Prestaties basisonderwijs

Prestaties basisonderwijs

De Drentse Onderwijsmonitor verzamelt al sinds een aantal jaren informatie over prestaties van kinderen op de basisscholen. Hiervoor leveren bijna alle Drentse basisscholen resultaten van toetsen van het leerlingenvolgsysteem aan. Hiermee krijgen we een mooi inzicht hoe de Drentse kinderen het doen op rekenen en taal. In vergelijking met hun landelijke klasgenootjes zijn de Drentse resultaten heel goed te noemen! We kijken in dit onderdeel naar enkele van deze toetsprestaties. Ook kun je informatie krijgen over de beoordeling van de Drentse scholen door de Inspectie van het Onderwijs: de zogenaamde toezicht arrangementen voor zwakke en zeer zwakke scholen.

Taal en rekenen in het basisonderwijs

Hoe is het gesteld met het taal- en rekenniveau van Drentse basisschoolleerlingen? Voor spelling, technisch lezen, begrijpend lezen en rekenen en wiskunde, in de groepen 4, 6, 7 en 8 brengen we de uitkomsten in beeld. Daarbij maken we een vergelijking met landelijke normgegevens. De resultaten van de toetsen van het leerlingvolgsysteem (Cito, Leerlingvolgsysteem LVS) zijn opgevraagd bij Drentse basisscholen.

 

In het kort

  • 90% van de Drentse basisscholen heeft gegevens aangeleverd voor de Drentse onderwijsmonitor.
  • De prestaties op begrijpend lezen zijn niet verder afgenomen. Groep 4 laat nog de beste prestaties zien en scoort net boven de landelijke norm. Groep 6 valt op door het lage aantal leerlingen dat het hoogste niveau (I) weet te halen. Samen met groep 7 wordt de landelijke norm hier net niet gehaald.
  • Ook voor spelling zagen we over het algemeen dalende scores in voorgaande jaren. Voor groep 8 zien we dat die daling is doorgezet. Wel zijn de prestaties in deze groep en in groep 4 nog steeds bovengemiddeld. Drentse groep 6 leerlingen zitten met spelling vaker in de gevarenzone dan landelijk.
  • In groep 4 worden bij het technisch lezen de hoogste niveaus minder vaak gehaald dan de landelijke norm. De overige groepen scoren op of boven het gemiddelde. Groep 8 spant de kroon. Wel zijn de scores in deze groep, evenals in groep 6, verder afgenomen.
  • De voorsprong in rekenen van een aantal jaren geleden zien we steeds verder afnemen. Behalve voor groep 4 die nog steeds als beste uit de bus komt.
  • De scores op taal en rekenen verschillen behoorlijk wanneer de gemeentelijke gemiddelden worden vergeleken.

Prestaties begrijpend lezen niet verder afgenomen. Eerdere voorsprong op rekenen langzaamaan verdampt

De afgelopen jaren leverde 93% van de Drentse basisscholen toetsgegevens van het leerlingvolgsysteem aan voor de Drentse Onderwijsmonitor. In 2020 hebben we van 90% van de scholen gegevens ontvangen.

In de visualisatie kan via de tabbladen gekozen worden voor de resultaten van de Drentse leerlingen op ‘begrijpend lezen’, ‘spelling’, ‘technisch lezen’ of ‘rekenen en wiskunde’.

In de figuren is telkens te zien welk percentage kinderen binnen elk niveau I tot en met V scoort, waarbij I het hoogste niveau is en V het laagste niveau. De I tot en met V is gebaseerd op de landelijke norm, zoals in het laatste balkje weergegeven:

niveau I:  20% hoogst scorende leerlingen

niveau II: 20% leerlingen met scores boven het landelijk gemiddelde

niveau III: 20% leerlingen met scores rond het landelijk gemiddelde

niveau IV: 20% leerlingen met scores onder het landelijk gemiddelde

niveau V: 20% laagst scorende leerlingen.

De laatste 3 jaren zagen we in alle groepen (4, 6, 7 en 8) de prestaties op begrijpend lezen afnemen. De uitkomsten van 2020 laten geen verdere daling zien. Voor begrijpend lezen in groep 4 vallen de scores iets beter uit dan de landelijke norm. In groep 6 valt vooral op dat er veel minder leerlingen op het hoogste niveau zitten dan landelijk (respectievelijk 12% en 20%). In groep 7 gaat het beter, maar pas in groep 8 scoren de leerlingen weer conform de landelijke niveaus.

Ook voor spelling zagen we de voorafgaande 3 jaren in de meeste groepen (behalve groep 4) de scores afnemen. Behalve voor groep 8 zette die daling in 2020 niet verder door. De scores op spelling zijn in groep 4 bovengemiddeld en iets beter dan voorgaande jaren. De dalende scores voor groep 6 hebben zich niet doorgezet. Wel wordt er nog iets minder vaak dan landelijk op de hoogste niveaus I en II gescoord. Ook zien we dat 24% van de leerlingen op het laagste niveau V scoort (landelijk is dit 20%). In groep 7 zijn de scores niet verder afgenomen en iets beter dan gemiddeld in Nederland. Groep 8 scoort hoog op spelling. 48% van de Drentse leerlingen zit op niveau I of II tegen landelijk 40%. Wel is het gemiddelde niveau de afgelopen jaren afgenomen.

De voorgaande 3 jaren namen de prestaties op technisch lezen in alle groepen af. Groep 4 laat hierin nog geen kentering zien. Er zijn minder leerlingen op de hoogste niveaus I en II en meer leerlingen op het laagste niveau V dan landelijk (resp. 24% en 20%). Hoewel in groep 6 veel leerlingen (45%) de hoogste niveaus I en II  halen (landelijk is dat 40%), is er nog steeds een dalende tendens te zien. Voor groep 7 zien we vergelijkbare scores met het jaar daarvoor; de dalende trend zet zich hier dus niet door. Veel leerlingen scoren op de hoogste niveaus (48% t.o.v. 40% landelijk). Het niveau van technisch lezen is in groep 8 nog steeds hoog (54% I en II scores), maar is wel verder afgenomen.

De voorgaande 3 jaren nam het rekenen en wiskunde niveau in praktisch alle groepen af. Voor de groepen 7 en 8 zien we een onveranderde tendens. Voor groep 4 zet die daling niet verder door. Nog steeds zijn de rekenprestaties hoog: veel I en II scores (49% tegenover 40% in Nederland) en weinig IV en V scores (32% tegenover 40% landelijk). Groep 6 scoort al jaren redelijk stabiel en rond de landelijke norm. Groep 7 laat nog steeds een lichte daling in rekenprestaties zien. Het positieve verschil met de landelijke klasgenoten is minder groot geworden. De scores zijn vergelijkbaar met de landelijke norm. Hoewel in groep 8 relatief veel leerlingen het hoogste niveau halen (23% t.o.v. 20% landelijke), is ook de groep met de meeste lage scores hoog (25% t.o.v. 20% landelijk). Van de grote voorsprong in rekenen van een paar jaar geleden is geen sprake meer.

 

De verschillen per gemeente

Onderstaande visualisatie brengt voor alle Drentse gemeenten afzonderlijk de gestandaardiseerde toetsscores in beeld. In het eerste tabblad staan de scores van 2020. Het tweede tabblad laat de ontwikkeling in de tijd zien (zie de infobutton voor de uitleg over standaardscores).

Bij begrijpend lezen zien we in groep 4 dat bij de laatste meting alle gemeenten op of rond het gemiddelde zitten. In groep 6 halen de meeste gemeenten de landelijke norm (net) niet. Midden-Drenthe, Noordenveld en Tynaarlo uitgezonderd. In groep 7 voegen Aa en Hunze, Meppel en Westerveld zich bij dit rijtje van gemeenten met bovengemiddelde scores. Emmen, Assen, Coevorden en Hoogeveen zitten ruim onder het landelijk gemiddelde.  In groep 8 halen leerlingen in Tynaarlo, Noordenveld en Meppel gemiddeld de hoogste scores. Borger-Odoorn, Coevorden, Aa en Hunze en Emmen scoren ruim onder het landelijk gemiddelde.

Op spelling in groep 4 wordt in alle gemeenten gemiddeld goed gescoord (meting 2020). Voor groep 6 wordt alleen in Coevorden en De Wolden boven de landelijke norm gescoord. Assen en Noordenveld zitten in vergelijking met de andere gemeenten laag. In groep 7 is de situatie iets beter. Behalve in Coevorden en Noordenveld wordt in alle gemeenten rond de landelijke norm gescoord. In groep 8 zijn de standaardscores in de meeste gemeenten bovengemiddeld. De gemeente Assen blijft hier achter.

Bij het technisch lezen zien we in groep 4 dat veelal op of rond de landelijke norm wordt gescoord. Coevorden en Hoogeveen blijven hierbij achter.  In groep 6  scoren Coevorden en Aa en Hunze onder de landelijke norm. De overige gemeenten scoren rond het landelijk gemiddelde. Groep 7 laat hogere scores zien. Alleen Coevorden zit ruim onder de landelijke norm. Westerveld haalt gemiddeld de hoogste score. In groep 8 zitten halen alle gemeenten (ruim) de landelijke norm.

Bij rekenen en wiskunde is in groep 4 de score in alle gemeenten ruim bovengemiddeld. In groep 6 wordt veelal op of net boven de landelijke norm gescoord. Assen haalt die norm niet. In groep 7 voegen zich Coevorden, Emmen en Westerveld daar nog bij. In groep 8 zitten Assen, Coevorden en Emmen in de gevarenzone. Tynaarlo zit ruim boven de landelijke norm. De overige gemeenten scoren zitten rond het landelijk gemiddelde.

 

Jongens en meisjes en taal en rekenen

In 2019 verschenen de nieuwste uitkomsten van een internationaal vergelijkend onderzoek: TIMMS. TIMSS staat voor Trends in International Mathematics and Science Study. Evenals eerdere jaren, bleken jongens beter te presteren op rekenen en meer zelfvertrouwen te hebben in hun rekenvaardigheden dan meisjes.

Er wordt veel onderzoek gedaan naar verschillen tussen jongens en meisjes tijdens hun school- en beroepsloopbaan. Jongens en meisjes presteren op diverse fronten verschillend. Over de oorzaken hiervan lopen meningen uiteen. We bekijken hier of we verschillen kunnen zien in de scores op de toetsen voor taal en rekenen in het basisonderwijs.

In het kort

  • Jongens scoren in alle groepen hoger op rekenen dan meisjes.
  • Meisjes scoren in alle groepen hoger op begrijpend lezen dan jongens.
  • Jongens doen het op begrijpend lezen in bijna alle groepen (behalve groep 4) iets minder goed dan het landelijk gemiddelde. Bij meisjes is dat voor rekenen het geval.
  • Bij technisch lezen zijn er over het algemeen geen significante verschillen te zien tussen jongens en meisjes in de groepen 4, 6 en 7. In groep 8 scoren meisjes hoger.
  • Bij de spellingtoetsen zien we als we alle groepen samen nemen betere prestaties bij de meisjes dan bij de jongens. Dat zien we ook in de groepen 4 en 8, maar niet in de groepen 6 en 7.

 

Jongens scoren hoger op rekenen, meisjes op begrijpend lezen

In de onderstaande visualisatie is telkens per vak te zien wat de scores voor jongens en meisjes zijn in de verschillende groepen. We vergelijken hier de gemiddelde standaardscores per vak voor alle groepen en apart per groep. In groep 8 ontbreekt in de registraties van relatief veel leerlingen of het een jongen of meisje betreft. Voor deze groep geven we omwille van de betrouwbaarheid geen aparte scores voor jongens en meisjes.

Als we kijken naar begrijpend lezen dan scoren meisjes gemiddeld over alle groepen (significant) hoger dan jongens. Ook wanneer we de scores in de groepen afzonderlijk bekijken doen de meisjes het beter op begrijpend lezen. We zien, evenals het voorgaand jaar, dat jongens beneden de landelijke norm (score 50) zitten (met uitzondering van jongens in groep 4).

Bij rekenen zien we dat jongens het over het algemeen (significant) beter doen. Behalve in groep 4, scoren meisjes beneden de landelijke norm.

Bij spelling is de gemiddelde score over alle groepen samen voor meisjes significant hoger dan voor jongens. In de groepen 6 en 7 zien we deze verschillen niet. De Drentse jongens zitten in groepen 6 en 8 (ruim) beneden de landelijke norm.

Bij technisch lezen scoren jongens en meisjes vergelijkbaar en op of net boven de landelijke norm. Alleen in groep 8 zien we, evenals voorgaand jaar, dat meisjes op dit onderdeel significant beter presteren dan jongens.

Referentieniveaus in groep 8

Voor verschillende momenten in de schoolloopbaan is vastgesteld wat leerlingen moeten kennen en kunnen. De niveaus waarop ze op een bepaald moment moeten voldoen worden fundamentele (F) niveaus genoemd. Daarnaast zijn er streefniveaus (S) voor leerlingen die meer aankunnen.

Met het maken van de eindtoets in groep 8 wordt duidelijk welk niveau een leerling heeft behaald voor taal en rekenen. Het streven is dat alle leerlingen de basisschool verlaten op het fundamentele niveau voor primair onderwijs (1F). Voor lees- en taalvaardigheid worden de volgende niveaus gehanteerd: <1F (dat wil zeggen; het fundamentele niveau 1F niet behaald), 1F en 2F. Voor de rekenvaardigheden worden de volgende niveaus onderscheiden: <1F, 1F, 1S en 2F. Welk niveau voor taal en rekenen hebben Drentse basisschoolleerlingen in vergelijking met leerlingen in heel Nederland? En zien we verschillen per Drentse gemeente waar de school gevestigd is?

In het kort

  • 98% van de Drentse leerlingen behaalt minimaal het vereiste niveau voor leesvaardigheid. Drenthe doet hierin niet onder voor de rest van Nederland.
  • Het aandeel Drentse leerlingen dat minimaal het vereiste niveau op taalvaardigheid bereikt is 97% en daarmee gelijk aan het landelijke aandeel.
  • 93% van de Drentse leerlingen behaalt minimaal het vereiste niveau voor rekenen. Dit is gelijk aan het landelijke percentage.
  • Sinds schooljaar 2015-2016 neemt het aandeel leerlingen dat bij leesvaardigheid en taal boven het vereiste 1F-niveau uitkomt toe.

 

Vrijwel alle Drentse leerlingen behalen aan het eind van de basisschool het vereiste fundamentele niveau voor leesvaardigheid

Onderstaande visualisatie, onder het tabblad ‘leesvaardigheid’, laat zien dat de Drentse leerlingen in 98% van de gevallen minimaal het vereiste 1F-niveau halen. Het vorige schooljaar was dit percentage hetzelfde. Het beeld in Drenthe is vergelijkbaar met het landelijke. Zowel in Drenthe als landelijk behaalt ongeveer 2% het vereiste niveau niet. Een aantal jaren geleden waren er relatief meer kinderen die het fundamentele niveau niet haalden. In 2015-2016 ging het nog om 6% en een jaar later ging het om 4%.

Vereiste fundamentele niveau taalvaardigheid steeds vaker behaald

97% van de Drentse jongeren behaalde in schooljaar 2018-2019 het minimaal vereiste niveau op taalvaardigheid. Vorig jaar was dit aandeel ongeveer hetzelfde. In 2015-2016 behaalde nog 6% het vereiste 1F-niveau niet.

Bij rekenen wordt minder vaak boven het vereiste referentieniveau gescoord dan vorig jaar

Vergeleken met vorig jaar behalen evenveel Drentse leerlingen minimaal het vereiste niveau op rekenen. Net als landelijk scoort 93% op of boven het vereiste niveau. Wel behalen minder leerlingen een hoger (streef)niveau dan vorig jaar.

In 2015-2016 behaalde een fors aandeel van de Drentse leerlingen het fundamentele rekenniveau niet (16% behaalde < 1F-niveau). Het ging hierbij niet om een typisch Drents verschijnsel, ook landelijk was het aandeel beneden niveau 1F hoog (13%). De Inspectie van het Onderwijs rapporteerde in De staat van het onderwijs 2015-2016 dat er een vermindering in de rekenvaardigheden van Nederlandse basisschoolleerlingen te zien was, waarbij Nederland zelfs daalde op de internationale lijst van rekenprestaties. Het jaar daarop zien we echter al een behoorlijke verbetering. Toch behaalt in 2018-2019 nog 6% het vereiste niveau niet.

De gemeenten vergeleken

In de visualisatie hieronder is per gemeente te zien welk deel van de leerlingen het vereiste niveau 1F niet haalt. Er kan gekozen worden voor het schooljaar en het vak waarvan de resultaten te zien zijn.

Voor leesvaardigheid varieert het aandeel leerlingen dat het vereiste niveau niet haalt van 1% tot 3%. Een aantal jaren geleden waren de verschillen tussen gemeenten groter. Meppel, Westerveld, Coevorden en Emmen laten een behoorlijke verbetering zien ten opzichte van eerdere jaren.

Voor taalvaardigheid zijn de verschillen tussen gemeenten iets groter. Coevorden heeft nog de meeste leerlingen die onder 1F-niveau van de basisschool komen.

Voor rekenvaardigheid zijn de verschillen tussen gemeenten nog het grootst. We zien een vooruitgang vergeleken met 2015-2016. In dat jaar haalde in sommige gemeenten meer dan een kwart van de leerlingen het vereiste 1F-niveau niet. De gemeente Westerveld laat een opvallende tendens zien: van gemeente met de meeste leerlingen die onder het vereiste niveau bleven tot gemeente met het kleinste percentage leerlingen dat het niveau 1F niet haalt.

Referentieniveaus naar schoolweging

Bij het maken van de eindtoets in groep 8 krijgt een leerling een schooladvies en wordt ook duidelijk welk niveau voor taal en rekenen is behaald. Het streven is dat alle kinderen aan het eind van de basisschool niveau 1F halen voor taal en rekenen. Hoeveel kinderen in Drenthe dat lukt, of niet, lees je in het onderdeel Referentieniveaus in groep 8.

Wat mag je van een school verwachten als het gaat om het taal- en rekenniveau van leerlingen? Vanaf schooljaar 2020-2021 beoordeelt de Inspectie van het Onderwijs scholen op referentiescores voor taal en rekenen (zie de handreiking referentieniveaus, PDF, 7 pagina’s). De Inspectie houdt bij haar beoordeling rekening met de achtergrond van de leerlingen. Van een school met een minder complexe leerlingenpopulatie wordt een hoger taal- en rekenniveau verwacht dan van een school met een complexe leerlingenpopulatie. Hoe complex de leerlingenpopulatie op een school is, wordt aangegeven met een schoolweging.

In het kort

  • Op 10% van de basisscholen in Drenthe halen te weinig leerlingen het streefniveau (1S/2F) voor taal en rekenen aan het eind van de basisschool. Het gaat om 24 scholen.
  • Op 55% van de Drentse basisscholen halen meer leerlingen het streefniveau (1S/2F) voor taal en rekenen dan gemiddeld in Nederland.
  • Op 2% van de basisscholen in Drenthe halen te weinig leerlingen het fundamentele 1F-niveau voor taal en rekenen. Het gaat om 5 scholen.

 

Schoolscores berekend aan de hand van rekenmethode Inspectie van het Onderwijs

In bovenstaande puntenwolk is voor alle basisscholen in Drenthe weergegeven wat hun schoolweging is (horizontale as) en het percentage leerlingen dat voor taal en rekenen een referentieniveau van minimaal 1F (de blauwe stippen) en minimaal 1S/2F (de rode stippen) haalt. De percentages leerlingen die referentieniveau 1F en 1S/2F halen zijn gemiddelden. De scores voor lees-, taal- en rekenvaardigheid zijn samengevat in één percentage. Dit percentage is berekend als gemiddelde over de schooljaren 2017-2018 en 2018-2019. Hierbij is de rekenmethode van de Inspectie van het Onderwijs gebruikt.

De Inspectie kijkt met ingang van 2020-2021 naar gemiddelde scores over drie jaren. Trendbureau Drenthe analyseerde de gegevens van twee schooljaren (2017-2018 en 2018-2019). Alleen scholen waarvan voor beide schooljaren gegevens bekend waren, zijn meegenomen in de analyse. Over schooljaar 2019-2020 zijn nog geen gegevens beschikbaar.

Er zijn grote verschillen tussen scholen met dezelfde schoolweging (deze scholen zijn vergelijkbaar). Ook zijn er scholen met een hogere schoolweging, die beter presteren dan scholen met een lagere schoolweging.

Van iedere school in Nederland wordt verwacht dat minimaal 85% van de leerlingen het taal- en rekenniveau 1F haalt (de dunne blauwe lijn). Dit is een ondergrens, ook wel signaleringswaarde genoemd, en zeker geen ambitieniveau.

Het percentage leerlingen dat op een hoger niveau zou moeten presteren (minimaal 1S voor rekenen en 2F voor taal- en leesvaardigheid), hangt af van de achtergrond van de leerlingen (de schoolweging). Hoe complexer de leerlingenpopulatie (hoe hoger de schoolweging) hoe lager de verwachting dat leerlingen het hogere 1S/2F-niveau halen. Zo moet op een school met schoolweging 20 ongeveer 67% van de leerlingen niveau 1S/2F halen. Voor een school met weging 39 is de lat minder hoog gelegd; circa 30% moet het hogere niveau bereiken. Deze signaleringswaarden zijn ook hier weer ondergrenzen en geen ambitieniveaus (de dunne rode lijn). Gemiddeld is op de Nederlandse basisscholen het aandeel leerlingen dat minimaal 1F haalt (de dikke blauwe lijn) of minimaal 1S/2F (de dikke rode lijn), hoger dan de gestelde ondergrenzen (signaleringswaarden).

10% van de Drentse scholen blijft onder de Inspectienorm: te weinig leerlingen halen streefniveau 1S/2F voor taal en rekenen

Op 5 scholen in Drenthe (2%) hebben te weinig leerlingen voldoende basisvaardigheden taal en rekenen geleerd (niveau 1F of hoger voor taal en rekenen). Ook weten niet alle scholen voldoende leerlingen op een iets hoger taal- en rekenniveau te brengen. Het gaat dan om 24 scholen (10%).

Als scholen op de referentiescores voor taal en rekenen niet aan de Inspectienorm voldoen, betekent dit niet dat deze scholen een eindoordeel ‘zeer zwak’ of ‘onvoldoende’ krijgen. Daar is meer voor nodig. De Inspectie kijkt bijvoorbeeld ook naar de kwaliteitszorg, schooladviezen, het niveau in het voortgezet onderwijs na drie jaar, de veiligheidsbeleving, hoe leerlingen zich voelen, verandering van schoolgrootte en financiën.

Er zijn wel verschillen per gemeente. Zo halen in Noordenveld alle scholen de gestelde norm voor het streefniveau voor taal en rekenen. In Borger-Odoorn haalt bijna één op de vijf scholen deze norm niet.

Iets meer dan de helft van de scholen weet evenveel of meer leerlingen dan gemiddeld naar het hogere streefniveau voor taal en rekenen te brengen

Iets meer dan de helft van de Drentse scholen (55%) steekt er met kop en schouders boven uit. Zij hebben meer leerlingen dan gemiddeld in Nederland die het hogere streefniveau (1S/2F) halen. Dit zijn de scholen die op of boven de dikke rode lijn te vinden zijn. Ook hier zien we grote verschillen per gemeente. In Midden-Drenthe scoort 89% van de scholen minimaal even hoog als het landelijk gemiddelde. In Noordenveld is dat 87%. De gemeenten Meppel (43%), Assen (44%) en Coevorden (48%) sluiten de rij. Minder dan de helft van de scholen uit deze gemeenten scoort op de landelijke norm of hoger.

Oordeel Inspectie van het Onderwijs

Scholen zijn zelf verantwoordelijk voor de kwaliteit van het onderwijs. De Inspectie van het Onderwijs houdt toezicht op de kwaliteit en de manier waarop er met verstrekte overheidsmiddelen wordt omgegaan. Vóór augustus 2017 werden de ‘toezicht arrangementen’ toegedeeld en kreeg een school het predicaat ‘basisarrangement’, ‘zwak’ of ‘zeer zwak’. Na deze datum is er een Vernieuwd Toezicht gekomen. Op basis van het nieuwe toezichtskader geeft de Inspectie het oordeel ‘voldoende’, ‘onvoldoende’ of ‘zeer zwak’. Naast deze oordelen kan de inspectie de waardering ‘goed’ geven.

Met het nieuwe waarderingskader brengt de Inspectie de kwaliteitszorg op bestuursniveau en de onderwijskwaliteit bij een selectie van scholen in kaart. De Inspectie vormt zich een oordeel door jaarlijks prestaties te analyseren op het gebied van kwaliteit en financiën. Hiervoor hoeven bestuur en scholen in principe zelf geen informatie aan te leveren. Daarnaast voert de Inspectie vierjaarlijks onderzoek uit waarbij zij besturen en een deel van de scholen bezoekt en beoordeelt. Alleen scholen die tijdens het vierjaarlijks onderzoek uitgebreid zijn onderzocht krijgen een eindoordeel voor de kwaliteit van het onderwijs. De scholen van het bestuur waarbij alleen enkele standaarden ter verificatie worden onderzocht en scholen die niet worden bezocht (en ook geen risico vormen), krijgen tijdens het vierjaarlijks onderzoek geen nieuw eindoordeel.

In het kort

  • Op peildatum 1 september 2020 zijn er 5 zwakke scholen in Drenthe, in 2019 waren dat er 4.
  • Er zijn op peildatum 1 september 2020 2 zeer zwakke scholen in Drenthe, in 2019 waren dat er 5.
  • De verschillen met het landelijk beeld zijn klein (minder dan een half procentpunt). In Drenthe heeft 1,8% van de scholen het predicaat ‘zwak’ en 0,7% ‘zeer zwak’. Landelijk gaat het om respectievelijk 1,4% en 0,4% van de scholen.

Eind 2020: minder zeer zwakke scholen in Drenthe

In de visualisatie is te zien dat op peildatum 1 september 2020 van 67% van de Drentse basisscholen geen actueel oordeel is. Dat is een gevolg van het Vernieuwd Toezicht waarbij de waarborgfunctie voor kwaliteit van onderwijs steeds meer bij de schoolbesturen komt te liggen. Op de langere duur zal er alleen voor scholen die zeer zwak of onvoldoende scoren of een voldoende scoren na eerdere jaren van extra toezicht, een eindoordeel te zien zijn.

Het aantal scholen dat geen actueel oordeel heeft verschilt sterk per gemeente, provincie en landelijk. In Drenthe (67%) zijn meer scholen zonder actueel eindoordeel dan landelijk (55%). Dit zou o.a. verklaard kunnen worden doordat in Drenthe gemiddeld genomen grotere schoolbesturen actief zijn dan landelijk. Het aandeel scholen met een groter schoolbestuur dat wordt bezocht en beoordeeld, is relatief kleiner.

Opvallend is ook dat in Westerveld alle scholen nog een actueel eindoordeel hebben, terwijl in andere gemeenten dit aandeel lager is. Deze verschillen zullen de komende jaren door het vernieuwde toezicht wat minder uiteen gaan lopen.

Het aandeel zwakke scholen (2%) in de provincie ligt iets hoger dan landelijk (1%). Het gaat in Drenthe om 5 scholen (in Emmen (2), Borger-Odoorn, Coevorden en Hoogeveen). Twee scholen zijn als ‘zeer zwak’ aangemerkt, het gaat om minder dan 1% van de scholen. Landelijk ligt dit percentage op 0,4%. De ‘zeer zwakke’ scholen staan in Hoogeveen en Meppel. Precies een jaar eerder telde Drenthe 4 zwakke en 5 zeer zwakke scholen.

De lijst met zwakke scholen is dynamisch. Voor een actueel overzicht van zeer zwakke scholen verwijzen we je naar de website van de Inspectie van het Onderwijs.

Medewerker

Imke Oosting

Onderzoeker

Betrokken medewerkers

Imke Oosting

Imke Oosting

Onderzoeker

  • Mail
  • LinkedIn
Jessy Snip

Jessy Snip

Onderzoeker

  • Mail
  • LinkedIn

Meer weten?

Neem contact op met één van de betrokken medewerkers

Gerelateerd nieuws

Geen categorie

Nieuwe leden Adviesraad

Leefbaarheid

Webinar ‘Introductie Monitoring Brede Welvaart’ op dinsdag 16 maart 2021

Corona

‘Alles is anders’, coronacrisis heeft grote invloed op het leven in Drenthe

De coronacrisis heeft voor veel Drenten belangrijke gevolgen. Maar niet iedereen wordt even hard geraakt. Zelfstandig ondernemers, 18- tot 34-jarigen en mensen met een minder goede gezondheid hebben veel vaker dan de gemiddelde Drent zorgen en problemen door ‘corona’. Onderzoek van Trendbureau Drenthe laat dat duidelijk zien. Ruim 950 Drenten d

Corona

Effectievere hulp nodig voor Drentse ondernemers in coronacrisis

De coronacrisis brengt naar verwachting veel ondernemers in de problemen. Meerdere gemeenten in Drenthe willen graag weten hoe ze de ondernemers met schulden beter kunnen bereiken. Dat was voor Trendbureau Drenthe aanleiding om hier onderzoek naar te doen. Het onderzoek, mede mogelijk gemaakt door de provincie Drenthe, bevestigt die verwachting: vo

Leefbaarheid

Leefbaarheid in noordelijke provincies stabiel

Drenten, Groningers en Friezen waarderen de leefbaarheid in hun provincie met gemiddeld bijna een 8. De leefbaarheid in de noordelijke provincies is hiermee de afgelopen jaren stabiel gebleven. Ook zijn er nauwelijks verschillen tussen de provincies. Wel zien we dat in Groningen vaker een achteruitgang van de leefbaarheid wordt ervaren dan in Frysl

Publicaties

Armoede

Kleine ondernemers zinken door corona weg in schuldenmoeras. Hulp van de overheid is lastig te krijgen // DvhN

Laaggeletterdheid

Westerwolde zet extra in op hulp aan laaggeletterde ouders met jonge kinderen

Corona

Alles gaat anders; gevolgen coronacrisis voor het leven in provincie Drenthe