Uitstroom voortgezet (speciaal) onderwijs

Uitstroom voortgezet (speciaal) onderwijs

Veruit de meeste leerlingen die gediplomeerd het voortgezet onderwijs verlaten gaan verder met een vervolgopleiding. We kijken hier waar de leerlingen al dan niet met een diploma terechtkomen na hun opleiding in het voortgezet onderwijs, maar ook kijken we naar de uitstroom uit het voortgezet speciaal onderwijs.

Uitstroom vmbo, havo, vwo

Na het diploma van het voortgezet onderwijs gaan de meeste leerlingen verder naar een mbo-, hbo- of wo- opleiding. Sommige leerlingen gaan verder in het voortgezet onderwijs. Een deel van de gediplomeerde vo-verlaters is een jaar na de opleiding buiten het (bekostigde) onderwijs terechtgekomen. Landelijk gaat het om bijna 9%, in Noord-Nederland gaat het om ongeveer 7% (CBS, 2019). In dit deel kijken we naar de uitstroom van zowel gediplomeerde als ongediplomeerde vmbo-ers, havisten en vwo-ers. De cijfers zijn alleen beschikbaar voor Noord-Nederland als totaal, dus we vergelijken Noord-Nederland met het totale beeld voor Nederland.

In het kort

  • 92% van de gediplomeerde vmbo-ers woonachtig in Noord-Nederland gaat na het diploma naar het middelbaar beroepsonderwijs.
  • Ongeveer 1% van de gediplomeerde vmbo-ers woonachtig in Noord-Nederland komt buiten het (bekostigde) onderwijs terecht.
  • Ongeveer 7% (Noord Nederland) van de ongediplomeerde vmbo verlaters komt buiten het bekostigde onderwijs terecht.
  • Ongeveer 12% van de gediplomeerde vmbo gt-ers gaat een havo opleiding doen.
  • Ruim driekwart van de noordelijke havisten met een diploma gaat verder studeren in het hbo.
  • 5% van de gediplomeerde havisten gaat verder in het vwo.
  • Een tiende deel van de havisten die het diploma niet hebben behaald, gaat verder in het mbo.
  • Bijna driekwart van de vwo-ers met een diploma gaat verder studeren in het wo.

 

Ruim 90% van de vmbo-ers met diploma gaat verder studeren in het mbo

Iets meer dan 90% van de gediplomeerde vmbo-ers, woonachtig in het noorden, gaat een vervolgopleiding doen in het middelbaar beroepsonderwijs. Iets minder dan een tiende deel gaat verder met een vervolgopleiding in het voortgezet onderwijs. Ongeveer 1% zit na het diploma niet in het bekostigde onderwijs. De percentages voor Noord-Nederland verschillen niet heel veel van de landelijke cijfers.

Ongeveer 7% van de ongediplomeerde vmbo-4-leerlingen verlaat het (bekostigde) onderwijs (zie tweede tabblad in de visualisatie). Dit is een toename van 2 enkele procentpunten in vergelijking met een jaar eerder. Landelijk is dit percentage hoger, namelijk 9%. We zien dat ruim een derde deel naar het mbo gaat en zo’n 60% gaat verder in het voortgezet onderwijs.

Het derde tabblad van de visualisatie laat per leerweg zien wat de gediplomeerde vmbo-ers doen na hun opleiding. Vrijwel niemand gaat na een basis- of kaderberoepsgerichte leerweg verder in het voortgezet onderwijs. Ruim 1% (van de leerlingen woonachtig in Noord-Nederland) komt buiten het bekostigde onderwijs terecht. De meeste leerlingen gaan verder naar het mbo in een beroep opleidende leerweg (BOL). Ongeveer 12% van de gediplomeerde vmbo-ers van de gemengde of theoretische leerweg gaat een havo-opleiding doen. Noord-Nederland verschilt hierin maar enkele procentpunten van de rest van Nederland.

Slechts een klein deel van de gediplomeerde havisten (4%) gaat door naar het vwo

De havisten met een diploma gaan in driekwart van de gevallen naar het hbo voor het vervolg van hun opleiding. Een klein deel (4%) van de in Noord-Nederland woonachtige leerlingen gaat verder naar het vwo en een nog kleiner deel gaat naar het mbo (3%). Ongeveer 15% komt buiten het onderwijs terecht. Er is op dit moment vrijwel geen verdere informatie over de laatstgenoemde groep. Gaan deze jongeren aan het werk, of nemen ze een tussenjaar voor een reis of iets dergelijks?

Het tweede tabblad in onderstaande visualisatie laat zien dat de havo-5-leerlingen die geen diploma hebben behaald in de meeste gevallen dit diploma toch in het volgende jaar proberen te behalen (44% via de reguliere havo en 35% via volwassenenonderwijs). Zowel in het noorden als landelijk gaat ongeveer 10% verder in het middelbaar beroepsonderwijs. Ongeveer 5% (Noord-Nederland) komt buiten het onderwijs terecht.

Bijna driekwart van de gediplomeerde vwo-ers gaat naar het wetenschappelijk onderwijs

Zowel landelijk als in het noorden geldt dat bijna driekwart van de vwo-ers die het diploma behaald hebben, een jaar later ingeschreven zijn op een wetenschappelijke opleiding. Ongeveer een tiende deel gaat naar het hbo, de rest is buiten het bekostigde onderwijs. De vwo-ers die hun diploma niet hebben behaald gaan in ruim een derde deel van de gevallen nog een keer proberen dit diploma te behalen in het reguliere dagonderwijs en in bijna de helft van de gevallen gaan ze naar het volwassen onderwijs voor hun vo-diploma. Ongeveer 8% van de in Noord-Nederland woonachtige vwo-ers zonder diploma verdwijnt uit het bekostigde onderwijs. Dit is de helft van het landelijke percentage (17%).

Uitstroom praktijkonderwijs

Er is op dit moment niet veel eenduidige en openbare informatie beschikbaar op lokaal niveau over het aantal jongeren dat het praktijkonderwijs verlaat en waar ze terecht komen. Van een aantal scholen voor praktijkonderwijs is wel informatie ontvangen, maar dat geeft nog geen totaal beeld. We zijn bezig met de scholen hierover afspraken te maken.

In Drenthe wonen ongeveer 1.100 jongeren die naar het praktijkonderwijs gaan. Ongeveer 23% van hen stroomt jaarlijks uit, iets minder dan de helft van hen naar vervolgonderwijs en iets meer dan de helft komt buiten het onderwijs terecht (inschatting op basis van CBS cijfers Noord-Nederland).

We kijken hier naar de cijfers voor Noord-Nederland en vergelijken deze met de landelijke cijfers. Het gaat daarbij om cijfers van doorstroom: de leerling zit in een volgend schooljaar nog op het praktijkonderwijs en uitstroom: de leerling gaat ander onderwijs volgen of verdwijnt uit het bekostigde onderwijs.

Van de jongeren die het praktijkonderwijs hebben verlaten en die niet verder gaan in het onderwijs bekijken we de arbeidsmarktpositie. De meest recente cijfers die ook voor Drenthe beschikbaar zijn betreffen de arbeidsmarktpositie in 2013/2014 van de schoolverlaters 2012/2013.

In het kort

  • Jaarlijks verlaat ongeveer 23% het praktijkonderwijs. Iets minder dan de helft van hen gaat verder in het onderwijs, iets meer dan de helft van hen komt buiten het onderwijs terecht.
  • Jongeren uit Noord-Nederland die van het praktijkonderwijs komen gaan minder vaak verder in het bekostigde onderwijs dan landelijk.
  • Drentse schoolverlaters praktijkonderwijs die niet verder gaan met de opleiding krijgen vaker een uitkering dan landelijk.

 

Schoolverlaters praktijkonderwijs Noord-Nederland vaker dan landelijk niet verder in onderwijs

In 2017-2018 waren er in Noord-Nederland ruim 3.700 leerlingen op het praktijkonderwijs. Een jaar later zijn van hen 2.855 nog steeds op het praktijkonderwijs. De rest (ongeveer 23%) is uitgestroomd naar vervolgonderwijs of buiten het (bekostigde) onderwijs terecht gekomen. We zien in het tweede tabblad van de visualisatie dat landelijk, 52% van de leerlingen die in 2017-2018 het  praktijkonderwijs verlieten in 2018-2019 buiten het reguliere onderwijs terecht kwam. Iets minder dan de helft gaat verder in het onderwijs. Meestal is dit het middelbaar beroepsonderwijs. Het aandeel dat vervolgonderwijs doet na het praktijkonderwijs is de laatste jaren landelijk ongeveer gelijk gebleven. In Noord-Nederland is het aandeel dat na het praktijkonderwijs doorgaat met vervolgonderwijs lager dan landelijk.

Drentse schoolverlaters praktijkonderwijs vaker uitkering dan landelijk

In de figuur hieronder is te zien wat de arbeidsmarkt positie is van het deel van de schoolverlaters van het praktijkonderwijs die niet verder gaan in het bekostigde onderwijs. Het betreft de arbeidsmarktpositie in oktober 2013, dus vrijwel direct nadat de leerlingen eind schooljaar 2012-2013 de school hebben verlaten. Te zien is dat 38% van de Drentse schoolverlaters (25% + 13%) aan het werk is, al dan niet met (gedeeltelijk) een uitkering. Landelijk is dit percentage hoger, namelijk 42%. Het aandeel Drentse schoolverlaters met een uitkering is hoger dan landelijk. Uit landelijke cijfers weten we dat een jaar na het schoolverlaten ruim een tiende deel van de groep uit 2012 die aanvankelijk niet verder ging in het bekostigde onderwijs, daar toch weer naar terugkeerde (zie hiernaast verwijzing Onderwijs in cijfers, 2019).

De Drentse Onderwijsmonitor verzamelt momenteel cijfers van regionale scholen voor praktijkonderwijs om de gepresenteerde cijfers aan te vullen.

Uitstroom speciaal onderwijs

Leerlingen in het vso volgen sinds 2013 een van de drie uitstroomprofielen: dagbesteding, vervolgonderwijs of arbeidsmarkt. De meeste leerlingen volgen het profiel voor vervolgonderwijs. In de meeste gevallen gaan de leerlingen met uitstroomprofiel arbeidsmarkt of dagbesteding na het vso niet verder met een vervolgopleiding. De kans op betaald werk is voor hen niet heel erg groot. Dit geldt vooral voor leerlingen met het uitstroomprofiel dagbesteding.

In het kort

  • Landelijk volgt 49% van de vso leerlingen de opleiding met het uitstroomprofiel ‘vervolgonderwijs’
  • De samenwerkingsverbanden waaronder de Drentse vso instellingen vallen verschillen behoorlijk wat betreft aandeel leerlingen met uitstroomprofiel vervolgonderwijs.
  • Landelijk heeft iets meer dan een kwart van de vso leerlingen het uitstroomprofiel arbeid.

 

Meeste vso-leerlingen hebben uitstroomprofiel vervolgonderwijs

We zien in de onderstaande visualisatie de uitstroomprofielen van de leerlingen in het voortgezet speciaal onderwijs (vso) per samenwerkingsverband VO vergeleken met de landelijke cijfers. Er kan gekozen worden voor één van de peildata 1 oktober 2014 tot en met 1 oktober 2019. Op 1 oktober 2019 volgde landelijk 49% van de vso-leerlingen het uitstroomprofiel onderwijs. Dit percentage is al een aantal jaren langzaam aan het toenemen. Volgens De staat van het (voortgezet) speciaal onderwijs 2018 (Inspectie van het Onderwijs, 2018) ging in 2016 meer dan een kwart van de vso-leerlingen met uitstroomprofiel onderwijs toch niet verder met de schoolloopbaan. Meer dan de helft van hen had direct na het schoolverlaten geen werk en geen uitkering. We zien in de visualisatie dat er behoorlijke verschillen zijn tussen de samenwerkingsverbanden wat betreft het aandeel leerlingen met het uitstroomprofiel onderwijs. Iets meer dan een kwart van de vso-leerlingen heeft uitstroom profiel ‘arbeid’ (landelijk). We zien in de visualisatie dat het aandeel met uitstroomprofiel arbeid in de meeste samenwerkingsverbanden waar de leerlingen uit Drenthe onder vallen een fractie hoger is dan landelijk. Het samenwerkingsverband VO 2201 (Noord- en Midden-Drenthe), heeft het hoogste aandeel met uitstroomprofiel arbeid.

Medewerker

Imke Oosting

Onderzoeker

Delen via social media

Delen via social media

Betrokken medewerkers

Imke Oosting

Onderzoeker

Jessy Snip

Onderzoeker

Meer weten?

Neem contact op met één van de betrokken medewerkers

Gerelateerd nieuws

Laaggeletterdheid

Voorleescampagne gericht op ouders van jonge kinderen van start

Leefbaarheid

Nieuwe website Trendbureau Drenthe gelanceerd door gedeputeerde Hans Kuipers

Leefbaarheid

Trendbureau Drenthe bestaat 3 jaar!

Deze week vieren we dat Trendbureau Drenthe officieel 3 jaar is. Provincie Drenthe nam het initiatief voor Trendbureau Drenthe, omdat er een grote behoefte is aan toegankelijke en eenduidige Drentse data en kennis over onderwerpen als leefbaarheid, armoede, onderwijs, zorg en laaggeletterdheid. Sinds september 2017 monitort Trendbureau Drenthe tren

Bereikbaarheid & voorzieningen

Grote maatschappelijke effecten als gevolg van financiële tekorten bij Drentse gemeenten

De inwoners van Drenthe worden sterk getroffen door de financiële tekorten bij de Drentse gemeenten. De oplopende tekorten dwingen Drentse gemeenten tot ingrijpende maatregelen over de volle breedte van hun takenpakket. Inwoners plukken daarvan de wrange vruchten in de vorm van een schraler voorzieningenaanbod, hogere OZB, een slecht onderho

Laaggeletterdheid

Aandacht voor het oorlogsboek 'Mijn Hart, Voor Altijd Van Jou' in een versie voor laaggeletterden

In het kader van 75 jaar bevrijding heeft De Stiep Educatief in samenwerking met het Bondgenootschap voor een Geletterd Drenthe het boek 'Mijn hart, voor altijd van jou' uitgegeven voor (jong)volwassenen die lezen lastig vinden. Dit boek gaat over Jans Zwinderman, ambtenaar uit Sleen die verzetswerk deed en in januari 1945 nog werd opgepakt. Een in

Publicaties

Bereikbaarheid & voorzieningen

Publicatie Maatschappelijke effecten als gevolg van financiële tekorten bij Drentse gemeenten

Laaggeletterdheid

Monitoronderzoek naar de aanpak van laaggeletterdheid in Drenthe - Vervolgmeting Resultaten 2019

Laaggeletterdheid

Factsheet netwerk rond en werving van NT-1 doelgroepen in Drenthe