Zittenblijven en op- en afstroom

Er zijn grote verschillen tussen scholen in het percentage leerlingen zittenblijvers. De regels en de normen voor het zittenblijven worden door de scholen voor voortgezet onderwijs zelf vastgesteld. Aan het begin van schooljaar 2018-2019 is (landelijk) 6,2% van alle leerlingen in het voortgezet onderwijs gedoubleerd. Het percentage zittenblijvers is al een aantal jaren tussen de 5,5 en 6%. Het Ministerie van OC&W heeft als streefdoel 3,8% zittenblijvers voor 2020 (zie publicatie Inspectie van het Onderwijs hiernaast). Er zijn twijfels over de effecten van het zittenblijven. Veel studies laten een negatief effect zien op prestaties en de verdere schoolloopbaan (voor een overzicht, zie eerder genoemde publicatie Inspectie van het Onderwijs).

Aan het begin van schooljaar 2018-2019 waren er 1.629 leerlingen op de Drentse vo-scholen die het leerjaar doubleerden. Het aantal neemt elk jaar toe. We kijken hier in welke onderwijsperiode en op welk type onderwijs het zittenblijven het meest voorkomt en vergelijken de Drentse cijfers met landelijke cijfers.

In plaats van het doubleren kan ook gekozen worden voor het afstromen naar een lager onderwijsniveau. We kijken daarom ook hoe vaak het afstromen (en het opstromen naar een hoger onderwijsniveau) voorkomt.

In het kort

  • Het Drentse percentage zittenblijvers aan begin van schooljaar 2018-2019 is 6,3%, landelijk is dit 6,2%.
  • Het zittenblijven neemt jaarlijks toe. Het percentage zittenblijvers varieert de afgelopen 5 jaren (in Drenthe en landelijk) tussen de 5 en de 6,5%.
  • In de bovenbouw van het Drentse vmbo is het percentage zittenblijvers hoger dan eerdere jaren (nu 5,7%).
  • Het zittenblijven komt het meest voor in de bovenbouw van het havo. Het Drentse percentage is hoger dan landelijk (respectievelijk 12,5% en 10,8%).
  • In de bovenbouw van het vwo is het percentage zittenblijvers eveneens hoger dan landelijk (respectievelijk 8,0% en 7,4%).
  • Drentse scholieren stromen iets vaker af dan landelijk (respectievelijk 3,9% en 3,1%).
  • De afstroom is vooral in leerjaar 2.

Aandeel zittenblijvers in het Drentse voortgezet onderwijs weer iets toegenomen

Er zijn aan het begin van schooljaar 2018-2019 1.629 zittenblijvers op de Drentse vo-scholen. Dit is een toename ten opzichte van het jaar ervoor met 6%. De toename is hoger dan landelijk (3%). Het percentage zittenblijvers, gerekend over alle schooljaren en onderwijstypen, is in Drenthe (6,3%) voor het eerst sinds jaren boven het landelijk percentage (6,2%). We zien over de jaren dat het percentage (ook landelijk) ruim boven de 5% blijft.

In de onderstaande visualisatie kan de onderwijsperiode en het niveau (leerjaar 1 en 2, bovenbouw vmbo, havo of vwo) gekozen worden om het percentage zittenblijvers te zien. Het zittenblijven in de eerste twee leerjaren komt het minst vaak voor. Er is wel een lichte toename, zowel landelijk als in Drenthe. In Drenthe is het percentage zittenblijvers in leerjaar 1 en 2 3,8%. Op het Drentse vmbo is  het percentage zittenblijvers na een aantal jaren redelijk stabiel te zijn geweest opeens een procentpunt hoger dan vorig jaar (5,7% in 2018-2019). Het zittenblijven komt het meeste voor in de bovenbouw van het havo onderwijs. Op de Drentse havo scholen wat meer dan landelijk (respectievelijk 12,5% en 10,8%). Ook op het Drentse vwo onderwijs komt het zittenblijven iets vaker voor dan landelijk (8,0% in Drenthe en 7,4% landelijk).

Drentse scholieren stromen iets vaker af dan landelijk

Aan het begin van schooljaar 2018-2019 is op de Drentse scholen 3,9% afgestroomd naar een lager onderwijsniveau. Landelijk is dit, iets lager, namelijk 3,1%. We zagen hierboven dat het zittenblijven toeneemt. Dit lijkt echter geen gevolg te hebben voor de afstroom, ook deze neemt iets toe.

De Drentse opstroom is 4,0% en daarmee iets lager dan het landelijke cijfer. In de visualisatie onder het eerste tabblad kan gekozen worden voor het leerjaar om op- en afstroom te zien. De meest afstroom is in leerjaar 2 en 3. In Drenthe is vooral in leerjaar 2 de afstroom hoger dan landelijk (resp. 7,9% en 5,7%).

Onder het tweede en derde tabblad is op- en afstroom te zien per onderwijstype. Op alle onderwijstypen is de afstroom hoger op Drentse scholen dan landelijk. Ook zien we overal dat de opstroom in Drenthe lager is dan landelijk.

gerelateerd

medewerkers