Schooladviezen voorafgaand aan de eindtoets

In het schooljaar 2017-2018 kregen ruim 5.100 Drentse groep 8 leerlingen een advies van hun basisschool voor het voortgezet onderwijs. We kijken hier naar het oorspronkelijke schooladvies, vóórdat de centrale eindtoets is gemaakt. Dit advies wordt gegeven vóór 1 maart in het schooljaar. Tussen half april en half mei volgt dan de landelijke eindtoets. Deze eindtoets leidt tot een eindtoetsadvies. (zie het onderdeel ‘De eindtoetsen in het basisonderwijs’)

Als dit eindtoetsadvies lager of gelijk is aan het schooladvies, dan is het schooladvies ook tevens het definitieve schooladvies. (zie het onderdeel ‘Definitieve schooladviezen’) Op basis van het definitieve advies wordt de leerling toegelaten tot het voortgezet onderwijs. Als het eindtoetsadvies hoger is dan het oorspronkelijke advies dan moet de basisschool het eerdere schooladvies heroverwegen (zie het onderdeel Heroverweging en bijstelling van de schooladviezen’). Het schooladvies kan dan worden aangepast tot een hoger definitief schooladvies.

Het schooladvies kan voor één of twee schooltypes (bijvoorbeeld havo of havo/vwo) worden gegeven. Sommige leerlingen hebben baat bij een ‘dubbel advies’, bijvoorbeeld de leerlingen waarbij het nog niet helemaal duidelijk is welke schoolsoort het beste bij hen past, of voor leerlingen die om wat voor reden dan ook een achterstand hebben opgelopen.

In het kort

  • 46% van de Drentse basisschoolleerlingen kreeg in 2017-2018 een vmbo (bl t/m gt) advies, voorafgaand aan de eindtoets.
  • Het aandeel vmbo adviezen neemt de laatste jaren iets af.
  • Ongeveer een vijfde deel kreeg een havo advies en iets minder dan een vijfde deel een vwo advies.
  • Scholen in Noord en Midden Drenthe geven het vaakst een vwo advies.
  • Het aandeel dubbel adviezen neemt (weer) toe.
  • Steeds minder vaak adviezen voor de praktijkgerichte vmbo opleidingen.

Vmbo advies komt in Drenthe het meest voor, maar neemt wel af de laatste jaren.

In schooljaar 2017-2018 kreeg ruim 46% van de 5.100 basisschoolleerlingen in groep 8, voorafgaand aan de eindtoets, een vmbo advies voor voortgezet onderwijs. In 2014-2015 was dit nog ruim 50%. In de meeste gevallen gaat het om een advies voor de gemengde of theoretische leerweg (vmbo gt, 19%). Ongeveer 6% kreeg een vmbo beroepsgerichte leerweg (bl) advies (iets minder dan eerdere jaren) en bijna 4% (een toename ten opzichte van eerdere jaren) een dubbeladvies beroepsgericht/kaderberoepsgerichte leerweg. Ongeveer 1% van de leerlingen in het reguliere basisonderwijs kreeg een advies voor (voortgezet) speciaal onderwijs of praktijkonderwijs. Net als het vorige schooljaar kreeg een vijfde van de leerlingen een havo advies. Het aandeel vwo adviezen is ruim 18% en stijgt de laatste jaren licht. In de onderstaande visualisatie kan je het schooljaar kiezen, waarvoor je de schooladviezen wilt zien. Van de schooladviezen (voorafgaand aan de eindtoets) zijn momenteel geen recente landelijke gegevens beschikbaar.

Meer vwo adviezen in Noord en Midden Drenthe dan in de andere regio’s.

In de onderstaande visualisatie is te zien dat de scholen in Noord en Midden Drenthe vergeleken met de andere regio’s het vaakst een vwo advies afgeven (23%) en het minst vaak een vmbo advies (44%). Dit is in eerdere jaren ook al het geval (het schooljaar kan in de visualisatie worden gekozen). Scholen in Zuidoost Drenthe geven het minst vaak een vwo advies of een advies op minimaal havo niveau. We zien als we de eerdere jaren bekijken overal een toename van de dubbel adviezen vmbo/havo en havo/vwo. Deze dubbel adviezen worden overigens het vaakst gegeven door de scholen in de regio Zuidoost Drenthe.

Aandeel dubbel adviezen neemt toe.

In het jaar 2010-2011 was nog 33% van alle schooladviezen een dubbel advies (of breder advies, zie Drentse onderwijsmonitor 2017 en eerder). In 2014-2015 is dit gehalveerd tot nog maar 16%. Sindsdien neemt het aandeel dubbel adviezen weer toe. In 2017-2018 wordt in een kwart van de gevallen weer een dubbel advies gegeven. Algemeen wordt aangenomen dat de dubbel adviezen ten bate komen van leerlingen die wat achterop zijn geraakt, of voor leerlingen waarvan de school nog geen goed beeld heeft gekregen, bijvoorbeeld de leerlingen die ‘laatbloeiers’ zijn. Het dubbel advies geeft de leerling nog wat meer tijd om een keuze te maken voor het vervolgniveau. De Onderwijsinspectie rekent het voortgezet onderwijs er niet meer op af in (tegenstelling tot een aantal jaren geleden) als een leerling afstroomt naar een lager niveau ten opzichte van het schooladvies. De scholen krijgen geen negatieve beoordeling meer als leerlingen op het laagste niveau van het dubbel advies terecht komen, maar worden wel beloond als het de leerling lukt om op te stromen.

We zien in de onderstaande visualisaties enkele trends in de advisering door de basisscholen: de genoemde toename van het aandeel dubbel adviezen, maar ook een toename van adviezen op minimaal havo niveau (de havo plus adviezen, dat wil zeggen havo, havo/vwo of vwo adviezen). Er is een kleine afname te zien in de advisering voor de meer praktijkgerichte vmbo afdelingen. Dit heeft invloed op de instroom op de vakopleidingen in het middelbaar beroepsonderwijs.

gerelateerd

medewerkers