Waardering leefbaarheid

Leefbaarheid gaat over alles wat te maken heeft met aangenaam wonen, werken en leven van inwoners in de eigen omgeving. Een manier om te meten hoe mensen de leefbaarheid ervaren, is door rechtstreeks te vragen hoe tevreden ze zijn over het leven in Drenthe. Elke twee jaar vragen we de leden van het Drents Panel naar de waardering van de leefbaarheid in hun dorp op wijk. De eerste uitvraag was in 2016. In mei 2018 hebben bijna 1.000 Drentse panelleden opnieuw hun mening hierover gegeven.

In het kort

  • Drentse panelleden waarderen de leefbaarheid in hun dorp of wijk positief. Ook zien ze de toekomst zonnig in.
  • Volgens het merendeel van het burgerpanel is de leefbaarheid in het afgelopen jaar gelijk gebleven (70%). Het aandeel panelleden dat een vooruitgang in de leefbaarheid ervaart (15%) is in de afgelopen twee jaar vijf procentpunten toegenomen.
  • Een vooruitgang in leefbaarheid wordt ervaren door beter onderhoud van wegen en groen, bouw en onderhoud van woningen en voorzieningen, en meer initiatieven en activiteiten.
  • Drentse panelleden ervaren een achteruitgang in leefbaarheid door het sluiten van voorzieningen, achterstallig onderhoud van wegen en groen en door overlast.

Hoge tevredenheid leefbaarheid

Het Drents burgerpanel waardeert de leefbaarheid in de woonomgeving met een 7,9 (2018). Dit is vergelijkbaar met 2016. Ook in de regio Oost-Drenthe, de anticipeerregio voor bevolkingskrimp, is de waardering voor de leefbaarheid hoog (7,8).

De verwachting is vaak dat krimp problemen geeft voor de leefbaarheid, maar dit blijkt niet het geval in Drenthe. Hoewel in de anticipeerregio wel iets vaker werd aangeven dat veel huizen te koop staan en er veel vervallen huizen en/of gebouwen staan (allemaal passend in het beeld van krimp) wordt de leefbaarheid in de anticipeerregio nagenoeg hetzelfde gewaardeerd als in de andere regio’s in Drenthe.

Leefbaarheid grotendeels gelijk gebleven

Aan de panelleden is gevraagd of de leefbaarheid in hun dorp of wijk de afgelopen 12 maanden vooruit of achteruit is gegaan. Volgens het merendeel van het burgerpanel is de leefbaarheid in het afgelopen jaar gelijk gebleven (70%). 15% ziet een vooruitgang en 14% van de mensen ziet de afgelopen 12 maanden een achteruitgang in de leefbaarheid in hun dorp of wijk. Het aandeel panelleden dat een vooruitgang in de leefbaarheid ervaart (15%) is in vergelijking met 2016 vijf procentpunten hoger.

Vooruitgang leefbaarheid vooral om …

Ruim 130 panelleden lichten toe waarom ze de leefbaarheid in hun dorp of wijk vooruit zien gaan. Het onderhoud van wegen, verlichting en groenvoorziening in de woonomgeving (38 keer genoemd) en het opknappen van het (winkel)centrum (32 keer genoemd) zijn de belangrijkste aspecten die naar voren komen. Andere aspecten zijn onder meer de bouw van nieuwe woningen (22x genoemd) en het organiseren van meer initiatieven en activiteiten (18x genoemd). Onderstaande woordenwolk geeft in meer detail aan waarom het Drents Panel de leefbaarheid vooruit ziet gaan.

Achteruitgang leefbaarheid vooral om …

Een van de redenen voor de achteruitgang in leefbaarheid is het onderhoud van groenstroken, straten en wegen (35x genoemd). Een aantal bewoners valt op dat dit het laatste jaar een stuk minder is geworden. Dit is opvallend, omdat dit punt hierboven juist vaak genoemd werd als vooruitgang. Een andere aspect dat bijdraagt aan een achteruitgang van leefbaarheid is het sluiten van één of meerdere voorzieningen (30x genoemd). Vooral het sluiten van winkels, verdwijnen van pinautomaat en buslijn worden genoemd. Overlast zorgt tevens voor een achteruitgang van de leefbaarheid (28x genoemd). Het gaat dan om geluidsoverlast, stank, zwerfvuil en lawaai veroorzaakt door bedrijvigheid en verkeer. Meer dan 130 panelleden lichtten hun antwoord toe.

Drents Panel ziet toekomst zonnig

Hoe ziet het Drents Panel in het algemeen de toekomst van hun dorp of wijk? Bijna de helft van de panelleden ziet de toekomst zonnig in (46%). Dit is toegenomen ten opzichte van 2016, toen één op de drie panelleden de toekomst zonnig tegemoet zag (33%). Inwoners buiten de anticipeerregio Oost-Drenthe zien de toekomst iets vaker zonnig in (49% tegenover 42%). 7% van de panelleden maakt zich vooral zorgen over de toekomst van hun dorp of wijk. De overige panelleden kijken neutraal naar de toekomst van de eigen woonbuurt (47%).