Middelbaar beroepsonderwijs en hoger onderwijs

Middelbaar beroepsonderwijs en hoger onderwijs

We presenteren in dit onderdeel de deelname van Drentse leerlingen aan het middelbaar beroepsonderwijs, het hoger beroepsonderwijs en het wetenschappelijk onderwijs. We kijken naar de Drentse voorkeuren voor de sectoren waarbinnen het onderwijs gevolgd wordt en vergelijken dit met de Nederlandse cijfers.

Leerlingen op het middelbaar beroepsonderwijs

Aan het begin van het schooljaar 2019-2020 zijn er ruim 17.800 in Drenthe woonachtige jongeren die een opleiding in het middelbaar beroepsonderwijs volgen. Dit zijn er zo’n 1.600 meer dan 5 jaar geleden. In dit deel kijken we naar de sectoren waarin onderwijs gevolgd wordt (zorg en welzijn, economie, techniek of groen). In 2018 (en in 2016 en 2017) hadden de leerlingen met een diploma in de sector (gezondheids-) zorg en welzijn het vaakst direct na hun studie een baan (Onderwijs in cijfers, min OC&W).

We kijken ook naar het aantal studenten op de verschillende niveaus in het mbo (1 tot en met 4, niveau 2 wordt beschouwd als startkwalificatie voor de arbeidsmarkt). Gebleken is dat er een behoorlijk verschil is in kans op werk tussen niveau 1 en 2 en niveau 3 en 4 (zie bijvoorbeeld rapportage Drentse onderwijsmonitor 2017).

In het kort

  • Ruim 17.800 in Drenthe wonende jongeren doen een mbo studie (bij aanvang schooljaar 2019-2020).
  • Vergelijkbaar met vorig jaar volgt 38% van de Drentse mbo-ers een opleiding in de sector zorg en welzijn. Het is hiermee de meest gekozen sector.
  • We zien vooral een toename in het aantal Drentse studenten dat zorg en welzijn of techniek doet. Het aantal studenten in de sector groen is afgenomen.
  • 98% van de Drentse mbo-ers doet een opleiding op minimaal niveau 2.
  • Meer dan de helft van de mbo-ers (56%) doet een opleiding op niveau 4.
  • Een kwart van de Drentse mbo-ers doet een BBL (beroepsbegeleidende) opleiding (landelijk zelfde aandeel).
  • Meisjes zitten vaker dan jongens op het niveau 4 van het mbo (resp. 61% en 52%).

 

Zorg en welzijn blijft de eerste keuze voor Drentse mbo-ers

Er zijn aan het begin van schooljaar 2019-2020 ruim 17.800 in Drenthe wonende jongeren die een mbo studie doen. Dit is een toename van 9%, ten opzichte van vijf jaar geleden. Landelijk is het aantal mbo-ers in dezelfde periode met een kleine 6% toegenomen.

In de visualisatie kun je zien in welke sectoren de Drentse studenten les volgen in het mbo, in vergelijking tot Nederland. Ook kan er gekozen worden van welk jaar de cijfers getoond worden. Voor elke sector wordt ook de ontwikkeling van het studentenaantal bekeken ten opzichte van studiejaar 2014-2015.  De sector die door de Drentse mbo-ers het meest gekozen wordt is ‘zorg’. 38% van de mbo-studenten volgt een opleiding binnen deze sector. Landelijk is het aandeel studenten in de zorg lager (34%). Toch staat ook landelijk zorg bovenaan, op de voet gevolgd door economie.

Aantal studenten Techniek en Zorg en welzijn meest gestegen in afgelopen 5 jaar

De laatste vijf jaren is de onderlinge verhouding van sectorkeuze maar marginaal aan verandering onderhevig. Het aantal studenten in de sectoren verandert wel. Zo is het aantal Drentse zorg studenten met 14% toegenomen ten opzichte van 5 jaar geleden (landelijk 8%), het aantal Drentse techniek studenten met 12% toegenomen (landelijk 4%) en het aantal Drentse groen-studenten met 16% afgenomen (landelijk 19% afname).

Het tweede tabblad van de visualisatie laat zien dat jongens en meisjes behoorlijk verschillen in de sectorkeuze. Bij meisjes is de favoriete sector al jaren zorg. Maar liefst 60% van de meisjes kiest voor een opleiding in deze sector. Onder jongens is dit 17% en is techniek favoriet (42%). In de visualisatie kan ook het schooljaar gekozen worden waarvan de gegevens te zien zijn. We zien dat het aandeel meisjes dat voor een zorg-studie in het mbo kiest de laatste jaren vrijwel niet verandert. Datzelfde zien we bij de jongens voor techniek. Al een aantal jaren achtereen is het aandeel meisjes dat techniek doet rond de 9 procent. In het artikel over het Drentse Techniekpact  staan ook een aantal initiatieven om techniek als studiekeuze aantrekkelijker te maken voor meisjes.

De visualisatie geeft ook de mogelijkheid om per woongebied (voor de totale provincie, Nederland of per woongemeente) te zien welke sector jongens en meisjes kiezen. Van de jongeren uit Assen die een zorgopleiding volgen, is ruim een kwart (29%) jongen. In de andere gemeenten is dat aandeel lager. Van de techniek jongeren is het aandeel meisjes in Meppel het grootst (28%). Ter vergelijking: in Borger-Odoorn, Emmen en Tynaarlo is de verhouding meisje/jongen: 13%/87%.

Toename mbo-ers op studieniveau 4

Voor een startkwalificatie voor de arbeidsmarkt is minimaal een mbo-2-niveau nodig. In de visualisatie hieronder is te zien dat in Drenthe 98% een mbo opleiding op minimaal niveau 2 doet. Iets meer dan de helft (56%) doet een opleiding op niveau 4. Na het behalen van een diploma zien we loopbaanverschillen tussen BOL- en BBL-opgeleiden. Na 5 jaar zit 25% van de BOL-gediplomeerden op niveau 4 weer in de schoolbanken. Onder BBL-gediplomeerden is dit aandeel 10% (uitstromers mbo; arbeidsmarktpositie na verlaten onderwijs, CBS). Er zijn nauwelijks verschillen in studieniveau tussen studenten uit Drenthe en de rest van Nederland. Je kunt een gemeente kiezen om te zien hoe de verdeling per studieniveau van de daar woonachtige studenten eruit ziet.

We zien dat een kwart van de Drentse mbo-ers een beroepsbegeleidende leerweg volgt (BBL). Dat wil zeggen dat zij een leerbaan hebben en 1 dag in de week naar school gaan. Na een aantal jaren waarin het aandeel BBL-ers afnam, zien we sinds 2016/17 weer een toename. Verreweg de meeste mbo-ers volgen dus een BOL opleiding. De situatie in Drenthe is vergelijkbaar met de landelijke. Deze studenten volgen dus in eerste instantie onderwijs, met daarnaast voor kortere of langere tijd stages.

In de visualisatie kan onder het tweede tabblad ook de situatie voor andere schooljaren worden bekeken. Wat vooral opvalt is dat het aandeel studenten op niveau 4 is toegenomen ten opzichte van een aantal jaren geleden. We zien dat op dit moment 56% van de Drentse mbo studenten een studie op niveau 4 doet. Dat was in 2014-2015 nog 51%. Het totaal aandeel studenten op niveau 1 en 2 is afgenomen van 23% naar 18%. Het beeld verschilt nauwelijks van dat van Nederland als geheel. De visualisatie geeft ook de mogelijkheid om op woongemeente van de student de verdeling in mbo-studieniveau te zien. Zo zien we dat jongeren uit Noordenveld, Assen en Tynaarlo vergeleken met jongeren uit andere gemeenten het vaakst een niveau 4 opleiding volgen.

Meisjes vaker dan jongens op het hoogste niveau van het mbo

In schooljaar 2019-2020 doet 61% van de meisjes op het mbo een opleiding op niveau 4, tegen 52% van de jongens. De beeld in Drenthe is hetzelfde als landelijk. We zien dat er over de jaren heen een kleine verschuiving lijkt te zijn, want eerdere jaren lag het aandeel jongens en meisjes dat op niveau 4 les volgt dichter bij elkaar. Bij de keuze tussen een BOL- of BBL-opleiding kiezen jongens vaker voor de meer praktijkgerichte variant (BBL: 31%) dan meisjes (20%).

Leerlingen op het hbo en het wo

Aan het begin van schooljaar 2018-2019 zijn iets meer dan 10.500 in Drenthe woonachtige jongeren ingeschreven op een hogere beroepsopleiding (hbo). Een hbo diploma geeft een goede kans op een baan. De hbo monitor laat zien dat na jaren van oplopende werkloosheid onder hbo opgeleiden als gevolg van de kredietcrisis, vanaf 2013 de baankansen weer zijn gestegen. In zijn algemeenheid liggen de werkloosheidspercentages sinds 2017 tussen de 3,2% en 3,6% en daarmee weer op het niveau van vóór de economische recessie.  Ook vinden hbo-ers na afstuderen steeds sneller een baan.

Ruim 2.200 Drentse jongeren volgen een universitaire/wetenschappelijke opleiding (wo). We kijken hier naar de sectoren waarbinnen de hbo-ers en de wo-ers onderwijs volgen en vergelijken de Drentse en landelijke cijfers.

In het kort

  • Het aantal studenten hbo en wo is sinds 2014 sterk toegenomen (hbo met 23% en wo met 52%).
  • Economie is al jaren veruit de meest favoriete hbo-studierichting.
  • Een vijfde deel van de jongeren kiest in het hbo voor een techniek opleiding. Na een eerdere stijging is dit aandeel sinds 2015-2016 vrijwel gelijk gebleven.
  • De grootste toename bij hbo (in aantallen) zien we bij techniek, er zijn ruim 560 meer techniek studenten dan 5 jaar geleden.
  • In het wetenschappelijk onderwijs zijn economie, natuur en gedrag en maatschappij praktisch even populair en de meest gekozen studierichtingen.
  • In het wo is in vergelijking met 5 jaar geleden het aantal studenten in de sector natuur het meest toegenomen. Van 214 naar 371 studenten in 2019/2020.

Toename Drentse hbo studenten; studenten blijven langer thuis wonen

Het aantal Drentse jongeren dat aan het begin van schooljaar 2019-2020 op een hbo instelling is ingeschreven is in vergelijking met het jaar daarvoor met 6% toegenomen. Vergeleken met 5 jaar geleden (2014/2015), het laatste jaar waarin de basisbeurs van kracht was, is het aantal in Drenthe wonende hbo-ers maar liefst met 23% toegenomen. Deze toename kunnen we voor een heel groot gedeelte toeschrijven aan het langer thuis blijven wonen van studenten. Landelijk is het aandeel hbo-ers in 5 jaar namelijk toegenomen met krap 4%.

Het vaakst wordt er gekozen voor een opleiding in de sector economie (32%) en het minst vaak voor een opleiding in de sector taal en cultuur (1%). Dit beeld is al een aantal jaren hetzelfde. In absolute zin is het aantal techniek studenten de laatste jaren flink toegenomen: vergeleken met 2014/2015 zijn er 560 (36%) meer techniekstudenten. Toch zien we dat sinds 2015/2016 het aandeel techniek studenten ten opzichte van alle sectorrichtingen stabiel rond de 20% blijft. Het gaat hierbij om ruim 2.100 techniekstudenten.

Mannen en vrouwen verschillen wel wat betreft de sector keuze. Bij mannen zijn economie (37%) en techniek (34%) verreweg het meest populair en bij vrouwen zijn naast economie (27%) de sectoren onderwijs en gezondheidszorg (beide 21%) en gedrag en maatschappij (20%) populair. Vergeleken met 5 jaar geleden kiezen vrouwen iets vaker voor een richting in de zorg. In de visualisatie is de onderwijsdeelname in het hbo per sector weergegeven.

Aantal Drentse studenten wetenschappelijk onderwijs laatste 5 jaar met 52% toegenomen

Aan het begin van schooljaar 2019-2020 zijn er iets meer dan 2.200 Drentse jongeren ingeschreven op een wetenschappelijke opleiding. Dit is vergeleken met 5 jaar geleden, aan het begin van schooljaar 2014-2015, een toename van 52%. Landelijk is de toename krap 18%. Evenals bij het hbo, zien we dat ook Drentse wo-studenten langer thuis blijven wonen.

We zien in de visualisatie hieronder dat de meeste studenten een opleiding doen in de sector economie, natuur en gedrag en maatschappij (alle drie: 17%). Het minst vaak wordt gekozen voor landbouw/ natuurlijke omgeving (2%) en onderwijs (1%). In absolute zin is het studentenaantal in de sector natuur het meest toegenomen. Bij de mannelijke studenten wordt economie het vaakst gekozen (26%), gevolgd door natuur (19%). Bij vrouwen zijn dit gedrag en maatschappij (23%), taal en cultuur (22%) en recht (18%).

Medewerker

Imke Oosting

Onderzoeker

Betrokken medewerkers

Imke Oosting

Imke Oosting

Onderzoeker

  • Mail
  • LinkedIn
Jessy Snip

Jessy Snip

Onderzoeker

  • Mail
  • LinkedIn

Meer weten?

Neem contact op met één van de betrokken medewerkers

Gerelateerd nieuws

Onderwijs

Vrijheid in planning bij thuisonderwijs was fijn, maar leerlingen krijgen betere uitleg in de klas

Zorg

Meerjarenagenda Alliantie Drentse Zorg met Ouderen

Laaggeletterdheid

Uitnodiging Bondgenotencafé Geletterd Drenthe op 20 april

Bondgenootschap voor een Geletterd Drenthe nodigt jullie van harte uit voor het bondgenotencafé op: dinsdag 20 april van 15.30 uur – 17.00 uur, digitaal (link volgt na aanmelding). Corona heeft invloed op ons allemaal, uiteraard ook op de professionals die werken met laaggeletterden. Trendbureau Drenthe presenteert het onderzoek waarb

Armoede

Handreiking voor beleid en ondersteuning bij generatiearmoede in nieuw feitenblad

Tussen families in generatiearmoede bestaan grote onderlinge verschillen. Beleid en ondersteuning zouden daar meer rekening mee moeten houden. Dit is de gedachte achter en in het nieuwe feitenblad van Sociaal Planbureau Groningen, Trendbureau Drenthe en Rijksuniversiteit Groningen (RUG). In het feitenblad illustreren zeven families Lukkien deze ged

Zorg

Symposium “Samen op weg naar de beste Drentse dienstverlening aan ouderen!” op 22 april 2021

 Datum:    donderdag 22 april  Tijdstip: 14:30 – 17.00 uur  Locatie:     online  Genodigden: Ouderen, zorg- en welzijn bestuurders, beleidsmakers, huisartsenzorg, verzorgenden, (wijk)verpleegkundigen,  gemeenten, provincie, woningcorporaties   Op donderdag 22 april organiseert de Alliantie Drentse

Publicaties

Armoede

Feitenblad Diversiteit in generatiearmoede

Zorg

Rapport Regiobeeld Ouderenzorg Drenthe 2020

Laaggeletterdheid

Kwart basisschoolleerlingen haalt minimale niveau schrijfvaardigheid niet // Nu.nl