Voortgezet onderwijs

Voortgezet onderwijs

De afnemende leerlingaantallen die we al enige jaren in het basisonderwijs zien, wordt nu ook zichtbaar in het voortgezet onderwijs. Hoeveel leerlingen zijn er in Drenthe en waar staan de scholen? Welk niveau volgen leerlingen en wat zijn de slaagpercentages op scholen in Drenthe?

De scholen voor voortgezet onderwijs

Drenthe telt op dit moment 18 scholen voor voortgezet onderwijs. Gezamenlijk hebben deze scholen 42 verschillende locaties. Het aanbod van schoolopleidingen in Drenthe staat mede door bevolkingsontwikkelingen onder druk. Vooral praktijkonderwijs, voortgezet speciaal onderwijs en locaties voor de bovenbouw van havo en vwo zijn relatief schaars. De spreiding van het onderwijsaanbod is dusdanig, dat de afstand die leerlingen dagelijks van huis naar school moeten afleggen sterk uiteenloopt.

Zo moeten jonge Drenten gemiddeld een dubbele afstand naar een havo of vwo school afleggen ten opzichte van andere Nederlanderse scholieren (6,5 km t.o.v. 3,3 km). Maar ook binnen Drenthe zijn grote verschillen. Zo leggen jongeren uit Westerveld gemiddeld 6,9 kilometer af om een havo of vwo opleiding te volgen terwijl dit in het naastgelegen Midden-Drenthe gemiddeld 13,8 kilometer is. Zoomen we in laatst genoemde gemeente in op de plaats Westerbork, dan is de afstand al gauw 20 kilometer om naar de havo of het vwo te kunnen gaan. Dat is meer dan de 12 kilometer norm van de commissie Dijkgraaf. Deze commissie adviseerde het ministerie van OCW over hoe om te gaan met dalende leerlingaantallen in het voortgezet onderwijs. Zij stelde tevens dat een fietsafstand van meer dan 12 kilometer naar een vo-school niet wenselijk is.

Scholen op de kaart

In de onderstaande kaart is te zien waar de verschillende schoollocaties te vinden zijn. Er is per locatie vermeld welke soorten opleidingen op de locatie kunnen worden gevolgd. Ook is te zien hoeveel leerlingen de locatie bezoeken.

Waar komen de leerlingen vandaan die de scholen bezoeken?

De visualisaties hieronder geven de mogelijkheid om van elke gemeente en van bijna elke Drentse locatie voor voortgezet onderwijs op te zoeken waar de leerlingen vandaan komen en om hoeveel leerlingen het gaat. De gegevens zijn afkomstig van DUO, een aantal locaties worden in de DUO gegevens niet apart onderscheiden en deze ontbreken dan ook in de kaart. De leerlingenaantallen worden in deze gevallen bij de hoofdvestiging geteld.

Leerlingen in het voortgezet onderwijs

Ruim 27.000 Drentse jongeren zijn aan het begin van schooljaar 2020-2021 gestart met een opleiding in het voortgezet onderwijs. Al een aantal jaren neemt het aantal vo-leerlingen af. We kijken hier naar die ontwikkeling in de provincie en per gemeente en maken een vergelijking met de landelijke trend. Net als landelijk volgen de meeste leerlingen een vmbo opleiding. In Drenthe zijn dit er relatief wel meer dan landelijk.

In het kort

  • Het aantal voortgezet onderwijsleerlingen is 4% lager dan bij aanvang van het vorige schooljaar (landelijk 2% afname).
  • In schooljaar 2019-2020 volgt 25% van de Drentse jongeren in het voortgezet onderwijs een vmbo-opleiding (landelijk 22%).
  • De Drentse deelname aan vwo onderwijs is in verhouding lager dan landelijk.
  • Vier procent van de Drentse vo-leerlingen zit op het praktijkonderwijs (landelijk 3%).
  • Leerlingen uit Hoogeveen en Emmen volgen vaker een vmbo-opleiding en leerlingen uit Tynaarlo, Noordenveld, Meppel en Westerveld zitten vaker op havo of vwo.

Afname leerlingen in het voortgezet onderwijs zet door

Aan het begin van schooljaar 2020-2021 zijn 27.212 Drentse jongeren ingeschreven op een school voor voortgezet onderwijs. Ten opzichte van het vorige schooljaar is dit een afname van 4% (vorig jaar was de afname ten opzichte van het voorafgaande jaar 3%). Landelijk is de afname 2%. In de onderstaande visualisatie is per woongemeente het aantal leerlingen in het voortgezet onderwijs te zien. We zien in de kaart het verschil tussen het aantal vo-leerlingen in 2020-2021 en het voorgaande schooljaar, per gemeente. In alle gemeenten is het aantal leerlingen (iets) afgenomen. Hoogeveen, Meppel en Tynaarlo laten de kleinste daling zien en in De Wolden en Westerveld nam het aandeel leerlingen het meest af.

Waar gaan de leerlingen naar school?

In de visualisatie is per gekozen (woon) gemeente te zien in welke gemeente de leerlingen een school bezoeken. In totaal gaat van alle in Drenthe wonende vo-leerlingen 82% in de eigen woonprovincie naar school. Veertien procent gaat naar een school in de provincie Groningen (meestal naar een school in Groningen (stad of Haren), Stadskanaal en Westerkwartier) en 3% gaat naar een school in Overijssel (vnl. in Hardenberg, Steenwijkerland en Zwolle).

Bij het onderdeel ‘Scholen voortgezet onderwijs’ is overigens een kaart met de informatie in ‘omgekeerde volgorde’: daar is te zien per gekozen locatie voor voortgezet onderwijs waar de leerlingen wonen die de betreffende school bezoeken.

Drentse scholieren zitten iets vaker op het vmbo dan landelijk

Van het totale aantal Drentse leerlingen in het voortgezet onderwijs (28.321) zit 40% aan het begin van schooljaar 2019-2020 in een brugklas. Dat is evenveel als landelijk. Het aandeel leerlingen in het praktijkonderwijs is in Drenthe iets hoger dan landelijk (Drenthe 4% en Nederland 3%). Een kwart van de Drentse leerlingen volgt een vmbo opleiding (12% vmbo basis- of kader en 13% theoretisch of gemengd). Dat is meer dan landelijk: 22% gaat naar het vmbo (10% vmbo bb kb en 12% vmbo gt tl). De havo deelname is gelijk aan het landelijke cijfer, namelijk 17%. De Drentse leerlingen volgen minder vaak een vwo opleiding dan landelijk (respectievelijk 15% en 19%). Deze percentages zijn al een aantal jaren stabiel.

In de visualisatie kan voor meerdere jaren gekozen worden voor welk onderwijsniveau het deelnamepercentage in de Drentse gemeenten te zien is. De verschillen tussen de gemeenten zijn groot (zie tabblad ‘naar gemeente’). Leerlingen uit Tynaarlo, Noordenveld, Meppel en Westerveld volgen relatief het vaakst een havo- of vwo-opleiding. Leerlingen uit Hoogeveen en Emmen zitten vaker op het vmbo.

Prognoses leerlingenaantallen voortgezet onderwijs

We hebben al gezien (zie ‘Leerlingen in het voortgezet onderwijs’) dat aan het begin van schooljaar 2020-2021 ruim 27.000 Drentse jongeren naar het voortgezet onderwijs gaan. Bijna een vijfde deel van hen bezoekt een school buiten de provincie. De verwachting is dat het aantal vo-leerlingen de komende jaren fors blijft afnemen. De VO-raad stelt (zie hiernaast) dat vrijwel alle scholen voor voortgezet onderwijs te maken gaan krijgen met dalende leerlingenaantallen, in ieder geval tot 2030. Een afname van het aantal leerlingen heeft grote gevolgen. Het schoolbudget (afhankelijk van het aantal leerlingen) neemt af, er kan een verschraling van het onderwijsaanbod optreden in een aantal gebieden (waardoor voor leerlingen grote reisafstanden kunnen ontstaan). Ook zullen er banen voor een deel van het schoolpersoneel in gevaar kunnen komen.

We kijken hier hoe de prognoses (volgens DUO) er uit zien van de leerlingaantallen op de Drentse scholen voor de jaren 2025, 2030 en 2035. Deze prognoses zijn gebaseerd op berekeningen ten opzichte van het leerlingenaantal op de Drentse scholen aan het begin van schooljaar 2019-2020. Let wel, het gaat hier om leerlingenaantallen op de Drentse scholen, dus niet allemaal woonachtig in Drenthe. We maken bij de prognoses onderscheid naar de diverse onderwijstypes te weten: de brugjaren, het praktijkonderwijs (pro), vmbo, havo en vwo.

In het kort

  • De prognose is dat de komende jaren het aantal leerlingen op Drentse scholen veel sterker afneemt dan landelijk (in 2030: respectievelijk -16% en -7%).
  • Drenthe, Overijssel en Friesland hebben in 2030 van alle provincies de grootste afname van het aantal vo-leerlingen.
  • In 2035 heeft die daling op Drentse vo-scholen niet verder doorgezet. Het leerlingaantal blijft ongeveer op het niveau van 2030.
  • In 2035 zijn van het huidige aantal van krap 22.000 leerlingen op de Drentse vo scholen naar verwachting nog ongeveer 18.000 over.
  • In 2025 is naar verwachting het aantal leerlingen in het praktijkonderwijs met 2 procent toegenomen (landelijk 4% toename). Daarna daalt het leerlingenaantal ten opzichte van 2019 tot 5% in 2035.
  • De sterkste afname van het aantal leerlingen zien we in het Drentse vmbo (in 2035 met 23%).
  • Het aantal leerlingen op Drentse havo en vwo afdelingen neemt vooral tot 2030 sterk af. Daarna is de daling minder sterk, zodat in 2035 het aantal havisten in Drenthe met 21% is afgenomen ten opzichte van 2019. Het aantal vwo-ers is dan gedaald met 17%.

 

Prognose: daling aantal leerlingen op Drentse scholen voortgezet onderwijs de komende jaren veel sterker dan landelijk

In de onderstaande visualisatie is voor elk onderwijstype de prognose weergegeven van de leerlingaantallen op Drentse scholen voor voortgezet onderwijs voor de jaren 2025, 2030 en 2035. De prognose is telkens berekend ten opzichte van het leerlingenaantal aan het begin van schooljaar 2019-2020.

Scholen in Drenthe, Friesland en Overijssel krijgen te maken met de grootste krimp in leerlingaantallen in het totale voortgezet onderwijs. Voor Drenthe wordt in 2025 een daling van 9% verwacht. Dit is een veel grotere afname dan landelijk (-4%). De jaren daarop wordt nog een grotere afname verwacht: in 2030 van 16%. In 2035 lijkt de stijgende lijn voorbij en is het leerlingenaantal nog steeds ongeveer 16% lager dan in 2019. Het huidige aantal van krap 22.000 leerlingen op de Drentse scholen is in 2035 geslonken tot iets meer dan 18.000. De landelijke daling (2030:-7% en 2035:-5%) is minder sterk en lijkt ook minder lang door te zetten als in Drenthe.

Het aantal leerlingen in de brugjaren is volgens de prognose in 2030 met 13% afgenomen. In 2035 zien we weer een kleine toename van het aantal leerlingen. Hierdoor is het verschil in leerlingenaantal met 2019 minder groot als in 2030, namelijk : 11%. Ook hier is landelijk een veel minder sterke negatieve ontwikkeling te zien. In 2035 is het aantal leerlingen gemiddeld weer terug op het niveau van 2019. Dat komt doordat in het westen en midden van het land het aantal leerlingen zal zijn toegenomen ten opzichte van 2019.

Voor het Drentse praktijkonderwijs wordt tot 2025 nog een lichte groei verwacht van enkele procenten. Daarna daalt het leerlingenaantal ten opzichte van 2019 tot 5% in 2035. Landelijk gezien zien we dat de provincies in het (zuid)westen en midden van het land tot 2015 groei laten zien, de provincies in het (noord)oosten en (zuid)oosten (uitgezonderd Groningen) laten een daling zien.

De sterkste afname zien we bij het vmbo. In 2025 is deze 13%, in 2030 is deze 21% en in 2035 23%. Landelijk neemt het aantal af met 7% in 2025 tot 12% in 2030. Na 2030 lijkt landelijk gezien het tij te keren en zien we dat in 2035 het aantal leerlingen niet verder is gekrompen.

Voor havo zal het aantal leerlingen in 2025 met 10% zijn afgenomen ten opzichte van 2019. Die trend zet ook daarna door zodat in 2030 een daling van 19% wordt verwacht. Daarna vlakt de daling af tot 21% in 2035. Landelijk is een vergelijkbare trend te zien, maar is de krimp procentueel veel kleiner (2025:-4%/2030:-9%/2035:-9%)

De prognose voor het aantal vwo leerlingen vertoont een vergelijkbare ontwikkeling als die voor havo. Voor de komende 5 jaar een afname van 6% (landelijk: -1%). In 2030 is het aantal leerlingen fors afgenomen met 15% van het aantal in 2019 (landelijk: -5%). Daarna vlakt de daling af tot 17% (landelijk: -6%).

Onderwijsniveau leerjaar 3 vergeleken met schooladvies

We kijken hier op welk onderwijsniveau de leerling les volgt in het derde jaar van het voortgezet onderwijs en vergelijken dit met het advies dat de basisschool meegaf. Een leerling kan precies op hetzelfde niveau terecht zijn gekomen als het schooladvies aangaf, een leerling kan op- of afgestroomd zijn (resp. op een ‘hoger’ of ‘lager’ niveau in leerjaar 3 dan het schooladvies) of een leerling kan op het hoogste of laagste niveau van het dubbeladvies terecht zijn gekomen (zie ook de ‘infobutton’ in de visualisatie).

Het aandeel leerlingen dat in het derde leerjaar precies op het niveau van het advies onderwijs volgt is sinds 2017-2018 weer wat afgenomen. Het aandeel leerlingen dat is afgestroomd ten opzichte van het schooladvies is in 2019-2020 voor het eerst weer iets toegenomen. En na een paar jaren van meer opstroom zien we in 2019-2020 juist weer een afname.

In het kort

  • 55% van de leerlingen volgt in leerjaar 3 precies het onderwijsniveau dat door de basisschool geadviseerd was (landelijk: 54%).
  • In Drenthe is de afstroom ten opzichte van het schooladvies iets hoger dan landelijk (resp. 14% en 11%).
  • De opstroom ten opzichte van het schooladvies komt in Drenthe even vaak voor als landelijk (13%).
  • De laatste jaren zagen we het percentage opstromers stijgen en het percentage afstromers dalen. Die trend zet in 2019-2020 niet door.
  • Leerlingen in Drenthe met een dubbeladvies op vmbo niveau (b/k en k/gt) komen vaker op het hogere niveau terecht. Leerlingen met het advies vmbo gt/havo of havo/vwo belanden vaker op het lagere niveau van het advies.
  • Landelijk gezien belanden leerlingen met een dubbel advies vaker op het hogere niveau. Dit geldt niet voor leerlingen met een advies vmbo gt/havo.
  • Landelijk gezien stromen leerlingen met een enkel advies vaker op dan af. In Drenthe valt de balans vaker door naar de andere kant (meer af- dan opstroom).

Toename van opstroom en daling van afstroom ten opzichte van advies zet niet door.

In de visualisatie is te zien dat in schooljaar 2019-2020 de meerderheid van de Drentse leerlingen die in leerjaar 3 van het voortgezet onderwijs zitten, precies op het niveau les volgen als door hun basisschool was geadviseerd. Drenthe (55%) verschilt hierin nauwelijks van het landelijke cijfer (54%). Dit aandeel is, zowel op provinciaal als landelijk niveau, sinds 2017-2018 wel afgenomen.

In Drenthe is de afstroom ten opzichte van het schooladvies iets hoger dan landelijk (resp. 14% en 11%). Na jaren waarin steeds minder leerlingen afstroomden, zien we dit jaar weer een kleine toename. Zo was de afstroom ten opzichte van het advies in 2014-2015 nog 22% en veel hoger dan landelijk. In 2018-2019 was dit aandeel geslonken naar 13%.

De opstroom ten opzichte van het schooladvies is in Drenthe gelijk aan landelijk (13%). De afgelopen jaren heeft Drenthe hierop een inhaalslag gemaakt. In 2014-2015 was het aandeel veel lager, namelijk 7% (landelijk 11%). In 2018-2019 was de opstroom op Drentse scholen toegenomen naar 15%, evenveel als landelijk. In 2019-2020 zien we dus voor het eerst weer een afname van het aandeel opstromers.

Derdejaars leerlingen die een dubbel advies van de basisschool kregen, zitten in Drenthe relatief iets vaker op het laagste niveau van het dubbeladvies in plaats van op het hoogste niveau. Landelijk gezien belanden ongeveer evenveel leerlingen op het hoogste als laagste niveau.

In de tweede visualisatie is de ontwikkeling van op- en afstroom over de jaren te zien.

Merendeel van de Drentse leerlingen met havo-vwo of vmbo-havo advies volgt in leerjaar 3 het lagere niveau van het dubbel advies. Landelijk gezien slaat de balans vaker uit naar het hogere niveau.

De volgende visualisatie laat, voor zowel de dubbel adviezen als de enkel adviezen, zien in hoeverre er sprake is van opstroom of afstroom in leerjaar 3.

Leerlingen in Drenthe met een dubbeladvies op vmbo niveau (b/k en k/gt) komen vaker op het hoogste dan op het laagste niveau terecht. Dat geldt op landelijk niveau in nog sterkere mate dan in Drenthe.

Leerlingen met het advies vmbo gt/havo of havo/vwo belanden vaker op het lagere niveau van het dubbeladvies. Zo is te zien dat 57% van de Drentse leerlingen met een dubbel advies vmbo gt-havo in leerjaar 3 de gemengd theoretische leerweg van het vmbo volgt, terwijl 31% de havo doet. Landelijk is er iets meer balans: 51% zit met een vmbo gt/havo advies in leerjaar 3 op het vmbo en 39% zit op de havo. Een vergelijkbaar beeld zien we in Drenthe voor leerlingen met een havo/vwo advies.

Landelijk gezien belanden leerlingen met een dubbel advies vaker op het hogere niveau. Dit geldt niet voor leerlingen met een advies vmbo gt/havo.

Bij de enkele adviezen zijn de verschillen in op- en afstroom tussen Drenthe en Nederland iets minder groot dan bij de dubbel adviezen (die ook veel minder vaak gegeven worden dan enkel adviezen).

Landelijk gezien stromen leerlingen met een enkel advies vaker op dan af. In Drenthe valt de balans vaker door naar de andere kant (meer af- dan opstroom).

Ongeveer 1 op de 5 leerlingen met een havo of vwo advies volgt in leerjaar 3 op een lager niveau onderwijs. Voor leerlingen met een vmbo gt of vmbo k advies gaat het om ongeveer 1 op de 7 leerlingen.

Zittenblijven en op- en afstroom

Het percentage zittenblijvers verschilt sterk per school. De regels en de normen voor het zittenblijven worden door de scholen voor voortgezet onderwijs zelf vastgesteld.

Vanwege de schoolsluiting en het afstandsonderwijs in de tweede helft van het schooljaar 2019-2020 hebben veel scholen hun bevorderingsbeleid voor dat schooljaar aangepast. De VO-raad publiceerde een handreiking om scholen daarbij te helpen. Meer leerlingen hebben het voordeel van de twijfel gekregen. Hoeveel leerlingen zijn blijven zitten is nog niet bekend. De cijfers van DUO zijn naar verwachting in mei 2021 beschikbaar.

De meest recente cijfers hieronder gaan over leerlingen die in schooljaar 2019-2020 hetzelfde leerjaar doen als in schooljaar 2018-2019. De cijfers laten dus nog geen gevolgen van corona zien.

Aan het begin van schooljaar 2019-2020 is (landelijk) 6,4% van alle leerlingen in het voortgezet onderwijs gedoubleerd. Het percentage zittenblijvers is al een aantal jaren tussen de 5 en 6%. Het Ministerie van OC&W heeft als streefdoel 3,8% zittenblijvers voor 2020 (zie publicatie Inspectie van het Onderwijs hiernaast). Er zijn twijfels over de effecten van het zittenblijven. Veel studies laten een negatief effect zien op prestaties en de verdere schoolloopbaan. Sinds 2016-2017 is het percentage zittenblijvers echter toegenomen, zowel landelijk als in de provincie Drenthe. Aan het begin van schooljaar 2019-2020 waren er 1.644 leerlingen op de Drentse vo-scholen die het leerjaar doubleerden. Procentueel zien we elk jaar een toename. We kijken hier in welke onderwijsperiode en op welk type onderwijs het zittenblijven het meest voorkomt en vergelijken de Drentse cijfers met landelijke cijfers.

In plaats van het doubleren kan ook gekozen worden voor het afstromen naar een lager onderwijsniveau. Afstroom en zittenblijven kunnen worden gezien als verschillende manieren om te compenseren voor een (nog) te hoog onderwijsniveau. Het zijn communicerende vaten: zittenblijven kan een alternatief zijn om niet te hoeven afstromen. We kijken daarom ook hoe vaak het afstromen (en het opstromen naar een hoger onderwijsniveau) voorkomt.

In het kort

  • Het Drentse percentage zittenblijvers aan begin van schooljaar 2019-2020 is 6,6%, landelijk is dit 6,4%.
  • Het zittenblijven neemt jaarlijks toe. Het percentage zittenblijvers varieert de afgelopen 5 jaren (in Drenthe en landelijk) tussen de 5 en de 7%.
  • In de bovenbouw van het Drentse vmbo is het percentage zittenblijvers (5,5%) iets lager dan het jaar daarvoor, maar hoger dan eerdere jaren.
  • Het percentage zittenblijvers in de bovenbouw van het Drentse vmbo ligt al jaren iets onder de landelijke percentages.
  • Zittenblijven komt het meest voor in de bovenbouw van het havo. Het Drentse percentage is al jaren hoger dan landelijk (respectievelijk 11,6% en 11%).
  • Wel zien we in Drenthe na een aantal jaren van toename een lager aandeel zittenblijvers op de havo. Landelijke nam het aandeel nog steeds toe.
  • In de bovenbouw van het vwo is het percentage zittenblijvers op Drentse scholen eveneens (al een aantal jaren) hoger dan landelijk (respectievelijk 9% en 7,9%).
  • Drentse scholieren stromen iets vaker af dan landelijk (respectievelijk 4% en 3,2%) en iets minder vaak op dan landelijk (3,8% versus 4,3%).
  • De afstroom is vooral in leerjaar 2.

Aandeel zittenblijvers in het Drentse voortgezet onderwijs weer iets toegenomen. Ook landelijk nam dit aandeel toe.

Er zijn aan het begin van schooljaar 2019-2020 1.644 zittenblijvers op de Drentse vo-scholen. Het percentage zittenblijvers, gerekend over alle schooljaren en onderwijstypen, is in Drenthe 6,6% en landelijk 6,4%. We zien over de jaren dat het percentage (ook landelijk) ruim boven de 5% blijft.

In de onderstaande visualisatie kan de onderwijsperiode en het niveau (leerjaar 1 en 2, bovenbouw vmbo, havo of vwo) gekozen worden om het percentage zittenblijvers te zien. Het zittenblijven in de eerste twee leerjaren komt het minst vaak voor. In Drenthe is het percentage zittenblijvers in leerjaar 1 en 2 4,7%. Dat is hoger dan landelijk en meer dan voorgaande jaren. Op het Drentse vmbo is het percentage zittenblijvers iets lager (5,5%) dan het jaar daarvoor (5,7%), maar nog steeds hoger dan eerdere jaren. Het zittenblijven komt het meeste voor in de bovenbouw van het havo onderwijs. Op de Drentse havo scholen wat meer dan landelijk (respectievelijk 11,6% en 11%). Ook op het Drentse vwo onderwijs komt het zittenblijven iets vaker voor dan landelijk (9,0% in Drenthe en 7,9% landelijk). Het Drents aandeel nam met een procentpunt toe van 8 naar 9%.

Drentse scholieren stromen iets vaker af dan landelijk. Aandeel afstromers neemt ook landelijk nog steeds iets toe.

Aan het begin van schooljaar 2019-2020 is op de Drentse scholen 4% afgestroomd naar een lager onderwijsniveau. Landelijk is dit iets lager, namelijk 3,2%. De afstroompercentages in Drenthe zijn al jaren hoger dan in Nederland. We zagen hierboven dat het zittenblijven toeneemt. Dit lijkt echter geen gevolg te hebben voor de afstroom, ook deze neemt iets toe.

De Drentse opstroom is 3,8% en daarmee iets lager dan het landelijke cijfer (4,3%). In de visualisatie onder het eerste tabblad kan gekozen worden voor het leerjaar om op- en afstroom te zien. De meest afstroom is in leerjaar 2 en 3. In Drenthe is vooral in leerjaar 2 de afstroom hoger dan landelijk (resp. 8,1% en 6,1%). Vanaf leerjaar 4 komt afstroom nauwelijks voor.

Onder het tweede en derde tabblad is op- en afstroom te zien per onderwijstype. Op alle onderwijstypen is de afstroom hoger op Drentse scholen dan landelijk. Ook zien we overal dat de opstroom in Drenthe lager is dan landelijk.

Doorstroom na leerjaar 3

De meest recente cijfers op dit thema gaan over 2018-2019. Het CBS is gestopt met publicatie van deze gegevens.

We kijken hier hoe het verder gaat met de leerlingen in het voortgezet onderwijs vanaf leerjaar 3, dus in de bovenbouw tot het examenjaar. De meeste leerlingen blijven vanaf leerjaar 3 doorgaan op hetzelfde onderwijsniveau en sluiten daarmee na hun examen de voortgezet onderwijsperiode af. Toch zijn er leerlingen die na het 3e leerjaar nog van onderwijsniveau wisselen. De leerlingen kunnen voordat de opleiding is afgesloten de school verlaten en kiezen voor een vervolgopleiding, of ze kunnen in de bovenbouw van niveau wisselen.

Een deel van de leerlingen verlaat het reguliere bekostigde onderwijs en verdwijnt uit het zicht van de onderwijsstatistieken. Voor vmbo, havo en vwo zijn de wisselingen in opleiding van leerlingen uit Noord-Nederland afgezet tegen landelijke cijfers. We vergelijken telkens de opleiding die de leerlingen doen in 2018-2019 met de opleiding die het jaar ervoor gedaan werd.

In het kort

  • 4% van de vmbo-bl-leerlingen stroomt na leerjaar 3 op naar vmbo kl.
  • 96% van de vmbo-gt-leerlingen (in Noord-Nederland) blijft na leerjaar 3 op hetzelfde niveau (vmbo-kl- en vmbo-bl-leerlingen wisselen vaker).
  • Vmbo bl verdwijnen vaker na leerjaar 3 uit het bekostigde onderwijs dan kl- en gt-leerlingen.
  • Na havo 4 gaat 7% naar mbo.
  • 10% van de leerlingen gaat na vwo 3 verder in het havo.

 

Vaker niveau wisselingen na leerjaar 3 bij leerlingen vmbo bl en vmbo kl dan bij vmbo gt

Je kunt in de onderstaande visualisatie vergelijkingen maken van het jaar 2018-2019 met het voorafgaande jaar en van 2017-2018 met het voorafgaande jaar.

We zien dat de leerlingen die de basisberoepsgerichte leerweg in het vmbo doen in 4% van de gevallen na leerjaar 3 ‘opstromen’ naar de kaderberoepsgerichte leerweg. Vorig jaar was dit percentage overigens 6%. Ongeveer 3% verdwijnt uit het bekostigde onderwijs na afloop van het derde leerjaar.

Bij de kaderberoepsgerichte vmbo-3-leerlingen zien we een afstroom van 5% (gelijk aan landelijk). Dit was vorig jaar iets hoger, namelijk 8%. Ongeveer 1% verdwijnt uit het onderwijs.

Van de leerlingen in leerjaar 3 van de gemengd/theoretische leerweg stroomt 2% af naar vmbo kl. Een klein deel (1%) verdwijnt uit het zicht van het bekostigde onderwijs. De vmbo-gt-leerlingen blijven dus van alle vmbo-ers het vaakst op hetzelfde niveau na het derde leerjaar.

Na havo 4 gaat 7% naar mbo

Negen procent van de noordelijke leerlingen in havo 3 stroomt af naar het vmbo. De opstroom naar vwo is 2%. Na havo 4 gaat 92% verder met hetzelfde onderwijs, echter ongeveer 7% kiest voor het verlaten van het voortgezet onderwijs en gaat naar het mbo.

Een tiende van de vwo-ers na leerjaar 3 naar havo

Bij de vwo-ers zien we dat een tiende deel na het derde leerjaar de opleiding vervolgt op havoniveau. Na het 4e leerjaar is dit 8% en na het 5e leerjaar nog 4%. Het aandeel leerlingen dat na leerjaar 3, 4 of 5 buiten het onderwijs verdwijnt is minder dan 1%.

Examens en slaagresultaten

2020 is een bijzonder eindexamenjaar. Als gevolg van het coronavirus zijn de scholen vanaf eind maart gesloten. Onderwijs vindt op afstand plaats en er zijn geen centrale examens. Het examenresultaat wordt bepaald op basis van de schoolexamens. Eindexamenkandidaten konden hun cijfers verbeteren met behulp van de zgn. resultaatverbeteringstoetsen.

Bijna 5.300 jongeren hebben in 2020 op een Drentse school het eindexamen gedaan. We kijken in dit deel hoeveel er geslaagd zijn op de verschillende typen onderwijs. De slaagpercentages per school zijn hier te vinden: Slaagresultaten per afdeling en school 2014-2020.

In het kort

  • 2019-2020 was een uitzonderlijk examenjaar met uitzonderlijk hoge slagingspercentages. Bijna alle examenkandidaten ontvingen een diploma (99%). Zowel in Drenthe als in heel Nederland.
  • Het verschil met slaagpercentages in voorgaande jaren is op havo- en vwo-niveau nog het grootst. Zowel in Drenthe als landelijk steeg het slagingspercentage onder havisten en vwo-ers met zo’n 10 procentpunten.
  • De gemiddelde cijfers op de schoolexamens zijn veelal een fractie (0,1 punt) hoger dan voorgaande examenjaren. De verschillen met de landelijke cijfers zijn, evenals voorgaande jaren, nihil.
  • Het afgelopen examenjaar waren de slagingspercentages voor zowel vmbo, havo als vwo hoger dan landelijk.
  • Voor vmbo liggen de provinciale slagingspercentages al jaren hoger dan landelijk. Voor vwo en vooral havo lagen de slagingspercentages de twee jaren daarvoor onder het nationale gemiddelde.

Slagingspercentages in een uitzonderlijk examenjaar uitzonderlijk hoog.

Corona en de maatregelen daartegen hebben 2019-2020 tot een bijzonder eindexamenjaar gemaakt, met opvallende slagingspercentages. Waar de afgelopen 5 jaren het slagingspercentage van Drenthe en Nederland schommelde tussen de 91% en 94%, behaalde in 2020 bijna iedere examenkandidaat zijn diploma (99% voor Drenthe en Nederland).

Voor bijna ieder onderwijstype, zien we dat de slagingspercentages van Drentse scholen een fractie hoger zijn dan de nationale gemiddeldes. De verschillen variëren van 0,4 procentpunt (vmbo bl) tot 1 procentpunt (havo) in het voordeel van de Drentse scholen. Alleen voor vmbo kl is het Drentse slagingspercentage iets lager dan het landelijke (-0,3 procentpunt).

Hoewel veel havisten in 2019-2020 hun diploma haalden, zijn de slagingspercentages zowel in Drenthe als heel Nederland hier lager dan voor de andere onderwijstypes. Dat is al jaren het geval.

Vergeleken met voorgaande jaren zijn met name de slagingspercentages voor havo en vwo flink gestegen. Zowel provinciaal als landelijk nam het aandeel dat een diploma haalde met zo’n 10 procentpunten toe.

De afgelopen 3 jaren haalden Drentse vmbo scholen gemiddeld hogere slagingspercentages dan landelijk. Voor havo en vwo geldt dat alleen voor 2019-2020. Beide jaren daarvoor waren de slagingspercentages, vooral onder havisten, in Drenthe lager dan in heel Nederland.

Eindcijfers schoolexamen: fractie hoger dan voorgaande jaren. Cijfers verschillen nauwelijks tussen Drentse scholen en die in heel Nederland.

In de visualisatie staan de gemiddelde (gewogen) eindcijfers op het schoolexamen, het centrale eindexamen en de uiteindelijk cijferlijst. De centrale examens zijn in 2019-2020 niet afgenomen. Het schoolexamen was gelijk ook het eindexamen.

In de visualisatie kan gekozen worden voor het type onderwijs en het schooljaar. De verschillen tussen Drentse scholen en scholen in heel Nederland zijn de afgelopen 3 jaren nihil (maximaal 0,1 punt). Dat geldt voor alle onderwijstypen en zowel als het gaat om de schoolexamens als de centraal examens.

Voor bijna alle onderwijstypen zien we dat de gemiddelde eindcijfers in 2019-2020 0,1 punt hoger is dan het jaar daarvoor. Vwo-ers haalden de afgelopen 3 jaren gemiddeld genomen het hoogste eindcijfer: een 6,9. Dat is 0,2 punten hoger dan het jaar daarvoor.

Examenniveau vergeleken met schooladvies

We hebben al het onderwijsniveau in leerjaar 3 vergeleken met het advies dat de basisschool gaf (‘Onderwijsniveau leerjaar 3 vergeleken met schooladvies’). We kijken hier naar het niveau waarop eindexamen is gedaan aan het eind van schooljaar 2017-2018 en vergelijken dat met het (oorspronkelijke) schooladvies. Vorig jaar deed 45% van de Drentse examenkandidaten op hetzelfde niveau examen als door de basisschool geadviseerd was. Een kwart deed het examen op minimaal 1 niveau lager en 7% deed het examen op minimaal 1 niveau hoger. We kijken hier per examenniveau in hoeverre er een verschil is met het advies van de basisschool. Ook kijken we of er verschillen zijn tussen jongens en meisjes.

In het kort

  • 48% van de Drentse leerlingen doet op hetzelfde niveau eindexamen doet als geadviseerd werd op de basisschool.
  • Een kwart van de leerlingen doet examen op minimaal 1 niveau lager en 8% op minimaal 1 niveau hoger.
  • Jongens doen vaker op een lager niveau eindexamen vergeleken met het niveau van hun schooladvies dan meisjes.

 

Bijna de helft van de examens op het niveau van het advies van de basisschool

In de visualisatie is te zien dat 48% (vorig jaar was dat 45%) van de Drentse leerlingen op hetzelfde niveau eindexamen doet als geadviseerd werd op de basisschool. Acht procent doet examen op minimaal 1 niveau hoger niveau en eveneens 8% op een half niveau hoger (i.e. op het hoogste niveau van het dubbeladvies). Het aandeel dat op een lager niveau examen doet is in totaal 36%. Een kwart doet examen op minimaal 1 niveau lager en 12% op een half niveau lager (i.e. op het laagste niveau van een dubbeladvies).

In de visualisatie kan gekozen worden voor welk examenniveau de vergelijking met het schooladvies te zien is. Wanneer we kijken naar de Drentse examenkandidaten vmbo bl dan zien we dat 37% minimaal een niveau lager zit dan het schooladvies. Bij vmbo kl en vmbo gt is de ‘afstroom’ van minimaal 1 niveau wat minder (respectievelijk 27% en 24%). Bij de havo zien we dat 25% minimaal 1 niveau lager examen doet dan het niveau van het schooladvies (dat zijn dus leerlingen die een vwo-advies hadden) en we zien dat 19% een half niveau lager examen doet dan het niveau van het schooladvies (dat zijn de leerlingen die havo-vwo-advies hadden). De vwo-examenkandidaten kunnen niet afgestroomd zijn ten opzichte van hun schooladvies. We zien dat 70% van hen op het niveau van het schooladvies examen doet. Dertig procent is opgestroomd ten opzichte van het advies. De onderwijstypen kunnen niet zonder meer onderling vergeleken worden in de mate van op- of afstroom, omdat ze verschillen in de mogelijkheden die er voor de op- of afstroom zijn.

We zien in het onderste deel van de visualisatie dat jongens wat vaker op een lager niveau eindexamen doen dan het niveau van het schooladvies dan meisjes. Er is 10 procentpunten verschil in het aandeel dat minimaal 1 niveau lager eindexamen doet.

Medewerker

Imke Oosting

Onderzoeker

Betrokken medewerkers

Imke Oosting

Imke Oosting

Onderzoeker

  • Mail
  • LinkedIn
Jessy Snip

Jessy Snip

Onderzoeker

  • Mail
  • LinkedIn

Meer weten?

Neem contact op met één van de betrokken medewerkers

Gerelateerd nieuws

Geen categorie

Nieuwe leden Adviesraad

Leefbaarheid

Webinar ‘Introductie Monitoring Brede Welvaart’ op dinsdag 16 maart 2021

Corona

‘Alles is anders’, coronacrisis heeft grote invloed op het leven in Drenthe

De coronacrisis heeft voor veel Drenten belangrijke gevolgen. Maar niet iedereen wordt even hard geraakt. Zelfstandig ondernemers, 18- tot 34-jarigen en mensen met een minder goede gezondheid hebben veel vaker dan de gemiddelde Drent zorgen en problemen door ‘corona’. Onderzoek van Trendbureau Drenthe laat dat duidelijk zien. Ruim 950 Drenten d

Corona

Effectievere hulp nodig voor Drentse ondernemers in coronacrisis

De coronacrisis brengt naar verwachting veel ondernemers in de problemen. Meerdere gemeenten in Drenthe willen graag weten hoe ze de ondernemers met schulden beter kunnen bereiken. Dat was voor Trendbureau Drenthe aanleiding om hier onderzoek naar te doen. Het onderzoek, mede mogelijk gemaakt door de provincie Drenthe, bevestigt die verwachting: vo

Leefbaarheid

Leefbaarheid in noordelijke provincies stabiel

Drenten, Groningers en Friezen waarderen de leefbaarheid in hun provincie met gemiddeld bijna een 8. De leefbaarheid in de noordelijke provincies is hiermee de afgelopen jaren stabiel gebleven. Ook zijn er nauwelijks verschillen tussen de provincies. Wel zien we dat in Groningen vaker een achteruitgang van de leefbaarheid wordt ervaren dan in Frysl

Publicaties

Armoede

Kleine ondernemers zinken door corona weg in schuldenmoeras. Hulp van de overheid is lastig te krijgen // DvhN

Laaggeletterdheid

Westerwolde zet extra in op hulp aan laaggeletterde ouders met jonge kinderen

Corona

Alles gaat anders; gevolgen coronacrisis voor het leven in provincie Drenthe