De feiten op een rij

Op deze pagina vind je de belangrijkste bevindingen en conclusies uit de Drentse Onderwijsmonitor,  per onderwerp samengevat.

Primair onderwijs

Drentse scholen

  • Er zijn aan begin van schooljaar 2019-2020 259 basisscholen in Drenthe (twee minder dan in het vorige schooljaar).
  • Drenthe heeft relatief meer kleine scholen dan landelijk (respectievelijk 12% en 4% scholen met minder dan 50 leerlingen).
  • 32 Drentse scholen hebben minder dan 50 leerlingen, acht scholen hebben 35 of minder leerlingen.
  • In Drenthe zijn er gemiddeld 151 leerlingen per school (landelijk 221).
  • In de anticipeergemeenten in Oost-Drenthe (verwachte bevolkingskrimp) is het gemiddeld aantal leerlingen beneden het provinciale gemiddelde.

 

Leerlingen op de basisscholen

  • Er zijn aan begin van schooljaar 2019-2020 39.026 basisschoolleerlingen in Drenthe.
  • Het aantal basisschoolleerlingen is aan begin van schooljaar 2019-2020 met ruim 2% afgenomen t.o.v. een jaar eerder (landelijk is de afname iets meer dan een half procent).
  • De gemeenten Assen en Borger-Odoorn hebben in 2019-2020 te maken met de grootste afname van aantal basisschoolleerlingen.
  • In Tynaarlo en in Westerveld is in schooljaar 2019-2020 een toename van aantal basisschoolleerlingen.

 

Scholen en leerlingen in het speciaal onderwijs

  • Het aantal leerlingen op de scholen voor speciaal basisonderwijs is met 6% toegenomen.
  • Het aantal leerlingen op Drentse instellingen voor speciaal onderwijs (SO) is met 8% toegenomen.  Op de afdelingen voor voortgezet speciaal onderwijs zien we eveneens een toename van 8%.
  • In Drenthe volgt 93,8% van de leerlingen in het primair onderwijs regulier basisonderwijs (landelijk 93,0%).
  • Tynaarlo, Westerveld en Aa en Hunze hebben de hoogste percentages reguliere basisschoolleerlingen.
  • Noordenveld en Assen hebben de hoogste percentages leerlingen in het speciaal basisonderwijs.
  • Assen, Emmen, De Wolden en Borger-Odoorn hebben de hoogste percentages leerlingen in het speciaal onderwijs.
  • Emmen en Assen hebben de hoogste percentages leerlingen in het voortgezet speciaal basisonderwijs.
  • Het aandeel leerlingen in het speciaal en voortgezet speciaal onderwijs is in Drenthe lager dan landelijk (resp. so: 1,3% en 2,1%, vso: 2,3% en 2,5%).

 

Prognoses leerlingaantallen (speciaal) basisonderwijs

  • Het aantal basisschoolleerlingen is in 2025 naar verwachting afgenomen met 8%.
  • De afnemende trend is in 2030 en 2035 gekeerd, maar het leerlingaantal is dan nog niet terug op het huidige niveau.
  • Landelijk wordt voor 2030 al een kleine stijging van het aantal basisschoolleerlingen verwacht.
  • Het aantal leerlingen op Drentse sbo-scholen neemt de komende jaren eerst af (in tegenstelling tot landelijke ontwikkelingen), de afnemende trend keert over een jaar of 10.

 

Passend onderwijs

  • Het landelijke kengetal voor deelname speciaal basisonderwijs is 2,5%.
  • Alleen in het samenwerkingsverband waar Assen, Aa en Hunze, Tynaarlo en Midden-Drenthe onder vallen is het aandeel leerlingen in het speciaal basisonderwijs lager dan landelijk.
  • In de samenwerkingsverbanden waar Coevorden en Noordenveld onder vallen is het aandeel in het speciaal basisonderwijs het hoogst.
  • In alle samenwerkingsverbanden waar de Drentse gemeenten onder vallen is het aandeel leerlingen in het speciaal onderwijs lager dan landelijk.
  • In het samenwerkingsverband waar Noordenveld onder valt is het aandeel in het speciaal basisonderwijs het hoogst.
  • De percentages in speciaal (basis) onderwijs verschillen niet heel veel over de jaren.

 

Leerkrachten in het primair onderwijs

  • Al een aantal jaren is het aandeel vrouwelijke leerkrachten in het Drentse basisonderwijs iets meer dan 80%. Landelijk is het beeld vergelijkbaar.
  • Het aandeel leerkrachten met een vaste aanstelling in het Drentse basisonderwijs is in 2018 enkele procentpunten lager dan in 2013 (resp. 90% en 97%).
  • Meer dan twee derde van de leerkrachten in het basisonderwijs is tussen de 25 en 55 jaar.
  • In Drenthe is de gemiddelde leeftijd van vrouwelijke leerkrachten in het basisonderwijs iets hoger dan landelijk. De mannelijke Drentse leerkrachten zijn daarentegen iets jonger dan het landelijk gemiddelde.

Prestaties basisonderwijs

Taal en rekenen in het basisonderwijs

  • 93% van de Drentse basisscholen heeft meegedaan aan de gegevenslevering voor de Drentse onderwijsmonitor.
  • Technisch lezen: in groepen 6, 7 en 8 ruim boven de landelijke norm, groep 8 spant de kroon. Wel zijn de scores lager dan vorig jaar.
  • In groep 4 worden bij het technisch lezen de hoogste niveaus minder vaak gehaald dan de landelijke norm.
  • Op begrijpend lezen wordt alleen in groep 4 nog wat vaker op de hoogste niveaus (I en II) gescoord dan landelijk. In de overige groepen doen de Drentse leerlingen het minder goed. Groep 6 scoort beduidend lager.
  • Het begrijpend lezen wordt minder goed gedaan dan eerdere jaren.
  • Drentse groep 6 leerlingen met spelling vaker in de gevarenzone dan landelijk. In groep 8 zijn de prestaties daarentegen weer bovengemiddeld.
  • Op rekenen en wiskunde scoren Drentse leerlingen nog steeds boven het landelijke niveau, maar minder dan eerdere jaren.
  • De scores op taal en rekenen verschillen behoorlijk wanneer de gemeentelijke gemiddelden worden vergeleken.

 

Jongens en meisjes en taal en rekenen

  • Jongens scoren in alle groepen hoger op rekenen dan meisjes.
  • Meisjes scoren in alle groepen hoger op begrijpend lezen dan jongens.
  • Jongens doen het op begrijpend lezen in bijna alle groepen iets minder goed dan het landelijk gemiddelde. Bij meisjes is dat voor rekenen het geval.
  • Bij technisch lezen is het verschil in score tussen jongens en meisjes in groepen 4, 6 en 7 niet significant. In groep 8 wel en scoren meisjes hoger.
  • Bij de spelling toetsen zien we betere prestaties bij de meisjes dan bij de jongens.

 

Referentieniveaus in groep 8

  • 98% van de Drentse leerlingen behaalt minimaal het vereiste niveau voor leesvaardigheid. Drenthe doet hierin niet onder voor de rest van Nederland.
  • Het aandeel Drentse leerlingen dat minimaal het vereiste niveau op taalvaardigheid bereikt is 97% en daarmee gelijk aan het landelijke aandeel.
  • 93% van de Drentse leerlingen behaalt minimaal het vereiste niveau voor rekenen. Dit is gelijk aan het landelijke percentage.
  • Sinds schooljaar 2015-2016 neemt het aandeel leerlingen dat bij leesvaardigheid en taal boven het vereiste 1F-niveau uitkomt toe.

 

Oordeel Inspectie van het Onderwijs

  • 62% van de Drentse basisscholen krijgt de beoordeling ‘voldoende’.
  • Op peildatum 1 september 2019 zijn er vijf zeer zwakke scholen in Drenthe.
  • Er zijn op peildatum 1 september 2019 vier zwakke scholen in Drenthe.

Overgang naar voortgezet onderwijs

Schooladviezen voorafgaand aan de eindtoets

  • 46% van de Drentse basisschoolleerlingen kreeg in 2017-2018 een vmbo- (bl t/m gt)-advies, voorafgaand aan de eindtoets.
  • Het aandeel vmbo-adviezen neemt de laatste jaren iets af.
  • Ongeveer een vijfde deel kreeg een havo-advies en iets minder dan een vijfde deel een vwo-advies.
  • Scholen in Noord- en Midden-Drenthe geven het vaakst een vwo-advies.
  • Het aandeel dubbel adviezen neemt (weer) toe.
  • Steeds minder vaak adviezen voor de praktijkgerichte vmbo-opleidingen.

 

De eindtoetsen in het basisonderwijs

  • In 2019 maakte 35% van de Drentse leerlingen de CET, 38% de IEP-toets en 25% de Route-8-toets.
  • Er zijn regionale verschillen wanneer het gaat om toetskeuze: in de noordelijke gemeenten wordt de IEP-toets het vaakst afgenomen.
  • De IEP-toets wordt steeds vaker gebruikt in Drenthe en de CET-toets steeds minder vaak (in 2016 IEP nog 22% en CET 55%).
  • De Drentse toetskeuze verschilt van de landelijke: IEP en Route 8 worden veel vaker gebruikt en CET minder vaak.

 

Resultaten op de eindtoets

  • In 2019 is de Drentse gemiddelde score op de CET toets is iets lager dan het landelijk gemiddelde (resp. 535,4 en 536,2).
  • In 2019 is de Drentse gemiddelde score op de IEP toets is iets hoger dan het landelijk gemiddelde (resp. 82,8 en 82,2).
  • 66% van de Drentse scholen scoort op de eindtoets op of boven de inspectienorm (landelijk 72%).

 

Toetsadviezen vergeleken met oorspronkelijke adviezen

  • Bij de schooladviezen is er in 45% van de gevallen een havo- en/of vwo-advies, bij de toetsadviezen in 50% van de gevallen.
  • Vergeleken met de uitslagen van de eindtoets geven de scholen minder vaak dubbel adviezen.
  • In ongeveer 38% van de gevallen is het toetsadvies hoger dan het schooladvies.
  • De gemeenten verschillen onderling sterk wat betreft de mate van ‘onder advisering’ en de daarmee gepaarde noodzaak tot heroverweging van het advies door  hun scholen.
  • Evenals vorig jaar komt het op de scholen in Tynaarlo en Aa en Hunze het minst vaak voor dat het toetsadvies hoger uitvalt dan het schooladvies.

 

Heroverweging en bijstelling van de schooladviezen

  • In Drenthe heeft de eindtoets van het jaar 2019 in 48% van de gevallen aanleiding gegeven tot een verplichte heroverweging van het schooladvies (landelijk 41%).
  • Een vijfde deel van de schooladviezen die verplicht moeten worden heroverwogen is daadwerkelijk bijgesteld (landelijk gebeurde dit in een kwart van de gevallen).
  • Van het totaal aantal schooladviezen is ongeveer 10% herzien (in Drenthe en landelijk).
  • Scholen in Westerveld en Meppel hebben het vaakst de adviezen bijgesteld omdat het eindtoetsadvies hoger uitviel dan het oorspronkelijke schooladvies. In Midden-Drenthe waar het vaakst sprake van was een hoger eindtoetsadvies dan het oorspronkelijke schooladvies, is het minst vaak het advies bijgesteld.

 

De schooladviezen

  • In Drentse basisscholen is het percentage vwo adviezen en havo-vwo-adviezen lager dan landelijk (resp. 17% tegen 20% en 8% tegen 11%).
  • Het aandeel vmbo-adviezen is in Drenthe hoger dan landelijk (respectievelijk 45% en 41%).
  • Het speciaal basisonderwijs in Drenthe adviseert in 2018-2019 vaker praktijkonderwijs en vso dan landelijk. De helft van de leerlingen in Drenthe krijgt een advies voor praktijkonderwijs.
  • Scholen in Noord- en Midden-Drenthe adviseren vaker vwo-onderwijs dan in de overige regio’s.
  • Scholen Zuidoost-Drenthe adviseren veel minder vaak vwo-onderwijs dan in de rest van Drenthe.
  • Het aandeel dubbeladviezen is na een aanvankelijke afname in 2012 en 2013 weer aan het toenemen.
  • Het aandeel dubbeladviezen is in Drenthe lager dan landelijk (resp. 26% en 29%).
  • Het aandeel dubbeladviezen is het laagst in Noord- en Midden-Drenthe (22%).
  • Het aandeel verwijzingen naar de beroepsgerichte leerwegen in het vmbo is lager dan een aantal jaren geleden, iets boven de 20%.
  • In Zuidoost-Drenthe is in een kwart van de gevallen een verwijzing naar een beroepsgerichte vmbo-opleiding.

 

Definitieve schooladviezen

  • In Drenthe is het percentage adviezen havo, havo-vwo en vwo in totaal 47%. Landelijk is dat 50%.
  • Het aandeel vmbo-adviezen is in Drenthe hoger dan landelijk (respectievelijk 45% en 40%).
  • Het speciaal basisonderwijs adviseert in 2017-2018 iets minder vaak praktijkonderwijs en iets vaker vmbo dan vorig jaar.
  • Scholen in Noord- en Midden-Drenthe adviseren vaker vwo-onderwijs dan in de overige regio’s.
  • Scholen in Noord- en Midden-Drenthe geven minder vaak dubbel adviezen dan in de overige regio’s.

 

Gelijke kansen in het onderwijs

  • Bij leerlingen die de CET hebben gedaan is de kans dat het advies van de toets hoger uitvalt dan het oorspronkelijke schooladvies groter dan bij de andere toetsen.
  • Een paar jaar geleden was de keuze voor het type eindtoets van grotere invloed op het verschil tussen schooladvies en toetsadvies dan nu.
  • Een hoger eindtoetsadvies dan het schooladvies komt in alle drie de woonregio’s even vaak voor.
  • Het opleidingsniveau van ouders heeft geen invloed op de mate waarin het advies van de eindtoets hoger is dan dat van het oorspronkelijke schooladvies.
  • Herziene schooladviezen komen vaker voor bij leerlingen die de Route-8-toets hebben gedaan.
  • Het percentage herziene adviezen verschilt niet bij leerlingen uit verschillende woongebieden en leerlingen van hoger- of lageropgeleide ouders.

Voortgezet Onderwijs

De scholen voor voortgezet onderwijs

 

Leerlingen in het voortgezet onderwijs

  • Het aantal voortgezet onderwijsleerlingen is 4% lager dan bij aanvang van het vorige schooljaar (landelijk 3,5% afname).
  • In schooljaar 2018-2019 volgt 25% van de Drentse jongeren in het voortgezet onderwijs een vmbo-opleiding (landelijk 22%).
  • De Drentse deelname aan vwo onderwijs is lager dan landelijk.
  • Vier procent van de Drentse vo-leerlingen zit op het praktijkonderwijs (landelijk 3%).
  • Er zijn grote verschillen tussen de gemeenten wat betreft de diverse onderwijsniveaus in het voortgezet onderwijs.

 

Prognoses leerlingenaantallen voortgezet onderwijs

  • De prognose is dat de komende jaren het aantal leerlingen op Drentse scholen veel sterker afneemt dan landelijk (in 2030: respectievelijk -19% en -10%).
  • Drenthe, Overijssel en Friesland hebben in 2030 van alle provincies de grootste afname van het aantal vo-leerlingen.
  • In 2030 heeft die daling niet verder doorgezet. Het leerlingaantal blijft ongeveer op het niveau van 2030.
  • In 2035 zijn van het huidige aantal van ongeveer 23.000 leerlingen op de Drentse vo-scholen naar verwachting nog ongeveer 18.000 over.
  • In 2025 is naar verwachting het aantal leerlingen in het praktijkonderwijs met 2 procent toegenomen (landelijk bijna 5% toename).
  • De sterkste afname van het aantal leerlingen zien we in het Drentse vmbo (in 2035 met 27%).
  • Het aantal leerlingen op Drentse havo- en vwo-afdelingen neemt vooral na 2025 sterk af.

 

Onderwijsniveau leerjaar 3 vergeleken met het schooladvies

  • 57% van de leerlingen volgt in leerjaar 3 precies het onderwijsniveau dat door de basisschool geadviseerd was (zowel in Drenthe als landelijk).
  • In Drenthe is er nauwelijks vaker sprake van afstroom ten opzichte van het schooladvies dan landelijk (resp. 13% en 11%).
  • De opstroom ten opzichte van het schooladvies komt in Drenthe even vaak voor als landelijk (15%).
  • Het aandeel dat op hoogste niveau of laagste niveau van een dubbel advies terecht is gekomen is vergelijkbaar met landelijk.
  • Bij Drentse leerlingen met een dubbel advies havo-vwo volgt 37% in leerjaar 3 vwo onderwijs. Dit is een lager percentage dan landelijk (47%).
  • Drentse leerlingen met dubbel advies vmbo gt-havo volgen in de meest gevallen vmbo onderwijs in leerjaar 3.

 

Zittenblijven en op- en afstroom

  • Het Drentse percentage zittenblijvers aan begin van schooljaar 2018-2019 is 6,3%, landelijk is dit 6,2%.
  • Het zittenblijven neemt jaarlijks toe. Het percentage zittenblijvers is al een aantal jaren (in Drenthe en landelijk) tussen de 5 en de 6,5%.
  • In de bovenbouw van het Drentse vmbo is het percentage zittenblijvers hoger dan eerdere jaren (nu 5,7%).
  • Het zittenblijven komt het meest voor in de bovenbouw van het havo. Het Drentse percentage is hoger dan landelijk (respectievelijk 12,5% en 10,8%).
  • In de bovenbouw van het vwo is het percentage zittenblijvers eveneens hoger dan landelijk (respectievelijk 8,0% en 7,4%).
  • Drentse scholieren stromen iets vaker af dan landelijk (respectievelijk 3,9% en 3,1%).
  • De afstroom is vooral in leerjaar 2.

 

Doorstroom na leerjaar 3

  • 4% van de vmbo-bl-leerlingen stroomt na leerjaar 3 op naar vmbo kl.
  • 96% van de vmb-gt-leerlingen (in Noord-Nederland) blijft na leerjaar 3 op hetzelfde niveau (vmbo-kl- en vmbo-bl-leerlingen wisselen vaker).
  • Vmbo bl verdwijnen vaker na leerjaar 3 uit het bekostigde onderwijs dan kl- en gt-leerlingen.
  • Na havo 4 gaat 7% naar mbo.
  • 10% van de leerlingen gaat na vwo 3 verder in het havo.

 

Examens en slaagresultaten

  • Het gemiddelde slaagpercentage van alle onderwijstypen op Drentse scholen was in schooljaar 2018-2019 even hoog als het landelijke slaagpercentage.
  • Het slaagpercentage op havo- en vwo-niveau is in Drenthe iets lager dan in Nederland als geheel.
  • Gemiddelde cijfers op het centraal examen, het schoolexamen en de cijferlijst zijn in Drenthe (ongeveer) gelijk aan de gemiddelde cijfers van leerlingen op Nederlandse scholen. Dit geldt voor het vmbo, de havo en het vwo.
  • In het schooljaar 2018-2019 zijn de gemiddelde cijfers die behaald zijn op de centrale examens van de basisvakken op Drentse scholen ongeveer gelijk aan de gemiddeldes die behaald zijn op alle scholen in Nederland.
  • Op het centrale examen van wiskunde B, scoren havo- en vwo-leerlingen op Drentse scholen iets lager dan de gemiddelde Nederlandse leerling.

 

Examenniveau vergeleken met schooladvies

  • 48% van de Drentse leerlingen doet op hetzelfde niveau eindexamen als geadviseerd werd op de basisschool.
  • Een kwart van de leerlingen doet examen op minimaal 1 niveau lager en 8% op minimaal 1 niveau hoger.
  • Jongens doen vaker op een lager niveau eindexamen vergeleken met het niveau van hun schooladvies dan meisjes.

Uitstroom voortgezet (speciaal) onderwijs

Uitstroom vmbo, havo en vwo

  • 92% van de gediplomeerde vmbo-ers woonachtig in Noord-Nederland gaat na het diploma naar het middelbaar beroepsonderwijs.
  • Ongeveer 1% van de gediplomeerde vmbo-ers woonachtig in Noord-Nederland komt buiten het (bekostigde) onderwijs terecht.
  • Ongeveer 7% (Noord-Nederland) van de ongediplomeerde vmbo-verlaters komt buiten het bekostigde onderwijs terecht.
  • Ongeveer 12% van de gediplomeerde vmbo gt-ers gaat een havo-opleiding doen.
  • Ruim driekwart van de noordelijke havisten met een diploma gaat verder studeren in het hbo.
  • 5% van de gediplomeerde havisten gaat verder in het vwo.
  • Een tiende deel van de havisten die het diploma niet hebben behaald, gaat verder in het mbo.
  • Bijna driekwart van de vwo-ers met een diploma gaat verder studeren in het wo.

 

Uitstroom praktijkonderwijs

  • Jaarlijks verlaat ongeveer 23% het praktijkonderwijs. Iets minder dan de helft van hen gaat verder in het onderwijs, iets meer dan de helft van hen komt buiten het onderwijs terecht.
  • Jongeren uit Noord-Nederland die van het praktijkonderwijs komen gaan minder vaak verder in het bekostigde onderwijs dan landelijk.
  • Drentse schoolverlaters praktijkonderwijs die niet verder gaan met de opleiding krijgen vaker een uitkering dan landelijk.

 

Uitstroom speciaal onderwijs

  • Landelijk volgt 49% van de vso-leerlingen de opleiding met het uitstroomprofiel ‘vervolgonderwijs’
  • De samenwerkingsverbanden waaronder de Drentse vso-instellingen vallen verschillen behoorlijk wat betreft aandeel leerlingen met uitstroomprofiel vervolgonderwijs.
  • Landelijk heeft iets meer dan een kwart van de vso-leerlingen het uitstroomprofiel arbeid.

Middelbaar beroepsonderwijs en hoger onderwijs

Leerlingen op het mbo

  • Ruim 17.700 in Drenthe wonende jongeren doen een mbo studie (bij aanvang schooljaar 2018-2019).
  • Net als vorig jaar volgt zevenendertig procent van de Drentse mbo-ers een opleiding in de sector zorg en welzijn. Het is hiermee de meest gekozen sector.
  • We zien vooral een toename in het aantal Drentse studenten dat zorg en welzijn of techniek doet. Het aantal studenten in de sector groen is afgenomen.
  • Achtennegentig procent van de Drentse mbo-ers doet een opleiding op minimaal niveau 2.
  • Ruim 80% van de mbo-ers doet een opleiding op niveau 3 of 4.
  • Een kwart van de Drentse mbo-ers doet een BBL (beroepsbegeleidende) opleiding (landelijk zelfde aandeel).

 

Leerlingen op het hbo en wo

  • Het aantal studenten hbo en wo is sinds 2013 sterk toegenomen (hbo met 19% en wo met 46%).
  • Economie is al jaren meest populaire hbo-studierichting.
  • Een vijfde deel van de jongeren kiest in het hbo voor een techniek opleiding. Na een eerdere stijging is dit aandeel sinds 2015-2016 vrijwel gelijk gebleven.
  • De grootste toename bij hbo (in aantallen) zien we bij techniek, er zijn ruim 700 meer techniek studenten dan 5 jaar geleden.
  • In het wetenschappelijk onderwijs is economie de populairste studierichting.
  • In het wo is in vergelijking met 5 jaar geleden de toename (in absolute zin) van het aantal studenten in de sector natuur het grootst.

Verzuim en schooluitval

Voortijdig schoolverlaters

  • Het Drentse percentage voortijdig schoolverlaters (2018-2019) is 1,8%. Dat is lager dan het landelijke percentage (2,0%).
  • Het aantal Drentse vsv-ers in 2018-2019 is ruim 770 (vorig jaar 720). Landelijk is er een toename te zien.
  • In Zuidoost-Drenthe zijn relatief de meeste voortijdig schoolverlaters.
  • Het voortgezet onderwijs blijft in de meeste gevallen niet onder de gestelde maxima van streefniveaus voortijdig schoolverlaten.
  • Het mbo overtreft in meer gevallen dan vorige jaar de maxima van streefniveaus voortijdig schoolverlaten.

 

Verzuim en thuiszitters

  • Het aandeel (leerplichtige) jongeren dat niet op school is ingeschreven (absoluut verzuim) ligt in Drenthe ver beneden het landelijk gemiddelde.
  • Er wordt in Drenthe minder vaak gespijbeld dan landelijk.
  • Het aandeel jongeren dat langdurig verzuimd (langer dan 4 weken, de ‘thuiszitters’) is in Drenthe vergelijkbaar met landelijk.
  • In Drenthe zijn er relatief meer jongeren die op basis van lichamelijke of psychische gronden een vrijstelling voor de leerplicht hebben dan landelijk.

Medewerker

Imke Oosting

Onderzoeker

Betrokken medewerkers

Imke Oosting

Imke Oosting

Onderzoeker

  • Mail
  • LinkedIn
Jessy Snip

Jessy Snip

Onderzoeker

  • Mail
  • LinkedIn

Meer weten?

Neem contact op met één van de betrokken medewerkers

Gerelateerd nieuws

Leefbaarheid

Regionale Monitor Brede Welvaart beschikbaar voor elke Drentse gemeente

Geen categorie

“Weten we van gekkigheid nog wat normaal is?”

Laaggeletterdheid

Nieuw landelijk expertisepunt basisvaardigheden

Eind oktober 2020 is een nieuw landelijk expertisepunt Basisvaardigheden gelanceerd, een samenwerking van L&S en Movisie in opdracht van Tel mee met taal. Het expertisepunt Basisvaardigheden faciliteert kennisuitwisseling op het gebied van (lage) basisvaardigheden. Ben je werkzaam op het gebied van basisvaardigheden voor laaggeletterden? Dan is

Onderwijs

9 van de 10 scholen in Drenthe brengt voldoende leerlingen op goed niveau taal en rekenen

Drentse leerlingen hebben over het algemeen even goede lees- en rekenvaardigheden als leerlingen in heel Nederland. Op veel onderdelen scoren ze gemiddeld genomen zelfs beter. Toch zien we op veel reken- en taalonderdelen dalende prestaties. Op de ene school moeten meer onderwijsachterstanden weggewerkt worden dan op de andere school. Wanneer doet

Leefbaarheid

Meeste jongeren blijven in Drenthe wonen

Vanuit alle plattelandsgebieden worden al jaren zorgen geuit over het grote vertrek van het aantal jongeren. Zo ook in Drenthe. En niet zonder reden. Jongeren verhuizen inderdaad vaak van het platteland naar de stad om te studeren, te werken, of omdat er meer actie in de stad is. Toch is dit maar een deel van het verhaal. De meeste jongeren blijven

Publicaties

Laaggeletterdheid

Checklist digitale toegankelijkheid

Onderwijs

Drentse scholen scoren goed, maar er zijn grote verschillen

Leefbaarheid

Publicatie Maatschappelijke effecten als gevolg van financiële tekorten bij Drentse gemeenten