Meer bekendheid nodig voor onafhankelijke cliëntondersteuning

29 mei 2018

Het aanvragen van zorg is er niet makkelijker op geworden. Vooral op het snijvlak van de verschillende wetten ontstaat er voor iemand die zorg nodig heeft een onoverzichtelijk geheel. Onduidelijk is waar je terecht kunt voor zorg. Regelmatig wordt men van het ‘kastje naar de muur gestuurd’. Veel mensen weten niet dat ze gebruik kunnen maken van een onafhankelijke cliëntondersteuner. Dit zijn enkele bevindingen uit het rapport ‘Zorgen voor burgers’ van de Nationale ombudsman.

Van het kastje naar de muur

Uit het onderzoek van de Nationale ombudsman blijkt dat burgers nog steeds problemen ondervinden bij een zorgaanvraag. Mensen die zorg nodig hebben worden bij de aanvraag van het ‘kastje naar de muur’ gestuurd tussen verschillende loketten. Het is hen vaak niet duidelijk onder welke wettelijke regeling hun zorg- of hulpvraag valt, omdat zij vaak aanspraak maken op voorzieningen vanuit verschillende (zorg)wetten.

De zorgaanvrager heeft baat bij onafhankelijke cliëntondersteuning

Mensen die zorg nodig hebben of die zorg regelen (mantelzorgers) kunnen baat hebben bij iemand die hen helpt bij het formuleren van de hulpvraag, het voeren van een gesprek met de indicatiesteller (gemeente of CIZ) en het invullen van de benodigde formulieren. Iemand die hen bijstaat en een totaalbeeld heeft van de zorg waarvoor iemand in aanmerking komt en de regels die hierbij horen. Deze vorm van gratis onafhankelijke cliëntondersteuning is wettelijk geregeld. Onafhankelijke ondersteuning blijkt echter vaak te ontbreken, meldt de Nationale Ombudsman. De overheid behoort hierin de regie te nemen door tijdig met de zorgvrager en/of mantelzorger in gesprek te gaan of onafhankelijke cliëntondersteuning gewenst is.

Onafhankelijke cliëntondersteuning op de kaart zetten

Uit het rapport ‘Zorgen voor burgers’ van de Nationale Ombudsman wordt aangegeven dat de minister van VWS in maart 2018 aan de Tweede Kamer heeft laten weten dat de bekendheid met onafhankelijke cliëntondersteuning nog steeds te beperkt is. De VNG heeft het onderwerp inmiddels bij gemeenten op de kaart gezet, maar extra aandacht voor de bekendheid van de functie cliëntondersteuning blijft volgens de minister nodig. Tijdens deze kabinetsperiode wordt €55 miljoen extra beschikbaar gesteld. Voor de zomer van 2018 informeert de minister de Tweede Kamer over het pakket aan maatregelen voor cliëntondersteuning.

Praktijkvoorbeeld: cliëntervaringsonderzoek Wmo in Drenthe en Groningen

Het Trendbureau Drenthe heeft het cliëntervaringsonderzoek in 2017 uitgevoerd in 7 Drentse gemeenten en het Sociaal Planbureau Groningen in 17 Groningse gemeenten. De uitkomsten zijn bekend gemaakt via de website clientervaringsonderzoek-wmo.nl. Aan het onderzoek namen in totaal ruim 7.000 Wmo-cliënten deel. In een gezamenlijke analyse voor Drenthe en Groningen is ondermeer aandacht besteedt aan de ervaringen met cliëntondersteuning.

Op basis van de gegevens van de 24 deelnemende gemeenten in de regio Drenthe en Groningen waren er in 2015 22% van de Wmo-cliënten op de hoogte dat ze gebruik konden maken van een onafhankelijke cliëntondersteuner. In 2016 is dit gestegen naar 27%. Een behoorlijke toename, maar nog steeds was er in 2016 een ruime meerderheid van de Wmo-cliënten niet op de hoogte, ondanks de inspanningen van de gemeenten om meer bekendheid te geven aan de onafhankelijke cliëntondersteuning.

Grafiek 1. Resultaat bekendheid met onafhankelijke cliëntondersteuner in regio Drenthe/Groningen

 Grafiek 1 Resultaat bekendheid met onafhankelijke cliëntondersteuner in regio Groningen Drenthe

In 2015 bleek dat Wmo-cliënten die wisten dat ze gebruik konden maken van de onafhankelijke cliëntondersteuner positievere ervaringen hadden dan mensen die dat niet wisten. De resultaten van 2016 laten eenzelfde beeld zien. Vooral voor de meer complexere zorgaanvragen kan een onafhankelijke cliëntondersteuner een toegevoegde waarde hebben.

Ook dit jaar verzorgen wij voor een aantal gemeenten in Drenthe en Groningen het cliëntervaringsonderzoek Wmo. Hierbij is ook weer aandacht besteed aan de ervaringen met onafhankelijke cliëntondersteuning. De resultaten hiervan worden eind juni verwacht. 

Advies van de Nationale ombudsman

De Nationale Ombudsman adviseert dat cliëntondersteuning wordt ingezet gedurende het héle zorgtraject. En dat deze persoon bekend moet zijn met het hele zorgsysteem, zodat de cliënt-ondersteuner de zorgvrager optimaal kan begeleiden op het snijvlak van de wetten. Van Wmo/Zvw naar Wlz of van Jeugdwet naar de Wmo/Wlz. De minister van VWS gaf dit in de Tweede Kamer zelf al aan: ‘Je zou willen organiseren dat cliëntondersteuning over de wetten heen haar werk kan doen, en dat informeel en formeel beter op elkaar zijn ingespeeld.’ Volgens de Nationale Ombudsman kost deze investering geld, maar scheelt een goed onderbouwde zorgaanvraag op termijn meer leed en kosten.

 

Meer informatie?