Verzuim en schooluitval

Verzuim en schooluitval

Jongeren moeten volgens de huidige leerplichtwet verplicht naar school vanaf hun 5e tot en met het schooljaar waarin ze 16 jaar worden (de volledige leerplicht). Na de volledige leerplicht geldt de kwalificatieplicht. Dit houdt in dat alle jongeren tot hun 18e jaar onderwijs moeten volgen, tenzij ze een startkwalificatie (minimaal havo of mbo-2 niveau) hebben. Jongeren die de school verlaten zonder startkwalificatie noemen we voortijdig schoolverlaters. Cijfers over ontwikkelingen met betrekking tot voortijdig schoolverlaten kunt u hier vinden. We presenteren ook cijfers over de spijbelaars en de thuiszitters, oftewel de diverse vormen van verzuim.

Voortijdig schoolverlaters

Jongeren in de leeftijd van 12 tot 23 jaar die zonder startkwalificatie (een diploma op minimaal havo- of mbo-niveau 2) het onderwijs verlaten, worden voortijdig schoolverlaters (vsv’ers) genoemd. Jongeren zonder startkwalificatie hebben het vaak moeilijker op de arbeidsmarkt. In schooljaar 2020-2021 zijn er in Nederland 24.385 vsv’ers geregistreerd. Na een aanvankelijk dalende trend vanaf 2010-2011 is er sinds 2015-2016 jaarlijks weer een toename. Die trend leek in 2019-2020 een halt toegeroepen. Maar in schooljaar 2020-2021, een schooljaar met veel afstandsonderwijs vanwege corona, is het aandeel vsv’ers weer toegenomen. De landelijk doelstelling van het Ministerie van OCW (jaarlijks maximaal 20.000 vsv’ers tot 2024) is dus ook in dit schooljaar niet gehaald.

De voortijdig schoolverlaters komen voor het grootste deel uit het mbo (20.097), de overige 4.288 vsv’ers komen uit het voortgezet onderwijs en van de vavo. We kijken in dit deel naar het aandeel vsv’ers in Drenthe en we vergelijken dit met de landelijke cijfers.

In het kort

  • Het Drentse percentage voortijdig schoolverlaters (2020-2021) is 1,9%. Dat is hoger dan het voorgaande schooljaar en even hoog als het landelijke percentage.
  • Het aantal Drentse vsv’ers in 2020-2021 is ruim 780 (vorig jaar ruim 670).
  • Zowel in Drenthe als landelijk is het aantal vsv’ers in 2020-2021 toegenomen vergeleken met het jaar daarvoor (zowel absoluut als relatief). Sinds 2015-2016 nam het aandeel toe, maar in 2019-2020 zagen we een afname.
  • In Zuidoost Drenthe zijn relatief de meeste voortijdig schoolverlaters (2,2%) en in Noord- en Midden Drenthe de minste (1,7%).
  • In het voortgezet onderwijs blijven alleen in de bovenbouw van het vmbo alle drie de Drentse regio’s onder het gestelde maximale aandeel voortijdig schoolverlaten.
  • Vergeleken met het voortgezet onderwijs telt het mbo veel meer voortijdig schoolverlaters. 85% van de vsv-ers in Drenthe komt uit het mbo (landelijk 82%).
  • In het mbo worden de streefniveaus ongeveer even vaak gehaald of benaderd als in het voorgaand jaar. Voorgaande jaren was dat minder vaak het geval.

Aandeel voortijdig schoolverlaters in Drenthe toegenomen

Het Drentse percentage voortijdig schoolverlaters is in 2020-2021 hoger dan in de voorgaande jaren, namelijk 1,9%. Het gaat hierbij om iets meer dan 780 vsv’ers. Vorig schooljaar waren dat er ruim 670. Landelijk zijn er relatief even veel schoolverlaters, ook hier is het aandeel vsv’ers gestegen (van 1,7% naar 1,9%).

In Drenthe zijn drie samenwerkingsverbanden die zich bezig houden met het voorkomen van voortijdig schoolverlaten, dit zijn de zogenaamde regionale meld- en coördinatiepunten (RMC’s): Noord- en Midden Drenthe (Aa en Hunze, Assen, Midden-Drenthe, Tynaarlo en Noordenveld), Zuidoost Drenthe (Borger-Odoorn, Coevorden, Emmen) en Zuidwest Drenthe (De Wolden, Hoogeveen, Meppel en Westerveld).

De visualisatie hieronder laat zien hoe het verloop van het voortijdig schoolverlaten is vanaf schooljaar 2016-2017. We zien de hogere percentages in Zuidoost Drenthe, die ook de landelijke cijfers overtreffen. Na een daling in 2019-2020 is het aandeel vsv’ers in deze regio weer gelijk aan het aandeel in 2018-2019. Zuidwest Drenthe heeft, net als voorgaand schooljaar een percentage vsv’ers dicht bij het landelijke gemiddelde. Noord- en Midden Drenthe zit daar met 1,7% onder. De meeste voortijdig schoolverlaters komen uit het mbo. In de visualisatie is de regio te kiezen waarvan te zien is om hoeveel vsv’ers het gaat, zowel in het voortgezet onderwijs als het mbo.

Voortijdig schoolverlaters per woongemeente

In de kaart hieronder is per woongemeente het percentage vsv’ers te zien. De gemeente Tynaarlo heeft relatief de minste vsv’ers (1,2%) op de voet gevolgd door Westerveld (1,3%). Emmen en Hoogeveen hebben de hoogste percentages (respectievelijk 2,4% en 2,3%). Naast deze gemeenten zitten ook Assen, Meppel en Coevorden boven het provinciale aandeel van 1,9%. In de kaart kan gekozen worden voor welk schooljaar men de cijfers wil zien. Onderaan de visualisatie kan een keuze gemaakt worden voor de regio waarvan de gemeentelijke cijfers voor de jaren 2013-14 tot en met 2020-21 te zien zijn.

In het voortgezet onderwijs blijven alleen in de bovenbouw van het vmbo alle drie de Drentse regio’s onder het gestelde maximale aandeel voortijdig schoolverlaten

Om het voortijdig schoolverlaten binnen de perken te houden zijn er per type en niveau van onderwijs als normen streefuitvalpercentages bepaald. De huidig geldende streefuitvalpercentages zijn als volgt:

vo: onderbouw: 0,26%, bovenbouw vmbo: 0,95%, bovenbouw havo/vwo: 0,30%

mbo: niveau 1: 22,8%, niveau 2: 9,71%, niveau 3: 3,99%, niveau 4: 3,34%

In de visualisatie kijken we in hoeverre de Drentse percentages voortijdig schoolverlaters in de verschillende fasen van het voortgezet onderwijs en voor de vier niveaus in het middelbaar beroepsonderwijs beneden de gestelde (maximum) norm liggen.

In voorgaande jaren zagen we dat in de onderbouw van het voortgezet onderwijs voor elke Drentse regio het percentage vsv’ers hoger was dan het gestelde maximum. In 2020-2021 ligt alleen Zuidwest Drenthe een heel klein beetje boven het maximum. In de bovenbouw van het vmbo blijft de schooluitval in alle drie de regio’s onder de gestelde norm. In de bovenbouw van havo/vwo overtreft de schooluitval alleen in Noord- en Midden Drenthe de gestelde norm.

In het middelbaar beroepsonderwijs zien we dat op niveau 1 het voortijdig schoolverlaten in Zuidwest Drenthe de norm overtreft. Noord- en Midden Drenthe en Zuidoost Drenthe blijven onder de norm. Op niveau 2 en niveau 4 in het mbo zien we dat alle drie de regio’s onder het maximum blijven. Het aandeel voortijdig schoolverlaten op mbo niveau 3 overtreft in Noord- en Midden Drenthe en in Zuidoost Drenthe de maximaal gestelde norm.

Verzuim en thuiszitters

Iedere jongere moet naar school vanaf 5 jaar tot en met het schooljaar waarin de leerling 16 jaar wordt (leerplichtwet). Omdat een diploma meer kans op werk biedt, moeten jongeren daarna wanneer ze geen startkwalificatie hebben (minimaal havo of mbo-2 niveau) nog tot hun 18e jaar onderwijs volgen (de kwalificatieplicht). Sommige jongeren gaan niet naar school en zitten thuis. Voor een deel gaat het om kwetsbare jongeren met uiteenlopende en in bepaalde gevallen complexe problemen, waarvoor een passende plek in het onderwijs moeilijk te vinden is. Hier presenteren we een aantal cijfers, over de jongeren die zo nu en dan spijbelen, maar ook over jongeren die om verschillende redenen langdurig niet naar school gaan.

Er zijn van een aantal gemeenten geen gegevens (meer) beschikbaar vanwege kleine aantallen en privacywetgeving. Op dit moment is het nog niet mogelijk om provinciaal geaggregeerde gegevens te ontvangen, zodat voor thuiszitters en niet op een onderwijsinstelling ingeschreven jongeren de informatie ontbreekt over de laatste vier schooljaren.

In het kort

  • Het aandeel (leerplichtige) jongeren dat niet op school is ingeschreven (absoluut verzuim) ligt naar verwachting in Drenthe beneden het landelijk gemiddelde.
  • Er wordt in Drenthe minder vaak gespijbeld dan landelijk.
  • In Drenthe zijn er vergeleken met landelijke cijfers meer jongeren die op basis van lichamelijke of psychische gronden een vrijstelling voor de leerplicht hebben.

Minder spijbelaars in Drenthe vergeleken met het landelijk gemiddelde

Aan het begin van schooljaar 2020-2021 zijn er in Nederland 5.491 leerplichtige jongeren die niet ingeschreven zijn op een school (relatief gezien zijn dit 2,3 per 1.000 jongeren onder de 18 jaar). Er is geen recent Drents cijfer, maar het cijfer van 2016-2017 is veel lager. Per 1.000 jongeren ging het om 0,6 die (voor zover bekend) niet op een school zijn ingeschreven. Dit komt neer op 46 leerplichtige Drentse jongeren. Het landelijke aantal was aan het afnemen, maar is sinds 2018-2019 weer gestegen.

In Drenthe wordt minder vaak gespijbeld dan landelijk. We spreken hier over spijbelen (ook wel: relatief verzuim) als het gaat om minimaal 16 uur van school wegblijven in een aaneengesloten periode van 4 weken. In Drenthe waren er in schooljaar 2020-2021 iets meer dan 1.400 spijbelaars, oftewel ongeveer 18,5 op elke 1.000 jongeren. Landelijk gaat het om 20,7 per 1.000 jongeren. Zowel in Drenthe als in Nederland ligt het aantal jongeren dat spijbelt een stuk lager dan in het voorgaande schooljaar. Overigens is er landelijk in ongeveer 0,63 op de 1.000 gevallen sprake van zogenaamd luxe verzuim. Dit betekent dat ouders zonder toestemming hun kinderen eerder van school halen om bijvoorbeeld vroeger op vakantie te kunnen. Wanneer dit ontdekt wordt kunnen de ouders een proces verbaal krijgen en een boete (100 euro per dag). Voor Drenthe hebben we hiervan geen complete gegevens.

Als we kijken hoeveel jongeren langdurig (langer dan 4 weken) niet naar school gaan dan zien we dat het landelijk om 1,4 per 1.000 jongeren tot 18 jaar gaat. Recente cijfers voor Drenthe zijn er niet, maar eerdere jaren waren de Drentse cijfers vergelijkbaar met de landelijke. Er wordt in dit geval vaak gesproken van thuiszitters, hoewel deze term steeds minder gebruikt wordt omdat deze de lading niet goed dekt.

In de visualisatie is het aandeel niet ingeschreven leerplichtige jongeren, spijbelaars en langdurig verzuimers (thuiszitters) te bekijken via de tabbladen. De cijfers zijn landelijk en provinciaal voor een aantal opeenvolgende schooljaren weergegeven. De provinciale cijfers van niet ingeschreven leerplichtigen en langdurig verzuim ontbreken voor de schooljaren 2017-18 tot en met 2020-2021. In de kaart hieronder staan de gemeentelijke cijfers van schooljaar 2020-2021 voor de gemeenten waarvan de cijfers bekend zijn. Alleen bij het onderdeel spijbelen zijn de cijfers voor alle gemeenten beschikbaar. We zien de meeste spijbelaars in Emmen, Borger-Odoorn en Coevorden. Dit waren in het voorgaande schooljaar ook de gemeenten met relatief het hoogste aantal spijbelende leerlingen.

In Drenthe meer vrijstellingen op basis van lichamelijke of psychische redenen dan landelijk

Jongeren kunnen in een aantal gevallen een vrijstelling van de leerplicht krijgen, wanneer een normale schoolgang niet of nauwelijks mogelijk is. Dit kan bijvoorbeeld op grond van lichamelijke of psychische beperkingen (artikel 5a), op grond van bezwaren tegen de levensbeschouwelijke richting van de school (artikel 5b) of in het geval dat de jongere in het buitenland onderwijs geniet (5c). Buiten artikel 5 is er nog artikel 15 voor een vrijstelling op grond van andere bijzondere omstandigheden, onder voorwaarde dat de jongere op een andere wijze voldoende onderwijs krijgt. In principe gelden deze vrijstellingen slechts voor 1 jaar.

In 2016 werd door de toenmalige staatsecretaris het verzoek aan gemeenten gedaan om de artikel 5a vrijstellingen nog eens kritisch te bekijken. De reden hiervoor was de forse stijging in de voorafgaande jaren van het aantal 5a- vrijstellingen (een toename van 60% tussen 2010-2011 en 2014-2015). In het najaar van 2018 zijn nog Kamervragen gesteld aan de huidige onderwijsminister over de toename van het aantal vrijstellingen.

In de visualisatie zijn alleen de vrijstellingen op basis van artikel 5a weergegeven. Van de overige artikelen voor vrijstelling van leerplicht ontbreken gegevens op gemeenteniveau, vanwege privacywetgeving. Ook is het op dit moment niet mogelijk geaggregeerde informatie op provincieniveau te presenteren.

De vrijstellingen op basis van artikel 5a komen relatief vaker voor in Drenthe dan landelijk (respectievelijk 4,4 per 1.000 en 2,9 per 1.000 jongeren van 5 tot 18 jaar). Het gaat om ruim 331 gevallen in de provincie. De gemeenten De Wolden, Meppel, Assen, Emmen, Borger-Odoorn en Aa en Hunze zitten boven het provinciale gemiddelde.

De afgelopen jaren nam het aandeel vrijstellingen toe. In Drenthe zien we in 2020-21 verder stijging, landelijk is dat wel het geval. In de meeste gemeenten is het aandeel vrijstellingen het afgelopen jaar afgenomen.

Medewerker

Imke Oosting

Onderzoeker

Betrokken medewerkers

Imke Oosting

Imke Oosting

Onderzoeker

  • Mail
  • LinkedIn
Jessy Snip

Jessy Snip

Onderzoeker

  • Mail
  • LinkedIn

Meer weten?

Neem contact op met één van de betrokken medewerkers

Gerelateerd nieuws

Overig nieuws

Veerkracht, maar ook toegenomen kansenongelijkheid

Onderwijs

Niet alle kinderen krijgen van huis uit de vleugels mee om de wereld in te vliegen

Overig nieuws

Helft Drentse basisscholen barst binnen 10 jaar uit de voegen

Grofweg de helft van de Drentse basisscholen die sinds 2012 zijn gebouwd of verbouwd, is nu alweer uit zijn jasje gegroeid. Dat blijkt uit onderzoek van RTV Drenthe en Trendbureau Drenthe. Van de 45 nieuwbouwscholen die RTV Drenthe sprak, kampen er 22 met ruimtegebrek, doordat er op dit moment meer kinderen op school zitten dan voorzien. Bij de

Brede Welvaart

Racisme opnieuw meest gemelde discriminatie in Noord-Nederland

Racisme is opnieuw de meest gemelde vorm van discriminatie in Noord-Nederland. Dat blijkt uit de Monitor Discriminatie 2021 Noord-Nederland. Opvallend genoeg nam het aantal meldingen op grond van racisme alleen in de provincie Drenthe af. In deze provincie nam het aantal meldingen op grond van handicap, of chronische ziekte toe. De Monitor Discrimi

Brede Welvaart

Trendbureau Drenthe brengt maatschappelijke waarde inwonersinitiatieven in beeld

Ben je benieuwd wat je bewonersinitiatief of vrijwilligersorganisatie toevoegt aan onze maatschappij? En denk je hulp nodig te hebben bij het zichtbaar maken van de maatschappelijke waarde van jouw bewonersinitiatief of vrijwilligersorganisatie? Doe mee aan de pilot maatschappelijke waarde van Trendbureau Drenthe! Steeds meer bewonersinitiatieve

Publicaties

Laaggeletterdheid

Donatie van Rotary Club Hoogeveen-De Wolden voor Taalpunt in De Wolden

Laaggeletterdheid

Gezondheidskloof dreigt door groei digitale zorg

Laaggeletterdheid

Leuke Open Dag Taalhuis bibliotheek