Verzuim en schooluitval

Verzuim en schooluitval

Jongeren moeten volgens de huidige leerplichtwet verplicht naar school vanaf hun 5e tot en met het schooljaar waarin ze 16 jaar worden (de volledige leerplicht). Na de volledige leerplicht geldt de kwalificatieplicht. Dit houdt in dat alle jongeren tot hun 18e jaar onderwijs moeten volgen, tenzij ze een startkwalificatie (minimaal havo of mbo-2 niveau) hebben. Jongeren die de school verlaten zonder startkwalificatie noemen we voortijdig schoolverlaters. Cijfers over ontwikkelingen met betrekking tot voortijdig schoolverlaten kunt u hier vinden. We presenteren ook cijfers over de spijbelaars en de thuiszitters, oftewel de diverse vormen van verzuim.

Voortijdig schoolverlaters

Jongeren in de leeftijd van 12 tot 23 jaar die zonder startkwalificatie (een diploma op minimaal havo of mbo-niveau 2) het onderwijs verlaten, worden voortijdig schoolverlaters (vsv-ers) genoemd. Jongeren zonder startkwalificatie hebben het vaak moeilijker op de arbeidsmarkt. In schooljaar 2018-2019 zijn er 26.894 vsv-ers geregistreerd (het Ministerie van OC&W had als landelijke doelstelling 22.500 vsv-ers voor 2017-2018). Het aantal vsv-ers is hoger dan in 2017-2018 (toen 25.848) en na een aanvankelijk dalende trend vanaf 2010-2011 is er sinds 2015-2016 jaarlijks weer een toename.

De voortijdig schoolverlaters komen voor het grootste deel uit het mbo (22.070). Een kleine 800 zijn vsv-er uit het voortgezet algemeen volwassenen onderwijs (vavo) en 4.520 komen uit het voortgezet onderwijs. We kijken in dit deel naar het aandeel vsv-ers in Drenthe en we vergelijken dit met de landelijke cijfers.

In het kort

  • Het Drentse percentage voortijdig schoolverlaters (2018-2019) is 1,8%. Dat is lager dan het landelijke percentage (2,0%).
  • Het aantal Drentse vsv-ers in 2018-2019 is ruim 770 (vorig jaar 720). Zowel in Drenthe als landelijk is er de afgelopen jaren een toename te zien.
  • In Zuidoost Drenthe zijn relatief de meeste voortijdig schoolverlaters.
  • Het voortgezet onderwijs blijft in de meeste gevallen niet onder de gestelde maxima van streefniveaus voortijdig schoolverlaten.
  • Het mbo overtreft in meer gevallen dan vorige jaar de maxima van streefniveaus voortijdig schoolverlaten.

 

Ook dit jaar lichte toename voortijdig schoolverlaters in Drenthe

Het Drentse percentage voortijdig schoolverlaters is in 2018-2019 hoger dan eerdere jaren, namelijk 1,8%. Het gaat hierbij om ruim 770 vsv-ers. Vorig schooljaar waren dat er nog 720. Landelijk zien we dat het percentage net als vorig jaar 2,0% is.

In Drenthe zijn drie samenwerkingsverbanden die zich bezig houden met het voorkomen van voortijdig schoolverlaten, dit zijn de zogenaamde regionale meld- en coördinatiepunten (RMC’s): Noord en Midden Drenthe (Aa en Hunze, Assen, Midden-Drenthe, Tynaarlo en Noordenveld), Zuidoost-Drenthe (Borger-Odoorn, Coevorden, Emmen) en Zuidwest-Drenthe (De Wolden, Hoogeveen, Meppel en Westerveld).

De visualisatie hieronder laat zien hoe het verloop van het voortijdig schoolverlaten is vanaf schooljaar 2013-2014. We zien de hogere waarden in Zuidoost-Drenthe in 2017-2018 en 2018-2019, die ook de landelijke cijfers overtreffen. Zuidwest-Drenthe heeft een percentage vsv-ers (1,9%) dat net boven het provinciale uitkomt en Noord- en Midden-Drenthe zit daar met 1,4% onder. De meeste voortijdig schoolverlaters komen uit het mbo. In de visualisatie is de regio te kiezen waarvan te zien is om hoeveel vsv-ers het gaat, zowel in het voortgezet onderwijs als het mbo.

Voortijdig schoolverlaters per woongemeente

In de kaart hieronder is per woongemeente het percentage vsv-ers te zien. De gemeente Aa en Hunze heeft relatief de minste vsv-ers (0,9%) op de voet gevolgd door Tynaarlo ((1,0%).  Emmen en Hoogeveen hebben de hoogste percentages (respectievelijk 2,5% en 2,3%). Naast deze gemeenten zitten ook De Wolden en Assen met 1,9% net boven het provinciale cijfer van 1,8%. De overige gemeenten hebben een percentage lager dan het provinciale. In de kaart kan gekozen worden voor welk schooljaar men de cijfers wil zien. Onderaan de visualisatie kan een keuze gemaakt worden voor de regio waarvan de gemeentelijke cijfers voor de jaren 2013-14 tot en met 2018-19 te zien zijn.

Voortgezet onderwijs en mbo niet meer in alle gevallen binnen de gestelde norm met voortijdig schoolverlaten

Om het voortijdig schoolverlaten binnen de perken te houden zijn er per type en niveau van onderwijs als normen streefuitvalpercentages bepaald. De huidig geldende streefuitvalpercentages zijn als volgt:

vo:          onderbouw vo: 0,1%, bovenbouw vmbo: 1,0%, bovenbouw havo/vwo: 0,1%

mbo:      niveau 1: 26,4%, niveau 2: 8,6%, niveau 3: 3,2%, niveau 4: 2,7%

In de visualisatie kijken we in hoeverre de Drentse percentages voortijdig schoolverlaters in de verschillende fasen van het voortgezet onderwijs en voor de vier niveaus in het middelbaar beroepsonderwijs beneden de gestelde (maximum) norm liggen.

We zien net als vorig jaar dat in de onderbouw van het voortgezet onderwijs voor elke Drentse regio geldt dat het percentage vsv-ers hoger is dan het gestelde maximum. In de bovenbouw van het vmbo blijft de schooluitval onder of precies op (Zuidwest-Drenthe) de gestelde norm. In de bovenbouw van havo/vwo overtreft de schooluitval in alle regio’s de gestelde norm.

In het middelbaar beroepsonderwijs zien we dat op niveau 1 het voortijdig schoolverlaten in Zuidwest Drenthe de norm ruimschoots overtreft. Dat was vorig jaar nog niet zo. Noord- en Midden-Drenthe en Zuidoost-Drenthe blijven ruim onder de norm. Op niveau 2 in het mbo zien we dat alleen Noord- en Midden-Drenthe nog onder het maximum blijft. Het voortijdig schoolverlaten mbo niveau 3 leerlingen overtreft alleen in Zuidoost-Drenthe het maximum. Bij mbo niveau 4 blijft alleen Noord- en Midden-Drenthe onder het maximum.

Verzuim en thuiszitters

Iedere jongere moet naar school vanaf 5 jaar tot en met het schooljaar waarin de leerling 16 jaar wordt (leerplichtwet). Omdat een diploma meer kans op werk biedt, moeten jongeren daarna wanneer ze geen startkwalificatie hebben (minimaal havo- of mbo-2 niveau) nog tot hun 18e jaar onderwijs volgen (de kwalificatieplicht). Sommige jongeren gaan niet naar school en zitten thuis. Voor een deel gaat het om kwetsbare jongeren met uiteenlopende en in bepaalde gevallen complexe problemen, waarvoor een passende plek in het onderwijs moeilijk te vinden is. Hier presenteren we een aantal cijfers, over de jongeren die zo nu en dan spijbelen, maar ook over jongeren die om verschillende redenen langdurig niet naar school gaan.

Er zijn van een aantal gemeenten geen gegevens (meer) beschikbaar vanwege kleine aantallen en privacywetgeving. Op dit moment is het nog niet mogelijk om provinciaal geaggregeerde gegevens te ontvangen, zodat voor thuiszitters en niet op een onderwijsinstelling ingeschreven jongeren de informatie ontbreekt over de laatste twee jaren. We hopen dat de provinciale gegevens in de nabije toekomst beschikbaar komen.

In het kort

  • Het aandeel (leerplichtige) jongeren dat niet op school is ingeschreven (absoluut verzuim) ligt in Drenthe ver beneden het landelijk gemiddelde.
  • Er wordt in Drenthe minder vaak gespijbeld dan landelijk.
  • Het aandeel jongeren dat langdurig verzuimd (langer dan 4 weken, de ‘thuiszitters’) is in Drenthe vergelijkbaar met landelijk.
  • In Drenthe zijn er vergeleken met landelijke cijfers meer jongeren die op basis van lichamelijke of psychische gronden een vrijstelling voor de leerplicht hebben.

 

Minder spijbelaars in Drenthe vergeleken met het landelijk gemiddelde

In Nederland zijn aan het begin van schooljaar 2018-2019 bijna 5.000 leerplichtige jongeren niet ingeschreven op een school (relatief gezien zijn dit 2,0 per 1.000 jongeren onder de 18 jaar). Er is geen recent Drents cijfer, maar het cijfer van 2016-2017 is veel lager. Per 1.000 jongeren ging het om 0,6 die (voor zover bekend) niet op een school zijn ingeschreven. Dit komt neer op 46 leerplichtige Drentse jongeren. Het landelijke aantal was aan het afnemen, maar is in 2018-2019 weer gestegen. Het Drentse aantal is al een aantal jaren redelijk constant.

In Drenthe wordt minder vaak gespijbeld dan landelijk. We spreken hier over spijbelen (ook wel: relatief verzuim) als het gaat om minimaal 16 uur van school wegblijven in een aaneengesloten periode van 4 weken. In Drenthe waren er in schooljaar 2018-2019 ruim 1.500 spijbelaars, oftewel ongeveer 21 op elke 1.000 jongeren. Landelijk gaat het om 26 per 1.000 jongeren. Overigens is er landelijk in ongeveer 2 op de 1.000 gevallen sprake van zogenaamd luxe verzuim. Dit betekent dat ouders zonder toestemming hun kinderen eerder van school halen om bijvoorbeeld vroeger op vakantie te kunnen. Wanneer dit ontdekt wordt kunnen de ouders een proces verbaal krijgen en een boete (100 euro per dag). Voor Drenthe hebben we hiervan geen complete gegevens.

Als we kijken hoeveel jongeren langdurig (langer dan 4 weken) niet naar school gaan dan zien we dat het landelijk om 1,6 per 1.000 jongeren tot 18 jaar gaat. Recente cijfers voor Drenthe zijn er niet, maar eerdere jaren waren de Drentse cijfers vergelijkbaar met de landelijke. Er wordt in dit geval vaak gesproken van thuiszitters, hoewel deze term steeds minder gebruikt wordt omdat deze de lading niet goed dekt. Als de cijfers in Drenthe nog steeds vergelijkbaar zijn met landelijk dan hebben we het over ongeveer 120 jongeren.

In de visualisatie is het aandeel niet ingeschreven leerplichtige jongeren, spijbelaars en langdurig verzuimers (thuiszitters) te bekijken via de tabbladen. De cijfers zijn landelijk en provinciaal voor een aantal opeenvolgende schooljaren weergegeven. De provinciale cijfers van niet ingeschreven leerplichtigen en langdurig verzuim ontbreken voor 2017-18 en 2018-19. In de bijhorende kaart staan de gemeentelijke cijfers van schooljaar 2018-2019. Alleen bij het onderdeel spijbelen zijn de cijfers voor alle gemeenten beschikbaar. We zien de meeste spijbelaars in Coevorden, Emmen en Borger-Odoorn.

In Drenthe meer vrijstellingen op basis van lichamelijke of psychische redenen dan landelijk

Jongeren kunnen in een aantal gevallen een vrijstelling van de leerplicht krijgen, wanneer een normale schoolgang niet of nauwelijks mogelijk is. Dit kan bijvoorbeeld  op grond van lichamelijke of psychische beperkingen (artikel 5a), op grond van bezwaren tegen de levensbeschouwelijke richting van de school (artikel 5b) of in het geval dat de jongere in het buitenland onderwijs geniet (5c). Buiten artikel 5 is er nog artikel 15 voor een vrijstelling op grond van andere bijzondere omstandigheden, onder voorwaarde dat de jongere op een andere wijze voldoende onderwijs krijgt. In principe gelden deze vrijstellingen slechts voor 1 jaar.

In 2016 werd door de toenmalige staatssecretaris het verzoek aan gemeenten gedaan om de artikel 5a vrijstellingen nog eens kritisch te bekijken. De reden hiervoor was de forse stijging in de voorafgaande jaren van het aantal 5a- vrijstellingen (een toename van 60% tussen 2010-2011 en 2014-2015). In het najaar van 2018 zijn nog Kamervragen gesteld aan de huidige onderwijsminister over de toename van het aantal vrijstellingen.

In de visualisatie zijn alleen de vrijstellingen op basis van artikel 5a weergegeven. Van de overige artikelen voor vrijstelling van leerplicht ontbreken gegevens op gemeenteniveau, vanwege privacywetgeving. Ook is het op dit moment niet mogelijk geaggregeerde informatie op provincieniveau te presenteren.

De vrijstellingen op basis van artikel 5a komen relatief vaker voor in Drenthe dan landelijk (respectievelijk 4,1 per 1.000 en 2,6 per 1.000). Het gaat om bijna 300 gevallen in de provincie. De gemeenten Aa en Hunze, Emmen, De Wolden, Coevorden, Hoogeveen en Meppel zitten boven het provinciale gemiddelde.

Medewerker

Imke Oosting

Onderzoeker

Delen via social media

Delen via social media

Betrokken medewerkers

Imke Oosting

Onderzoeker

Jessy Snip

Onderzoeker

Meer weten?

Neem contact op met één van de betrokken medewerkers

Gerelateerd nieuws

Laaggeletterdheid

Hoe goed begrijpen senioren in Noord-Nederland medische informatie?

Zorg

Zelfredzame senioren in Noord-Nederland, nu en in de toekomst

Leefbaarheid

Groot leefbaarheidsonderzoek in Drenthe , Groningen en Friesland

Half oktober 2020 ontvangen 15.000 inwoners in Noord-Nederland een vragenlijst over hoe zij de leefbaarheid in hun dorp of wijk ervaren. De vragenlijst wordt voorgelegd aan de burgerpanels in Drenthe, Groningen en Friesland. De uitkomsten van het onderzoek helpen beleidsmakers van provincies en gemeenten om beter in te kunnen spelen op de behoeften

Corona

Vervolgonderzoek naar gevolgen coronacrisis voor inwoners van Drenthe en Groningen

Dit voorjaar deden Trendbureau Drenthe en Sociaal Planbureau Groningen onderzoek naar de gevolgen van de coronacrisis voor inwoners in de provincies Drenthe en Groningen. Omdat het coronavirus ook de komende periode nog een grote invloed zal hebben op het dagelijks leven, krijgt dit onderzoek een vervolg. In november 2020 wordt een tweede vragenli

Regiegroep Onderwijskwaliteit Drenthe

Replay webinar Drentse Onderwijsdag 2020

Datum woensdag 7 oktober 2020 (replay) Tijdstip 15.00 uur – 17.00 uur   Vereniging van Drentse Gemeenten, provincie Drenthe en de Regiegroep Drentse Onderwijskwaliteit nodigen u uit voor een webinar met het thema “Onderwijs – Zorg – Jeugd”. Op 30 september was de live uitzending van het online webinar van de

Publicaties

Bereikbaarheid & voorzieningen

Publicatie Maatschappelijke effecten als gevolg van financiële tekorten bij Drentse gemeenten

Laaggeletterdheid

Monitoronderzoek naar de aanpak van laaggeletterdheid in Drenthe - Vervolgmeting Resultaten 2019

Laaggeletterdheid

Factsheet netwerk rond en werving van NT-1 doelgroepen in Drenthe