Toetsadviezen vergeleken met de oorspronkelijke schooladviezen

De landelijke eindtoets heeft als doel om het kennisniveau van de leerling te meten en om een indicatie te geven van het voor de leerling best passende type vervolgonderwijs dat het best bij een leerling past. De score op de eind toets leidt dus tot een advies voor het voortgezet onderwijs. Dit toetsadvies wordt naast het schooladvies gebruikt voor het definitieve schooladvies (als het toetsadvies hoger is dan het schooladvies dan moet de school dit schooladvies heroverwegen). We kijken in dit deel naar de verschillen tussen de schooladviezen en de toetsadviezen. Met andere woorden, in hoeverre komt de inschatting van de school overeen met het advies dat de eindtoets (verder genoemd: toetsadvies) geeft?

In het kort

  • Bij de schooladviezen is er in 45% van de gevallen een havo en/of vwo advies, bij de toetsadviezen in 50% van de gevallen.
  • Vergeleken met de uitslagen van de eindtoets geven de scholen minder vaak dubbel adviezen.
  • In ongeveer 38% van de gevallen is het toetsadvies hoger dan het schooladvies.
  • De gemeenten verschillen onderling sterk wat betreft de mate van ‘onder advisering’ en de daarmee gepaarde noodzaak tot heroverweging van het advies door  hun scholen.
  • Evenals vorig jaar komt het op de scholen in Tynaarlo en Aa en Hunze het minst vaak voor dat het toetsadvies hoger uitvalt dan het schooladvies.

Toetsadvies vaker havo en/of vwo dan het schooladvies.

De basisscholen in Drenthe geven minder vaak een advies op havo of vwo niveau dan op basis van de uitslag van de eindtoets geadviseerd wordt. In 45% van de gevallen is het schooladvies op havo en/ of vwo niveau terwijl het advies op basis van de toets in 50% van de gevallen op havo en/of vwo uitkomt.  Ook is er een groot verschil wat betreft het aandeel dubbel adviezen. In minder dan een kwart (23%) van de gevallen geven de scholen een dubbel advies af, terwijl volgens de toetsadvisering in 38% van de gevallen een dubbel advies passend is. In de onderstaande visualisatie staan schooladviezen en toetsadviezen voor  Drentse basisscholen in 2017-2018. De scholen geven veel vaker een (enkel) advies voor vmbo kl, vmbo gt of havo dan de toetsuitslagen adviseren.

Dit jaar valt in de Drentse regio’s het schooladvies minder vaak lager uit dan het toetsadvies.

Het toetsadvies kan lager dan, hoger dan of gelijk zijn aan het schooladvies. We maken nog onderscheid tussen een ‘halve schoolsoort’ verschil en een ‘hele schoolsoort verschil’. Een oorspronkelijk advies ‘havo’ en een toetsadvies ‘vwo’ is een hele schoolsoort verschil en een oorspronkelijk advies ‘havo/vwo’ en een toetsadvies ‘vwo’ is een halve schoolsoort verschil. Een tabel met de verschillende mogelijkheden staat in de pdf ‘Toelichting verschillen toetsadvies en schooladvies’ (zie de link hiernaast).

Als het oorspronkelijke schooladvies ‘lager’ is dan het advies op basis van de toets dan dient de school het schooladvies te heroverwegen. Het schooladvies kan dan worden bijgesteld tot een definitief schooladvies voor een ander (‘hoger’) schooltype. Het omgekeerde wanneer de school hoger adviseert dan het advies op basis van de toets volgt geen bijstelling van het oorspronkelijke advies.

We zien in de volgende visualisatie dat in schooljaar 2017-2018 de onder advisering (dus dat het toetsadvies hoger uitpakt dan het schooladvies) in 38% van de gevallen voorkomt. In 27% van de gevallen is het toetsadvies lager dan het schooladvies (over advisering). In 35% van de gevallen komen schooladvies en toetsadvies overeen. Landelijk is komen schooladvies en toetsadvies iets vaker overeen en is er minder vaak sprake van een hogere toetsadvisering dan de schooladvisering. Vooral de categorie toetsadvies is 1 hoger dan het schooladvies is landelijk kleiner. De landelijke gegeven zijn overigens van vorig jaar.

De onderschatting van de leerlingen (toetsadvies hoger dan schooladvies) is in elke Drentse regio vrijwel gelijk (ongeveer 38%). Eerdere jaren was dit minder het geval. Zo kwam vorig jaar in de regio Noord en Midden Drenthe de onder advisering in 34% en in de beide andere regio’s in 39% van de gevallen voor. We kijken bij het onderdeel ‘Gelijke kansen in het onderwijs’ of de verschillen tussen schooladvies en toetsadvies voor sommige leerlingen groter zijn dan voor andere. Met andere woorden: of er sprake is van ongelijke kansen bij de advisering voor het voortgezet onderwijs.

Grote verschillen tussen de gemeenten bij afwijking schooladvies van toetsadvies.

Bij de scholen in de gemeenten De Wolden, Midden-Drenthe en Noordenveld is het vaakst sprake geweest van een hoger toetsadvies dan het oorspronkelijk schooladvies. We kijken later (onderdeel ‘Heroverweging en bijstelling van de schooladviezen’) of dit heeft geleid tot bijstelling van het oorspronkelijke advies. Bij de scholen in Tynaarlo en in iets mindere mate in Aa en Hunze is het minder vaak voorgekomen dat de toets hoger adviseerde dan het oorspronkelijk schooladvies. Tynaarlo en Aa en Hunze waren vorig jaar ook de gemeenten waar het minst vaak het toetsadvies het schooladvies oversteeg. Coevorden en Midden-Drenthe stonden vorig jaar samen met Hoogeveen bovenaan het lijstje gemeenten met het grootste aandeel ‘onder advisering’. De Wolden stond vorig jaar bij de middenmoot en is dus hoger in de lijst gekomen. De meeste overige gemeenten hebben dit jaar iets minder vaak te maken met ‘onder advisering’ en dus de verplichting tot heroverweging.

gerelateerd

medewerkers