Verzuim en schooluitval

Verzuim en schooluitval

Jongeren moeten volgens de huidige leerplichtwet verplicht naar school vanaf hun 5e tot en met het schooljaar waarin ze 16 jaar worden (de volledige leerplicht). Na de volledige leerplicht geldt de kwalificatieplicht. Dit houdt in dat alle jongeren tot hun 18e jaar onderwijs moeten volgen, tenzij ze een startkwalificatie (minimaal havo of mbo-2 niveau) hebben. Jongeren die de school verlaten zonder startkwalificatie noemen we voortijdig schoolverlaters. Cijfers over ontwikkelingen met betrekking tot voortijdig schoolverlaten kunt u hier vinden. We presenteren ook cijfers over de spijbelaars en de thuiszitters, oftewel de diverse vormen van verzuim.

Voortijdig schoolverlaters

Jongeren in de leeftijd van 12 tot 23 jaar die zonder startkwalificatie (een diploma op minimaal havo of mbo-niveau 2) het onderwijs verlaten, worden voortijdig schoolverlaters (vsv-ers) genoemd. Jongeren zonder startkwalificatie hebben het vaak moeilijker op de arbeidsmarkt. In schooljaar 2019-2020 zijn er 22.119 vsv-ers geregistreerd. Na een aanvankelijk dalende trend vanaf 2010-2011 is er sinds 2015-2016 jaarlijks weer een toename. Met in 2018-2019 26.590 vsv-ers. Die trend lijkt nu een halt toegeroepen. Het Ministerie van OCW heeft een landelijk doelstelling van jaarlijks maximaal 20.000 vsv’ers tot 2024. Dat doel wordt, ondanks de afname, nu dus nog niet gehaald.

De voortijdig schoolverlaters komen voor het grootste deel uit het mbo (18.512). De overige 3607 vsv-ers komen uit het voortgezet onderwijs. We kijken in dit deel naar het aandeel vsv-ers in Drenthe en we vergelijken dit met de landelijke cijfers.

In het kort

  • Het Drentse percentage voortijdig schoolverlaters (2019-2020) is 1,6%. Dat is lager dan het voorgaand jaar en lager dan het landelijke percentage (1,8%).
  • Het aantal Drentse vsv-ers in 2019-2020 is ruim 670 (vorig jaar bijna 770).
  • Zowel in Drenthe als landelijk betekent dat een afname vergeleken met het jaar daarvoor (zowel absoluut als relatief). De laatste jaren nam het aandeel juist toe.
  • In Zuidoost-Drenthe zijn relatief de meeste voortijdig schoolverlaters.
  • Het voortgezet onderwijs blijft alleen in de bovenbouw van het vmbo onder het gestelde maximale aandeel voortijdig schoolverlaten. Dat geldt voor alle Drentse regio’s.
  • Vergeleken met het voortgezet onderwijs telt het mbo veel meer voortijdig schoolverlaters.
  • In het mbo worden de streefniveaus iets vaker gehaald of benaderd dan voorgaand jaar. Het beeld verschilt sterk per mbo niveau.

Minder voortijdig schoolverlaters in Drenthe

Het Drentse percentage voortijdig schoolverlaters is in 2019-2020 lager dan de twee voorgaande jaren, namelijk 1,6%. Het gaat hierbij om iets meer dan 670 vsv-ers. Vorig schooljaar waren dat er bijna 770. Landelijk zijn relatief iets meer schoolverlaters, maar ook hier is het aandeel vsv-ers gedaald (van 2,0% naar 1,7%).

In Drenthe zijn drie samenwerkingsverbanden die zich bezig houden met het voorkomen van voortijdig schoolverlaten, dit zijn de zogenaamde regionale meld- en coördinatiepunten (RMC’s): Noord- en Midden-Drenthe (Aa en Hunze, Assen, Midden-Drenthe, Tynaarlo en Noordenveld), Zuidoost-Drenthe (Borger-Odoorn, Coevorden, Emmen) en Zuidwest Drenthe (De Wolden, Hoogeveen, Meppel en Westerveld).

De visualisatie hieronder laat zien hoe het verloop van het voortijdig schoolverlaten is vanaf schooljaar 2013-2014. We zien de hogere waarden in Zuidoost-Drenthe, die ook de landelijke cijfers overtreffen. Wel zien we in deze regio de grootste daling van het aandeel vsv-ers ten opzichte van het jaar daarvoor (van 2,2% naar 1,9% in 2019-2020). Zuidwest Drenthe heeft een percentage vsv-ers (1,7%), gelijk aan het landelijke gemiddelde en minder dan het jaar daarvoor. Noord- en Midden-Drenthe zit daar met 1,4% onder. De meeste voortijdig schoolverlaters komen uit het mbo. In de visualisatie is de regio te kiezen waarvan te zien is om hoeveel vsv-ers het gaat, zowel in het voortgezet onderwijs als het mbo.

Voortijdig schoolverlaters per woongemeente

In de kaart hieronder is per woongemeente het percentage vsv-ers te zien. De gemeente Aa en Hunze heeft relatief de minste vsv-ers (0,7%) op de voet gevolgd door Tynaarlo ((0,9%). Emmen en Hoogeveen hebben de hoogste percentages (beide 2,1%). Naast deze gemeenten zit ook Assen met 1,8% net boven het provinciale cijfer van 1,6%. De overige gemeenten hebben een percentage vergelijkbaar of lager dan het provinciale. In de kaart kan gekozen worden voor welk schooljaar men de cijfers wil zien. Onderaan de visualisatie kan een keuze gemaakt worden voor de regio waarvan de gemeentelijke cijfers voor de jaren 2013-14 tot en met 2019-20 te zien zijn.

In het voortgezet onderwijs blijft het aandeel vsv-ers alleen voor bovenbouw vmbo onder de gestelde norm. Voor het mbo wisselt het beeld per niveau.

Om het voortijdig schoolverlaten binnen de perken te houden zijn er per type en niveau van onderwijs als normen streefuitvalpercentages bepaald. De huidig geldende streefuitvalpercentages zijn als volgt:

vo:           onderbouw vo: 0,1%, bovenbouw vmbo: 1,0%, bovenbouw havo/vwo: 0,1%

mbo:       niveau 1: 26,2%, niveau 2: 8,45%, niveau 3: 3,1%, niveau 4: 2,55%

In de visualisatie kijken we in hoeverre de Drentse percentages voortijdig schoolverlaters in de verschillende fasen van het voortgezet onderwijs en voor de vier niveaus in het middelbaar beroepsonderwijs beneden de gestelde (maximum) norm liggen.

We zien net als vorig jaar dat in de onderbouw van het voortgezet onderwijs voor elke Drentse regio geldt dat het percentage vsv-ers hoger is dan het gestelde maximum. In de bovenbouw van het vmbo blijft de schooluitval onder de gestelde norm. In de bovenbouw van havo/vwo overtreft de schooluitval in alle regio’s de gestelde norm.

In het middelbaar beroepsonderwijs zien we dat op niveau 1 het voortijdig schoolverlaten in Zuidwest Drenthe de norm overtreft. Noord- en Midden-Drenthe en Zuidoost-Drenthe blijven (ruim) onder de norm. Op niveau 2 in het mbo zien we dat alleen Noord- en Midden-Drenthe en Zuidwest Drenthe onder het maximum blijven. Het voortijdig schoolverlaten mbo niveau 3 leerlingen overtreft alleen in Zuidoost-Drenthe het maximum. Bij mbo niveau 4 zitten Noord- en Midden-Drenthe en Zuidoost-Drenthe net boven het maximum.

Samengevat zit Zuidoost-Drenthe alleen op mbo 1 niveau onder de norm voor het aandeel vsv-ers. Zuidwest Drenthe zit overal onder de norm, behalve op mbo 1 niveau en Noord- en Midden-Drenthe haalt alleen op mbo 4 niveau de norm voor het aandeel vsv-ers niet.

Verzuim en thuiszitters

Iedere jongere moet naar school vanaf 5 jaar tot en met het schooljaar waarin de leerling 16 jaar wordt (leerplichtwet). Omdat een diploma meer kans op werk biedt, moeten jongeren daarna wanneer ze geen startkwalificatie hebben (minimaal havo- of mbo-2 niveau) nog tot hun 18e jaar onderwijs volgen (de kwalificatieplicht). Sommige jongeren gaan niet naar school en zitten thuis. Voor een deel gaat het om kwetsbare jongeren met uiteenlopende en in bepaalde gevallen complexe problemen, waarvoor een passende plek in het onderwijs moeilijk te vinden is. Hier presenteren we een aantal cijfers, over de jongeren die zo nu en dan spijbelen, maar ook over jongeren die om verschillende redenen langdurig niet naar school gaan.

Er zijn van een aantal gemeenten geen gegevens (meer) beschikbaar vanwege kleine aantallen en privacywetgeving. Op dit moment is het nog niet mogelijk om provinciaal geaggregeerde gegevens te ontvangen, zodat voor thuiszitters en niet op een onderwijsinstelling ingeschreven jongeren de informatie ontbreekt over de laatste twee jaren. We hopen dat de provinciale gegevens in de nabije toekomst beschikbaar komen.

In het kort

  • Het aandeel (leerplichtige) jongeren dat niet op school is ingeschreven (absoluut verzuim) ligt in Drenthe ver beneden het landelijk gemiddelde.
  • Er wordt in Drenthe minder vaak gespijbeld dan landelijk.
  • Het aandeel jongeren dat langdurig verzuimd (langer dan 4 weken, de ‘thuiszitters’) is in Drenthe vergelijkbaar met landelijk.
  • In Drenthe zijn er vergeleken met landelijke cijfers meer jongeren die op basis van lichamelijke of psychische gronden een vrijstelling voor de leerplicht hebben.

 

Minder spijbelaars in Drenthe vergeleken met het landelijk gemiddelde

In Nederland zijn aan het begin van schooljaar 2018-2019 bijna 5.000 leerplichtige jongeren niet ingeschreven op een school (relatief gezien zijn dit 2,0 per 1.000 jongeren onder de 18 jaar). Er is geen recent Drents cijfer, maar het cijfer van 2016-2017 is veel lager. Per 1.000 jongeren ging het om 0,6 die (voor zover bekend) niet op een school zijn ingeschreven. Dit komt neer op 46 leerplichtige Drentse jongeren. Het landelijke aantal was aan het afnemen, maar is in 2018-2019 weer gestegen. Het Drentse aantal is al een aantal jaren redelijk constant.

In Drenthe wordt minder vaak gespijbeld dan landelijk. We spreken hier over spijbelen (ook wel: relatief verzuim) als het gaat om minimaal 16 uur van school wegblijven in een aaneengesloten periode van 4 weken. In Drenthe waren er in schooljaar 2018-2019 ruim 1.500 spijbelaars, oftewel ongeveer 21 op elke 1.000 jongeren. Landelijk gaat het om 26 per 1.000 jongeren. Overigens is er landelijk in ongeveer 2 op de 1.000 gevallen sprake van zogenaamd luxe verzuim. Dit betekent dat ouders zonder toestemming hun kinderen eerder van school halen om bijvoorbeeld vroeger op vakantie te kunnen. Wanneer dit ontdekt wordt kunnen de ouders een proces verbaal krijgen en een boete (100 euro per dag). Voor Drenthe hebben we hiervan geen complete gegevens.

Als we kijken hoeveel jongeren langdurig (langer dan 4 weken) niet naar school gaan dan zien we dat het landelijk om 1,6 per 1.000 jongeren tot 18 jaar gaat. Recente cijfers voor Drenthe zijn er niet, maar eerdere jaren waren de Drentse cijfers vergelijkbaar met de landelijke. Er wordt in dit geval vaak gesproken van thuiszitters, hoewel deze term steeds minder gebruikt wordt omdat deze de lading niet goed dekt. Als de cijfers in Drenthe nog steeds vergelijkbaar zijn met landelijk dan hebben we het over ongeveer 120 jongeren.

In de visualisatie is het aandeel niet ingeschreven leerplichtige jongeren, spijbelaars en langdurig verzuimers (thuiszitters) te bekijken via de tabbladen. De cijfers zijn landelijk en provinciaal voor een aantal opeenvolgende schooljaren weergegeven. De provinciale cijfers van niet ingeschreven leerplichtigen en langdurig verzuim ontbreken voor 2017-18 en 2018-19. In de bijhorende kaart staan de gemeentelijke cijfers van schooljaar 2018-2019. Alleen bij het onderdeel spijbelen zijn de cijfers voor alle gemeenten beschikbaar. We zien de meeste spijbelaars in Coevorden, Emmen en Borger-Odoorn.

In Drenthe meer vrijstellingen op basis van lichamelijke of psychische redenen dan landelijk

Jongeren kunnen in een aantal gevallen een vrijstelling van de leerplicht krijgen, wanneer een normale schoolgang niet of nauwelijks mogelijk is. Dit kan bijvoorbeeld  op grond van lichamelijke of psychische beperkingen (artikel 5a), op grond van bezwaren tegen de levensbeschouwelijke richting van de school (artikel 5b) of in het geval dat de jongere in het buitenland onderwijs geniet (5c). Buiten artikel 5 is er nog artikel 15 voor een vrijstelling op grond van andere bijzondere omstandigheden, onder voorwaarde dat de jongere op een andere wijze voldoende onderwijs krijgt. In principe gelden deze vrijstellingen slechts voor 1 jaar.

In 2016 werd door de toenmalige staatssecretaris het verzoek aan gemeenten gedaan om de artikel 5a vrijstellingen nog eens kritisch te bekijken. De reden hiervoor was de forse stijging in de voorafgaande jaren van het aantal 5a- vrijstellingen (een toename van 60% tussen 2010-2011 en 2014-2015). In het najaar van 2018 zijn nog Kamervragen gesteld aan de huidige onderwijsminister over de toename van het aantal vrijstellingen.

In de visualisatie zijn alleen de vrijstellingen op basis van artikel 5a weergegeven. Van de overige artikelen voor vrijstelling van leerplicht ontbreken gegevens op gemeenteniveau, vanwege privacywetgeving. Ook is het op dit moment niet mogelijk geaggregeerde informatie op provincieniveau te presenteren.

De vrijstellingen op basis van artikel 5a komen relatief vaker voor in Drenthe dan landelijk (respectievelijk 4,1 per 1.000 en 2,6 per 1.000). Het gaat om bijna 300 gevallen in de provincie. De gemeenten Aa en Hunze, Emmen, De Wolden, Coevorden, Hoogeveen en Meppel zitten boven het provinciale gemiddelde.

Medewerker

Imke Oosting

Onderzoeker

Betrokken medewerkers

Imke Oosting

Imke Oosting

Onderzoeker

  • Mail
  • LinkedIn
Jessy Snip

Jessy Snip

Onderzoeker

  • Mail
  • LinkedIn

Meer weten?

Neem contact op met één van de betrokken medewerkers

Gerelateerd nieuws

Corona

Herstel en perspectief na corona in Drenthe

Laaggeletterdheid

Even terugblikken: de bondgenotenavond 2021

Leefbaarheid

Brede Welvaart: waar gaat het over?

De grote maatschappelijke uitdagingen in Drenthe onderstrepen het belang van een breed welvaartsperspectief. Brede welvaart vraagt van bestuurders en beleidsmakers een nieuwe manier van kijken naar de samenleving. Integraal, met oog voor alles wat voor onze inwoners van waarde is: zoals hoe schoon de lucht is die we inademen, hoe gezond we zijn, ho

Overig nieuws

Drents Panel biedt inzicht in de mening en opvattingen van Drenten

Hoe kijken inwoners van Drenthe aan tegen het wonen, werken en leven in de provincie? Hoe kijken zij naar klimaat, duurzaamheid en de energietransitie? En welke impact heeft de coronapandemie op de Drentse samenleving? Om antwoord te krijgen op dit soort vragen leggen wij het Drents Panel veelvuldig vragenlijsten voor. Op deze manier kan de stem v

Laaggeletterdheid

Conferentie Taal & Gezondheid

Het herkennen van een laaggeletterde cliënt vraagt om bewustwording, het bespreken ervan om de juiste gespreksvaardigheid en er is concrete informatie nodig over het omgaan met en het doorverwijzen van laaggeletterde cliënten. Waar heeft u behoefte aan? Welke handvatten wilt u krijgen? Op woensdag 22 september 2021 organiseren Healthy Ageing Netw

Publicaties

Corona

Publicatie Herstel & perspectief na corona

Laaggeletterdheid

Veel laaggeletterden stopten met taal- of rekencursus tijdens corona

Laaggeletterdheid

Opinie: Laaggeletterdheid moet in het regeerakkoord.