Leerkrachten in het primair onderwijs

Het CBS constateert dat er sprake is van vergrijzing onder leerkrachten in het basisonderwijs. Doordat er de komende jaren veel leerkrachten een pensioengerechtigde leeftijd bereiken, dreigt er een lerarentekort wanneer er onvoldoende nieuwe leerkrachten bij komen. Daarnaast is het zo dat er in het basisonderwijs veel meer vrouwen dan mannen voor de klas staan. We kijken in dit deel naar een aantal achtergrondfactoren van de leerkrachten in het primaire onderwijs: het basisonderwijs, speciaal basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs. In Drenthe is de verdeling van het aantal mannelijke/ vrouwelijke leerkrachten vrijwel gelijk aan de landelijke verdeling. Al jaren is iets meer dan 80% van de leerkrachten in het basisonderwijs vrouw.

In het kort

  • Al een aantal jaren is het aandeel vrouwelijke leerkrachten in het Drentse basisonderwijs iets meer dan 80%. Landelijk is het beeld vergelijkbaar.
  • Het aandeel leerkrachten met een vaste aanstelling in het Drentse basisonderwijs is in 2018 enkele procentpunten lager dan in 2013 (resp. 90% en 97%).
  • Meer dan twee derde van de leerkrachten in het basisonderwijs is tussen de 25 en 55 jaar.
  • In Drenthe is de gemiddelde leeftijd van vrouwelijke leerkrachten in het basisonderwijs iets hoger dan landelijk. De mannelijke Drentse leerkrachten zijn daarentegen iets jonger dan het landelijk gemiddelde.

Geen duidelijke toename vergrijzing van leerkrachten in het basisonderwijs in Drenthe

Al een aantal jaren schommelt het aandeel vrouwen in het basisonderwijs dat voor de klas staat rond de 80%. We zien hier geen verschil tussen de Drentse leerkrachten en de landelijke leerkrachten. In het speciaal onderwijs is het aandeel mannen voor de klas hoger dan bij het reguliere basisonderwijs.  Dit geldt voor Drenthe daarbij in een hogere mate dan landelijk. In het Drentse speciaal basisonderwijs is ongeveer een kwart van de leerkrachten man (landelijk ongeveer een vijfde deel) en in het Drentse (voortgezet) speciaal onderwijs is iets meer dan een kwart deel man (landelijk bijna een kwart).

Het aandeel vaste aanstellingen is de laatste jaren met enkele procentpunten afgenomen. In Drenthe had in 2018 90% van de leerkrachten in het basisonderwijs een vaste aanstelling, in 2011 was dat nog 97%. In Nederland was dit respectievelijk 87% en 94%.

We zien in Drenthe op de korte termijn niet dat er sprake is van een toename van vergrijzing onder de populatie leerkrachten. Al een aantal jaren is ongeveer 70% van de leerkrachten in het basisonderwijs tussen de 25 en 55 jaar.  De gemiddelde leeftijd onder de vrouwelijke Drentse leerkrachten op het basisonderwijs is iets hoger dan landelijk, maar dit verschil is minimaal. De mannelijke Drentse leerkrachten in het basisonderwijs zijn iets jonger dan gemiddeld landelijk, maar ook dit verschil is erg klein. In het sbo zijn de mannelijke leerkrachten zowel landelijk als in Drenthe wat ouder dan de vrouwelijke leerkrachten. Dit is ook in het speciaal onderwijs het geval. De Drentse vrouwelijke (v)so leerkrachten zijn jonger dan landelijk, Drentse vrouwelijke sbo-leerkrachten zijn juist ouder dan het landelijke gemiddelde.

gerelateerd

medewerkers