Huishoudens met laag inkomen

Hoe tevreden mensen zijn met hun leefsituatie, is mede afhankelijk van het inkomen dat zij hebben. Dit verklaart waarom gebieden waar een groot deel van de bevolking een laag inkomen heeft, vaak als minder leefbaar worden ervaren door de bewoners. Een laag inkomen gaat vaak samen met andere problemen, zoals werkloosheid en een slechte gezondheid.

Er is sprake van armoede wanneer iemand gedurende langere tijd niet de middelen heeft om te kunnen beschikken over de goederen en voorzieningen die in de samenleving als minimaal noodzakelijk gelden (SCP 2018). Bijvoorbeeld wanneer iemand onvoldoende inkomen heeft voor voeding of een goede woning.  Mensen met een laag inkomen lopen een hoog risico op armoede, zeker als de situatie langere tijd voortduurt.

In het kort

  • In de provincie Drenthe leven naar verhouding minder huishoudens met een laag inkomen dan in heel Nederland.
  • In Assen en Emmen wonen, net als eerdere jaren, de meeste huishoudens met risico op armoede (zowel met een laag inkomen als een langdurig laag inkomen).
  • In De Wolden wonen de minste huishoudens met een laag inkomen.
  • Het aandeel huishoudens dat (langdurig) moet rondkomen van een laag inkomen stijgt in de meeste gemeente in Drenthe.

Wat is armoede?

Om te bepalen welke huishoudens arm zijn, hanteert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) de lage-inkomensgrens. In 2017 lag deze grens op € 1.040 voor een alleenstaande (CBS 2019). Het gaat hier om het bedrag dat een eenpersoonshuishouden te besteden heeft na aftrek van belastingen en premies. Voor een alleenstaande ouder met één kind lag deze grens op 1.380 euro en voor een koppel met twee kinderen was dat € 1.960.

Studentenhuishoudens en bewoners van instellingen, inrichtingen en tehuizen worden door het CBS buiten beschouwing gelaten. De bedragen worden jaarlijks aangepast aan ontwikkelingen van prijzen. Hierdoor is het lage inkomen goed bruikbaar om vergelijkingen te maken over een langere periode. De meest recente gegevens zijn de cijfers van 2016 en de voorlopige cijfers van 2017.

In Drenthe wonen naar verhouding minder mensen met een laag inkomen dan in Nederland

We spreken over een laag inkomen bij mensen die 1 jaar of langer onder de lage-inkomensgrens liggen. Mensen met een langdurig laag inkomen moeten 4 jaar of langer rondkomen van een laag inkomen.

Ruim 15.400 huishoudens in de provincie Drenthe leefden in 2017 onder de lage inkomensgrens. Dat is 7,3% van het totale aantal huishoudens. In Nederland was dat 8,2%. Daarvan zijn er in Drenthe 5.800 huishoudens die 4 jaar of langer van een laag inkomen moeten rondkomen, ofwel 2,9%. Het aandeel huishoudens in Nederland dat langdurig in armoede leeft, lag iets hoger namelijk 3,3%. In 2016 had nog respectievelijk 2,8% (Drenthe) en 3,2% (Nederland) van de huishoudens een langdurig laag inkomen. De toename komt volgens het CBS voornamelijk doordat meer huishoudens langdurig afhankelijk zijn van een bijstandsuitkering (CBS, 2019).

Hoogste risico op armoede in Assen en Emmen

Een landelijke vergelijking van het CBS (2019) laat zien dat vooral in grotere gemeenten relatief veel huishoudens met een hoger risico op armoede wonen. Dit zien we ook terug in Drenthe. Assen en Emmen hebben hier het grootste aandeel huishoudens met een laag inkomen, respectievelijk 9,1% en 9,0%.  Dit zijn de huishoudens die in 2017 één jaar of langer onder de lage-inkomensgrens leven.

In deze gemeenten zien we ook de meeste huishoudens die langdurig moeten rondkomen van een laag inkomen. Van alle huishoudens in Assen heeft 3,9% al meer dan 4 jaar een laag inkomen. In Emmen is dat 3,7%. Deze percentages zijn hoger dan het landelijke (3,3%).

In de gemeente De Wolden wonen de minste huishoudens met risico op armoede. Daarnaast hebben ook Tynaarlo, Westerveld, Aa en Hunze, Noordenveld en Midden-Drenthe nog een percentage huishoudens met een laag inkomen dat beneden de 6% blijft.

Wat betreft het aandeel huishoudens met een langdurig laag inkomen, blijven alleen De Wolden Tynaarlo en Aa en Hunze onder de 2%.

Aandeel huishoudens met langdurig laag inkomen neemt toe

Wanneer we het aandeel huishoudens met een laag inkomen door de tijd bekijken dan zien we een wat fluctuerend beeld. In de periode 2011 tot 2013 neemt in alle gemeenten het aantal huishoudens toe dat rond moet komen van een laag inkomen. Daarna zien we een daling in vrijwel alle gemeenten. In 2017 is er weer een lichte stijging te zien in vrijwel alle gemeenten met uitzondering van Coevorden (een lichte afname) en Borger-Odoorn (gelijk gebleven). Ten opzichte van 2011 hebben de alle gemeenten in 2017 nog steeds een hoger aandeel huishoudens met een laag inkomen.

Het aandeel huishoudens met een langdurig laag inkomen is bekend voor de jaren 2014 t/m 2017. In alle gemeenten is het aandeel huishoudens dat langdurig moet rondkomen van een laag inkomen in 2017 iets hoger dan in 2014. Mensen die leven van een bijstandsuitkering verkeren relatief vaker in een situatie van een langdurig laag inkomen. Dit zijn vaker eenoudergezinnen met minderjarige kinderen en alleenstaanden net onder de AOW-leeftijd (CBS, 2019) .

gerelateerd

medewerkers