Voortijdig schoolverlaters

Jongeren in de leeftijd van 12 tot 23 jaar die zonder startkwalificatie (een diploma op minimaal havo of mbo-niveau 2) het onderwijs verlaten, worden voortijdig schoolverlaters (vsv-ers) genoemd. Jongeren zonder startkwalificatie hebben het vaak moeilijker op de arbeidsmarkt. In schooljaar 2017-2018 zijn er 25.574 vsv-ers geregistreerd (het Ministerie van OC&W had als landelijke doelstelling 22.500 vsv-ers voor 2017-2018). Het aantal vsv-ers is hoger dan in 2016-2017 (toen 23.793) en na een aanvankelijk dalende trend vanaf 2010-2011 is er sinds 2015-2016 jaarlijks weer een kleine toename. De voortijdig schoolverlaters komen voor het grootste deel uit het mbo (19.980). Een kleine 800 zijn vsv-er uit het voortgezet algemeen volwassenen onderwijs (vavo) en bijna 4.800 komen uit het voortgezet onderwijs. We kijken in dit deel naar het aandeel vsv-ers in Drenthe en we vergelijken dit met de landelijke cijfers.

In het kort

  • Het Drentse percentage voortijdig schoolverlaters (2017-2018) is 1,6%. Dat is lager dan het landelijke percentage (1,9%).
  • Het aantal Drentse vsv-ers in 2017-2018 is ruim 690 (vorig jaar ruim 670). Landelijk is er een toename te zien.
  • In Zuidoost Drenthe zijn relatief de meeste voortijdig schoolverlaters.
  • Het mbo blijft vrijwel overal binnen het streefniveau van voortijdig schoolverlaten.

Lichte toename voortijdig schoolverlaters in Drenthe

Het Drentse percentage voortijdig schoolverlaters is in 2017-2018 iets hoger dan eerdere jaren, namelijk 1,6%. Het gaat hierbij om ruim 690 vsv-ers. Vorig schooljaar waren dat er nog 670 en het jaar daarvoor 590. Ook landelijk zien we een lichte stijging ten opzichte van het vorige jaar, relatief van 1,8% naar 1,9%. In Drenthe zijn drie samenwerkingsverbanden die zich bezig houden met het voorkomen van voortijdig schoolverlaten, dit zijn de zogenaamde regionale meld- en coördinatiepunten (RMC’s): Noord en Midden Drenthe (Aa en Hunze, Assen, Midden-Drenthe, Tynaarlo en Noordenveld), Zuidoost Drenthe (Borger-Odoorn, Coevorden, Emmen) en Zuidwest Drenthe (De Wolden, Hoogeveen, Meppel en Westerveld).

De visualisatie hieronder laat zien hoe het verloop van het voortijdig schoolverlaten is vanaf schooljaar 2013-2014. We zien de hogere waarde in Zuidoost Drenthe in 2017-2018, die ook het landelijke cijfer overtreft. Zuidwest Drenthe heeft een percentage vsv-ers (1,6%) dat gelijk is aan het provinciale en Noord en Midden Drenthe zit daar met 1,2% onder. De meeste voortijdig schoolverlaters komen uit het mbo. In de visualisatie is de regio te kiezen waarvan te zien is om hoeveel vsv-ers het gaat, zowel in het voortgezet onderwijs als het mbo.

Voortijdig schoolverlaters per woongemeente

In de kaart hieronder is per woongemeente het percentage vsv-ers te zien. De gemeente Tynaarlo heeft relatief de minste vsv-ers (0,8%) en Emmen, Borger-Odoorn en Meppel hebben de hoogste percentages (respectievelijk 2,3%, 2,0% en 2,1%). Naast deze gemeenten zitten ook Coevorden en Hoogeveen met 1,7% net boven het provinciale cijfer van 1,6%. De overige gemeenten hebben een percentage gelijk aan of lager dan het provinciale. In de kaart kan gekozen worden voor welk schooljaar men de cijfers wil zien. Onderaan de visualisatie kan een keuze gemaakt worden voor de regio waarvan de gemeentelijke cijfers voor de jaren 2013-14, 2014-15, 2015-16, 2016-17 en 2017-18 te zien zijn.

Mbo blijft met voortijdig schoolverlaten binnen de gestelde norm

Om het voortijdig schoolverlaten binnen de perken te houden zijn er per type en niveau van onderwijs als normen streefuitvalpercentages bepaald. De huidig geldende streefuitvalpercentages zijn als volgt:

vo:          onderbouw vo: 0,1%, bovenbouw vmbo: 1,0%, bovenbouw havo/vwo: 0,1%

mbo:      niveau 1: 27,5%, niveau 2: 9,4%, niveau 3: 3,5%, niveau 4: 2,8%

In de visualisatie kijken we in hoeverre de Drentse percentages voortijdig schoolverlaters in de verschillende fasen van het voortgezet onderwijs en voor de vier niveaus in het middelbaar beroepsonderwijs beneden de gestelde (maximum) norm liggen.

We zien dat in het onderbouw van het voortgezet onderwijs voor elke Drentse regio geldt dat het percentage vsv-ers hoger is dan de het gestelde maximum. In de bovenbouw van het vmbo is de schooluitval alleen in Zuidoost Drenthe hoger dan de gestelde norm. Zuidwest Drenthe en vooral Noord en Midden Drenthe blijven daar ruim onder. In de bovenbouw van de havo blijft alleen in Noord en Midden Drenthe de school uitval binnen de gestelde grenzen.

In het middelbaar beroepsonderwijs blijft het voortijdig schoolverlaten vrijwel overal in de buurt of onder de maximale streefpercentages. Vooral op niveau 1 in het mbo zijn de percentages vsv-ers ver beneden de gestelde norm. Vorig jaar waren de cijfers voor mbo 1 nog een stuk minder gunstig.

gerelateerd

medewerkers