Verzuim en thuiszitters

Iedere jongere moet naar school vanaf 5 jaar tot en met het schooljaar waarin de leerling 16 jaar wordt (leerplichtwet). Omdat een diploma meer kans op werk biedt, moeten jongeren daarna wanneer ze geen startkwalificatie hebben (minimaal havo of mbo-2 niveau) nog tot hun 18e jaar onderwijs volgen (de kwalificatieplicht). Sommige jongeren gaan niet naar school en zitten thuis. Voor een deel gaat het om kwetsbare jongeren met uiteenlopende en in bepaalde gevallen complexe problemen, waarvoor een passende plek in het onderwijs moeilijk te vinden is. Hier presenteren we een aantal cijfers, over de jongeren die zo nu en dan spijbelen, maar ook over jongeren die om verschillende redenen langdurig niet naar school gaan.

Er zijn van een aantal gemeenten geen gegevens (meer) beschikbaar vanwege kleine aantallen en privacywetgeving. Op dit moment is het nog niet mogelijk om provinciaal geaggregeerde gegevens te ontvangen, zodat voor thuiszitters en niet op een onderwijsinstelling ingeschreven jongeren de informatie ontbreekt over de laatste twee jaren. We hopen dat de provinciale gegevens in de nabije toekomst beschikbaar komen.

In het kort

  • Het aandeel (leerplichtige) jongeren dat niet op school is ingeschreven (absoluut verzuim) ligt in Drenthe ver beneden het landelijk gemiddelde.
  • Er wordt in Drenthe minder vaak gespijbeld dan landelijk.
  • Het aandeel jongeren dat langdurig verzuimd (langer dan 4 weken, de ‘thuiszitters’) is in Drenthe vergelijkbaar met landelijk.
  • In Drenthe zijn er vergeleken met landelijke cijfers meer jongeren die op basis van lichamelijke of psychische gronden een vrijstelling voor de leerplicht hebben.

Minder spijbelaars in Drenthe vergeleken met het landelijk gemiddelde

In Nederland zijn aan het begin van schooljaar 2018-2019 bijna 5.000 leerplichtige jongeren niet ingeschreven op een school (relatief gezien zijn dit 2,0 per 1.000 jongeren onder de 18 jaar). Er is geen recent Drents cijfer, maar het cijfer van 2016-2017 is veel lager. Per 1.000 jongeren ging het om 0,6 die (voor zover bekend) niet op een school zijn ingeschreven. Dit komt neer op 46 leerplichtige Drentse jongeren. Het landelijke aantal was aan het afnemen, maar is in 2018-2019 weer gestegen. Het Drentse aantal is al een aantal jaren redelijk constant.

In Drenthe wordt minder vaak gespijbeld dan landelijk. We spreken hier over spijbelen (ook wel: relatief verzuim) als het gaat om minimaal 16 uur van school wegblijven in een aaneengesloten periode van 4 weken. In Drenthe waren er in schooljaar 2018-2019 ruim 1.500 spijbelaars, oftewel ongeveer 21 op elke 1.000 jongeren. Landelijk gaat het om 26 per 1.000 jongeren. Overigens is er landelijk in ongeveer 2 op de 1.000 gevallen sprake van zogenaamd luxe verzuim. Dit betekent dat ouders zonder toestemming hun kinderen eerder van school halen om bijvoorbeeld vroeger op vakantie te kunnen. Wanneer dit ontdekt wordt kunnen de ouders een proces verbaal krijgen en een boete (100 euro per dag). Voor Drenthe hebben we hiervan geen complete gegevens.

Als we kijken hoeveel jongeren langdurig (langer dan 4 weken) niet naar school gaan dan zien we dat het landelijk om 1,6 per 1.000 jongeren tot 18 jaar gaat. Recente cijfers voor Drenthe zijn er niet, maar eerdere jaren waren de Drentse cijfers vergelijkbaar met de landelijke. Er wordt in dit geval vaak gesproken van thuiszitters, hoewel deze term steeds minder gebruikt wordt omdat deze de lading niet goed dekt. Als de cijfers in Drenthe nog steeds vergelijkbaar zijn met landelijk dan hebben we het over ongeveer 120 jongeren.

In de visualisatie is het aandeel niet ingeschreven leerplichtige jongeren, spijbelaars en langdurig verzuimers (thuiszitters) te bekijken via de tabbladen. De cijfers zijn landelijk en provinciaal voor een aantal opeenvolgende schooljaren weergegeven. De provinciale cijfers van niet ingeschreven leerplichtigen en langdurig verzuim ontbreken voor 2017-18 en 2018-19. In de bijhorende kaart staan de gemeentelijke cijfers van schooljaar 2018-2019. Alleen bij het onderdeel spijbelen zijn de cijfers voor alle gemeenten beschikbaar. We zien de meeste spijbelaars in Coevorden, Emmen en Borger-Odoorn.

In Drenthe meer vrijstellingen op basis van lichamelijke of psychische redenen dan landelijk

Jongeren kunnen in een aantal gevallen een vrijstelling van de leerplicht krijgen, wanneer een normale schoolgang niet of nauwelijks mogelijk is. Dit kan bijvoorbeeld  op grond van lichamelijke of psychische beperkingen (artikel 5a), op grond van bezwaren tegen de levensbeschouwelijke richting van de school (artikel 5b) of in het geval dat de jongere in het buitenland onderwijs geniet (5c). Buiten artikel 5 is er nog artikel 15 voor een vrijstelling op grond van andere bijzondere omstandigheden, onder voorwaarde dat de jongere op een andere wijze voldoende onderwijs krijgt. In principe gelden deze vrijstellingen slechts voor 1 jaar.

In 2016 werd door de toenmalige staatssecretaris het verzoek aan gemeenten gedaan om de artikel 5a vrijstellingen nog eens kritisch te bekijken. De reden hiervoor was de forse stijging in de voorafgaande jaren van het aantal 5a- vrijstellingen (een toename van 60% tussen 2010-2011 en 2014-2015). In het najaar van 2018 zijn nog Kamervragen gesteld aan de huidige onderwijsminister over de toename van het aantal vrijstellingen.

In de visualisatie zijn alleen de vrijstellingen op basis van artikel 5a weergegeven. Van de overige artikelen voor vrijstelling van leerplicht ontbreken gegevens op gemeenteniveau, vanwege privacywetgeving. Ook is het op dit moment niet mogelijk geaggregeerde informatie op provincieniveau te presenteren.

De vrijstellingen op basis van artikel 5a komen relatief vaker voor in Drenthe dan landelijk (respectievelijk 4,1 per 1.000 en 2,6 per 1.000). Het gaat om bijna 300 gevallen in de provincie. De gemeenten Aa en Hunze, Emmen, De Wolden, Coevorden, Hoogeveen en Meppel zitten boven het provinciale gemiddelde.

gerelateerd

medewerkers