Minister Slob verwijst naar Drentse Onderwijsmonitor

27 november 2018

De Drentse Onderwijsmonitor is na 12 jaar niet alleen bekend in Drenthe, maar ondertussen ook onderwerp van gesprek in de Tweede Kamer. Voor het beantwoorden van Kamervragen over verschillen in schooladviezen tussen inkomensgroepen verwijst minister Slob onder andere naar de Drentse Onderwijsmonitor.

In de brief Kamervragen over verschillen in schooladviezen tussen inkomensgroepen aan de Tweede Kamer van 15 november jl. beantwoordt Slob onder andere de volgende vraag:

Hoe verklaart u dat per adviesniveau blijkt dat juist kinderen uit de hoogste inkomensgroep vaker een bijgesteld advies krijgen?

Minister Slob geeft aan dat landelijke cijfers van OCW en het internationaal PISA-onderzoek geen duidelijk (lineair) verband aantonen tussen het aandeel bijstellingen en het opleidingsniveau van ouders. “De adviezen van leerlingen met ouders die maximaal een mbo-2-opleiding hebben behaald, worden even vaak bijgesteld als leerlingen met hbo-opgeleide ouders. De adviezen van leerlingen met ouders met een wo-opleiding worden wel vaker bijgesteld. In mijn recente reactie op de Kamervragen van de leden Van den Hul en Nijboer over Groningse basisschoolleraren gaf ik al aan dat landelijk onderzoek naar verklaringen hiervoor nog niet is gedaan.”

Slob verwijst vervolgens naar de Drentse Onderwijsmonitor: “Uit onderzoek dat provincie Drenthe heeft laten doen blijkt wel dat lagere adviezen en minder bijstellingen samenhangen met lagere verwachtingen van ouders en een minder ambitieuze leercultuur.” Daarnaast noemt Slob dat het beschikbare aanbod van vo-scholen in een regio mogelijk van invloed is op de schooladvisering. Ook geeft hij aan dat leerlingenkenmerken, zoals werkhouding en motivatie, een rol spelen.

De nieuwste cijfers over gelijke kansen in het onderwijs komen binnenkort op onze website.