Middelbaar beroepsonderwijs en hoger onderwijs

Middelbaar beroepsonderwijs en hoger onderwijs

We presenteren in dit onderdeel de deelname van Drentse leerlingen aan het middelbaar beroepsonderwijs, het hoger beroepsonderwijs en het wetenschappelijk onderwijs. We kijken naar de Drentse voorkeuren voor de sectoren waarbinnen het onderwijs gevolgd wordt en vergelijken dit met de Nederlandse cijfers.

Leerlingen op het middelbaar beroepsonderwijs

Aan het begin van het schooljaar 2020-2021 zijn er ruim 17.800 in Drenthe woonachtige jongeren die een opleiding in het middelbaar beroepsonderwijs volgen. Dit zijn er zo’n 1.600 meer dan 5 jaar geleden. In dit deel kijken we naar de sectoren waarin onderwijs gevolgd wordt (zorg en welzijn, economie, techniek of groen). In 2018 (en in 2016 en 2017) hadden de leerlingen met een diploma in de sector (gezondheids-) zorg en welzijn het vaakst direct na hun studie een baan (Onderwijs in cijfers, min OC&W).

We kijken ook naar het aantal studenten op de verschillende niveaus in het mbo (1 tot en met 4, niveau 2 wordt beschouwd als startkwalificatie voor de arbeidsmarkt). Gebleken is dat er een behoorlijk verschil is in kans op werk tussen niveau 1 en 2 en niveau 3 en 4 (zie bijvoorbeeld rapportage Drentse onderwijsmonitor 2017).

In het kort

  • Ruim 17.800 in Drenthe wonende jongeren doen een mbo-studie (bij aanvang schooljaar 2020-2021).
  • Vrijwel vergelijkbaar met vorig jaar volgt 39% van de Drentse mbo’ers een opleiding in de sector Zorg en welzijn. Het is hiermee de meest gekozen sector. Techniek staat met 31% op de tweede plek (voorgaande jaren was dat nog economie).
  • We zien vooral een toename in het aantal Drentse studenten dat Techniek of Zorg en welzijn doet. Het aantal studenten in de sectoren Economie en Groen is afgenomen.
  • 98% van de Drentse mbo’ers doet een opleiding op minimaal niveau 2.
  • Meer dan de helft van de mbo’ers (57%) doet een opleiding op niveau 4. Over de jaren heen is dit aandeel toegenomen.
  • 26% van de Drentse mbo’ers doet een BBL (beroepsbegeleidende) opleiding. Ook hier zien we een geleidelijke toename over de afgelopen jaren. In Drenthe en Nederland zijn de keuzes voor niveau en leerweg vergelijkbaar.
  • Meisjes zitten vaker dan jongens op het niveau 4 van het mbo (resp. 62% en 52%).

Zorg en welzijn blijft de eerste keuze voor Drentse mbo-studenten. Techniek in opmars en tweede keuze.

Er zijn aan het begin van schooljaar 2020-2021 ruim 17.800 in Drenthe wonende jongeren die een mbo-studie doen. Dit is een toename van 10%, ten opzichte van vijf jaar geleden. Landelijk is het aantal mbo’ers in dezelfde periode met 7% toegenomen.

In de visualisatie kun je zien in welke sectoren de Drentse studenten les volgen in het mbo, in vergelijking tot Nederland. Ook kan er gekozen worden van welk jaar de cijfers getoond worden. Voor elke sector wordt ook de ontwikkeling van het studentenaantal bekeken ten opzichte van studiejaar 2015-2016. De sector die door de Drentse mbo’ers het meest gekozen wordt is ‘Zorg’. 39% van de mbo-studenten volgt een opleiding binnen deze sector. Landelijk is het aandeel studenten in deze sector lager (36%). Daarna is techniek de meest gekozen richting (31%), landelijk 32%. Dat was voorgaande jaren anders; toen stond economie nog op de tweede plaats, maar dat aandeel is gedaald (24%).

Aantal studenten Techniek en Zorg en welzijn meest gestegen in afgelopen 5 jaar

De laatste vijf jaren is de onderlinge verhouding van sectorkeuze niet veel veranderd. Het aantal studenten in de sectoren verandert wel. Zo is het aantal Drentse techniek studenten met 29% toegenomen (landelijk 22%) en het aantal zorg studenten met 23% toegenomen ten opzichte van 5 jaar geleden (landelijk 24%). Het aantal Drentse studenten in de sector Economie nam in vijf jaar tijd juist af met 16% (landelijk: -13%) en ook het aantal groen-studenten slonk met 12% afgenomen (landelijk 10% afname).

Het tweede tabblad van de visualisatie laat zien dat jongens en meisjes behoorlijk verschillen in de sectorkeuze. Bij meisjes is de favoriete sector al jaren zorg. Maar liefst 62% van de meisjes kiest voor een opleiding in deze sector. Onder jongens is dit 18% en is techniek favoriet (51%).

Door de jaren heen zijn de veranderingen in de sector keuze van jongens en meisjes niet groot. Het afgelopen jaar is het aandeel techniek studenten echter sterk gestegen (van 42% naar 51% in 2020/21). Al een aantal jaren achtereen is het aandeel meisjes dat techniek doet rond de 9 procent. In het artikel over het Drentse Techniekpact  staan ook een aantal initiatieven om techniek als studiekeuze aantrekkelijker te maken voor meisjes.

De visualisatie geeft ook de mogelijkheid om per woongebied (voor de totale provincie, Nederland of per woongemeente) te zien welke sector jongens en meisjes kiezen. Van de jongeren uit Assen die een zorgopleiding volgen, is bijna  een derde (30%) jongen. In de andere gemeenten is dat aandeel lager. Van de zorg studenten uit De Wolden is 17% jongen en 83% meisje. Van de techniek jongeren is het aandeel meisjes in Meppel het grootst (24%). Ter vergelijking: in Aa en Hunze, Borger-Odoorn, Emmen en Tynaarlo is de verhouding meisje/jongen: plusminus 12%/88%.

Gestage toename mbo’ers op studieniveau 4. Ook over de jaren heen meer BOL-opleidingen.

Voor een startkwalificatie voor de arbeidsmarkt is minimaal een mbo-2-niveau nodig. In de visualisatie hieronder is te zien dat in Drenthe 98% een mbo-opleiding op minimaal niveau 2 doet. Iets meer dan de helft (57%) doet een opleiding op niveau 4. Na het behalen van een diploma zien we loopbaanverschillen tussen BOL- en BBL-opgeleiden. Na 5 jaar zit 25% van de BOL-gediplomeerden op niveau 4 weer in de schoolbanken. Onder BBL-gediplomeerden is dit aandeel 10% (uitstromers mbo; arbeidsmarktpositie na verlaten onderwijs, CBS). Er zijn nauwelijks verschillen in studieniveau tussen studenten uit Drenthe en de rest van Nederland. Je kunt een gemeente kiezen om te zien hoe de verdeling per studieniveau van de daar woonachtige studenten eruit ziet.

We zien dat zo’n kwart van de Drentse mbo’ers een beroepsbegeleidende leerweg volgt (BBL). Dat wil zeggen dat zij een leerbaan hebben en 1 dag in de week naar school gaan. Na een aantal jaren waarin het aandeel BBL’ers afnam tot 20% in 2016/17, zien we sindsdien weer een toename. Verreweg de meeste mbo’ers volgen dus een BOL-opleiding. Deze studenten volgen dus in eerste instantie onderwijs, met daarnaast voor kortere of langere tijd stages. De situatie in Drenthe is vergelijkbaar met de landelijke.

In de visualisatie kan onder het tweede tabblad ook de situatie voor andere schooljaren worden bekeken. Wat vooral opvalt is dat het aandeel studenten op niveau 4 is toegenomen ten opzichte van een aantal jaren geleden. We zien dat op dit moment 57% van de Drentse mbo-studenten een studie op niveau 4 doet. Dat was in 2014-2015 nog 51%. Het totaal aandeel studenten op niveau 1 en 2 is afgenomen van 23% naar 18%. Het beeld verschilt nauwelijks van dat van Nederland als geheel. De visualisatie geeft ook de mogelijkheid om op woongemeente van de student de verdeling in mbo-studieniveau te zien. Zo zien we dat jongeren uit Noordenveld, Tynaarlo en Westerveld vergeleken met jongeren uit andere gemeenten het vaakst een niveau 4 opleiding volgen. Mbo-studenten uit Emmen, Hoogeveen en Coevorden volgen het minst vaak een opleiding op dit niveau.

Meisjes vaker dan jongens op het hoogste niveau van het mbo

In schooljaar 2020-2021 doet 62% van de meisjes op het mbo een opleiding op niveau 4, tegen 52% van de jongens. Het beeld in Drenthe is vergelijkbaar met het landelijke. We zien dat er over de jaren heen een kleine verschuiving lijkt te zijn, want eerdere jaren lag het aandeel jongens en meisjes dat op niveau 4 les volgt dichter bij elkaar. Bij de keuze tussen een BOL- of BBL-opleiding kiezen jongens vaker voor de meer praktijkgerichte variant (BBL: 31%) dan meisjes (21%).

Leerlingen op het hbo en het wo

Aan het begin van schooljaar 2020-2021 zijn iets meer dan 11.500 in Drenthe woonachtige jongeren ingeschreven op een hogere beroepsopleiding (hbo). Een hbo-diploma geeft een goede kans op een baan. De hbo-monitor laat zien dat de werkloosheid onder alle hbo-afgestudeerden in 2020 is gestegen naar 4,2%, tegenover 3,5% in 2019. De werkloosheid is in 2020 het hoogst onder voltijd afgestudeerden uit de sectoren kunst (8,7%), economie (6,5%) en bètatechniek (5,8%). Dit zijn ook de sectoren waar de sterkste stijging te zien is t.o.v. 2019. Net als in eerdere jaren is onder voltijd afgestudeerden de werkloosheid het laagst in de sectoren onderwijs (1,0%) en gezondheidszorg (1,8%). In beide sectoren is de werkloosheid dit jaar zelfs verder gedaald ten opzichte van 2019.

Ruim 2.500 Drentse jongeren volgen een universitaire/wetenschappelijke opleiding (wo). We kijken hier naar de sectoren waarbinnen de hbo’ers en de wo’ers onderwijs volgen en vergelijken de Drentse en landelijke cijfers.

In het kort

  • In 2020 startten meer dan 11.500 in Drenthe woonachtige jongeren in het hoger beroepsonderwijs en meer dan 2.500 in het wetenschappelijk onderwijs.
  • Het aantal hbo- en wo-studenten is sinds 2015 sterk toegenomen (hbo met 37% en wo met 44%).
  • Economie is al jaren veruit de meest favoriete hbo-studierichting (34%).
  • Een vijfde deel van de jongeren kiest in het hbo voor een techniekopleiding. Na een eerdere stijging is dit aandeel sinds 2015-2016 vrijwel gelijk gebleven.
  • De grootste toename (in aantallen) zien we in het hbo bij economie, er zijn ruim 1.100 meer economiestudenten dan 5 jaar geleden. Ook het aantal studenten onderwijs, techniek en gezondheid nam met aantallen van rond de 600 studenten toe.
  • In het wetenschappelijk onderwijs zijn de sectoren gedrag en maatschappij en natuur praktisch even populair en de meest gekozen studierichtingen (beide 17%). Op de voet gevolgd door economie, recht en taal en cultuur (alle drie 16%).
  • In het wo is in vergelijking met 5 jaar geleden het aantal studenten in de sectoren natuur en gedrag en maatschappij het meest toegenomen. Beide studierichtingen tellen in 2020/2021 zo’n 230 studenten. Dat zijn ruim 200 studenten meer dan in 2015/2016.

Toename Drentse hbo studenten; studenten blijven langer thuis wonen

Het aantal Drentse jongeren dat aan het begin van schooljaar 2020-2021 op een hbo-instelling is ingeschreven is in vergelijking met het jaar daarvoor met 9% toegenomen. Dat is een grotere jaarlijkse toename dan voorgaande jaren. De keuze om langer thuis te blijven wonen of weer thuis te gaan wonen tijdens de coronacrisis speelt hier mogelijk een rol. Vergeleken met 5 jaar geleden (2015/2016), het eerste jaar waarin er geen basisbeurs meer was, is het aantal in Drenthe wonende hbo’ers maar liefst met 37% toegenomen. Deze toename kunnen we voor een heel groot deel toeschrijven aan het langer thuis blijven wonen van studenten. Landelijk is het aandeel hbo’ers in 5 jaar toegenomen met krap 10%.

Het vaakst wordt er gekozen voor een opleiding in de sector economie (34%). Techniek en onderwijs volgen met 20% en 17%. Het minst favoriet is een opleiding in de sector taal en cultuur (1%). Dit beeld is al een aantal jaren hetzelfde. In absolute zin is het aantal economiestudenten de laatste jaren flink toegenomen: vergeleken met 2015/2016 zijn er 1.113 (40%) meer economiestudenten. Ook het aantal studenten onderwijs, techniek en gezondheid nam met aantallen van rond de 600 studenten toe.

Mannen en vrouwen verschillen wel wat betreft de sector keuze. Bij mannen zijn economie (40%) en techniek (33%) verreweg het meest populair en bij vrouwen zijn naast economie (35%) de sectoren gezondheidszorg (18%), onderwijs en gedrag en maatschappij (beide 16%) populair. Vergeleken met 5 jaar geleden kiezen vrouwen iets vaker voor een richting in de zorg. In de visualisatie is de onderwijsdeelname in het hbo per sector weergegeven.

Afschaffing basisbeurs en coronacrisis laten wo-studenten langer thuis wonen. Aantal Drentse studenten in 5 jaar met 44% toegenomen.

Aan het begin van schooljaar 2020-2021 zijn er iets meer dan 2.500 Drentse jongeren ingeschreven op een wetenschappelijke opleiding. Een toename van 15% vergeleken met het jaar ervoor. Dit is vergeleken met 5 jaar geleden, aan het begin van schooljaar 2015-2016, een toename van 44%. Landelijk is de toename 25%. Evenals bij het hbo, zien we dat ook Drentse wo-studenten langer thuis blijven wonen. De groei van 2020-2021 tegenover 2019-2020 is iets groter dan eerdere jaren, waarschijnlijk heeft de coronacrisis een rol gespeeld bij de keuze van studenten om (weer) thuis te (blijven) wonen.

We zien in de visualisatie hieronder dat de meeste studenten een opleiding doen in de sectoren gedrag en maatschappij en natuur (beide: 17%). Op de voet gevolgd door economie, recht, en taal en cultuur (alle drie 16%). Studenten die in Drenthe wonen kiezen het minst vaak voor landbouw/ natuurlijke omgeving (2%) en onderwijs (1%). In absolute zin is het studentenaantal in de sector natuur en gedrag en maatschappij het meest toegenomen (met iets meer dan 200 studenten per richting). Bij de mannelijke studenten wordt economie het vaakst gekozen (24%), gevolgd door natuur (20%). Bij vrouwen zijn dit gedrag en maatschappij (23%), taal en cultuur (19%) en recht (18%).

Medewerker

Imke Oosting

Onderzoeker

Betrokken medewerkers

Imke Oosting

Imke Oosting

Onderzoeker

  • Mail
  • LinkedIn
Jessy Snip

Jessy Snip

Onderzoeker

  • Mail
  • LinkedIn

Meer weten?

Neem contact op met één van de betrokken medewerkers

Gerelateerd nieuws

Overig nieuws

Veerkracht, maar ook toegenomen kansenongelijkheid

Onderwijs

Niet alle kinderen krijgen van huis uit de vleugels mee om de wereld in te vliegen

Overig nieuws

Helft Drentse basisscholen barst binnen 10 jaar uit de voegen

Grofweg de helft van de Drentse basisscholen die sinds 2012 zijn gebouwd of verbouwd, is nu alweer uit zijn jasje gegroeid. Dat blijkt uit onderzoek van RTV Drenthe en Trendbureau Drenthe. Van de 45 nieuwbouwscholen die RTV Drenthe sprak, kampen er 22 met ruimtegebrek, doordat er op dit moment meer kinderen op school zitten dan voorzien. Bij de

Brede Welvaart

Racisme opnieuw meest gemelde discriminatie in Noord-Nederland

Racisme is opnieuw de meest gemelde vorm van discriminatie in Noord-Nederland. Dat blijkt uit de Monitor Discriminatie 2021 Noord-Nederland. Opvallend genoeg nam het aantal meldingen op grond van racisme alleen in de provincie Drenthe af. In deze provincie nam het aantal meldingen op grond van handicap, of chronische ziekte toe. De Monitor Discrimi

Brede Welvaart

Trendbureau Drenthe brengt maatschappelijke waarde inwonersinitiatieven in beeld

Ben je benieuwd wat je bewonersinitiatief of vrijwilligersorganisatie toevoegt aan onze maatschappij? En denk je hulp nodig te hebben bij het zichtbaar maken van de maatschappelijke waarde van jouw bewonersinitiatief of vrijwilligersorganisatie? Doe mee aan de pilot maatschappelijke waarde van Trendbureau Drenthe! Steeds meer bewonersinitiatieve

Publicaties

Laaggeletterdheid

Donatie van Rotary Club Hoogeveen-De Wolden voor Taalpunt in De Wolden

Laaggeletterdheid

Gezondheidskloof dreigt door groei digitale zorg

Laaggeletterdheid

Leuke Open Dag Taalhuis bibliotheek