Huishoudensontwikkeling

Het aantal huishoudens in de provincie Drenthe is de afgelopen jaren toegenomen. De meeste huishoudens bevatten meerdere personen maar geen kinderen (33,9%). Ook waren er veel alleenstaanden in de provincie (31,7%), al was dit aandeel aanzienlijk lager dan in de rest van Nederland. Gezinnen met kinderen waren er in Drenthe juist meer (27,8%) dan elders in het land. Het aandeel eenoudergezinnen (6,6%) ligt ook een fractie lager dan in de rest van Nederland, maar is de afgelopen jaren wel toegenomen. 

In het kort

  • Het aantal huishoudens in de provincie Drenthe is de afgelopen jaren toegenomen.
  • Het aandeel gezinnen met kinderen ligt hoger dan in de rest van Nederland.
  • Er zijn meer eenoudergezinnen in de provincie Drenthe dan voorheen.

Groei aantal huishoudens in Drenthe

Op 1 januari 2016 waren er ongeveer 213.000 huishoudens in de provincie Drenthe. Dit betekende een toename van 654 huishoudens ten opzichte van een jaar eerder. Sinds 2010 is het aantal huishoudens in de provincie met 1,5% gegroeid. Deze groei was niet evenredig verdeeld over de provincie. Zo was er in Assen en Meppel een groei van rond de 3%, terwijl het aantal huishoudens in de gemeente Coevorden juist met 1% daalde. Toch laten de meeste gemeenten de laatste jaren een groei van het aantal huishoudens zien. Over het algemeen is de ontwikkeling van het aantal huishoudens positiever dan van de totale bevolking. Dit heeft te maken met huishoudingsverdunning, de trend dat er steeds minder personen per huishouden zijn. Hierdoor kan de bevolking afnemen, maar het aantal huishoudens nog toenemen.

Groei alleenstaanden en éénoudergezinnen

De meeste huishoudens in Drenthe zijn meerpersoonshuishoudens zonder kinderen en alleenstaanden. Het percentage gezinnen met kinderen is behoorlijk lager dan deze twee huishoudenstypen Dit is een hele verandering ten opzichte van het jaar 2000 toen het aantal meerpersoonshuishoudens zonder kinderen nog even groot was als het aantal gezinnen met kinderen. De vergrijzing van de bevolking verklaart deze trend, maar ook het feit dat er meer éénoudergezinnen zijn. Het aantal alleenstaanden is ook gegroeid van ongeveer een kwart van de bevolking in 2000 tot bijna een derde in 2016. Dit komt aan de ene kant doordat meer mensen ervoor kiezen om zonder partner door het leven te gaan (bv. scheiding), maar aan de andere kant doordat er door de vergrijzing meer mensen verweduwd zijn. In vergelijking met de rest van Nederland ligt het aandeel alleenstaanden lager, terwijl het aandeel gezinnen met kinderen (ondanks de afname) hoger ligt.

gerelateerd

medewerkers