De feiten op een rijtje

Op deze pagina vind je de belangrijkste bevindingen en conclusies uit de Drentse Onderwijsmonitor,  per onderwerp samengevat. Vouw de tekst uit door op het plusje (+) voor de titel te klikken.

Primair Onderwijs


Drentse scholen primair onderwijs
  • Er zijn aan begin van schooljaar 2017-2018 262 basisscholen in Drenthe. Dit zijn vier minder dan in het jaar daarvoor.
  • Drenthe heeft relatief meer kleine scholen dan landelijk, respectievelijk 13% en 4% scholen met minder dan 50 leerlingen.
  • Drieëndertig Drentse scholen hebben minder dan 50 leerlingen, vijf scholen hebben 30 of minder leerlingen.
  • In Drenthe zijn er gemiddeld 154 leerlingen per school. Het landelijk gemiddelde is 221.
  • In de anticipeergemeenten in Oost-Drenthe (gemeenten met verwachte bevolkingskrimp) is het gemiddeld aantal leerlingen beneden het provinciale gemiddelde.
Leerlingen op de basisscholen
  • Er zijn aan begin van schooljaar 2017-2018 40.384 basisschoolleerlingen in Drenthe.
  • Het aantal basisschoolleerlingen is aan het begin van schooljaar 2017-2018 met 2% afgenomen ten opzichten van een jaar eerder.
  • Westerveld en Midden-Drenthe hebben in 2017-2018 te maken met de grootste afname van het aantal basisschoolleerlingen.
  • In De Wolden en Tynaarlo is in schooljaar 2017-2018 een kleine toename van het aantal basisschoolleerlingen.
  • Er zijn (evenals landelijk) relatief minder gewichtenleerlingen in Drenthe dan vorig jaar.
  • Het Drentse aandeel gewichtenleerlingen is lager dan landelijk (Drenthe 7,5%, Nederland 8,8%).
  • In Hoogeveen, Coevorden en Emmen zijn relatief de meeste gewichtenleerlingen. Het aandeel gewichtenleerlingen is in deze gemeenten hoger dan het landelijk.
Scholen en leerlingen in het speciaal onderwijs
  • Het aantal leerlingen op de scholen voor speciaal basisonderwijs is met 3% toegenomen.
  • Het aantal leerlingen op Drentse instellingen voor speciaal onderwijs (so) is iets afgenomen. Op de afdelingen voor voortgezet speciaal onderwijs zien we een toename van 13%.
  • In Drenthe volgt 94,1% van de leerlingen in het primair onderwijs regulier basisonderwijs. Landelijk is dit percentage 93,1%.
  • Tynaarlo en Westerveld hebben de hoogste percentages reguliere basisschoolleerlingen.
  • Assen, Noordenveld en Borger-Odoorn hebben de hoogste percentages leerlingen in het speciaal basisonderwijs (resp. 3,2%, 3,1% en 3,1%, landelijk 2,3%)
  • Assen, Emmen en Borger-Odoorn hebben de hoogste percentages leerlingen in het speciaal onderwijs (resp. 1,5%, 1,5% en 1,6%, landelijk 2,0%).
  • Emmen en Assen hebben de hoogste percentages leerlingen in het voortgezet speciaal basisonderwijs.
  • Het aandeel leerlingen in het speciaal en voortgezet speciaal onderwijs is in Drenthe lager dan landelijk, respectievelijk  so: 1,2% en 2,0%, vso: 2,2% en 2,5%.
Prognoses leerlingaantallen (speciaal) basisonderwijs
    • Het aantal basisschoolleerlingen is in 2025 naar verwachting afgenomen met 12%.
    • De afnemende trend is in 2030 en 2035 gekeerd, maar het leerlingaantal is dan nog niet terug op het huidige niveau.
    • Landelijk wordt voor 2035 al een stijging van het aantal basisschoolleerlingen verwacht.
    • Het aantal leerlingen op Drentse sbo-scholen neemt de komende jaren eerst af, in tegenstelling tot landelijke ontwikkelingen. De afnemende trend keert over een jaar of 10.
Passend onderwijs
  • Het landelijke kengetal voor deelname speciaal basisonderwijs is 2,3%.
  • Alleen in het samenwerkingsverband waar Assen, Aa en Hunze, Tynaarlo en Midden-Drenthe onder vallen is het aandeel leerlingen in het speciaal basisonderwijs lager dan landelijk.
  • In alle samenwerkingsverbanden waar de Drentse gemeenten onder vallen is het aandeel leerlingen in het speciaal onderwijs lager dan landelijk.
  • De percentages in speciaal (basis) onderwijs verschillen niet heel veel over de jaren.
Leerkrachten in het primair onderwijs
  • Al een aantal jaren is het aandeel vrouwelijke leerkrachten in het Drentse basisonderwijs rond de 85%. Landelijk is het beeld vergelijkbaar.
  • Het aandeel leerkrachten met een vaste aanstelling in het Drentse basisonderwijs is in 2017 enkele procentpunten lager dan in 2013 (resp. 93% en 97%).
  • Driekwart van de leerkrachten in het basisonderwijs is tussen de 25 en 55 jaar.
  • In Drenthe is de gemiddelde leeftijd van vrouwelijke leerkrachten in het basisonderwijs iets hoger dan landelijk. De mannelijke Drentse leerkrachten zijn daarentegen iets jonger dan het landelijk gemiddelde.

Prestaties basisonderwijs


Taal en rekenen in het basisonderwijs
  • 93% van de Drentse basisscholen heeft meegedaan aan de gegevenslevering voor de Drentse onderwijsmonitor.
  • Technisch lezen: in alle groepen ruim boven de landelijke norm, groep 8 spant de kroon. Wel zijn de scores lager dan vorig jaar.
  • Drentse groep 6 leerlingen met begrijpend lezen wat minder vaak op het hoogste niveau dan landelijk.
  • Drentse groep 6 leerlingen met spelling vaker in de gevarenzone dan landelijk.
  • Rekenen en wiskunde bij Drentse leerlingen ruim boven het landelijke niveau.
Jongens en meisjes en taal en rekenen
  • Jongens scoren hoger op rekenen dan meisjes (in alle groepen).
  • Meisjes scoren hoger op begrijpend lezen (in alle groepen).
  • Bij technisch lezen is het verschil in score tussen jongens en meisjes in groepen 4 en 6 niet significant, in groepen 7 en 8 wel.
  • In groep 8 verschillen jongens en meisjes niet op hun score op spelling, in de lagere groepen wel.
Referentieniveaus in groep 8
  • 97% van de Drentse leerlingen behaalt minimaal het vereiste niveau voor leesvaardigheid. Drenthe doet hierin niet onder voor de rest van Nederland.
  • Aandeel Drentse leerlingen dat minimaal het vereiste niveau op taalvaardigheid bereikt (96%) gelijk aan vorig jaar en gelijk aan het landelijke beeld.
  • 93% van de Drentse leerlingen behaalt minimaal het vereiste niveau voor rekenen. Dit is gelijk aan het landelijke percentage.
  • In 2018 hebben meer Drentse leerlingen op leesvaardigheid, taalvaardigheid en op rekenvaardigheid een niveau behaald dat hoger is dan het vereiste fundamentele niveau dan eerdere jaren.
Toezicht Inspectie van het Onderwijs
  • Kwaliteit 91% van de Drentse scholen beoordeeld als ‘voldoende’
  • In 2018 zijn er geen zeer zwakke scholen in Drenthe.
  • Er zijn zes zwakke scholen in Drenthe. Vorig jaar waren dat acht.

Overgang naar voortgezet onderwijs


Schooladviezen voorafgaand aan de eindtoets
  • 46% van de Drentse basisschoolleerlingen kreeg in 2017-2018 een vmbo- (bl t/m gt)-advies, voorafgaand aan de eindtoets.
  • Het aandeel vmbo-adviezen neemt de laatste jaren iets af.
  • Ongeveer een vijfde deel kreeg een havo-advies en iets minder dan een vijfde deel een vwo-advies.
  • Scholen in Noord- en Midden-Drenthe geven het vaakst een vwo-advies.
  • Het aandeel dubbel adviezen neemt (weer) toe.
  • Steeds minder vaak adviezen voor de praktijkgerichte vmbo-opleidingen.
De eindtoetsen in het basisonderwijs
  • In 2018 heeft 40% van de leerlingen de CET gemaakt, 36% de IEP-toets en 23% de Route-8-toets.
  • Er zijn regionale verschillen wanneer het gaat om toets keuze: de IEP wordt in de noordelijke gemeenten het vaakst afgenomen.
  • In 2018 is de gemiddelde Drentse score op de CET fractie hoger dan landelijk.
  • De IEP-toets wordt steeds vaker gebruikt in Drenthe (in 2016 nog 22%, in 2018 36%).
  • De Drentse toets keuze verschilt van de landelijke: vaker IEP en Route 8, minder vaak CET.
Toetsadviezen vergeleken met oorspronkelijke adviezen
  • Bij de schooladviezen is er in 45% van de gevallen een havo- en/of vwo-advies, bij de toetsadviezen in 50% van de gevallen.
  • Vergeleken met de uitslagen van de eindtoets geven de scholen minder vaak dubbel adviezen.
  • In ongeveer 38% van de gevallen is het toetsadvies hoger dan het schooladvies.
  • De gemeenten verschillen onderling sterk wat betreft de mate van ‘onder advisering’ en de daarmee gepaarde noodzaak tot heroverweging van het advies door  hun scholen.
  • Evenals vorig jaar komt het op de scholen in Tynaarlo en Aa en Hunze het minst vaak voor dat het toetsadvies hoger uitvalt dan het schooladvies.
Heroverweging en bijstelling van de schooladviezen
  • In Drenthe heeft de eindtoets van het jaar 2018 in 38% van de gevallen aanleiding gegeven tot een verplichte heroverweging van het schooladvies (landelijk 34%).
  • Een vijfde deel van de schooladviezen die verplicht moeten worden heroverwogen is daadwerkelijk herzien (landelijk gebeurde dit in bijna een kwart van de gevallen).
  • Vorig schooljaar was het aandeel herziene adviezen in Drenthe iets hoger.
  • Van het totaal aantal schooladviezen is ongeveer 8% herzien (in Drenthe en landelijk).
  • Scholen in Assen, Hoogeveen, De Wolden, Midden-Drenthe en Emmen herzien de verplicht her te overwegen schooladviezen het minst vaak.
Definitieve schooladviezen
  • In Drenthe is het percentage adviezen havo, havo-vwo en vwo in totaal 47%. Landelijk is dat 50%.
  • Het aandeel vmbo-adviezen is in Drenthe hoger dan landelijk (respectievelijk 45% en 40%).
  • Het speciaal basisonderwijs adviseert in 2017-2018 iets minder vaak praktijkonderwijs en iets vaker vmbo dan vorig jaar.
  • Scholen in Noord- en Midden-Drenthe adviseren vaker vwo-onderwijs dan in de overige regio’s.
  • Scholen in Noord- en Midden-Drenthe geven minder vaak dubbel adviezen dan in de overige regio’s.
Gelijke kansen in het onderwijs
  • Bij leerlingen die de CET hebben gedaan is de kans dat het advies van de toets hoger uitvalt dan het oorspronkelijke schooladvies groter dan bij de andere toetsen.
  • Een paar jaar geleden was de keuze voor het type eindtoets van grotere invloed op het verschil tussen schooladvies en toetsadvies dan nu.
  • Een hoger eindtoetsadvies dan het schooladvies komt in alle drie de woonregio’s even vaak voor.
  • Het opleidingsniveau van ouders heeft geen invloed op de mate waarin het advies van de eindtoets hoger is dan dat van het oorspronkelijke schooladvies.
  • Herziene schooladviezen komen vaker voor bij leerlingen die de Route-8-toets hebben gedaan.
  • Het percentage herziene adviezen verschilt niet bij leerlingen uit verschillende woongebieden en leerlingen van hoger of lager opgeleide ouders.

Voortgezet Onderwijs


De scholen voor voortgezet onderwijs
  • Scholen op de kaart
Leerlingen in het voortgezet onderwijs
  • Het aantal voortgezet onderwijsleerlingen is 2% lager dan bij aanvang van het vorige schooljaar (landelijk 1% afname).
  • In schooljaar 2017-2018 volgt 25% van de Drentse jongeren in het voortgezet onderwijs een vmbo-opleiding (landelijk 22%).
  • De Drentse deelname aan vwo-onderwijs is lager dan landelijk.
  • Vier procent van de Drentse vo-leerlingen zit op het praktijkonderwijs (landelijk 3%).
  • Er zijn grote verschillen tussen de gemeenten wat betreft de diverse onderwijsniveaus in het voortgezet onderwijs.
Prognoses leerlingenaantallen voortgezet onderwijs
  • De prognose is dat de komende jaren het aantal Drentse vo-leerlingen veel sterker afneemt dan landelijk (in 2030: respectievelijk -22% en -11%).
  • Drenthe is in 2030 de provincie met de grootste daling van vo-leerlingen.
  • Na 2030 wordt de daling van het aantal leerlingen weer wat minder.
  • In 2035 zijn van het huidige aantal van 30.000 Drentse vo-leerlingen naar verwachting nog ongeveer 18.000 over.
  • In 2025 is naar verwachting het aantal leerlingen in het praktijkonderwijs met ruim een tiende deel afgenomen (landelijk bijna 6% afname).
  • De sterkste afname van het aantal leerlingen zien we in het Drentse vmbo (in 2030 met 27%).
  • Het aantal leerlingen op havo en vwo neemt vooral na 2025 sterk af.
Onderwijsniveau leerjaar 3 vergeleken met het schooladvies
  • 59% van de leerlingen volgt in leerjaar 3 precies het onderwijsniveau dat door de basisschool geadviseerd was (zowel in Drenthe als landelijk).
  • In Drenthe is er vaker sprake van afstroom ten opzichte van het schooladvies dan landelijk (resp. 15% en 11%).
  • In Drenthe is er minder vaak sprake van opstroom ten opzichte van het schooladvies dan landelijk (12% en 16%).
  • Ongeveer 7% is op het hoogste niveau van een dubbeladvies terecht gekomen (zowel in Drenthe als landelijk).
  • Eveneens ongeveer 7% is op het laagste niveau van een dubbeladvies terecht gekomen (zowel in Drenthe als landelijk).
  • Bij Drentse leerlingen met een dubbel advies havo-vwo volgt 48% in leerjaar 3 vwo-onderwijs (vergelijkbaar met landelijk).
  • Drentse leerlingen met dubbel advies vmbo-gt – havo volgen in de meest gevallen vmbo-onderwijs in leerjaar 3.
Zittenblijven en op- en afstroom
  • Het Drentse percentage zittenblijvers aan begin van schooljaar 2017-2018 is 5,8%, landelijk is dit 6,0%.
  • Het zittenblijven neemt niet af en blijft al een aantal jaren (in Drenthe en landelijk) ruim boven de 5%.
  • In de bovenbouw van het Drentse vmbo is het percentage al een aantal jaren redelijk constant (nu 4,7%) en lager dan landelijk.
  • Het zittenblijven komt het meest voor in de bovenbouw van het havo. Het Drentse percentage is hoger dan landelijk (respectievelijk 12,2% en 10,8%).
  • In de bovenbouw van het vwo is het percentage zittenblijvers eveneens hoger dan landelijk (respectievelijk 8,0% en 7,2%).
  • Drentse scholieren stromen iets vaker af dan landelijk (respectievelijk 3,3% en 2,8%).
  • Er is meer opstroom dan afstroom.
  • De afstroom is vooral in leerjaar 2 en vooral in de brugklas havo/vwo.
  • De Drentse vwo leerlingen stromen vaker af dan landelijk.
Doorstroom na leerjaar 3
  • 6% van de vmbo-bl-leerlingen stroomt na leerjaar 3 op naar vmbo-kl.
  • 95% van de vmbo-gt-leerlingen blijft na leerjaar 3 op hetzelfde niveau (vmbo-kl en vmbo-bl-leerlingen wisselen vaker).
  • Vmbo-bl-leerlingen verdwijnen vaker na leerjaar 3 uit het bekostigde onderwijs dan kl- en gt-leerlingen.
  • (Iets) meer afstroom dan opstroom na havo 3.
  • 10% van de leerlingen gaat na vwo 3 verder op de havo.
Examens en slaagresultaten
  • Het Drentse slaagpercentage in 2018 is 91% (landelijk 92%). Eerdere jaren was het Drentse slaagpercentage net iets hoger dan het landelijke.
  • Het Drentse slaagpercentage is in 2018 iets lager dan eerdere jaren.
  • Het slaagpercentage is onder havo leerlingen het laagst (Drenthe: 84%, landelijk: 88%).
  • De vmbo-bl-afdelingen hebben, evenals eerdere jaren, het hoogste slaagpercentage: 99%.
  • Voor alle Drentse onderwijstypen geldt dat de gemiddelde eindcijfers op schoolexamen en eindexamen niet verschillen van de landelijke cijfers.
  • Drentse leerlingen scoren minder vaak een 6 of hoger op de rekentoets dan landelijk (resp. 64% en 71%).
  • Drentse leerlingen presteren minder goed op de rekentoets dan eerdere jaren.
  • Drentse leerlingen scoren in 8% van de gevallen beneden een 5 op de rekentoets (landelijk 4%).
  • 6% van de Drentse vmbo-bk-leerlingen haalt het vereiste rekenniveau (2F) niet.
  • Vooral op havo is het rekenen lastig: 67% scoort tussen 5 en 6 op niveau 3F.
  • Vmbo-gt-ers en vwo-ers halen het vereiste rekenniveau (vrijwel) allemaal.
Examenniveau vergeleken met schooladvies
  • 48% van de Drentse leerlingen doet op hetzelfde niveau eindexamen als geadviseerd werd op de basisschool.
  • Een kwart van de leerlingen doet examen op minimaal 1 niveau lager en 8% op minimaal 1 niveau hoger.
  • Jongens doen vaker op een lager niveau eindexamen vergeleken met het niveau van hun schooladvies dan meisjes.

Uitstroom voortgezet (speciaal) onderwijs


Uitstroom vmbo, havo en vwo
  • In Noord-Nederland gaat 91% van de vmbo-ers na het diploma verder in het middelbaar beroepsonderwijs (landelijk 89%).
  • In Noord-Nederland komt ongeveer 1% van de gediplomeerde vmbo-ers buiten het (bekostigde) onderwijs terecht (landelijk 2%).
  • In Noord-Nederland komt ongeveer 5% van de ongediplomeerde vmbo-verlaters buiten het bekostigde onderwijs terecht (landelijk 9%).
  • In Noord-Nederland gaat ruim 14% van de gediplomeerde vmbo-gt-ers een havo-opleiding doen (landelijk bijna 16%).
  • Zowel landelijk als in het noorden gaat ongeveer driekwart van de havisten met een diploma verder studeren in het hbo.
  • Zowel landelijk als in het noorden gaat ongeveer een tiende deel van de havisten die het diploma niet hebben behaald verder in het mbo.
  • Zowel landelijk als in het noorden gaat driekwart van de vwo-ers met een diploma verder studeren in het wo.
Uitstroom praktijkonderwijs
  • Jaarlijks verlaat ongeveer 13% het praktijkonderwijs. Iets minder dan de helft van hen gaat verder in het onderwijs, iets meer dan de helft van hen komt buiten het onderwijs terecht.
  • De noordelijke schoolverlaters van het praktijkonderwijs gaan iets minder vaak verder in het bekostigde onderwijs dan landelijk.
  • Drentse schoolverlaters praktijkonderwijs die niet verder gaan met opleiding hebben vaker in eerste instantie een uitkering dan landelijk.
Uitstroom speciaal onderwijs
  • Landelijk volgt 45% van de vso-leerlingen de opleiding met het uitstroomprofiel ‘vervolgonderwijs’
  • De samenwerkingsverbanden waaronder de Drentse vso-instellingen vallen verschillen behoorlijk wat betreft aandeel leerlingen met uitstroomprofiel vervolgonderwijs.
  • Landelijk heeft iets meer dan een kwart van de vso-leerlingen het uitstroomprofiel arbeid. In de samenwerkingsverbanden waar de meeste Drentse gemeenten onder vallen is dit aandeel vrijwel hetzelfde.

Middelbaar beroepsonderwijs en hoger onderwijs


Leerlingen op het mbo
  • Ruim 17.100 in Drenthe wonende jongeren doen een mbo-studie (bij aanvang schooljaar 2017-2018).
  • Zevenendertig procent van de Drentse mbo-ers volgt een opleiding in de sector zorg en welzijn. Het is hiermee de meest gekozen sector.
  • Het aantal Drentse studenten dat zorg en welzijn of techniek doet is toegenomen. Het aantal  studenten in de sector groen is afgenomen.
  • Achtennegentig procent van de Drentse mbo-ers doet een opleiding op minimaal niveau 2.
  • Ruim 80% van de mbo-ers doet een opleiding op niveau 3 of 4.
  • Ruim 1 op de 5 Drentse mbo-ers doet een bbl-opleiding (landelijk zelfde aandeel).
Leerlingen op het hbo en wo
  • Het aantal in Drenthe wonende studenten hbo en wo is sinds 2013 sterk toegenomen (hbo met 13% en wo met 35%).
  • Economie is al jaren meest populaire hbo-studierichting.
  • Een vijfde deel van de jongeren kiest in het hbo voor een techniek opleiding. Na een eerdere stijging is dit aandeel sinds 2015-2016 vrijwel gelijk gebleven.
  • De grootste toename bij hbo (in aantallen) zien we bij techniek, bijna 600 meer studenten dan 5 jaar geleden.
  • Ook in het wetenschappelijk onderwijs is economie de populairste studierichting.
  • In het wo hebben de sectoren natuur en techniek in vergelijking met 5 jaar geleden de meeste studenten erbij gekregen.

Verzuim en schooluitval


Voortijdig schoolverlaters
  • Het Drentse percentage voortijdig schoolverlaters (2017-2018) is 1,6%. Dat is lager dan het landelijke percentage (1,9%).
  • Het aantal Drentse vsv-ers in 2017-2018 is ruim 690 (vorig jaar ruim 670). Ook landelijk is er een toename te zien.
  • In Zuidoost-Drenthe zijn relatief de meeste voortijdig schoolverlaters.
  • Het mbo blijft in Noord en Midden Drenthe en Zuidwest Drenthe overal binnen het streefniveau van voortijdig schoolverlaten.
Verzuim en thuiszitters
  • Het aandeel (leerplichtige) jongeren dat niet op school is ingeschreven (absoluut verzuim) ligt in Drenthe ver beneden het landelijk gemiddelde.
  • Er wordt in Drenthe minder vaak gespijbeld dan landelijk.
  • Het aandeel jongeren dat langdurig verzuimd (langer dan 4 weken, de ‘thuiszitters’) is in Drenthe vergelijkbaar met landelijk.
  • In Drenthe zijn er relatief meer jongeren die op basis van lichamelijke of psychische gronden een vrijstelling voor de leerplicht hebben dan landelijk.

gerelateerd