Gelijke kansen in het onderwijs

Kinderen met dezelfde talenten moeten gelijke kansen krijgen in het onderwijs. Dat dit niet altijd het geval is blijkt uit onderzoek van de Inspectie v.h. Onderwijs (2016, 2017) en eveneens uit de gegevens van de Drentse Onderwijsmonitor 2016 en 2017. Bij gelijke toetsprestaties werden leerlingen met lager opgeleide ouders anders (vaker een ‘lager’ niveau vervolgonderwijs) geadviseerd dan leerlingen met hoger opgeleide ouders.

De vergelijking tussen het oorspronkelijke advies van de basisschool en het advies op basis van de landelijke eindtoets zegt iets over gelijke kansen bij leerlingen met dezelfde talenten. We kijken in dit deel of factoren, zoals de achtergrond van de leerling of het type eindtoets dat gemaakt is, een rol spelen bij het verschil tussen schooladvies en toetsadvies. Komt het bij een groep leerlingen met bepaalde achtergrond vaker voor dat het toetsadvies hoger is dan het schooladvies dan bij een andere groep? En hoe vaak wordt het schooladvies bijgesteld en verschilt dat nog per groep? In hoeverre maakt het voor het verloop van de schoolloopbaan uit ‘waar de wieg van de leerling heeft gestaan?’

In het kort

  • Bij leerlingen die de CET hebben gedaan is de kans dat het advies van de toets hoger uitvalt dan het oorspronkelijke schooladvies groter dan bij de andere toetsen.
  • Een paar jaar geleden was de keuze voor het type eindtoets van grotere invloed op het verschil tussen schooladvies en toetsadvies dan nu.
  • Een hoger eindtoetsadvies dan het schooladvies komt in alle drie de woonregio’s even vaak voor.
  • Het opleidingsniveau van ouders heeft geen invloed op de mate waarin het advies van de eindtoets hoger is dan dat van het oorspronkelijke schooladvies.
  • Herziene schooladviezen komen vaker voor bij leerlingen die de Route 8 toets hebben gedaan.
  • Het percentage herziene adviezen verschilt niet bij leerlingen uit verschillende woongebieden en leerlingen van hoger of lager opgeleide ouders.

In welke gevallen verschilt het toetsadvies het vaakst van het schooladvies?

We zagen bij het onderdeel ‘Toetsadviezen vergeleken met de oorspronkelijke schooladviezen’ dat in 38% van de gevallen het toetsadvies ‘hoger’ uitvalt dan het oorspronkelijke schooladvies. Het moet niet uitmaken waar je vandaan komt, op welke school je zit, welke toets je maakt, of je jongen of meisje bent, of uit welk gezin je komt. Bij elke groep leerlingen moet ongeveer in de zelfde mate voorkomen dat het toetsadvies afwijkt van het schooladvies. Als dit niet het geval is, dan zou je dit kunnen aanmerken als kansen (on)gelijkheid.

In de visualisatie is te zien dat (tabblad ‘eindtoets’) de CET vaker dan de andere toetsen een hoger advies oplevert dan het oorspronkelijke schooladvies. De mate waarin dit voorkomt is statistisch significant. Vorig jaar (in de visualisatie kan het schooljaar worden gekozen) waren de verschillen iets minder groot. In schooljaar 2015-2016 waren de verschillen daarentegen behoorlijk: de IEP adviseerde in meer dan de helft van de gevallen hoger dan de school en de Route 8 toets slechts in 17% van de gevallen. In 2014-2015 waren de verschillen nog veel groter. Naar aanleiding van deze geconstateerde verschillen heeft het Ministerie onderzoek laten uitvoeren naar verklaringen hiervoor. De uitkomsten waren aanleiding om (een aantal) toetsleveranciers te vragen opnieuw naar hun normeringen te kijken.

Onder het tabblad regio is te zien dat dat het in alle drie de regio’s ongeveer even vaak voorkomt dat het toetsadvies hoger is dan het schooladvies. In alle regio’s komt dit in 38/39 % van de gevallen voor. Vorig jaar kwam in Noord en Midden Drenthe minder vaak voor dat het toetsadvies hoger uitviel dan het schooladvies. Twee jaar geleden was hier juist vaker sprake van dan in andere regio’s.

Het maakt vrijwel niet uit of de leerlingen wonen in een gebied met een lagere sociaal economische status. De percentages leerlingen met een hoger toetsadvies dan schooladvies liggen vrij dicht bij elkaar. In 2015-2016 waren de verschillen groter.

Bij de leerlingen met lager opgeleide ouders (derde tabblad) komt het iets vaker voor dat het toetsadvies hoger is dan het schooladvies. Het verschil is echter niet significant (de groep met lager opgeleide ouders: de gewichtenleerlingen is veel kleiner). Eerdere jaren waren de verschillen nog wat groter.

Het laatste tabblad laat zien dat er tussen jongens en meisjes geen verschil is. 38 à 39% van zowel jongens als meisjes krijgt een hoger toetsadvies dan schooladvies.

Zijn er factoren die een rol spelen bij het al dan niet herzien van het schooladvies?

We zagen eerder dat van alle adviezen die moeten worden heroverwogen (bij toetsuitslag hoger dan het oorspronkelijke schooladvies) er in Drenthe een vijfde deel daadwerkelijk wordt herzien (oftewel bijgesteld). Maakt het wat uit waar je woont, uit welke gezin je komt of dat je jongen of meisje bent in hoeverre het advies wordt herzien? In onderstaande visualisatie is te zien dat de leerlingen die de Route 8 toets hebben gemaakt het vaakst te maken hebben gehad met een herzien schooladvies. De regio’s verschillen in 2018 nauwelijks, overal is ongeveer een vijfde deel van de te heroverwegen adviezen ook daadwerkelijk herzien. Eerdere jaren waren er wel verschillen. In 2014-2015 werd in Zuidwest Drenthe het minst vaak het advies herzien (8% en in Noord- en Midden Drenthe het vaakst (13%) maar al met al veel minder vaak dan in de daaropvolgende jaren. Het aandeel herzieningen verschilt niet of nauwelijks wanneer we leerlingen uit een woongebied met lage en hoge sociaal economische status vergelijken. Ook is er geen (significant) verschil tussen leerlingen met hoger of lager opgeleide ouders. Onder het laatste tabblad is te zien dat het ook niet uitmaakt of je jongen of meisje bent.

gerelateerd

medewerkers