Het nieuwe onderwijsresultatenmodel in de praktijk

3 juni 2020

De Onderwijsinspectie primair onderwijs bepaalt komend schooljaar hoe de school wordt beoordeeld op haar resultaten aan de hand van het nieuwe onderwijsresultatenmodel. Twee begrippen spelen daarbij een rol.

Schoolweging

Allereerst de schoolweging, die uitgaat van meer indicatoren dan voorgaande jaren. Ze loopt van 20-21 tot 39-40 en geeft daardoor een meer genuanceerd beeld van de leerlingenpopulatie van een school dan de schoolcategorieën in het oude systeem.

Signaleringswaarde

Daarnaast is de signaleringswaarde van belang. Ze is gekoppeld aan de schoolweging en geeft het minimumniveau waaraan de resultaten op taal, rekenen en leesvaardigheid van de leerlingen moeten voldoen. Wanneer een school deze nieuwe systematiek toepast, komt ze soms voor verrassingen te staan.

Scholen met een hoge schoolweging

Voor scholen met een hoge schoolweging, en dus een zware leerlingenpopulatie, blijken de eindresultaten op de basisvakken positief uit te vallen. Zij zitten (soms ver) boven de signaleringswaarde, die als ondergrens geldt. Dit onderwijsresultatenmodel brengt ook nog veel onduidelijkheid met zich mee.

Twee basisscholen in Drenthe waarbij de eindresultaten over de afgelopen twee jaar ver boven hun signaleringswaarde zitten, zijn bezocht: de Wilhelminaschool in Coevorden en OBS Vogelvlucht in Elim. Hoe hebben zij hun onderwijs ingericht om deze goede resultaten te halen?