Voortgezet onderwijs

Voortgezet onderwijs

De afnemende leerlingaantallen die we al enige jaren in het basisonderwijs zien, wordt nu ook zichtbaar in het voortgezet onderwijs. Hoeveel leerlingen zijn er in Drenthe en waar staan de scholen? Welk niveau volgen leerlingen en wat zijn de slaagpercentages op scholen in Drenthe?

De scholen voor voortgezet onderwijs

Drenthe telt op dit moment 19 scholen voor voortgezet onderwijs. Gezamenlijk hebben deze scholen ongeveer 50 verschillende locaties. Het aanbod van opleidingen voor voortgezet onderwijs is zeer compleet in Drenthe. Toch is de spreiding van het onderwijsaanbod in de provincie dusdanig, dat de afstand die leerlingen dagelijks vanaf huis moeten afleggen om de door hun gekozen opleiding te doen erg afhankelijk is van de woonplek. Zo moeten leerlingen afhankelijk van waar ze wonen tussen de 0,5 en 12 kilometer afleggen om een vmbo opleiding te doen. Bij de havo/ vwo opleidingen is de spreiding nog wat groter; sommige leerlingen moeten wel 17 kilometer afleggen van huis naar een havo- of vwo-school. Het aanbod van schoolopleidingen staat mede door bevolkingsontwikkelingen onder druk (zie ook het onderdeel ‘Prognoses leerlingaantallen voortgezet onderwijs’). Het zal in de toekomst een opgave blijven om voor elke Drentse leerling binnen een acceptabele afstand van huis een passend onderwijsaanbod te behouden.

In de onderstaande kaart is te zien waar de verschillende schoollocaties te vinden zijn. Er is per locatie vermeld welke soorten opleidingen op de locatie kunnen worden gevolgd. Ook is te zien hoeveel leerlingen de locatie bezoeken.

Waar komen de leerlingen vandaan die de scholen bezoeken?

De visualisaties hieronder geven de mogelijkheid om van elke gemeente en van bijna elke Drentse locatie voor voortgezet onderwijs op te zoeken waar de leerlingen vandaan komen en om hoeveel leerlingen het gaat. De gegevens zijn afkomstig van DUO, een aantal locaties worden in de DUO-gegevens niet apart onderscheiden en deze ontbreken dan ook in de kaart. De leerlingenaantallen worden in deze gevallen bij de hoofdvestiging geteld.

Leerlingen in het voortgezet onderwijs

Bijna 30.000 Drentse jongeren zijn aan het begin van schooljaar 2019-2020 gestart met een opleiding in het voortgezet onderwijs. Al een aantal jaren neemt het aantal vo-leerlingen af. We kijken hier naar die ontwikkeling in de provincie en per gemeente en maken een vergelijking met de landelijke trend. Net als landelijk volgen de meeste leerlingen een vmbo-opleiding. In Drenthe zijn dit er relatief wel meer dan landelijk.

In het kort

  • Het aantal voortgezet onderwijsleerlingen is 4% lager dan bij aanvang van het vorige schooljaar (landelijk 3,5% afname).
  • In schooljaar 2018-2019 volgt 25% van de Drentse jongeren in het voortgezet onderwijs een vmbo-opleiding (landelijk 22%).
  • De Drentse deelname aan vwo onderwijs is lager dan landelijk.
  • Vier procent van de Drentse vo-leerlingen zit op het praktijkonderwijs (landelijk 3%).
  • Er zijn grote verschillen tussen de gemeenten wat betreft de diverse onderwijsniveaus in het voortgezet onderwijs.

 

Afname leerlingen in het voortgezet onderwijs zet door

Aan het begin van schooljaar 2019-2020 zijn 28.321 Drentse jongeren ingeschreven op een school voor voortgezet onderwijs. Ten opzichte van het vorige schooljaar is dit een afname van 4% (vorig jaar was de afname ten opzichte van het voorafgaande jaar 3%). Landelijk is de afname 3,5%. In de onderstaande visualisatie is per woongemeente het aantal leerlingen in het voortgezet onderwijs te zien. We zien op de kaart het verschil van het aantal vo-leerlingen per gemeente ten opzichte van het voorgaande schooljaar. In Meppel zien we een kleine toename. In de overige gemeenten is het aantal leerlingen dat op het voortgezet onderwijs zit afgenomen. De grootste afname is te zien in Noordenveld (-7%), op de voet gevolgd door Coevorden (-6%), Midden-Drenthe(-6%) en De Wolden (-6%).

Waar gaan de leerlingen naar school?

In de visualisatie is per gekozen (woon-)gemeente te zien in welke gemeente de leerlingen een school bezoeken. In totaal gaat 63% van de Drentse vo-leerlingen in zijn of haar eigen gemeente naar school. Van alle in Drenthe wonende vo-leerlingen gaat 82% in de eigen woonprovincie naar school, 14% gaat naar een school in de provincie Groningen (meestal naar een school in Groningen-stad of Haren) en 3% gaat naar een school in Overijssel (vnl. in Steenwijkerland en Hardenberg).

Bij het onderdeel Scholen voortgezet onderwijs is een kaart met de informatie in ‘omgekeerde volgorde’: daar is te zien per gekozen locatie voor voortgezet onderwijs waar de leerlingen wonen die de betreffende school bezoeken.

Drentse scholieren zitten iets vaker op het vmbo dan landelijk

Van het totale aantal Drentse leerlingen in het voortgezet onderwijs (29.481) zit 40% aan het begin van schooljaar 2018-2019* in een brugklas. Een kwart van de leerlingen volgt een vmbo opleiding (landelijk iets minder, namelijk 22%). De vmbo-ers die in Drenthe wonen zitten iets vaker op de theoretische of gemengde leerweg dan op de basis- of kaderberoepsgerichte leerweg. De Drentse leerlingen volgen minder vaak een vwo opleiding dan landelijk (respectievelijk 14% en 18%). De havo deelname is gelijk aan het landelijke cijfer, namelijk 17%. Het aandeel leerlingen in het praktijkonderwijs is in Drenthe iets hoger dan landelijk (Drenthe 4% en Nederland 3%). De percentages zijn gelijk aan het vorige schooljaar.

In de visualisatie kan voor meerdere jaren gekozen worden voor welk onderwijsniveau het deelnamepercentage in de Drentse gemeenten te zien is. De verschillen tussen de gemeenten zijn groot. Onder het tabblad ‘gemeente’ zie je per gekozen gemeente het aandeel leerlingen per onderwijsniveau.

*De leerlingenaantallen per onderwijssoort van schooljaar 2019-2020 zijn nog niet beschikbaar. 

Prognoses leerlingenaantallen voortgezet onderwijs

We hebben al gezien (zie Leerlingen in het voortgezet onderwijs) dat aan het begin van schooljaar 2019-2020 ruim 28.000 Drentse jongeren naar het voortgezet onderwijs gaan. Bijna een vijfde deel van hen bezoekt een school buiten de provincie. De verwachting is dat het aantal vo-leerlingen de komende jaren fors zal afnemen. De VO-raad stelt (zie hiernaast) dat vrijwel alle scholen voor voortgezet onderwijs te maken gaan krijgen met dalende leerlingenaantallen, in ieder geval tot 2030. Een afname van het aantal leerlingen heeft grote gevolgen. Het schoolbudget (afhankelijk van het aantal leerlingen) neemt af, er kan een verschraling van het onderwijsaanbod optreden in een aantal gebieden (waardoor voor leerlingen grote reisafstanden kunnen ontstaan). Ook zullen er banen voor een deel van het schoolpersoneel in gevaar kunnen komen.

We kijken hier hoe de prognoses (volgens DUO) er uit zien van de leerlingaantallen op de Drentse scholen voor de jaren 2025, 2030 en 2035. Deze prognoses zijn gebaseerd op berekeningen ten opzichte van het leerlingenaantal op de Drentse scholen aan het begin van schooljaar 2018-2019. Let wel het gaat hier om leerlingenaantallen op de Drentse scholen, dus niet allemaal woonachtig in Drenthe. We maken bij de prognoses onderscheid naar de diverse onderwijstypes te weten: de brugjaren, het praktijkonderwijs (pro), vmbo, havo en vwo.

In het kort

  • De prognose is dat de komende jaren het aantal leerlingen op Drentse scholen veel sterker afneemt dan landelijk (in 2030: respectievelijk -19% en -10%).
  • Drenthe, Overijssel en Friesland hebben in 2030 van alle provincies de grootste afname van het aantal vo-leerlingen.
  • In 2030 heeft die daling niet verder doorgezet. Het leerlingaantal blijft ongeveer op het niveau van 2030.
  • In 2035 zijn van het huidige aantal van ongeveer 23.000 leerlingen op de Drentse vo-scholen naar verwachting nog ongeveer 18.000 over.
  • In 2025 is naar verwachting het aantal leerlingen in het praktijkonderwijs met 2 procent toegenomen (landelijk bijna 5% toename).
  • De sterkste afname van het aantal leerlingen zien we in het Drentse vmbo (in 2035 met 27%).
  • Het aantal leerlingen op Drentse havo- en vwo-afdelingen neemt vooral na 2025 sterk af.

 

Prognose: daling aantal leerlingen op Drentse scholen voortgezet onderwijs de komende jaren veel sterker dan landelijk

In de onderstaande visualisatie is voor elk onderwijstype (op de verschillende tabbladen) de prognose weergegeven van de leerlingaantallen op Drentse scholen voor voortgezet onderwijs voor de jaren 2025, 2030 en 2035. De prognose is telkens berekend ten opzichte van het leerlingenaantal aan het begin van schooljaar 2018-2019.

Op het eerste blad staat de prognose voor het totale voortgezet onderwijs. Te zien is dat de prognose uitgaat van een daling van het totale aantal leerlingen in 2025 van bijna 12%. Dit is een veel grotere afname dan landelijk (6%). De jaren daarop wordt nog een grotere afname verwacht: in 2030 van 19%. In 2035 lijkt de stijgende lijn voorbij en is het leerlingenaantal nog steeds ongeveer 19% lager dan in 2018. Het huidige aantal van ongeveer 23.000 leerlingen op de Drentse scholen is in 2035 geslonken tot iets meer dan 18.000. De landelijke daling is minder sterk en lijkt ook minder lang door te zetten als in Drenthe.

Het aantal leerlingen in de brugjaren is volgens de prognose in 2030 met 18% afgenomen. In 2035 is de afname weer bijna terug op het niveau van 2025: namelijk 15%. Ook hier is landelijk een veel minder sterke negatieve ontwikkeling te zien.

Voor het Drentse praktijkonderwijs (pro) wordt verwacht dat het huidige leerlingenaantal op het van 960 in 2025 eerst met enkele procenten is toegenomen, waarna het in 2035 met ongeveer 1% zal zijn afgenomen. Landelijk zien we een geleidelijke toename (5% in 2025, 9% in 2030 en 11% in 2035.

De sterkste afname zien we bij het vmbo. In 2025 is deze 18%, in 2030 is deze 26% en in 2035 27%. Dit komt overeen met het landelijke beeld, zij het dan dat de afname landelijk veel minder sterk is.

De prognose voor havo en vwo leerlingen gaat ongeveer gelijk op. Voor de komende 5 jaar een afname van rond de 10% (landelijk havo 5% en vwo 1% afname). In 2030 is het aantal leerlingen fors afgenomen tot een vijfde deel van het aantal in peiljaar 2018-2019.

Onderwijsniveau leerjaar 3 vergeleken met schooladvies

We kijken hier op welk onderwijsniveau de leerling les volgt in het derde jaar van het voortgezet onderwijs en vergelijken dit met het advies dat de basisschool meegaf. Een leerling kan precies op het zelfde niveau terecht zijn gekomen als het schooladvies aangaf, een leerling kan op- of afgestroomd zijn (resp. op een ‘hoger’ of ‘lager’ niveau in leerjaar 3 dan het schooladvies) of een leerling kan op het hoogste of laagste niveau van het dubbeladvies terecht zijn gekomen (zie ook de ‘infobutton’ in de visualisatie).

Het aandeel leerlingen dat in het derde leerjaar precies op het niveau van het advies onderwijs volgt is de laatste jaren toegenomen. Het aandeel leerlingen dat is afgestroomd ten opzichte van het schooladvies neemt de laatste jaren af.

In het kort

  • 57% van de leerlingen volgt in leerjaar 3 precies het onderwijsniveau dat door de basisschool geadviseerd was (zowel in Drenthe als landelijk).
  • In Drenthe is er nauwelijks vaker sprake van afstroom ten opzichte van het schooladvies dan landelijk (resp. 13% en 11%).
  • De opstroom ten opzichte van het schooladvies komt in Drenthe even vaak voor als landelijk (15%).
  • Het aandeel dat op het hoogste niveau of laagste niveau van een dubbel advies terecht is gekomen is vergelijkbaar met landelijk.
  • Bij Drentse leerlingen met een dubbel advies havo-vwo volgt 37% in leerjaar 3 vwo-onderwijs. Dit is een lager percentage dan landelijk (47%).
  • Drentse leerlingen met dubbel advies vmbo gt-havo volgen in de meest gevallen vmbo-onderwijs in leerjaar 3.

 

Weer iets minder leerlingen afgestroomd ten opzichte van het schooladvies

In de visualisatie is te zien dat in schooljaar 2018-2019 de meerderheid van de Drentse leerlingen die in leerjaar 3 van het voortgezet onderwijs zitten, precies op het niveau les volgen als door hun basisschool was geadviseerd. Drenthe verschilt hierin niet van het landelijke cijfer: in 57% van de gevallen is het leerjaar 3 niveau overeenkomstig het adviesniveau. Als we de gegevens van eerdere jaren bekijken zien we dat dit vanaf 2016-2017 redelijk stabiel blijft.

In Drenthe is de afstroom ten opzichte van het schooladvies slechts een fractie hoger dan landelijk (resp. 13% en 11%). We zien een duidelijke afname de laatste jaren. Zo was de afstroom ten opzichte van het advies in 2014-2015 nog 22% en veel hoger dan landelijk. We zien dus niet meer (zoals in eerdere rapportages van de Drentse Onderwijsmonitor) dat er in Drenthe naast de lagere advisering ook een hogere afstroom in leerjaar 3 is ten opzichte van het schooladvies. De opstroom ten opzichte van het schooladvies is in Drenthe gelijk aan landelijk (15%). De afgelopen jaren heeft Drenthe ook hierop een inhaalslag gemaakt. In 2014-2015 was het aandeel veel lager, namelijk 7% (landelijk 11%).

Bij de dubbel adviezen is het beeld overeenkomstig het landelijke: rond de 8% is in leerjaar 3 op het laagste niveau van het dubbel advies terecht gekomen en 7% op het hoogste niveau van het dubbel advies.

In de tweede visualisatie is de ontwikkeling van op- en afstroom over de jaren te zien.

Merendeel van de Drentse leerlingen met havo-vwo of vmbo-havo advies volgt in leerjaar 3 het lagere niveau van het dubbel advies

De volgende visualisatie laat voor zowel de dubbel adviezen als de enkel adviezen per advies, zien in hoeverre er sprake is van opstroom of afstroom in leerjaar 3. Zo is te zien dat van de Drentse leerlingen met een dubbel advies havo-vwo 37% in leerjaar 3 vwo-onderwijs volgt, terwijl 52% havo-onderwijs volgt. Het Drentse beeld wijkt hiermee af van het landelijke, waar veel vaker het advies havo-vwo leidt tot een vwo-opleiding in leerjaar 3.

Bij het dubbel advies vmbo gt-havo zien we dit ook: het grootste deel van de leerlingen komt op het lagere niveau van het dubbeladvies terecht (53%). Op de Drentse scholen komt dit iets vaker voor dan landelijk.

Het grootse deel van de leerlingen met vmbo bl-kl volgt in leerjaar 3 onderwijs in de kadergerichte leerweg (zowel landelijk als in Drenthe). Bij de leerlingen met vmbo kl-gt adviezen zien we dat er in leerjaar 3 vaker les wordt gevolgd op het hoogste niveau van het dubbeladvies. In Drenthe is dit wel in mindere mate het geval  dan landelijk.

Bij de enkele adviezen zien we, zowel in Drenthe als in Nederland, dat 1 op de 3 leerlingen met een  vmbo-bl-advies in leerjaar 3 op een hoger niveau onderwijs volgt. Bij de kl-adviezen is dat bij ruim 1 op de 4 leerlingen het geval. Bij de gt-adviezen is de landelijke opstroom iets hoger dan in Drenthe (resp. 17% en 14%).

Bij de Drentse leerlingen met een havo-advies zien we dat ongeveer evenveel in leerjaar 3 zijn opgestroomd als er zijn afgestroomd ten opzichte van het schooladvies. Landelijk is er meer opstroom. Bij de vwo-adviezen zien we dat de afstroom bij Drentse leerlingen iets vaker voorkomt dan landelijk.

Zittenblijven en op- en afstroom

Er zijn grote verschillen tussen scholen in het percentage leerlingen zittenblijvers. De regels en de normen voor het zittenblijven worden door de scholen voor voortgezet onderwijs zelf vastgesteld. Aan het begin van schooljaar 2018-2019 is (landelijk) 6,2% van alle leerlingen in het voortgezet onderwijs gedoubleerd. Het percentage zittenblijvers is al een aantal jaren tussen de 5,5 en 6%. Het Ministerie van OC&W heeft als streefdoel 3,8% zittenblijvers voor 2020 (zie publicatie Inspectie van het Onderwijs). Er zijn twijfels over de effecten van het zittenblijven. Veel studies laten een negatief effect zien op prestaties en de verdere schoolloopbaan (voor een overzicht, zie eerder genoemde publicatie Inspectie van het Onderwijs).

Aan het begin van schooljaar 2018-2019 waren er 1.629 leerlingen op de Drentse vo-scholen die het leerjaar doubleerden. Het aantal neemt elk jaar toe. We kijken hier in welke onderwijsperiode en op welk type onderwijs het zittenblijven het meest voorkomt en vergelijken de Drentse cijfers met landelijke cijfers.

In plaats van het doubleren kan ook gekozen worden voor het afstromen naar een lager onderwijsniveau. We kijken daarom ook hoe vaak het afstromen (en het opstromen naar een hoger onderwijsniveau) voorkomt.

In het kort

  • Het Drentse percentage zittenblijvers aan begin van schooljaar 2018-2019 is 6,3%, landelijk is dit 6,2%.
  • Het zittenblijven neemt jaarlijks toe. Het percentage zittenblijvers varieert de afgelopen 5 jaren (in Drenthe en landelijk) tussen de 5 en de 6,5%.
  • In de bovenbouw van het Drentse vmbo is het percentage zittenblijvers hoger dan eerdere jaren (nu 5,7%).
  • Het zittenblijven komt het meest voor in de bovenbouw van het havo. Het Drentse percentage is hoger dan landelijk (respectievelijk 12,5% en 10,8%).
  • In de bovenbouw van het vwo is het percentage zittenblijvers eveneens hoger dan landelijk (respectievelijk 8,0% en 7,4%).
  • Drentse scholieren stromen iets vaker af dan landelijk (respectievelijk 3,9% en 3,1%).
  • De afstroom is vooral in leerjaar 2.

 

Aandeel zittenblijvers in het Drentse voortgezet onderwijs weer iets toegenomen

Er zijn aan het begin van schooljaar 2018-2019 1.629 zittenblijvers op de Drentse vo-scholen. Dit is een toename ten opzichte van het jaar ervoor met 6%. De toename is hoger dan landelijk (3%). Het percentage zittenblijvers, gerekend over alle schooljaren en onderwijstypen, is in Drenthe (6,3%) voor het eerst sinds jaren boven het landelijk percentage (6,2%). We zien over de jaren dat het percentage (ook landelijk) ruim boven de 5% blijft.

In de onderstaande visualisatie kan de onderwijsperiode en het niveau (leerjaar 1 en 2, bovenbouw vmbo, havo of vwo) gekozen worden om het percentage zittenblijvers te zien. Het zittenblijven in de eerste twee leerjaren komt het minst vaak voor. Er is wel een lichte toename, zowel landelijk als in Drenthe. In Drenthe is het percentage zittenblijvers in leerjaar 1 en 2 3,8%. Op het Drentse vmbo is het percentage zittenblijvers na een aantal jaren redelijk stabiel te zijn geweest opeens een procentpunt hoger dan vorig jaar (5,7% in 2018-2019). Het zittenblijven komt het meeste voor in de bovenbouw van het havo-onderwijs. Op de Drentse havo-scholen wat meer dan landelijk (respectievelijk 12,5% en 10,8%). Ook op het Drentse vwo-onderwijs komt het zittenblijven iets vaker voor dan landelijk (8,0% in Drenthe en 7,4% landelijk).

Drentse scholieren stromen iets vaker af dan landelijk

Aan het begin van schooljaar 2018-2019 is op de Drentse scholen 3,9% afgestroomd naar een lager onderwijsniveau. Landelijk is dit, iets lager, namelijk 3,1%. We zagen hierboven dat het zittenblijven toeneemt. Dit lijkt echter geen gevolg te hebben voor de afstroom, ook deze neemt iets toe.

De Drentse opstroom is 4,0% en daarmee iets lager dan het landelijke cijfer. In de visualisatie onder het eerste tabblad kan gekozen worden voor het leerjaar om op- en afstroom te zien. De meest afstroom is in leerjaar 2 en 3. In Drenthe is vooral in leerjaar 2 de afstroom hoger dan landelijk (resp. 7,9% en 5,7%).

Onder het tweede en derde tabblad is op- en afstroom te zien per onderwijstype. Op alle onderwijstypen is de afstroom hoger op Drentse scholen dan landelijk. Ook zien we overal dat de opstroom in Drenthe lager is dan landelijk.

Doorstroom na leerjaar 3

We kijken hier hoe het verder gaat met de leerlingen in het voortgezet onderwijs vanaf leerjaar 3, dus in de bovenbouw tot het examenjaar. De meeste leerlingen blijven vanaf leerjaar 3 doorgaan op hetzelfde onderwijsniveau en sluiten daarmee na hun examen de voortgezet onderwijsperiode af. Toch zijn er leerlingen die na het 3e leerjaar nog van onderwijsniveau wisselen. De leerlingen kunnen voordat de opleiding is afgesloten de school verlaten en kiezen voor een vervolgopleiding, of ze kunnen in de bovenbouw van niveau wisselen.

Een deel van de leerlingen verlaat het reguliere bekostigde onderwijs en verdwijnt uit het zicht van de onderwijsstatistieken. Voor vmbo, havo en vwo zijn de wisselingen in opleiding van leerlingen uit Noord-Nederland afgezet tegen landelijke cijfers. We vergelijken telkens de opleiding die de leerlingen doen in 2018-2019 met de opleiding die het jaar ervoor gedaan werd.

In het kort

  • 4% van de vmbo-bl-leerlingen stroomt na leerjaar 3 op naar vmbo kl.
  • 96% van de vmbo-gt-leerlingen (in Noord-Nederland) blijft na leerjaar 3 op hetzelfde niveau (vmbo-kl- en vmbo-bl-leerlingen wisselen vaker).
  • Vmbo bl verdwijnen vaker na leerjaar 3 uit het bekostigde onderwijs dan kl- en gt-leerlingen.
  • Na havo 4 gaat 7% naar mbo.
  • 10% van de leerlingen gaat na vwo 3 verder in het havo.

 

Vaker niveau wisselingen na leerjaar 3 bij leerlingen vmbo bl en vmbo kl dan bij vmbo gt

Je kunt in de onderstaande visualisatie vergelijkingen maken van het jaar 2018-2019 met het voorafgaande jaar en van 2017-2018 met het voorafgaande jaar.

We zien dat de leerlingen die de basisberoepsgerichte leerweg in het vmbo doen in 4% van de gevallen na leerjaar 3 ‘opstromen’ naar de kaderberoepsgerichte leerweg. Vorig jaar was dit percentage overigens 6%. Ongeveer 3% verdwijnt uit het bekostigde onderwijs na afloop van het derde leerjaar.

Bij de kaderberoepsgerichte vmbo-3-leerlingen zien we een afstroom van 5% (gelijk aan landelijk). Dit was vorig jaar iets hoger, namelijk 8%. Ongeveer 1% verdwijnt uit het onderwijs.

Van de leerlingen in leerjaar 3 van de gemengd/theoretische leerweg stroomt 2% af naar vmbo kl. Een klein deel (1%) verdwijnt uit het zicht van het bekostigde onderwijs. De vmbo-gt-leerlingen blijven dus van alle vmbo-ers het vaakst op hetzelfde niveau na het derde leerjaar.

Na havo 4 gaat 7% naar mbo

Negen procent van de noordelijke leerlingen in havo 3 stroomt af naar het vmbo. De opstroom naar vwo is 2%. Na havo 4 gaat 92% verder met hetzelfde onderwijs, echter ongeveer 7% kiest voor het verlaten van het voortgezet onderwijs en gaat naar het mbo.

Een tiende van de vwo-ers na leerjaar 3 naar havo

Bij de vwo-ers zien we dat een tiende deel na het derde leerjaar de opleiding vervolgt op havoniveau. Na het 4e leerjaar is dit 8% en na het 5e leerjaar nog 4%. Het aandeel leerlingen dat na leerjaar 3, 4 of 5 buiten het onderwijs verdwijnt is minder dan 1%.

Examens en slaagresultaten

Bijna 5.600 jongeren hebben in 2019 op een Drentse school het eindexamen gedaan. We kijken in dit deel hoeveel er geslaagd zijn op de verschillende typen onderwijs. De slaagpercentages per school zijn hier te vinden: Slaagresultaten per afdeling en school (2014-2019).

Ook kijken we naar de cijfers op zowel het schoolexamen, het centrale eindexamen en het cijfer dat de leerling op de eindlijst kreeg.

We kijken naar de gemiddelde cijfers voor de basisvakken: Engels, Nederlands en wiskunde die op Drentse scholen zijn gehaald. Deze vergelijken we met de cijfers die in Nederland zijn gehaald.

In het kort

  • Het gemiddelde slaagpercentage van alle onderwijstypen op Drentse scholen was in schooljaar 2018-2019 even hoog als het landelijke slaagpercentage.
  • Het slaagpercentage op havo- en vwo-niveau is in Drenthe iets lager dan in Nederland als geheel.
  • Gemiddelde cijfers op het centraal examen, het schoolexamen en de cijferlijst zijn in Drenthe (ongeveer) gelijk aan de gemiddelde cijfers van leerlingen op Nederlandse scholen. Dit geldt voor het vmbo, de havo en het vwo.
  • In het schooljaar 2018-2019 zijn de gemiddelde cijfers die behaald zijn op de centrale examens van de basisvakken op Drentse scholen ongeveer gelijk aan de gemiddeldes die behaald zijn op alle scholen in Nederland.
  • Op het centrale examen van wiskunde B, scoren havo- en vwo-leerlingen op Drentse scholen iets lager dan de gemiddelde Nederlandse leerling.

 

Drentse slagingspercentage niet meer onder het nationale gemiddelde

In het schooljaar 2017-2018 zagen we dat het slagingspercentage op Drentse scholen iets lager lag dan in Nederland in het geheel. In het schooljaar 2018-2019 was dit, net als in voorgaande jaren, niet meer het geval. In 2018-2019 is het slagingspercentage op Drentse scholen gelijk aan het Nederlandse slagingspercentage (beide 92%).

Wanneer we het slagingspercentage uitsplitsen naar verschillende onderwijstypen, zien we dat de slagingspercentage van Drentse scholen op havo- en vwo-niveau onder de nationale gemiddeldes liggen. Het Drentse slagingspercentage op havoniveau, ligt nu voor het vierde jaar op rij onder het nationale gemiddelde. Voor het slagingspercentage op het vwo is dat het tweede jaar op rij.

Eindcijfers schoolexamen en centraal examen

In de visualisatie staan de gemiddelde (gewogen) eindcijfers op het schoolexamen, het centrale eindexamen en de uiteindelijk cijferlijst. De centrale examens worden aan het eind van het schooljaar afgenomen en vormen samen met de schoolexamens het eindexamen.

In de visualisatie kan gekozen worden voor het type onderwijs en het schooljaar. Te zien is dat de gemiddelde eindcijfers op de Drentse vmbo afdelingen ongeveer gelijk zijn aan de landelijke cijfers. We zien tussen de landelijke en Drentse cijfers in geen enkel geval een verschil dat groter is dan 0,1. Ook voor de havo- en vwo-leerlingen op Drentse scholen geldt dat de gemiddelde cijfers gelijk zijn aan de landelijke gemiddeldes. Dit geldt zowel voor het schooljaar 2018-2019 als voor het schooljaar 2017-2018.

Het verschil tussen de gemiddelden op het schoolexamen en het centraal examen (SE-CE) maakt geen deel meer uit van de beoordeling van onderwijsresultaten door de onderwijsinspectie. Wel blijft het verschil tussen beide gemiddelden onderdeel van de handhaving op de examenlicentie. Wanneer 3 jaar achtereen het verschil SE-CE te groot is (het gemiddelde van het schoolexamen mag ten hoogste 0,5 punt boven het gemiddelde van het centraal eindexamen liggen) komt de examenlicentie in gevaar. De gemiddelde cijfers van de Drentse scholen op het centrale examen en het schoolexamen liggen niet ver uit elkaar.

Drentse prestaties op meeste basisvakken vergelijkbaar met landelijk, wiskunde B iets lager

De basisvakken zijn de vakken die voor iedere leerling verplicht zijn. Deze vakken zitten in ieder vakkenpakket van elke leerling. De basisvakken waarvoor een centraal examen afgelegd wordt zijn Nederlands, Engels en voor het vwo ook wiskunde. Het vak wiskunde kan in verschillende vormen worden gegeven. Bij wiskunde A ligt de focus op wiskundige vaardigheden, waar het bij wiskunde B meer om de algebra draait. Omdat het vak wiskunde op het vwo verplicht is, kan daar ook wiskunde C gevolgd worden, een lichtere variant van wiskunde A.

In de visualisatie is te zien hoe leerlingen op Drentse scholen gemiddeld op de centrale eindexamens van deze vakken scoren, in vergelijking met de gemiddelde cijfers die op de Nederlandse scholen worden gehaald. Voor de beeldvorming zijn de beschikbare wiskundevakken ook voor havo en vmbo meegenomen in de figuur. Verschillende onderwijstypen en verschillende schooljaren kunnen worden geselecteerd.

In het schooljaar 2018-2019 zijn de gemiddelde cijfers die behaald zijn op Drentse scholen ongeveer gelijk aan de gemiddeldes die behaald zijn op alle scholen in Nederland. Het grootste verschil zien we tussen de Nederlandse en Drentse gemiddeldes voor het vak wiskunde B. De leerlingen op Drentse scholen scoren lager dan de gemiddelde Nederlandse leerling, zowel op de havo (0,4 punt lager) als op het vwo (0,3 punt lager). Vijf jaar geleden was dit verschil minder groot.

Examenniveau vergeleken met schooladvies

We hebben al het onderwijsniveau in leerjaar 3 vergeleken met het advies dat de basisschool gaf (‘Onderwijsniveau leerjaar 3 vergeleken met schooladvies’). We kijken hier naar het niveau waarop eindexamen is gedaan aan het eind van schooljaar 2017-2018 en vergelijken dat met het (oorspronkelijke) schooladvies. Vorig jaar deed 45% van de Drentse examenkandidaten op hetzelfde niveau examen als door de basisschool geadviseerd was. Een kwart deed het examen op minimaal 1 niveau lager en 7% deed het examen op minimaal 1 niveau hoger. We kijken hier per examenniveau in hoeverre er een verschil is met het advies van de basisschool. Ook kijken we of er verschillen zijn tussen jongens en meisjes.

In het kort

  • 48% van de Drentse leerlingen doet op hetzelfde niveau eindexamen doet als geadviseerd werd op de basisschool.
  • Een kwart van de leerlingen doet examen op minimaal 1 niveau lager en 8% op minimaal 1 niveau hoger.
  • Jongens doen vaker op een lager niveau eindexamen vergeleken met het niveau van hun schooladvies dan meisjes.

 

Bijna de helft van de examens op het niveau van het advies van de basisschool

In de visualisatie is te zien dat 48% (vorig jaar was dat 45%) van de Drentse leerlingen op hetzelfde niveau eindexamen doet als geadviseerd werd op de basisschool. Acht procent doet examen op minimaal 1 niveau hoger niveau en eveneens 8% op een half niveau hoger (i.e. op het hoogste niveau van het dubbeladvies). Het aandeel dat op een lager niveau examen doet is in totaal 36%. Een kwart doet examen op minimaal 1 niveau lager en 12% op een half niveau lager (i.e. op het laagste niveau van een dubbeladvies).

In de visualisatie kan gekozen worden voor welk examenniveau de vergelijking met het schooladvies te zien is. Wanneer we kijken naar de Drentse examenkandidaten vmbo bl dan zien we dat 37% minimaal een niveau lager zit dan het schooladvies. Bij vmbo kl en vmbo gt is de ‘afstroom’ van minimaal 1 niveau wat minder (respectievelijk 27% en 24%). Bij de havo zien we dat 25% minimaal 1 niveau lager examen doet dan het niveau van het schooladvies (dat zijn dus leerlingen die een vwo-advies hadden) en we zien dat 19% een half niveau lager examen doet dan het niveau van het schooladvies (dat zijn de leerlingen die havo-vwo-advies hadden). De vwo-examenkandidaten kunnen niet afgestroomd zijn ten opzichte van hun schooladvies. We zien dat 70% van hen op het niveau van het schooladvies examen doet. Dertig procent is opgestroomd ten opzichte van het advies. De onderwijstypen kunnen niet zonder meer onderling vergeleken worden in de mate van op- of afstroom, omdat ze verschillen in de mogelijkheden die er voor de op- of afstroom zijn.

We zien in het onderste deel van de visualisatie dat jongens wat vaker op een lager niveau eindexamen doen dan het niveau van het schooladvies dan meisjes. Er is 10 procentpunten verschil in het aandeel dat minimaal 1 niveau lager eindexamen doet.

Medewerker

Imke Oosting

Onderzoeker

Betrokken medewerkers

Imke Oosting

Imke Oosting

Onderzoeker

  • Mail
  • LinkedIn
Jessy Snip

Jessy Snip

Onderzoeker

  • Mail
  • LinkedIn

Meer weten?

Neem contact op met één van de betrokken medewerkers

Gerelateerd nieuws

Leefbaarheid

Regionale Monitor Brede Welvaart beschikbaar voor elke Drentse gemeente

Geen categorie

“Weten we van gekkigheid nog wat normaal is?”

Laaggeletterdheid

Nieuw landelijk expertisepunt basisvaardigheden

Eind oktober 2020 is een nieuw landelijk expertisepunt Basisvaardigheden gelanceerd, een samenwerking van L&S en Movisie in opdracht van Tel mee met taal. Het expertisepunt Basisvaardigheden faciliteert kennisuitwisseling op het gebied van (lage) basisvaardigheden. Ben je werkzaam op het gebied van basisvaardigheden voor laaggeletterden? Dan is

Onderwijs

9 van de 10 scholen in Drenthe brengt voldoende leerlingen op goed niveau taal en rekenen

Drentse leerlingen hebben over het algemeen even goede lees- en rekenvaardigheden als leerlingen in heel Nederland. Op veel onderdelen scoren ze gemiddeld genomen zelfs beter. Toch zien we op veel reken- en taalonderdelen dalende prestaties. Op de ene school moeten meer onderwijsachterstanden weggewerkt worden dan op de andere school. Wanneer doet

Leefbaarheid

Meeste jongeren blijven in Drenthe wonen

Vanuit alle plattelandsgebieden worden al jaren zorgen geuit over het grote vertrek van het aantal jongeren. Zo ook in Drenthe. En niet zonder reden. Jongeren verhuizen inderdaad vaak van het platteland naar de stad om te studeren, te werken, of omdat er meer actie in de stad is. Toch is dit maar een deel van het verhaal. De meeste jongeren blijven

Publicaties

Laaggeletterdheid

Checklist digitale toegankelijkheid

Onderwijs

Drentse scholen scoren goed, maar er zijn grote verschillen

Leefbaarheid

Publicatie Maatschappelijke effecten als gevolg van financiële tekorten bij Drentse gemeenten