De feiten op een rij

Op deze pagina vind je de belangrijkste bevindingen en conclusies uit de Drentse Onderwijsmonitor,  per onderwerp samengevat.

Primair onderwijs

Drentse scholen

  • Aan het begin van schooljaar 2021-2022 zijn er 254 basisscholen in Drenthe (4 minder dan in het vorige schooljaar).
  • Drenthe heeft relatief meer kleine scholen dan landelijk (respectievelijk 12% en 4% scholen met minder dan 50 leerlingen).
  • In Drenthe zijn er gemiddeld 149 leerlingen per school (landelijk 221).
  • In de anticipeergemeenten in Oost-Drenthe (verwachte bevolkingskrimp) is het gemiddeld aantal leerlingen beneden het provinciale gemiddelde.

Leerlingen op de basisscholen

  • Aan begin van schooljaar 2021-2022 zijn er 37.930 basisschoolleerlingen in Drenthe.
  • Het aantal basisschoolleerlingen is aan begin van schooljaar 2021-2022 met 1% afgenomen t.o.v. een jaar eerder (landelijk is de afname vergelijkbaar).
  • De gemeenten Aa en Hunze, Hoogeveen, Assen en Meppel hebben in 2021-2022 te maken met de grootste afname van aantal basisschoolleerlingen vergeleken met het schooljaar ervoor.
  • In Westerveld (3,1%), Midden-Drenthe, De Wolden en Noordenveld is in schooljaar 2021-2022 een (kleine) toename van het aantal basisschoolleerlingen ten opzichte van schooljaar 2020-2021.
  • In Drenthe zijn relatief minder scholen met een lage schoolweging (14%) en dus gemiddeld genomen de meest kansrijke leerlingen dan landelijk (20%).
  • In Drenthe zijn relatief iets meer scholen met een bovengemiddelde schoolweging en dus minder kansrijke leerlingen (Drenthe 45% en landelijk 40%).
  • In de verdeling van schoolwegingen zijn grote verschillen per gemeente en schoolbestuur.

Scholen en leerlingen in het speciaal onderwijs

  • In 2021-2022 zitten 1.028 leerlingen op een Drentse school voor speciaal basisonderwijs. Dat is ongeveer even veel als een jaar eerder.
  • Het aantal leerlingen op Drentse instellingen voor speciaal onderwijs is 466 leerlingen. Een toename van 7% ten opzichte van het  voorgaande schooljaar.
  • Bij aanvang van schooljaar 2021-2022 zijn 875 leerlingen ingeschreven op een Drentse school voor voortgezet speciaal onderwijs. Dat is een toename van 8% ten opzichte van een schooljaar eerder.
  • Van alle leerlingen in het primair onderwijs volgt in Drenthe 93,5% regulier basisonderwijs (landelijk 92,8%). Sinds 2018 neemt het aandeel geleidelijk af, zowel in Drenthe als landelijk.
  • Tynaarlo en Westerveld hebben de hoogste percentages reguliere basisschoolleerlingen. In Assen, Hoogeveen en Emmen zijn de percentages het laagst. De nabijheid van scholen voor speciaal onderwijs speelt hierin o.a. een rol.
  • Het aandeel leerlingen in het speciaal basisonderwijs is in Drenthe iets hoger dan landelijk (resp. 2,7% en 2,4%).
  • Gemeenten Meppel, Assen en Noordenveld hebben de hoogste percentages leerlingen in het speciaal basisonderwijs.
  • Het aandeel leerlingen in het speciaal en voortgezet speciaal onderwijs is in Drenthe lager dan landelijk (resp. 1,4% en 2,3% in het so en 2,5% en 2,6% in het vso).
  • Assen en Hoogeveen hebben de hoogste percentages leerlingen in het speciaal onderwijs.
  • Assen, Emmen en Hoogeveen hebben de hoogste percentages leerlingen in het voortgezet speciaal onderwijs.

Prognoses leerlingaantallen (speciaal) basisonderwijs

  • Het aantal basisschoolleerlingen is in 2025 naar verwachting bijna 2.500 leerlingen lager dan in 2020 (-6%)
  • De afnemende trend keert na 2030, in 2035 is het aantal leerlingen weer net boven het niveau van 2020 (1% meer leerlingen in Drenthe).
  • Landelijk wordt ook vanaf 2030 een stijging van het aantal basisschoolleerlingen verwacht, zodat in 2035 meer leerlingen zijn dan in 2020 (9%).
  • Het aantal leerlingen op Drentse sbo scholen neemt tot 2025 af met 12% (daling tot 2030: 16%). In 2035 is de afname iets afgevlakt, maar is het aantal leerlingen nog steeds onder het niveau van 2020 (-9%). Landelijk is het leerlingenaantal dan alweer boven het niveau van 2020 (+5%).

Passend onderwijs

  • Vergeleken met het aanvangsjaar van Passend Onderwijs (2014) zijn de huidige aandelen leerlingen in het speciaal basisonderwijs binnen alle samenwerkingsverbanden toegenomen.
  • Het landelijke kengetal voor deelname speciaal basisonderwijs is 2,5%.
  • Alleen in het samenwerkingsverband waar Assen, Aa en Hunze, Tynaarlo en Midden-Drenthe onder vallen is het aandeel leerlingen in het speciaal basisonderwijs lager dan landelijk.
  • In het samenwerkingsverband waar Noordenveld onder valt is het aandeel in het speciaal basisonderwijs het hoogst (3,6%).
  • In alle samenwerkingsverbanden waar de Drentse gemeenten onder vallen is het aandeel leerlingen in het speciaal onderwijs lager dan landelijk (1,9%).
  • In het samenwerkingsverband waar Noordenveld onder valt is het aandeel in het speciaal onderwijs het hoogst (1,5%).

Leerkrachten in het primair onderwijs

  • Het aandeel vrouwelijke leerkrachten in het Drentse basisonderwijs is de afgelopen jaren gestegen naar 86% in 2020.
  • Het aandeel vaste aanstellingen in het Drents primair onderwijs is de afgelopen tien jaren afgenomen. Binnen alle onderwijssoorten heeft zo’n 90% een vaste aanstelling.
  • Het aandeel 55-plussers is binnen alle onderwijssoorten afgenomen. In 2020 is bijna driekwart van de leerkrachten in het basisonderwijs tussen de 25 en 55 jaar. In het speciaal basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs schommelt dit aandeel rond de 80%.
  • In 2020 zien we voor bijna alle onderwijssoorten in het primair onderwijs een daling van de gemiddelde leeftijd van leerkrachten. Die daling zien we vooral bij de mannen. De gemiddelde leeftijd van vrouwen in het onderwijs is vrijwel gelijk gebleven de afgelopen tien jaren.

Prestaties basisonderwijs

Taal en rekenen in het basisonderwijs

  • 91% van de Drentse basisscholen heeft gegevens aangeleverd voor de Drentse onderwijsmonitor.
  • Middentoetsen als gevolg van lockdowns vaak later afgenomen dan gebruikelijk. Toetsen die na de middentoetsperiode zijn afgenomen, zijn niet meegenomen in ons onderzoek.
  • Vergeleken met voor de coronacrisis lijken taal- en rekenscores in Drenthe in veel groepen gemiddeld genomen stabiel gebleven. Vooral groep 8 scoort op aantal onderdelen lager dan in 2020 (begrijpend lezen, rekenen/wiskunde en technisch lezen).
  • Prestaties begrijpend lezen groepen 4 en 6 vergelijkbaar met een jaar eerder. Groepen 8 en 7 scoren lager dan voor coronacrisis.
  • Alleen groep 4 scoort op spelling iets lager dan voor coronacrisis. Prestaties overige groepen lijken stabiel.
  • Prestaties technisch lezen groepen 4 en 6 vergelijkbaar met een jaar eerder. Groepen 8 en 7 scoren lager dan voor coronacrisis.
  • Lagere rekenprestaties in groep 8 dan voor de coronacrisis. Scores in overige groepen stabiel (6 en 7) of iets toegenomen (groep 4).
  • De scores op taal en rekenen verschillen behoorlijk wanneer de gemeentelijke gemiddelden worden vergeleken.
  • Gevolgen van schoolsluitingen voor taal en rekenprestaties meer zichtbaar op scholen met veel kwetsbare leerlingen (behalve in groep 8)
  • Taal- en rekenscores groep 8 ook op scholen met weinig kwetsbare leerlingen afgenomen.

Jongens en meisjes en taal en rekenen

  • Jongens scoren in gemiddeld over alle groepen hoger op rekenen dan meisjes.
  • Meisjes scoren gemiddeld over alle groepen hoger op begrijpend lezen dan jongens.
  • Bij technisch lezen zijn er over het algemeen geen significante verschillen te zien tussen jongens en meisjes.
  • Bij spelling zien we als we alle groepen samen nemen betere prestaties bij de meisjes dan bij de jongens.

Referentieniveaus in groep 8

  • 98% van de Drentse leerlingen behaalt minimaal het vereiste niveau voor leesvaardigheid. Drenthe doet hierin niet onder voor de rest van Nederland.
  • Het aandeel Drentse leerlingen dat minimaal het vereiste niveau op taalvaardigheid bereikt is 97% en daarmee gelijk aan het landelijke aandeel.
  • 93% van de Drentse leerlingen behaalt minimaal het vereiste niveau voor rekenen. Dit is gelijk aan het landelijke percentage.
  • Sinds schooljaar 2015-2016 neemt het aandeel leerlingen dat bij leesvaardigheid en taal boven het vereiste 1F-niveau uitkomt toe.

 

Oordeel Inspectie van het Onderwijs

  • Op peildatum 1 september 2021 zijn er 3 zwakke scholen in Drenthe, in 2020 waren dat er 5.
  • De zwakke scholen liggen in Borger-Odoorn (cbs Rehoboth), Emmen (Kristalla) en Hoogeveen (pcbs De Krullevaar).
  • Er zijn op peildatum 1 september 2021 geen zeer zwakke scholen in Drenthe, in 2020 waren dat er 2.
  • De verschillen met het landelijk beeld zijn klein (minder dan een half procentpunt). In Drenthe heeft 1,1% van de scholen het predicaat ‘zwak’. Landelijk gaat het om 0,8% van de scholen. Landelijk heeft 0,2% van de scholen het oordeel ‘zeer zwak’.

Overgang naar voortgezet onderwijs

De eindtoetsen in het basisonderwijs

  • In 2021 heeft 38% van de Drentse leerlingen de IEP toets gemaakt, 33% de CET toets en 27% de Route 8 toets.
  • Er zijn regionale verschillen wanneer het gaat om toets keuze: in Noord en Midden Drenthe wordt de IEP toets het vaakst afgenomen, in Zuidoost Drenthe is dat de CET toets en in Zuidwest Drenth de ROUTE8 toets.
  • Vergeleken met 2018-2019 zijn er weinig verschillen als het gaat om de eindtoetsen die zijn gebruikt. Evenveel IEP toetsen, iets minder CET en iets meer ROUTE8 afnames.
  • In Drenthe worden de IEP toets en ROUTE8 toets vaker afgenomen dan landelijk. De meest gebruikte toets in Drenthe is de IEP toets, landelijk gezien is dat de CET toets (al zien we hier een kleine afname in het voordeel van de IEP toets).

Resultaten op de eindtoets

  • In 2021 is de Drentse gemiddelde score op de CET toets lager dan het landelijk gemiddelde (resp. 528,8 en 533,5). De Drentse score komt overeen met een vmbo kb-/gt- advies.
  • In 2021 is de Drentse gemiddelde score op de IEP toets lager dan het landelijk gemiddelde (resp. 77,8 en 79,5). De Drentse score komt overeen met een vmbo gt-/havoadvies.
  • In 2021 is de Drentse gemiddelde score op de ROUTE8 toets lager dan het landelijk gemiddelde (resp. 194,2 en 199,5). De Drentse score komt overeen met een vmbo kb-/gt-advies.

Heroverweging en bijstelling van de schooladviezen

  • In Drenthe heeft de eindtoets van het jaar 2021 in 41% van de gevallen aanleiding gegeven tot een verplichte heroverweging van het schooladvies (landelijk 37%). Onderadvisering komt daarmee nog steeds vaker voor in Drenthe dan Nederland. In 2019 waren de aandelen respectievelijk 48% en 41%. Daarmee lijkt gehoor gegeven aan de oproep om kansrijk te adviseren.
  • Een vijfde deel van de schooladviezen die verplicht moeten worden heroverwogen is in 2021 daadwerkelijk bijgesteld. Dat is evenveel als in 2019. Landelijk is dit aandeel iets toegenomen (van 25% naar 27%).
  • Van het totaal aantal schooladviezen is in Drenthe 8% herzien, landelijk is dit 10%.
  • Onderadvisering, waarbij het schooladvies lager uitvalt dan het toetsadvies en moet heroverwogen, komt in Meppel, Tynaarlo en Coevorden het minst vaak voor. Scholen in Noordenveld moesten adviezen het vaakst heroverwegen.
  • Scholen in Westerveld hebben het vaakst de adviezen bijgesteld omdat het eindtoetsadvies hoger uitviel dan het oorspronkelijke schooladvies. In Midden-Drenthe gebeurde dat het minst vaak.

De schooladviezen

  • Op Drentse basisscholen is het percentage vwo adviezen en havo-vwo adviezen lager dan landelijk (resp. 16% tegen 20% vwo adviezen en 9% tegen 12% havo-vwo adviezen).
  • Het aandeel vmbo adviezen is in Drenthe hoger dan landelijk (respectievelijk 45% en 40%).
  • In 2021 kreeg 52% van de sbo-leerlingen in Drenthe een pro-advies, 35% een vmbo advies en 12% een vso-advies.
  • Evenals voorgaande jaren adviseert het speciaal basisonderwijs in Drenthe in 2020-2021 vaker praktijkonderwijs en vso (64% in totaal) dan landelijk (52%).
  • Schooladviezen, na dip in jaar zonder eindoets, weer op niveau van 2018-2019 (vóór corona).
  • 23% verwijzingen naar de beroepsgerichte leerwegen in het vmbo in Drenthe en 19% in Nederland. Deze aandelen zijn vergelijkbaar met 2018-2019 en eerder (voor de coronacrisis). In 2019-2020 waren er meer vmbo adviezen (respectievelijk 26% en 22%).
  • Vergeleken met 2019-2020 (het jaar zonder eindtoets) weer meer havo plus adviezen in 2020-2021 (met eindtoets), zowel in Drenthe (44%) als landelijk (49%). De aandelen zijn daarmee weer op het niveau van voor de coronacrisis in 2018-2019.
  • Scholen in Tynaarlo adviseren veruit het vaakst vwo onderwijs (29%).
  • Hoogeveen, Coevorden en Westerveld deelden in 2021 de meeste vmbo adviezen uit (alle drie 50%).
  • Het aandeel dubbeladviezen is in Drenthe lager dan landelijk (resp. 28% en 31%). Sinds 2014-2015 neemt dit aandeel zowel in Drenthe als landelijk toe.
  • Het aandeel dubbeladviezen is al jaren het hoogst in Coevorden (47%) en het laagst in Borger-Odoorn (19%). Ook Assen en Noordenveld gaven relatief weinig dubbeladviezen (beide 21%).

Gelijke kansen in het onderwijs

  • Bij leerlingen die de CET hebben gedaan is de kans dat het advies van de toets hoger uitvalt dan het oorspronkelijke schooladvies groter dan bij de andere toetsen.
  • Een paar jaar geleden was de keuze voor het type eindtoets van grotere invloed op het verschil tussen schooladvies en toetsadvies dan nu.
  • Een hoger eindtoetsadvies dan het schooladvies komt in alle drie de woonregio’s even vaak voor.
  • Het opleidingsniveau van ouders heeft geen invloed op de mate waarin het advies van de eindtoets hoger is dan dat van het oorspronkelijke schooladvies.
  • Herziene schooladviezen komen vaker voor bij leerlingen die de Route-8-toets hebben gedaan.
  • Het percentage herziene adviezen verschilt niet bij leerlingen uit verschillende woongebieden en leerlingen van hoger- of lageropgeleide ouders.

Voortgezet Onderwijs

De scholen voor voortgezet onderwijs

 

Leerlingen in het voortgezet onderwijs

  • Ruim 26.000 vo-leerlingen van start in 2021. Dat aantal is bijna 2% lager dan bij aanvang van het vorige schooljaar (landelijk 0,3% afname).
  • In schooljaar 2020-2021 volgt 24% van de Drentse jongeren in het voortgezet onderwijs een vmbo-opleiding (landelijk 20%).
  • De Drentse deelname aan vwo onderwijs is in verhouding lager dan landelijk.
  • Vier procent van de Drentse vo-leerlingen zit op het praktijkonderwijs (landelijk 3%).
  • Leerlingen uit Hoogeveen en Emmen volgen vaker een vmbo-opleiding en leerlingen uit Tynaarlo, Noordenveld, Aa en Hunze en Westerveld zitten vaker op havo of vwo.

 

Prognoses leerlingenaantallen voortgezet onderwijs

  • De prognose is dat de komende jaren het aantal leerlingen op Drentse scholen veel sterker afneemt dan landelijk (in 2030: respectievelijk -14% en -5%).
  • Drenthe, Overijssel en Friesland hebben in 2030 van alle provincies de grootste afname van het aantal vo-leerlingen.
  • In 2035 heeft die daling op Drentse vo-scholen verder doorgezet. Het leerlingaantal neemt, ten opzichte van het aantal in 2020, af met 17%.
  • In 2035 zijn van het huidige aantal van krap 20.000 leerlingen op de Drentse vo scholen naar verwachting nog ongeveer 16.000 over.
  • De sterkste afname van het aantal leerlingen zien we in het Drentse vmbo (in 2035 met 20%).

Onderwijsniveau leerjaar 3 vergeleken met het schooladvies

  • Versoepelde overgangsnormen aan het eind van schooljaar 2019/20: evenveel leerlingen starten in 2020 het 3e leerjaar op adviesniveau basisschool als het jaar daarvoor (pré corona). Op- en afstroom ook vrijwel gelijk gebleven.
  • 55% van de leerlingen volgt in leerjaar 3 het onderwijsniveau dat door de basisschool geadviseerd was (landelijk: 54%).
  • In Drenthe is de afstroom ten opzichte van het schooladvies iets hoger dan landelijk (resp. 13% en 10%).
  • De opstroom ten opzichte van het schooladvies komt in Drenthe bijna even vaak voor als landelijk (12% en 13%).
  • De laatste jaren zagen we het percentage opstromers stijgen en het percentage afstromers dalen. Die trend zette in 2019-2020 niet door. Door corona is het lastig de cijfers van 2020/2021 te duiden.
  • Vergeleken met Nederland belanden leerlingen met een dubbeladvies in Drenthe iets minder vaak op het hogere niveau van het dubbeladvies.
  • Leerlingen in Drenthe met een dubbeladvies op vmbo-niveau (b/k en k/gt) komen vaker op het hogere dan op het lagere niveau terecht. Leerlingen met het advies vmbo gt/havo of havo/vwo belanden vaker op het lagere niveau van het dubbeladvies.
  • Landelijk gezien stromen leerlingen met een enkel advies vaker op dan af. In Drenthe valt de balans vaker door naar de andere kant (meer af- dan opstroom).
  • Vergeleken met schooljaar 2019/2020 (pré corona) zijn iets minder leerlingen met een enkel advies afgestroomd. Ook de opstroom is over het algemeen iets lager.
  • Ongeveer 1 op de 5 leerlingen met een havoadvies volgt in leerjaar 3 op een lager niveau onderwijs. Voor leerlingen met een vmbo gt of vwo-advies gaat het om ongeveer 1 op de 7 leerlingen. En van  leerlingen met een vmbo k-advies stroomt ongeveer 1 op de 10 af.

Zittenblijven en op- en afstroom

  • Het Drentse percentage zittenblijvers aan het begin van schooljaar 2020-2021 is 3,4%, landelijk is dit 3,3%.
  • Het aandeel zittenblijvers ligt vanwege corona in 2020 een stuk lager dan in voorgaande jaren.
  • In de bovenbouw van het Drentse vmbo is het percentage zittenblijvers (2,5%) iets lager dan landelijk (2,9%).
  • Het percentage zittenblijvers in de bovenbouw van het Drentse vmbo ligt al jaren iets onder de landelijke percentages.
  • Zittenblijven komt het meest voor in de bovenbouw van het havo. Het Drentse percentage is al jaren hoger dan landelijk (respectievelijk 7,3% en 5,9%).
  • In de bovenbouw van het vwo was het percentage zittenblijvers op Drentse scholen eveneens al een aantal jaren hoger dan landelijk, in 2020 was dit voor het eerst niet het geval (respectievelijk 4,1% en 4,2%).
  • Drentse scholieren stromen iets vaker af dan landelijk (respectievelijk 3,4% en 2,5%) en iets minder vaak op dan landelijk (3,3% versus 4,4%).
  • De afstroom is het grootst in leerjaar 2.

Doorstroom na leerjaar 3

  • Bijna 2% van de vmbo-b leerlingen in Drenthe stroomt na leerjaar 3 op naar vmbo-k.
  • 96% van de vmbo-gt leerlingen blijft na leerjaar 3 op hetzelfde niveau (vmbo-k en vmbo-b leerlingen wisselen vaker).
  • Bijna 6% van de Drentse havo 4-leerlingen gaat naar het mbo.
  • 10% van de Drentse leerlingen gaat na vwo 3 verder op de havo.

Examens en slaagresultaten

  • De slaagpercentages in 2020-2021 zijn lager dan vorig jaar, maar nog steeds hoger dan de jaren daarvoor. Zowel in Drenthe (96%) als in heel Nederland (95%).
  • Voor bijna alle onderwijstypen zien we dat de slagingspercentages ongeveer 3 procentpunten hoger uitvallen dan 2018-2019 en daarvoor. Uitgezonderd vmbo bl dat altijd al hoge slagingspercentages had.
  • Al jaren zijn de slagingspercentages voor havo het laagst en voor vmbo bl het hoogst. Zowel in Drenthe als landelijk.
  • Voor vmbo bl, vmbo gt en havo zijn de slagingspercentages van Drentse scholen een fractie hoger dan de nationale gemiddeldes. Alleen voor vmbo kl en vwo zijn de Drentse slagingspercentages iets lager dan de landelijke.
  • De eindcijfers voor het schoolexamen zijn vergelijkbaar met de jaren voorafgaand aan de coronacrisis. De cijfers verschillen nauwelijks tussen Drentse scholen en die in heel Nederland.

Examenniveau vergeleken met schooladvies

  • 48% van de Drentse leerlingen doet op hetzelfde niveau eindexamen als geadviseerd werd op de basisschool.
  • Een kwart van de leerlingen doet examen op minimaal 1 niveau lager en 8% op minimaal 1 niveau hoger.
  • Jongens doen vaker op een lager niveau eindexamen vergeleken met het niveau van hun schooladvies dan meisjes.

Uitstroom voortgezet (speciaal) onderwijs

Uitstroom vmbo, havo en vwo

  • 94% van de gediplomeerde Drentse vmbo-ers gaat na het behalen van hun diploma naar het middelbaar beroepsonderwijs.
  • Ongeveer 1% van de gediplomeerde vmbo-ers en 7% van de ongediplomeerde vmbo-ers uit Drenthe komt buiten het (bekostigde) onderwijs terecht.
  • 9% van de gediplomeerde vmbo gt-ers gaat een havo opleiding doen (landelijk 13%).
  • Acht op de tien Drentse havisten met een diploma gaat verder studeren in het hbo.
  • Iets meer dan 10% van de havisten die het diploma niet hebben behaald, gaat verder in het mbo.
  • Bijna driekwart van de vwo-ers met een diploma gaat verder studeren in het wo.

Uitstroom praktijkonderwijs

  • Jaarlijks verlaat ongeveer 23% van de leerlingen het praktijkonderwijs. Iets meer dan de helft van hen gaat verder in het onderwijs, iets minder dan de helft van hen komt buiten het onderwijs terecht.
  • Jongeren uit Drenthe die van het praktijkonderwijs komen gaan even vaak verder in het bekostigde onderwijs als landelijk.
  • Drentse schoolverlaters praktijkonderwijs die niet verder gaan met de opleiding krijgen vaker een uitkering dan landelijk.

 

Uitstroom speciaal onderwijs

  • Landelijk volgt 49% van de vso leerlingen de opleiding met het uitstroomprofiel ‘vervolgonderwijs’. Binnen de samenwerkingsverbanden die in Drenthe actief zijn is dit aandeel (iets) lager. Variërend van 33% in SWV VO 2203 tot 48% in SWV VO 2201.
  • Landelijk heeft een kwart van de vso leerlingen het uitstroomprofiel arbeid. Binnen de samenwerkingsverbanden waar Drentse leerlingen onder vallen is dit aandeel fors hoger. Variërend van 32% in SWV VO2002 tot 39% in SWV VO2203.
  • Een kwart van de leerlingen stroomt landelijk uit met profiel dagbesteding. In SWV VO2201 is dit aandeel veel lager (14%) en in SWV VO2002 hoger (31%).

Middelbaar beroepsonderwijs en hoger onderwijs

Leerlingen op het mbo

  • Ruim 17.800 in Drenthe wonende jongeren doen een mbo-studie (bij aanvang schooljaar 2020-2021).
  • Vrijwel vergelijkbaar met vorig jaar volgt 39% van de Drentse mbo’ers een opleiding in de sector Zorg en welzijn. Het is hiermee de meest gekozen sector. Techniek staat met 31% op de tweede plek (voorgaande jaren was dat nog economie).
  • We zien vooral een toename in het aantal Drentse studenten dat Techniek of Zorg en welzijn doet. Het aantal studenten in de sectoren Economie en Groen is afgenomen.
  • 98% van de Drentse mbo’ers doet een opleiding op minimaal niveau 2.
  • Meer dan de helft van de mbo’ers (57%) doet een opleiding op niveau 4. Over de jaren heen is dit aandeel toegenomen.
  • 26% van de Drentse mbo’ers doet een BBL (beroepsbegeleidende) opleiding. Ook hier zien we een geleidelijke toename over de afgelopen jaren. In Drenthe en Nederland zijn de keuzes voor niveau en leerweg vergelijkbaar.
  • Meisjes zitten vaker dan jongens op het niveau 4 van het mbo (resp. 62% en 52%).

Leerlingen op het hbo en wo

  • In 2020 startten meer dan 11.500 in Drenthe woonachtige jongeren in het hoger beroepsonderwijs en meer dan 2.500 in het wetenschappelijk onderwijs.
  • Het aantal hbo- en wo-studenten is sinds 2015 sterk toegenomen (hbo met 37% en wo met 44%).
  • Economie is al jaren veruit de meest favoriete hbo-studierichting (34%).
  • Een vijfde deel van de jongeren kiest in het hbo voor een techniekopleiding. Na een eerdere stijging is dit aandeel sinds 2015-2016 vrijwel gelijk gebleven.
  • De grootste toename (in aantallen) zien we in het hbo bij economie, er zijn ruim 1.100 meer economiestudenten dan 5 jaar geleden. Ook het aantal studenten onderwijs, techniek en gezondheid nam met aantallen van rond de 600 studenten toe.
  • In het wetenschappelijk onderwijs zijn de sectoren gedrag en maatschappij en natuur praktisch even populair en de meest gekozen studierichtingen (beide 17%). Op de voet gevolgd door economie, recht en taal en cultuur (alle drie 16%).
  • In het wo is in vergelijking met 5 jaar geleden het aantal studenten in de sectoren natuur en gedrag en maatschappij het meest toegenomen. Beide studierichtingen tellen in 2020/2021 zo’n 230 studenten. Dat zijn ruim 200 studenten meer dan in 2015/2016.

Verzuim en schooluitval

Voortijdig schoolverlaters

  • Het Drentse percentage voortijdig schoolverlaters (2020-2021) is 1,9%. Dat is hoger dan het voorgaande schooljaar en even hoog als het landelijke percentage.
  • Het aantal Drentse vsv’ers in 2020-2021 is ruim 780 (vorig jaar ruim 670).
  • Zowel in Drenthe als landelijk is het aantal vsv’ers in 2020-2021 toegenomen vergeleken met het jaar daarvoor (zowel absoluut als relatief). Sinds 2015-2016 nam het aandeel toe, maar in 2019-2020 zagen we een afname.
  • In Zuidoost Drenthe zijn relatief de meeste voortijdig schoolverlaters (2,2%) en in Noord- en Midden Drenthe de minste (1,7%).
  • In het voortgezet onderwijs blijven alleen in de bovenbouw van het vmbo alle drie de Drentse regio’s onder het gestelde maximale aandeel voortijdig schoolverlaten.
  • Vergeleken met het voortgezet onderwijs telt het mbo veel meer voortijdig schoolverlaters. 85% van de vsv-ers in Drenthe komt uit het mbo (landelijk 82%).
  • In het mbo worden de streefniveaus ongeveer even vaak gehaald of benaderd als in het voorgaand jaar. Voorgaande jaren was dat minder vaak het geval.

Verzuim en thuiszitters

  • Het aandeel (leerplichtige) jongeren dat niet op school is ingeschreven (absoluut verzuim) ligt naar verwachting in Drenthe beneden het landelijk gemiddelde.
  • Er wordt in Drenthe minder vaak gespijbeld dan landelijk.
  • In Drenthe zijn er vergeleken met landelijke cijfers meer jongeren die op basis van lichamelijke of psychische gronden een vrijstelling voor de leerplicht hebben.

Medewerker

Imke Oosting

Onderzoeker

Betrokken medewerkers

Imke Oosting

Imke Oosting

Onderzoeker

  • Mail
  • LinkedIn
Jessy Snip

Jessy Snip

Onderzoeker

  • Mail
  • LinkedIn

Meer weten?

Neem contact op met één van de betrokken medewerkers

Gerelateerd nieuws

Overig nieuws

Veerkracht, maar ook toegenomen kansenongelijkheid

Onderwijs

Niet alle kinderen krijgen van huis uit de vleugels mee om de wereld in te vliegen

Overig nieuws

Helft Drentse basisscholen barst binnen 10 jaar uit de voegen

Grofweg de helft van de Drentse basisscholen die sinds 2012 zijn gebouwd of verbouwd, is nu alweer uit zijn jasje gegroeid. Dat blijkt uit onderzoek van RTV Drenthe en Trendbureau Drenthe. Van de 45 nieuwbouwscholen die RTV Drenthe sprak, kampen er 22 met ruimtegebrek, doordat er op dit moment meer kinderen op school zitten dan voorzien. Bij de

Brede Welvaart

Racisme opnieuw meest gemelde discriminatie in Noord-Nederland

Racisme is opnieuw de meest gemelde vorm van discriminatie in Noord-Nederland. Dat blijkt uit de Monitor Discriminatie 2021 Noord-Nederland. Opvallend genoeg nam het aantal meldingen op grond van racisme alleen in de provincie Drenthe af. In deze provincie nam het aantal meldingen op grond van handicap, of chronische ziekte toe. De Monitor Discrimi

Brede Welvaart

Trendbureau Drenthe brengt maatschappelijke waarde inwonersinitiatieven in beeld

Ben je benieuwd wat je bewonersinitiatief of vrijwilligersorganisatie toevoegt aan onze maatschappij? En denk je hulp nodig te hebben bij het zichtbaar maken van de maatschappelijke waarde van jouw bewonersinitiatief of vrijwilligersorganisatie? Doe mee aan de pilot maatschappelijke waarde van Trendbureau Drenthe! Steeds meer bewonersinitiatieve

Publicaties

Laaggeletterdheid

Donatie van Rotary Club Hoogeveen-De Wolden voor Taalpunt in De Wolden

Laaggeletterdheid

Gezondheidskloof dreigt door groei digitale zorg

Laaggeletterdheid

Leuke Open Dag Taalhuis bibliotheek