 8 spant de kroon. Wel zijn de scores in deze groep, evenals in groep 6, verder afgenomen.
  • De voorsprong op rekenen van een aantal jaren geleden zien we steeds verder afnemen. Behalve voor groep 4 die nog steeds als beste uit de bus komt.
  • De scores op taal en rekenen verschillen behoorlijk wanneer de gemeentelijke gemiddelden worden vergeleken.

 

Jongens en meisjes en taal en rekenen

  • Jongens scoren in alle groepen hoger op rekenen dan meisjes.
  • Meisjes scoren in alle groepen hoger op begrijpend lezen dan jongens.
  • Jongens doen het op begrijpend lezen in bijna alle groepen (behalve groep 4) iets minder goed dan het landelijk gemiddelde. Bij meisjes is dat voor rekenen het geval.
  • Bij technisch lezen zijn er over het algemeen geen significante verschillen te zien tussen jongens en meisjes in de groepen 4, 6 en 7. In groep 8 wel en scoren meisjes hoger.
  • Bij de spelling toetsen zien we als we alle groepen samen nemen betere prestaties bij de meisjes dan bij de jongens. Dat zien we ook in de groepen 4 en 8, maar niet in de groepen 6 en 7.

Referentieniveaus in groep 8

  • 98% van de Drentse leerlingen behaalt minimaal het vereiste niveau voor leesvaardigheid. Drenthe doet hierin niet onder voor de rest van Nederland.
  • Het aandeel Drentse leerlingen dat minimaal het vereiste niveau op taalvaardigheid bereikt is 97% en daarmee gelijk aan het landelijke aandeel.
  • 93% van de Drentse leerlingen behaalt minimaal het vereiste niveau voor rekenen. Dit is gelijk aan het landelijke percentage.
  • Sinds schooljaar 2015-2016 neemt het aandeel leerlingen dat bij leesvaardigheid en taal boven het vereiste 1F-niveau uitkomt toe.

 

Oordeel Inspectie van het Onderwijs

  • Op peildatum 1 september 2020 zijn er 5 zwakke scholen in Drenthe, in 2019 waren dat er 4.
  • Er zijn op peildatum 1 september 2020 2 zeer zwakke scholen in Drenthe, in 2019 waren dat er 5.
  • De verschillen met het landelijk beeld zijn klein (minder dan een half procentpunt). In Drenthe heeft 1,8% van de scholen het predicaat ‘zwak’ en 0,7% ‘zeer zwak’. Landelijk gaat het om respectievelijk 1,4% en 0,4% van de scholen.

Overgang naar voortgezet onderwijs

De eindtoetsen in het basisonderwijs

  • In 2019 maakte 35% van de Drentse leerlingen de CET, 38% de IEP-toets en 25% de Route-8-toets.
  • Er zijn regionale verschillen wanneer het gaat om toetskeuze: in de noordelijke gemeenten wordt de IEP-toets het vaakst afgenomen.
  • De IEP-toets wordt steeds vaker gebruikt in Drenthe en de CET-toets steeds minder vaak (in 2016 IEP nog 22% en CET 55%).
  • De Drentse toetskeuze verschilt van de landelijke: IEP en Route 8 worden veel vaker gebruikt en CET minder vaak.

 

Resultaten op de eindtoets

  • In 2019 is de Drentse gemiddelde score op de CET toets is iets lager dan het landelijk gemiddelde (resp. 535,4 en 536,2).
  • In 2019 is de Drentse gemiddelde score op de IEP toets is iets hoger dan het landelijk gemiddelde (resp. 82,8 en 82,2).
  • 66% van de Drentse scholen scoort op de eindtoets op of boven de inspectienorm (landelijk 72%).

Heroverweging en bijstelling van de schooladviezen

  • In Drenthe heeft de eindtoets van het jaar 2019 in 48% van de gevallen aanleiding gegeven tot een verplichte heroverweging van het schooladvies (landelijk 41%).
  • Een vijfde deel van de schooladviezen die verplicht moeten worden heroverwogen is daadwerkelijk bijgesteld (landelijk gebeurde dit in een kwart van de gevallen).
  • Van het totaal aantal schooladviezen is ongeveer 10% herzien (in Drenthe en landelijk).
  • Scholen in Westerveld en Meppel hebben het vaakst de adviezen bijgesteld omdat het eindtoetsadvies hoger uitviel dan het oorspronkelijke schooladvies. In Midden-Drenthe waar het vaakst sprake van was een hoger eindtoetsadvies dan het oorspronkelijke schooladvies, is het minst vaak het advies bijgesteld.

 

De schooladviezen

  • Op Drentse basisscholen is het percentage vwo adviezen en havo-vwo adviezen lager dan landelijk (resp. 14% tegen 18% en 7% tegen 10%).
  • Het aandeel vmbo adviezen is in Drenthe hoger dan landelijk (respectievelijk 49% en 44%).
  • Evenals voorgaande jaren adviseert het speciaal basisonderwijs in Drenthe in 2019-2020 vaker praktijkonderwijs en vso (69%) dan landelijk (51%).
  • Scholen in Meppel en Tynaarlo adviseren vaker vwo onderwijs dan in de overige gemeenten.
  • Scholen in Borger-Odoorn en Aa en Hunze adviseren vaker vmbo dan in de rest van Drenthe.
  • Het aandeel dubbeladviezen is in Drenthe lager dan landelijk (resp. 26% en 29%).
  • Het aandeel dubbeladviezen is het hoogst in Coevorden (48%) en het laagst in Borger-Odoorn (14%).
  • Het aandeel verwijzingen naar de beroepsgerichte leerwegen in het vmbo is 26% in Drenthe en 22% in Nederland.
  • In 2019-2020 zijn er 4% minder havo plus adviezen in Drenthe en 4% meer verwijzingen naar praktijkgerichte leerwegen in het vmbo.

Gelijke kansen in het onderwijs

  • Bij leerlingen die de CET hebben gedaan is de kans dat het advies van de toets hoger uitvalt dan het oorspronkelijke schooladvies groter dan bij de andere toetsen.
  • Een paar jaar geleden was de keuze voor het type eindtoets van grotere invloed op het verschil tussen schooladvies en toetsadvies dan nu.
  • Een hoger eindtoetsadvies dan het schooladvies komt in alle drie de woonregio’s even vaak voor.
  • Het opleidingsniveau van ouders heeft geen invloed op de mate waarin het advies van de eindtoets hoger is dan dat van het oorspronkelijke schooladvies.
  • Herziene schooladviezen komen vaker voor bij leerlingen die de Route-8-toets hebben gedaan.
  • Het percentage herziene adviezen verschilt niet bij leerlingen uit verschillende woongebieden en leerlingen van hoger- of lageropgeleide ouders.

Voortgezet Onderwijs

De scholen voor voortgezet onderwijs

 

Leerlingen in het voortgezet onderwijs

  • Het aantal voortgezet onderwijsleerlingen is 4% lager dan bij aanvang van het vorige schooljaar (landelijk 2% afname).
  • In schooljaar 2019-2020 volgt 25% van de Drentse jongeren in het voortgezet onderwijs een vmbo-opleiding (landelijk 22%).
  • De Drentse deelname aan vwo onderwijs is in verhouding lager dan landelijk.
  • Vier procent van de Drentse vo-leerlingen zit op het praktijkonderwijs (landelijk 3%).
  • Leerlingen uit Hoogeveen en Emmen volgen vaker een vmbo-opleiding en leerlingen uit Tynaarlo, Noordenveld, Meppel en Westerveld zitten vaker op havo of vwo.

 

Prognoses leerlingenaantallen voortgezet onderwijs

  • De prognose is dat de komende jaren het aantal leerlingen op Drentse scholen veel sterker afneemt dan landelijk (in 2030: respectievelijk -16% en -7%).
  • Drenthe, Overijssel en Friesland hebben in 2030 van alle provincies de grootste afname van het aantal vo-leerlingen.
  • In 2035 heeft die daling op Drentse vo-scholen niet verder doorgezet. Het leerlingaantal blijft ongeveer op het niveau van 2030.
  • In 2035 zijn van het huidige aantal van krap 22.000 leerlingen op de Drentse vo scholen naar verwachting nog ongeveer 18.000 over.
  • In 2025 is naar verwachting het aantal leerlingen in het praktijkonderwijs met 2 procent toegenomen (landelijk 4% toename). Daarna daalt het leerlingenaantal ten opzichte van 2019 tot 5% in 2035.
  • De sterkste afname van het aantal leerlingen zien we in het Drentse vmbo (in 2035 met 23%).
  • Het aantal leerlingen op Drentse havo en vwo afdelingen neemt vooral tot 2030 sterk af. Daarna is de daling minder sterk, zodat in 2035 het aantal havisten in Drenthe met 21% is afgenomen ten opzichte van 2019. Het aantal vwo-ers is dan gedaald met 17%.

Onderwijsniveau leerjaar 3 vergeleken met het schooladvies

  • 55% van de leerlingen volgt in leerjaar 3 precies het onderwijsniveau dat door de basisschool geadviseerd was (landelijk: 54%).
  • In Drenthe is de afstroom ten opzichte van het schooladvies iets hoger dan landelijk (resp. 14% en 11%).
  • De opstroom ten opzichte van het schooladvies komt in Drenthe even vaak voor als landelijk (13%).
  • De laatste jaren zagen we het percentage opstromers stijgen en het percentage afstromers dalen. Die trend zet in 2019-2020 niet door.
  • Leerlingen in Drenthe met een dubbeladvies op vmbo niveau (b/k en k/gt) komen vaker op het hogere niveau terecht. Leerlingen met het advies vmbo gt/havo of havo/vwo belanden vaker op het lagere niveau van het advies.
  • Landelijk gezien belanden leerlingen met een dubbel advies vaker op het hogere niveau. Dit geldt niet voor leerlingen met een advies vmbo gt/havo.
  • Landelijk gezien stromen leerlingen met een enkel advies vaker op dan af. In Drenthe valt de balans vaker door naar de andere kant (meer af- dan opstroom).

Zittenblijven en op- en afstroom

  • Het Drentse percentage zittenblijvers aan begin van schooljaar 2019-2020 is 6,6%, landelijk is dit 6,4%.
  • Het zittenblijven neemt jaarlijks toe. Het percentage zittenblijvers varieert de afgelopen 5 jaren (in Drenthe en landelijk) tussen de 5 en de 7%.
  • In de bovenbouw van het Drentse vmbo is het percentage zittenblijvers (5,5%) iets lager dan het jaar daarvoor, maar hoger dan eerdere jaren.
  • Het percentage zittenblijvers in de bovenbouw van het Drentse vmbo ligt al jaren iets onder de landelijke percentages.
  • Zittenblijven komt het meest voor in de bovenbouw van het havo. Het Drentse percentage is al jaren hoger dan landelijk (respectievelijk 11,6% en 11%).
  • Wel zien we in Drenthe na een aantal jaren van toename een lager aandeel zittenblijvers op de havo. Landelijke nam het aandeel nog steeds toe.
  • In de bovenbouw van het vwo is het percentage zittenblijvers op Drentse scholen eveneens (al een aantal jaren) hoger dan landelijk (respectievelijk 9% en 7,9%).
  • Drentse scholieren stromen iets vaker af dan landelijk (respectievelijk 4% en 3,2%) en iets minder vaak op dan landelijk (3,8% versus 4,3%).
  • De afstroom is vooral in leerjaar 2.

Doorstroom na leerjaar 3

  • 4% van de vmbo-bl-leerlingen stroomt na leerjaar 3 op naar vmbo kl.
  • 96% van de vmb-gt-leerlingen (in Noord-Nederland) blijft na leerjaar 3 op hetzelfde niveau (vmbo-kl- en vmbo-bl-leerlingen wisselen vaker).
  • Vmbo bl verdwijnen vaker na leerjaar 3 uit het bekostigde onderwijs dan kl- en gt-leerlingen.
  • Na havo 4 gaat 7% naar mbo.
  • 10% van de leerlingen gaat na vwo 3 verder in het havo.

 

Examens en slaagresultaten

  • 2019-2020 was een uitzonderlijk examenjaar met uitzonderlijk hoge slagingspercentages. Bijna alle examenkandidaten ontvingen een diploma (99%). Zowel in Drenthe als in heel Nederland.
  • Het verschil met slaagpercentages in voorgaande jaren is op havo- en vwo-niveau nog het grootst. Zowel in Drenthe als landelijk steeg het slagingspercentage onder havisten en vwo-ers met zo’n 10 procentpunten.
  • De gemiddelde cijfers op de schoolexamens zijn veelal een fractie (0,1 punt) hoger dan voorgaande examenjaren. De verschillen met de landelijke cijfers zijn, evenals voorgaande jaren, nihil.
  • Het afgelopen examenjaar waren de slagingspercentages voor zowel vmbo, havo als vwo hoger dan landelijk.
  • Voor vmbo liggen de provinciale slagingspercentages al jaren hoger dan landelijk. Voor vwo en vooral havo lagen de slagingspercentages de twee jaren daarvoor onder het nationale gemiddelde.

Examenniveau vergeleken met schooladvies

  • 48% van de Drentse leerlingen doet op hetzelfde niveau eindexamen als geadviseerd werd op de basisschool.
  • Een kwart van de leerlingen doet examen op minimaal 1 niveau lager en 8% op minimaal 1 niveau hoger.
  • Jongens doen vaker op een lager niveau eindexamen vergeleken met het niveau van hun schooladvies dan meisjes.

Uitstroom voortgezet (speciaal) onderwijs

Uitstroom vmbo, havo en vwo

  • 92% van de gediplomeerde vmbo-ers woonachtig in Noord-Nederland gaat na het diploma naar het middelbaar beroepsonderwijs.
  • Ongeveer 1% van de gediplomeerde vmbo-ers woonachtig in Noord-Nederland komt buiten het (bekostigde) onderwijs terecht.
  • Ongeveer 7% (Noord-Nederland) van de ongediplomeerde vmbo-verlaters komt buiten het bekostigde onderwijs terecht.
  • Ongeveer 12% van de gediplomeerde vmbo gt-ers gaat een havo-opleiding doen.
  • Ruim driekwart van de noordelijke havisten met een diploma gaat verder studeren in het hbo.
  • 5% van de gediplomeerde havisten gaat verder in het vwo.
  • Een tiende deel van de havisten die het diploma niet hebben behaald, gaat verder in het mbo.
  • Bijna driekwart van de vwo-ers met een diploma gaat verder studeren in het wo.

 

Uitstroom praktijkonderwijs

  • Jaarlijks verlaat ongeveer 23% het praktijkonderwijs. Iets minder dan de helft van hen gaat verder in het onderwijs, iets meer dan de helft van hen komt buiten het onderwijs terecht.
  • Jongeren uit Noord-Nederland die van het praktijkonderwijs komen gaan minder vaak verder in het bekostigde onderwijs dan landelijk.
  • Drentse schoolverlaters praktijkonderwijs die niet verder gaan met de opleiding krijgen vaker een uitkering dan landelijk.

 

Uitstroom speciaal onderwijs

  • Landelijk volgt 49% van de vso-leerlingen de opleiding met het uitstroomprofiel ‘vervolgonderwijs’
  • De samenwerkingsverbanden waaronder de Drentse vso-instellingen vallen verschillen behoorlijk wat betreft aandeel leerlingen met uitstroomprofiel vervolgonderwijs.
  • Landelijk heeft iets meer dan een kwart van de vso-leerlingen het uitstroomprofiel arbeid.

Middelbaar beroepsonderwijs en hoger onderwijs

Leerlingen op het mbo

  • Ruim 17.800 in Drenthe wonende jongeren doen een mbo studie (bij aanvang schooljaar 2019-2020).
  • Vergelijkbaar met vorig jaar volgt 38% van de Drentse mbo-ers een opleiding in de sector zorg en welzijn. Het is hiermee de meest gekozen sector.
  • We zien vooral een toename in het aantal Drentse studenten dat zorg en welzijn of techniek doet. Het aantal studenten in de sector groen is afgenomen.
  • 98% van de Drentse mbo-ers doet een opleiding op minimaal niveau 2.
  • Meer dan de helft van de mbo-ers (56%) doet een opleiding op niveau 4.
  • Een kwart van de Drentse mbo-ers doet een BBL (beroepsbegeleidende) opleiding (landelijk zelfde aandeel).
  • Meisjes zitten vaker dan jongens op het niveau 4 van het mbo (resp. 61% en 52%).

 

Leerlingen op het hbo en wo

  • Het aantal studenten hbo en wo is sinds 2014 sterk toegenomen (hbo met 23% en wo met 52%).
  • Economie is al jaren veruit de meest favoriete hbo-studierichting.
  • Een vijfde deel van de jongeren kiest in het hbo voor een techniek opleiding. Na een eerdere stijging is dit aandeel sinds 2015-2016 vrijwel gelijk gebleven.
  • De grootste toename bij hbo (in aantallen) zien we bij techniek, er zijn ruim 560 meer techniek studenten dan 5 jaar geleden.
  • In het wetenschappelijk onderwijs zijn economie, natuur en gedrag en maatschappij praktisch even populair en de meest gekozen studierichtingen.
  • In het wo is in vergelijking met 5 jaar geleden het aantal studenten in de sector natuur het meest toegenomen. Van 214 naar 371 studenten in 2019/2020.

Verzuim en schooluitval

Voortijdig schoolverlaters

  • Het Drentse percentage voortijdig schoolverlaters (2018-2019) is 1,8%. Dat is lager dan het landelijke percentage (2,0%).
  • Het aantal Drentse vsv-ers in 2018-2019 is ruim 770 (vorig jaar 720). Landelijk is er een toename te zien.
  • In Zuidoost-Drenthe zijn relatief de meeste voortijdig schoolverlaters.
  • Het voortgezet onderwijs blijft in de meeste gevallen niet onder de gestelde maxima van streefniveaus voortijdig schoolverlaten.
  • Het mbo overtreft in meer gevallen dan vorige jaar de maxima van streefniveaus voortijdig schoolverlaten.

 

Verzuim en thuiszitters

  • Het aandeel (leerplichtige) jongeren dat niet op school is ingeschreven (absoluut verzuim) ligt in Drenthe ver beneden het landelijk gemiddelde.
  • Er wordt in Drenthe minder vaak gespijbeld dan landelijk.
  • Het aandeel jongeren dat langdurig verzuimd (langer dan 4 weken, de ‘thuiszitters’) is in Drenthe vergelijkbaar met landelijk.
  • In Drenthe zijn er relatief meer jongeren die op basis van lichamelijke of psychische gronden een vrijstelling voor de leerplicht hebben dan landelijk.

Medewerker

Imke Oosting

Onderzoeker

Betrokken medewerkers

Imke Oosting

Imke Oosting

Onderzoeker

  • Mail
  • LinkedIn
Jessy Snip

Jessy Snip

Onderzoeker

  • Mail
  • LinkedIn

Meer weten?

Neem contact op met één van de betrokken medewerkers

Gerelateerd nieuws

Geen categorie

Nieuwe leden Adviesraad

Leefbaarheid

Webinar ‘Introductie Monitoring Brede Welvaart’ op dinsdag 16 maart 2021

Corona

‘Alles is anders’, coronacrisis heeft grote invloed op het leven in Drenthe

De coronacrisis heeft voor veel Drenten belangrijke gevolgen. Maar niet iedereen wordt even hard geraakt. Zelfstandig ondernemers, 18- tot 34-jarigen en mensen met een minder goede gezondheid hebben veel vaker dan de gemiddelde Drent zorgen en problemen door ‘corona’. Onderzoek van Trendbureau Drenthe laat dat duidelijk zien. Ruim 950 Drenten d

Corona

Effectievere hulp nodig voor Drentse ondernemers in coronacrisis

De coronacrisis brengt naar verwachting veel ondernemers in de problemen. Meerdere gemeenten in Drenthe willen graag weten hoe ze de ondernemers met schulden beter kunnen bereiken. Dat was voor Trendbureau Drenthe aanleiding om hier onderzoek naar te doen. Het onderzoek, mede mogelijk gemaakt door de provincie Drenthe, bevestigt die verwachting: vo

Leefbaarheid

Leefbaarheid in noordelijke provincies stabiel

Drenten, Groningers en Friezen waarderen de leefbaarheid in hun provincie met gemiddeld bijna een 8. De leefbaarheid in de noordelijke provincies is hiermee de afgelopen jaren stabiel gebleven. Ook zijn er nauwelijks verschillen tussen de provincies. Wel zien we dat in Groningen vaker een achteruitgang van de leefbaarheid wordt ervaren dan in Frysl

Publicaties

Armoede

Kleine ondernemers zinken door corona weg in schuldenmoeras. Hulp van de overheid is lastig te krijgen // DvhN

Laaggeletterdheid

Westerwolde zet extra in op hulp aan laaggeletterde ouders met jonge kinderen

Corona

Alles gaat anders; gevolgen coronacrisis voor het leven in provincie Drenthe