Zittenblijven en op- en afstroom

Er zijn grote verschillen tussen scholen in het percentage leerlingen zittenblijvers. De regels en de normen voor het zittenblijven worden door de scholen voor voortgezet onderwijs zelf vastgesteld. Aan het begin van schooljaar 2017-2018 is (landelijk) 6% van alle leerlingen in het voortgezet onderwijs gedoubleerd. Het percentage zittenblijvers is al een aantal jaren tussen de 5,5 en 6%. Het Ministerie van OC&W heeft als streefdoel 3,8% zittenblijvers voor 2020 (zie publicatie Inspectie van het Onderwijs hiernaast). Er zijn twijfels over de effecten van het zittenblijven. Veel studies laten een negatief effect zien op prestaties en de verdere schoolloopbaan (voor een overzicht, zie eerder genoemde publicatie Inspectie van het Onderwijs). Aan het begin van schooljaar 2017-2018 waren er ruim 1.530 leerlingen op de Drentse vo-scholen die het leerjaar doubleerden. Dat is een toename ten opzichte van het jaar ervoor. We kijken hier in welke onderwijsperiode en op welk type onderwijs het zittenblijven het meest voorkomt en vergelijken de Drentse cijfers met landelijke cijfers.

In plaatst van het doubleren kan ook gekozen worden voor het afstromen naar een lager onderwijsniveau. We kijken hier hoe vaak het afstromen (en het opstromen naar een hoger onderwijsniveau) voorkomt. In dit deel bekijken we het totaalbeeld van op-en afstroom, in het volgende deel (op- en afstroom na leerjaar 3) kijken we specifiek naar de bovenbouw. De meningen over afstroom en wat dat met een leerling doet zijn verdeeld. De Drentse Onderwijsmonitor heeft in 2019 ook jongeren zelf gevraagd naar hun ervaring met afstroom. De resultaten van de gesprekken met jongeren over dit onderwerp worden in april 2019 gepubliceerd.

In het kort

  • Het Drentse percentage zittenblijvers aan begin van schooljaar 2017-2018 is 5,8%, landelijk is dit 6,0%.
  • Het zittenblijven neemt niet af en blijft al een aantal jaren (in Drenthe en landelijk) ruim boven de 5%.
  • In de bovenbouw van het Drentse vmbo is het percentage al een aantal jaren redelijk constant (nu 4,7%) en lager dan landelijk.
  • Het zittenblijven komt het meest voor in de bovenbouw van het havo. Het Drentse percentage is hoger dan landelijk (respectievelijk 12,2% en 10,8%).
  • In de bovenbouw van het vwo is het percentage zittenblijvers eveneens hoger dan landelijk (respectievelijk 8,0% en 7,2%).
  • Drentse scholieren stromen iets vaker af dan landelijk (respectievelijk 3,3% en 2,8%).
  • Er is meer opstroom dan afstroom.
  • De afstroom is vooral in leerjaar 2 en vooral in de brugklas havo/vwo.
  • De Drentse vwo leerlingen stromen vaker af dan landelijk.

Aandeel zittenblijvers in het Drentse voortgezet onderwijs iets toegenomen, maar lager dan landelijk

Er zijn aan het begin van schooljaar 2017-2018 1.533 zittenblijvers op de Drentse vo-scholen. Dit is een toename ten opzichte van het jaar ervoor met 6%. De toename is hoger dan landelijk (4%). Ten opzichte van het totaal aantal leerlingen in het Drentse voortgezet onderwijs blijft het percentage zittenblijvers met 5,8% onder het landelijke percentage van 6%. We zien over de jaren dat het percentage (ook landelijk) ruim boven de 5% blijft.

In de onderstaande visualisatie kan de onderwijsperiode en het niveau (leerjaar 1 en 2, bovenbouw vmbo, havo of vwo) gekozen worden om het percentage zittenblijvers te zien. Het zittenblijven in de eerste twee leerjaren komt het minst vaak voor. Er is wel een lichte toename, zowel landelijk als in Drenthe. In Drenthe is het percentage zittenblijvers in leerjaar 1 en 2 3,6%. Op het Drentse vmbo blijft het percentage zittenblijvers redelijk constant over de jaren (4,7% in 2017-2018) en er zijn relatief minder zittenblijvers dan landelijk. Het zittenblijven komt het meeste voor in de bovenbouw van het havo onderwijs. Op de Drentse havo scholen wat meer dan landelijk (respectievelijk 12,2% en 10,8%). Het Drentse percentage is een procentpunt hoger aan het begin van 2017-2018 dan het jaar ervoor. Ook op het Drentse vwo onderwijs komt het zittenblijven iets vaker voor dan landelijk (8,0% in Drenthe en 7,2% landelijk). In de vorige editie van de Drentse onderwijsmonitor is opgemerkt dat de inzet van lente/ zomerscholen een positief effect op het terugdringen van zittenblijven heeft. Vorig jaar bleef de Drentse deelname aan lente/ zomerscholen achter bij de landelijke deelname. Recente cijfers zijn op dit moment nog niet beschikbaar.

Drentse scholieren stromen iets vaker af dan landelijk

Aan het begin van schooljaar 2017-2018 is op de Drentse scholen 3,3% afgestroomd naar een lager onderwijsniveau. Landelijk is dit, iets lager, namelijk 2,8%. De Drentse opstroom is 4,9 en daarmee vergelijkbaar met het landelijke cijfer.  In de visualisatie kan bij het tweede tabblad gekozen worden voor het leerjaar om op- en afstroom te zien. De meest afstroom is in leerjaar 1 en 2. In Drenthe is daar de afstroom iets hoger dan landelijk (in leerjaar 3 bijvoorbeeld 5,1% afstroom tegen 4,4% landelijk). De Drentse afstroom is, met name in leerjaar 2, wel lager dan eerdere jaren. Opstroom zien we in Drenthe vooral in leerjaar 2 vaker dan landelijk. In de visualisatie is bij het derde tabblad te zien dat de afstroom vooral voorkomt in de brugperiode havo/vwo. Opvallend is een hogere afstroom in het Drentse vwo in vergelijking met het landelijke cijfer (5,1% en 3,5%).

gerelateerd

medewerkers