Leerkrachten in het primair onderwijs

Het CBS (zie hiernaast) constateert dat er sprake is van vergrijzing onder leerkrachten in het basisonderwijs. Doordat er de komende jaren veel leerkrachten een pensioengerechtigde leeftijd bereiken dreigt er een lerarentekort wanneer er onvoldoende nieuwe leerkrachten bijkomen. Daarnaast is het zo dat er in het basisonderwijs veel meer vrouwen dan mannen voor de klas staan. We kijken in dit deel naar een aantal achtergrondfactoren van de leerkrachten in het primaire onderwijs: het basisonderwijs, speciaal basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs. In Drenthe is de verdeling van het aantal mannelijke/ vrouwelijke leerkrachten vrijwel gelijk aan de landelijke verdeling. Al jaren is rond de 85% van de leerkrachten in het basisonderwijs vrouw.

In het kort

  • Al een aantal jaren is het aandeel vrouwelijke leerkrachten in het Drentse basisonderwijs rond de 85%. Landelijk is het beeld vergelijkbaar.
  • Het aandeel leerkrachten met een vaste aanstelling in het Drentse basisonderwijs is in 2017 enkele procentpunten lager dan in 2013 (resp. 93% en 97%).
  • Driekwart van de leerkrachten in het basisonderwijs is tussen de 25 en 55 jaar.
  • In Drenthe is de gemiddelde leeftijd van vrouwelijke leerkrachten in het basisonderwijs iets hoger dan landelijk. De mannelijke Drentse leerkrachten zijn daarentegen iets jonger dan het landelijk gemiddelde.

Drentse mannelijke leerkrachten gemiddeld iets jonger dan landelijk

Al een aantal jaren schommelt het aandeel vrouwen in het basisonderwijs dat voor de klas staat rond de 85%. We zien hier geen verschil tussen de Drentse leerkrachten en de landelijke leerkrachten. In het speciaal onderwijs is het aandeel mannen voor de klas hoger dan bij het reguliere basisonderwijs.  Dit geldt voor Drenthe daarbij in een hogere mate dan landelijk. In het Drentse speciaal basisonderwijs is ongeveer een kwart van de leerkrachten man (landelijk ongeveer een vijfde deel) en in het Drentse (voortgezet) speciaal onderwijs is iets minder dan een derde deel man (landelijk ongeveer een kwart).

Het aandeel vaste aanstellingen is de laatste jaren met enkele procentpunten afgenomen (in Drenthe had in 2017 93% van de leerkrachten in het basisonderwijs een vaste aanstelling, in 2011 was dat nog 97%).

We zien in Drenthe op de korte termijn niet dat er sprake is van een toename van vergrijzing onder de populatie leerkrachten. Al een aantal jaren is driekwart van de leerkrachten in het basisonderwijs tussen de 25 en 55 jaar.  De gemiddelde leeftijd onder de vrouwelijke Drentse leerkrachten is iets hoger dan landelijk (in 2017 ongeveer 1 jaar verschil). De mannelijke Drentse leerkrachten in het basisonderwijs zijn iets jonger dan gemiddeld landelijk. In het sbo zijn de mannelijke leerkrachten zowel landelijk als in Drenthe wat ouder dan de vrouwelijke leerkrachten. Dit in mindere mate ook in het speciaal onderwijs het geval. De Drentse vrouwelijke (v)so leerkrachten zijn jonger dan landelijk.

gerelateerd

medewerkers