Instrument voor zelfevaluatie helpt lokale taalnetwerken aanpak laaggeletterdheid versterken

14 maart 2019

De lokale samenwerking tussen gemeenten, bibliotheken, onderwijsstellingen, sociale diensten, vrijwilligersorganisaties, werkgevers en cliënten vormt een cruciaal onderdeel van de aanpak van laaggeletterdheid. Om de partners uit een lokaal taalnetwerk te helpen hun gezamenlijke aanpak verder te versterken ontwikkelt het departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap van de Universiteit Utrecht op verzoek van Stichting Lezen & Schrijven een zelfevaluatie-instrument.

Met het instrument reflecteren partners zelf op de huidige en de gewenste aanpak. Het instrument helpt hen om gezamenlijk en op een gestructureerde wijze te bespreken hoe de aanpak ervoor staat. De uitkomsten laten niet zien niet hoe zij precies te werk moeten gaan, dat is juist lokaal maatwerk. In de taalnetwerken van de gemeenten Alkmaar, Dordrecht, Helmond, Hoogeveen en Utrecht vindt op dit moment een pilot plaats.

Samen met partners

Het zelfevaluatie-instrument is gebaseerd op wetenschappelijke inzichten. Daarnaast hebben de onderzoekers in de startfase gesproken met de ministeries van OCW en SZW, de Koninklijke Bibliotheek, het Steunpunt Basisvaardigheden, Stichting ABC en VNG. De uitkomsten laten het draagvlak onder de partners, de gezamenlijke slagkracht en de impact van de lokale aanpak zien. Een digitale peiling onder alle partners helpt hierbij. De peiling maakt ieders opvattingen geanonimiseerd en geobjectiveerd zichtbaar. Met de uitkomsten krijgt het taalnetwerk een overzicht van de belangrijkste kracht- en verbeterpunten.

Instrument voor zelfevaluatie helpt lokale taalnetwerken aanpak laaggeletterdheid versterken

Figuur: De fundamentele aanname van het zelfevaluatie-instrument is dat meer draagvlak in combinatie met meer slagkracht leidt tot meer impact.

Pilot in Hoogeveen

De gemeente Hoogeveen is een van de deelnemers aan de pilot. Esther Knapen, beleidsadviseur van samenwerkingsorganisatie De Wolden Hoogeveen, is er positief over: “We zijn in werksessies verder gegaan dan alleen het bespreken van de waan van de dag. We hebben tijd genomen om door te praten over de problematiek van laaggeletterdheid en zijn heel transparant naar elkaar toe geweest. Daar hebben we van geleerd.” Er is voldoende draagvlak om gezamenlijk in Drenthe iets te doen om mensen beter te leren lezen en schrijven, zo bleek. De slagkracht kent verbeterpunten. “Het komt er op neer dat de Drentse kernpartners in de taalsamenwerking op de hoogte zijn van elkaars knelpunten om echt als samenwerkingspartners te opereren.”

Vervolgstappen

Na de pilots in de vijf gemeenten is het instrument op hoofdlijnen gevormd. Om de representativiteit verder te vergroten, testen de onderzoekers het de komende maanden in meer lokale taalnetwerken en bij betrokken landelijke partners. Daarna komt het instrument breder beschikbaar.

Meer informatie

Wil je met uw taalnetwerk ook aan de slag met het zelfevaluatie-instrument? Neem dan contact op met Lisanne Bos via lisannebos@lezenenschrijven.nl.

 

Bron: Stichting Lezen en Schrijven, 11 maart 2019