Verzuim en thuiszitters

Iedere jongere moet naar school vanaf 5 jaar tot en met het schooljaar waarin ze 16 jaar worden (leerplichtwet). Omdat een diploma meer kans op werk biedt, moeten jongeren daarna wanneer ze geen startkwalificatie hebben (minimaal havo of mbo-2 niveau) nog tot hun 18e jaar onderwijs volgen (de kwalificatieplicht). Sommige jongeren gaan niet naar school en zitten thuis. Voor een deel gaat het om kwetsbare jongeren met uiteenlopende en in bepaalde gevallen complexe problemen, waarvoor een passende plek in het onderwijs moeilijk te vinden is. Hier presenteren we een aantal cijfers, over de jongeren die zo nu en dan spijbelen, maar ook over jongeren die om verschillende redenen langdurig niet naar school gaan.

In het kort

  • Het aandeel (leerplichtige) jongeren dat niet op school is ingeschreven (absoluut verzuim) ligt in Drenthe ver beneden het landelijk gemiddelde.
  • Er wordt in Drenthe minder vaak gespijbeld dan landelijk.
  • Het aandeel jongeren dat langdurig verzuimd (langer dan 4 weken, de ‘thuiszitters’) is in Drenthe vergelijkbaar met landelijk.
  • In Drenthe zijn er relatief meer jongeren die op basis van lichamelijke of psychische gronden een vrijstelling voor de leerplicht hebben dan landelijk.

Minder spijbelaars en evenveel langdurig verzuim in Drenthe vergeleken met het landelijk gemiddelde.

In Nederland zijn aan het begin van schooljaar 2016-2017 ruim 4.500 leerplichtige jongeren niet ingeschreven op een school (relatief gezien zijn dit 1,8 per 1.000 jongeren onder de 18 jaar). Het Drentse cijfer is veel lager. Per 1.000 jongeren gaat het om 0,6 die (voor zover bekend) niet op een school zijn ingeschreven. Dit komt neer op 46 leerplichtige Drentse jongeren. Het landelijke aantal daalt, het Drentse aantal is al een aantal jaren redelijk constant.

In Drenthe wordt minder vaak gespijbeld dan landelijk. We spreken hier over spijbelen (ook wel: relatief verzuim) als het gaat om minimaal 16 uur van school wegblijven in een aaneengesloten periode van 4 weken. In Drenthe waren er in schooljaar 2016-2017 ruim 1.500 spijbelaars, oftewel ongeveer 20 op elke 1.000 jongeren. Landelijk gaat het om 26 per 1.000 jongeren. Overigens is het in Drenthe in ongeveer 8% van de gevallen zogenaamd luxe verzuim. Hiervan is sprake als ouders zonder toestemming hun kinderen eerder van school halen om bijvoorbeeld vroeger op vakantie te kunnen. Wanneer dit ontdekt wordt kunnen de ouders een proces verbaal krijgen en een boete (100 euro per dag). Landelijk is het percentage luxe verzuim bijna 10%.

Als we kijken hoeveel jongeren langdurig (langer dan 4 weken) niet naar school gaan dan zijn dat in Drenthe relatief net zo veel als landelijk. Er wordt in dit geval vaak gesproken van thuiszitters, hoewel deze term steeds minder gebruikt wordt omdat deze de lading niet goed dekt. Zowel landelijk als in Drenthe geldt dat 1,6 per 1.000 jongeren onder de 18 jaar langdurig thuiszitten. Dit aandeel blijft over de jaren redelijk constant. Het gaat in Drenthe om rond de 120 jongeren.

In de visualisatie is het aandeel niet ingeschreven leerplichtige jongeren, spijbelaars en langdurig verzuimers te bekijken via de tabbladen. De cijfers zijn landelijk en provinciaal voor drie opeenvolgende schooljaren weergegeven. In de bijhorende kaart staan de gemeentelijke cijfers van schooljaar 2016-2017. We zien bijvoorbeeld een hoog aantal absoluut verzuimers in Emmen, veel spijbelaars in Coevorden en veel langdurig verzuim in Hoogeveen.

In Drenthe meer vrijstellingen op basis van lichamelijke of psychische redenen dan landelijk

Jongeren kunnen in een aantal gevallen een vrijstelling van de leerplicht krijgen, wanneer een normale schoolgang niet of nauwelijks mogelijk is. Dit kan bijvoorbeeld  op grond van lichamelijk of psychische beperkingen (artikel 5a), op grond van bezwaren tegen de levensbeschouwelijke richting van de school (artikel 5b), in het geval dat de jongere in het buitenland onderwijs geniet (5c). Artikel 15 is er voor andere bijzondere omstandigheden, maar slechts in het geval dat de jongere op ander wijze voldoende onderwijs krijgt. In principe gelden deze vrijstellingen slechts voor 1 jaar.

In 2016 werd door de toenmalige staatssecretaris het verzoek aan gemeenten gedaan om de artikel 5a vrijstellingen nog eens kritisch te bekijken. De reden hiervoor was de forse stijging in de voorafgaande jaren van het aantal 5a vrijstellingen (een toename van 60% tussen 2010-2011 en 2014-2015). De toename blijft actueel, in het najaar van 2018 zijn nog Kamervragen gesteld aan de huidige onderwijsminister over de toename van het aantal vrijstellingen.

In de visualisatie zijn de vrijstellingen weergegeven. Per tabblad achtereenvolgens het totale aantal en vervolgens het aantal op basis van artikelen 5a, 5b, 5c en 15.

Het totale aantal vrijstellingen van de leerplicht is in Drenthe relatief behoorlijk lager dan landelijk. In Drenthe gaat het om 3,8 vrijstellingen per 1.000 jongeren in 2016-2017. Landelijk gaat het om 6,5 per 1.000 jongeren. De vrijstellingen op basis van artikel 5a komen relatief vaker voor in Drenthe dan landelijk (respectievelijk 3,0 per 1.000 en 2,2 per 1.000). Het gaat om bijna 230 gevallen in de provincie. De gemeenten Assen, Aa en Hunze, Emmen, Meppel en Westerveld zitten boven het provinciale gemiddelde. Vrijstellingen op grond van artikel 5b komen niet veel voor (relatief in Drenthe even vaak als landelijk). Het gaat om een enkel geval. In Emmen en Coevorden overstijgt het aantal de 5. Vrijstellingen op basis van artikel 5c (de jongere volgt onderwijs in het buitenland) komt in Drenthe vrij weinig voor en in veel mindere mate dan gemiddeld in Nederland (0,4 per 1000 in Drenthe, 3,5 per 1000 in Nederland). Ook de artikel 15 vrijstellingen komen in Drenthe nauwelijks voor.

gerelateerd

medewerkers