Samenvatting interviews leerlingen

Hoe hou je leerlingen in het basisonderwijs gemotiveerd bij onderwijs op afstand / hybride onderwijs?

Trendbureau Drenthe vroeg in april 2020 ouders van basisschoolleerlingen naar de leermotivatie van hun kind. Sinds 16 maart waren toen de scholen dicht en kregen hun kinderen op afstand onderwijs (eerste lockdown). De helft van de ondervraagde basisschoolouders gaf toen aan dat hun kind het moeilijk vond gemotiveerd te blijven voor het onderwijs.

In november 2020 vond een tweede peiling plaats. De scholen waren op dat moment open, met inachtneming van een aantal extra maatregelen. De kinderen kregen onderwijs in de klas. Het aandeel ouders dat sprak over motivatieproblemen bij hun kind was geslonken naar één op de vijf.

Onderwijs op afstand, zoals dat tijdens de eerste en tweede lockdown heeft plaatsgevonden, heeft de leermotivatie van veel leerlingen beïnvloed. Bij online onderwijs vallen vormen van extrinsieke motivatie weg en wordt een groter beroep gedaan op de intrinsieke motivatie van leerlingen. Hierbij zijn drie factoren van essentieel belang: autonomie, competentie en verbondenheid. Hoe hou je leerlingen bij onderwijs op afstand gemotiveerd? Trendbureau Drenthe vroeg het de ervaringsdeskundigen, oftewel, de leerlingen zelf. Onderzoekers gingen online in gesprek met leerlingen uit drie klassen van drie verschillende basisscholen (2 groepen 8 en 1 groep 7). We spraken 1 groep vlak voor de tweede lockdown en 2 groepen daarna. Een kleine 50 leerlingen deelden hun ervaringen.

De school ging (weer) dicht, wat dacht je toen?

Sommige leerlingen vonden het niet erg of zelfs fijn (“Yes!”) dat de school dicht ging. De meeste leerlingen vonden het minder leuk. Reacties varieerden van “Ik schrok” of “Ik moest huilen” tot “Oh nee, het Kerstdiner” en “Wat jammer! Dan zie ik niet iedereen.”

afbeelding

Hoe ging het thuisonderwijs eraan toe?

De dagstart

Alle drie de klassen die we spraken, begonnen iedere ochtend op een vast tijdstip met een online start van de schooldag (bijv. via Teams of Google Hangouts). Voor de ene klas volgde in blokken van 20 minuten taal, rekenen en spelling en vloog het uur om. Een andere klas ging de ene dag met taal en de andere dag met rekenen aan de slag en kreeg een half uur instructie. En weer een andere klas kreeg eerst een uur rekenen en daarna een uur taal. Tijdens zo’n lesuur werd de planning doorgesproken, volgde instructie en samen opdrachten maken, waarbij tussendoor vragen konden worden gesteld. Kinderen hadden voor iedere dag een planning. Kinderen leerden om te gaan met ‘muten’ en de camera uitzetten (wat niet de bedoeling was, maar een aantal wel deden). De meeste leerlingen gaven aan het prettig te vinden om iedereen online te zien in plaats van donkere schermpjes zonder camerabeeld. “Juf vroeg om de camera aan te zetten. Het is niet echt leuk als je elkaar niet kan zien.” Ook noemden leerlingen een nadeel van de online start van de dag: “Je logt in en moet direct in de AAN-stand”.

Leerlingen zagen het wel als een groot voordeel dat ze bij de tweede lockdown wisten hoe het online werken eraan toeging. Ze waren handiger geworden met de computer (of andere devices) en allerlei apps en programma’s.

Vroeg klaar

Over het algemeen waren de leerlingen aan het einde van de ochtend klaar met hun huiswerk. Sommigen gingen extra opdrachten maken of bezig met hun hobby, de meeste leerlingen gingen meteen spelen als zij klaar waren. Een aantal leerlingen noemde expliciet dat de leerkracht met hen de afspraak had gemaakt dat ze tot 12:00 uur bereikbaar moesten zijn.

Weinig samengewerkt

Over het algemeen werd er door de leerlingen weinig online samen huiswerk gemaakt. De instructie en uitleg was vaak gezamenlijk waarna ieder voor zich aan de opdrachten kon werken. Het samenwerken in breakoutrooms werd (nog) niet zozeer georganiseerd of aangemoedigd. Soms zochten leerlingen elkaar zelf op in een videogesprek. Om elkaar te helpen bij het huiswerk.

Planning

De weekplanning werd naar ouders en leerlingen doorgestuurd, bijvoorbeeld via SchouderCom. Tijdens de dagelijkse instructies werden de dagtaken doorgenomen. “De planning stond op een briefje met alles erop en eraan.“

Leerlingen voelden zich over het algemeen niet door hun meester of juf gecontroleerd in het maken van hun opgaven. De leerkracht volgde de voortgang wel degelijk, vertelden directeuren van de betrokken scholen, maar voor de leerlingen was het minder merkbaar. Sommige leerlingen vertelden dat ze een foto van hun werk naar de leerkracht stuurden en aangaven dat ze klaar waren. Van één school weten we dat het gebruik maakt van het digitale platform Snappet, waardoor precies in beeld is hoe de kinderen het per vak doen. Je kunt meekijken en kijken waar het stagneert. In dat geval nam de school contact op met de ouders om te kijken wat de school (extra) kon bieden.

Beschikbaarheid van (digitale) faciliteiten

Tijdens de eerste lockdown waren er leerlingen die in eerste instantie de lessen probeerden te volgen op hun telefoon. Dat was niet optimaal en handig. Nadat er een Chromebook, laptop, pc of tablet in huis kwam, ging dat een stuk beter. Die hadden ze soms eerder willen krijgen. Ook haperde de internetverbinding bij een aantal leerlingen. De meeste leerlingen hadden daar geen problemen mee. Leerlingen gaven over het algemeen aan dat zij alle benodigde materialen thuis hadden. Boeken werden opgehaald van school en ook als er nieuw lesmateriaal nodig was.

Toereikendheid van de thuisleerplek

Onderzoek wijst uit dat het hebben van een geschikte thuiswerkplek, waarbij in alle rust en geconcentreerd gewerkt kan worden, belangrijk is om gemotiveerd te blijven voor het onderwijs (Leren in coronatijd, 2020).

Drie op de vier kinderen die wij spraken werkten beneden, meestal aan de keuken- of eettafel. De rest werkte aan een bureau op de slaapkamer. Ongestoord werken was soms lastig. De meeste last ondervonden leerlingen van broertjes of zusjes. “Mijn zusje zit in groep 5, zij had heel veel vragen, daar werd ik tureluurs van.” Maar ook met thuiswerkende ouders was het soms zoeken naar een rustige plek. “Ging ik beneden videobellen, ging mijn vader stofzuigen. Ging ik naar boven, ging mijn vader daar stofzuigen.”

Sommige leerlingen waren 1 of meer dagen in de week ‘alleen’ thuis, omdat ouders buitenshuis moesten werken. Soms was er nog wel een broer of zus die thuis was. “Dat ik alleen beneden zat vond ik het minst leuk.”

Waar eerder de school de plek was om te leren en je thuis vrij was, verdween dit verschil met het thuiswerken. “Als je op school bent moet je werken. Thuis voelt dat niet zo, thuis wil je leuke dingen doen.” Hoewel het thuiswerken veel leerlingen een gevoel van vrijheid gaf, was voor hen de keerzijde dat thuis en school verweven raken. “Ik vond het vervelend dat mama zich overal mee bemoeit. Bij het videobellen wilde ik graag met koptelefoon, maar die moest ik af doen van mama. Dan kon ze meeluisteren.”

Voor- en nadelen van thuisonderwijs

Wat was leuk aan het thuisonderwijs?

Op de vraag wat het leukste was aan het thuisonderwijs, kwam er een uniform beeld: leerlingen vonden het fijn om later dan normaal te kunnen beginnen (10 uur in plaats van half 9) en eerder klaar te zijn met school. Ook het zelf kunnen plannen wanneer je waarmee aan de slag gaat vonden veel leerlingen fijn. “Op school kun je dat niet zelf bepalen.” Een aantal gaf echter aan hier ook moeite mee te hebben en dat zij het weekschema op het schoolbord misten.

Vrijwel iedereen noemde de vrijheid om te eten en drinken wanneer je dat wilt, als een groot voordeel. “In plaats van een boterham op school, konden we lekkere dingen eten, zoals tosti’s.

Wat was minder leuk?

Bijna alle kinderen gaven aan hun klasgenootjes te hebben gemist. “In de klas zie je ze in het echt, online is dat niet zo.” Ook het echt zien van de juf of meester werd gemist. Veel kinderen vinden de uitleg in de klas beter te begrijpen dan de uitleg via een online meeting. De inzet van de scholen was vooral gericht op de kernvakken rekenen en taal (helemaal tijdens de 1e lockdown). Kinderen misten de extra vakken zoals geschiedenis, aardrijkskunde, Engels, natuniek, creatieve lessen of gym. Helemaal als dat ook nog eens hun lievelingsvak was. Ook de grapjes en spelletjes die tijdens een normale schooldag vaak gemaakt worden, werden gemist. Het was volgens de leerlingen allemaal wat serieuzer.

Tips bij thuisonderwijs, ‘als ik meester of juf was ….’

We vroegen de leerlingen of zij tips hadden voor de meester of juf voor het geven van onderwijs op afstand. Zij kwamen met de volgende tips:

  • Meer afwisseling en meer levendigheid

Meer afwisseling door zo af en toe te bewegen, (meer) gymnastiekoefeningen, rondje om het huis werkt voor sommige leerlingen ook goed, daar krijgen ze energie van en dan kunnen ze zich vervolgens weer beter concentreren. De lessen zouden ook wel iets levendiger mogen. “Doe meer in spelletjesvorm, zoals rekenen in een soort van bingovorm. Of bij taal de betekenis van een woord raden.” Ook de online Koningsspelen werden genoemd.

“Het helpt om af en toe iets anders met elkaar te doen dan lesstof doornemen, bijvoorbeeld iets creatiefs. Of iets buiten doen en er online dan over vertellen.” Een klas had een spelletjesboek met opdrachten, zoals het bouwen van een spaghettitoren. Dat werd gewaardeerd. Ook de korte periode van sneeuw- en ijspret in februari werd door leerkrachten benut door leerlingen sneeuwpoppen of iglo’s te laten bouwen, of om experimenten te doen met sneeuw en ijs.

  • Meer samendoen en samenwerken met de klas

Leerlingen zouden meer online contact willen met klasgenoten en met de meester of juf (op meer momenten van de dag). Ook is er behoefte om meer tijd te nemen voor gesprekken met elkaar, zoals het bespreken van het weekeinde op maandagochtend. Een leerling oppert om de ingeroosterde pauze ook echt samen online te houden.

Ook zouden leerlingen meer onderling willen samenwerken. “Gebruik nieuwe meetingvormen waarbij je bijvoorbeeld in tweetallen uiteen gaat met een rekenspel, dan kun je elkaar helpen en ook echt met elkaar praten.”

  • Meer vakken dan alleen de kernvakken

Tijdens de eerste lockdown is vooral ingezet op rekenen, taal en spelling. Leerlingen gaven aan andere vakken als geschiedenis, aardrijkskunde, Engels, natuniek, gym, creales of muziek te hebben gemist. Het ene vak wat meer als het andere, afhankelijk van hun interesses. Maar ook het voorlezen door de leerkracht is genoemd.

  • Iets meer tijd voor uitleg nemen en een vragenuurtje inlassen

Leerlingen die normaliter op school ook een verlengde instructie krijgen, hadden online wel wat meer uitleg gewild. Ook werd genoemd een vast vragenuurtje in te plannen. “Als iemand anders dan iets vraagt, weet ik meteen het antwoord op mijn vraag (net als in de klas)”.

  • Schoolse setting nabootsen

Online een schoolse setting nabootsen waarin je samen bezig bent, terwijl je thuiswerkt. Dat betekent bijvoorbeeld ook dat leerlingen de camera aanzetten. Dat bleek lang niet altijd het geval. Vooral leerlingen die de camera zelf wel aanzetten vonden dat vervelend.

Wat motiveert jou?

We vroegen leerlingen wat hen motiveert wanneer ze onderwijs op afstand krijgen. Wat maakt dat ze zin hebben om met school aan de slag te gaan?

  • Vooruitzicht van een vrije middag

De meeste leerlingen stelden het huiswerk maken niet uit en maakten het in de ochtend af, zodat ze ’s middags vrij waren. Het vooruitzicht van een middag vrij zijn, motiveerde leerlingen om eerst hun huiswerk af te maken. “Thuis moest ik me oppeppen, maar ik deed dat wel goed. Want als je goed werkte, was je sneller klaar en had je de hele dag vrije tijd.”

Enkele leerlingen gaven aan uitstelgedrag te vertonen. Zij vertelden dat zij uit zichzelf niet zo snel met school bezig zouden gaan en dat zij hiertoe aangespoord werden door hun ouders. “Als ik geen zin had, ging ik op de telefoon en dan zei mijn moeder dat ik weer aan de slag moest.” Een leerling vertelde zo af en toe een spijbeldagje te hebben ingelast en de boel dan de volgende dag te hebben ingehaald.

Een aantal leerlingen vond het moeilijker zelf de tijd te bewaken. Mijn moeder was een soort schoolbel, dan ging ik weer aan de slag.” Een andere leerling die moeite had om met school aan de slag te gaan, gaf de tip om een Timer te gebruiken.

  • Dat meester of juf tevreden over mijn werk is

Veel leerlingen hadden niet altijd het idee dat hun vorderingen goed werden bijgehouden door de leerkracht (wat niet wil zeggen dat dat niet gedaan werd). Het idee dat de meester of juf na de lockdown de schriftjes weer in zou zien, motiveerde hen om aan de slag te gaan. “Ik wilde niet achter raken.” Sommigen geven aan dat het klassikaal werken hen motiveert om met school aan de slag te gaan. Dat misten ze bij het thuisonderwijs. Het online nabootsen van die online schoolse setting kan deze leerlingen helpen.

  • Nieuwe dingen willen leren, een bepaalde opleiding willen volgen, later een leuke baan

Een aantal leerlingen zijn meer intrinsiek gemotiveerd en die willen graag nieuwe dingen leren, nieuwsgierig zijn, hoge cijfers halen, naar een bepaalde vo-opleiding willen en later een leuke baan. Deze intrinsieke motivatie was er ook tijdens het thuiswerken: “Ik wilde het werk niet afraffelen, maar goed doen, zodat ik rustig naar bed kon.”

  • Contact met klasgenoten en de leerkracht

De kleine online kletsmomentjes met meester/juf en klasgenoten motiveert ook. Op school is daar volgens de leerlingen veel meer ruimte voor.

De ideale schoolweek, ‘als ik minister van onderwijs was….’

We legden de leerlingen de vraag voor: “Stel je bent minister van Onderwijs, we hebben geen last meer van corona en jij hebt het voor het zeggen. Hoe ziet jouw ideale schoolweek er dan uit?”

  • Over het algemeen liever ‘gewoon’ naar school

Driekwart van de leerlingen wil elke dag ‘gewoon’ naar school. Een kwart ziet graag een combinatie van onderwijs op school en thuis. Vooral de vrijheid en meer vrije tijd die ze hadden bij het onderwijs in coronatijd, sprak hen aan. Door een minder uitgebreid lesaanbod was er meer vrije tijd dan wanneer ze naar school gaan. Vanuit hun perspectief weegt het eerder klaar zijn met ‘school’ zwaar mee. Op de vraag waar ze beter en meer leren, werd wel vaak ‘in de klas’ genoemd. “In de klas leer ik meer. Ik let meer op.” Een aantal geeft aan het thuis leuker te hebben. “Thuis heb ik net zoveel lol als in de klas. Mijn zus is grappig, ik heb het leuk thuis.”

  • In de klas meer en betere uitleg

De meeste leerlingen geven aan op school meer en betere uitleg te krijgen. Bijvoorbeeld doordat het digibord hierbij wordt gebruikt. “Uitleg van juf is in het echt beter dan op de computer.” Ze vinden de lessen interessanter en geven aan beter op te letten en te werken in de klas. “In de klas snap ik alles beter en juf legt gemakkelijker uit.” In de klas worden meer grappen gemaakt.

De meeste leerlingen gaven aan om uitleg te vragen als ze iets niet snappen. Soms direct in de online sessie, soms later via een chat. Toch krijgen ze in de klas sneller antwoord op een vraag. Online moesten ze soms even wachten totdat de juf/meester tijd voor hen had, omdat deze met een andere leerling bezig was. Sommige leerlingen gaven aan dat zij liever in de klas een vraag stellen, omdat het fijn is als de meester of juf dan naar je toekomt en je zachtjes kunt overleggen. Andere leerlingen kregen juist het gevoel dat ze eigenlijk te veel vragen stelden: “Als je belt, lijkt het alsof je best vaak belt, alsof ik veel vraag, zo voelt dat. In de klas voelt dat niet zo.”

Kinderen die normaliter een verlengde instructie ‘aan de instructietafel’ volgen, gaven aan online die (standaard) extra uitleg te missen.

Uit een klas kwam naar voren dat soms werd aangemoedigd om een andere leerling om uitleg te vragen.

Ook het thuisfront werd waar mogelijk ingeschakeld, van oudere broers en zussen, vaders, moeders, tot en met oma’s. Soms was er een buurvrouw die toevallig juf was. Hoe fijn de hulptroepen ook waren, veel leerlingen trokken de conclusie: ”Op school krijg ik betere uitleg, want juf heeft ervoor gestudeerd.”

  • Thuis meer afleiding

Leerlingen ervaren over het algemeen meer afleiding thuis dan in de klas, hoewel er ook uitzonderingen zijn. Thuis zijn er huisgenoten, broers en zusjes, ouders die ook met school of werk bezig waren, of bijvoorbeeld televisie keken. Concentreren was dan moeilijk. In alle rust de instructie van de leerkracht volgen en rustig werken aan opdrachten was voor kinderen uit wat grotere gezinnen een lastige opgave. Het was ook verleidelijk om even op je telefoon, tablet of computer e.d. andere dingen te doen dan werkzaamheden voor school. En waar de één rust vond thuis en dat heerlijk vond (“Het leukste aan thuiswerken vond ik de stilte, behalve als mijn zusje erdoorheen tetterde.”), was het voor de ander te rustig (“Ik leer beter in de klas en met lawaai om me heen.”).

Voor meerdere leerlingen is het onderscheid tussen school en thuis belangrijk. Op school werk je, thuis ben je vrij. Letterlijk en figuurlijk is er dan wat meer afstand tussen ouders en kind. Je ouders zijn even geen meester of juf, maar gewoon vader of moeder. Dit vervaagt als je thuis zit.

  • In de klas meer structuur

Op school in de klas ervaren leerlingen meer structuur. “Alles ging ook kriskras door elkaar. Daar moest ik aan wennen.” Sommige kinderen gaven aan de boeken te missen. Dat gaf hen meer overzicht. “Online is er geen overzicht. In een boek zie je wat je gedaan hebt en moet doen.” Het online werken kan ook vermoeiend zijn. “Alles op beeldscherm maakt me moe.”

  •  Voordeel van thuis werken: eigen tempo, eigen planning

De keuze voor meer thuis online werken wordt mede ingegeven doordat leerlingen door een ‘minder uitgebreid lesaanbod, met nadruk op de kernvakken en meer herhalingslessen tijdens de eerste lockdown’ sneller klaar waren en meer tijd over hielden. Ook de latere dagstart (en langer uit kunnen slapen) vonden leerlingen over het algemeen prettig. De meeste kinderen waren rond een uur of twaalf klaar met huiswerk.

Veel leerlingen sprak het aan dat zij zelf meer konden bepalen wanneer ze waarmee aan de slag gingen en in welk tempo. Bijvoorbeeld even een kwartier pauze nemen als je moe bent. Ook de vrijheid om iets te eten wanneer je wilt of te werken waar je wilt (bij de open haard, aan de keukentafel, op je kamer) vonden kinderen prettig.

Vooral leerlingen die goed mee komen op school, verrijkingsopdrachten krijgen, vinden dat een klassikaal rooster remmend werkt. Dit komt vooral doordat er tijdens de lessen veel zaken herhaald worden. Thuis konden zij ‘gewoon’ bezig met de lesstof en huiswerkopgaven kiezen uit de extra taken. Dit was voor hen gevarieerder en het was voor hen prettiger dat minder zaken herhaald werden.

Leerlingen konden thuis voor vakken waar ze minder goed in waren meer tijd uittrekken en voor vakken die hen makkelijker af ging minder tijd. Dat zouden ze ook wel op school in de klas terug willen zien.

Niet alle kinderen vonden de planningsvrijheid prettig. Zij hadden het fijn gevonden als er, net als op school, met een rooster was gewerkt waarin lesmomenten en pauzes staan aangegeven. Dat geeft hen houvast en stimuleert om aan de slag te gaan.

  • Samenwerken

Leerlingen gaven aan dat online samenwerken lastiger is. In de klas gaat dat makkelijker.

Een gedifferentieerd aanbod online?

Waar tijdens de eerste lockdown het online lesaanbod volgens de leerlingen nog voor vrijwel iedereen hetzelfde was, was er volgens hen bij de tweede lockdown meer differentiatie. Aan leerlingen die moeite hadden met bepaalde onderdelen, werden extra oefeningen aangeboden. Leerlingen die extra uitdaging nodig hadden, kregen verdiepende opdrachten en zij maakten alvast opdrachten voor de volgende dag, of kregen pluswerkboeken over bijvoorbeeld astronomie of topografie.

Het thuisonderwijs door leerlingen in één woord samengevat

We stelden de leerlingen de volgende slotvraag: “Als je in één woord (of een paar woorden) mag samenvatten wat je vond van het thuisonderwijs. Wat zou je dan zeggen?

De onderstaande woordenwolk laat zien dat leerlingen het heel wisselend beleefd hebben. De groep die er positief op terugblikt, is kleiner dan de groep die het al met al een minder leuke periode vonden. En er is een groep leerlingen die het dubbel vond, het had zijn voor- en zijn nadelen.

afbeelding

Hoe behoud je de motivatie?

Zoals eerder is gezegd, vallen bij online onderwijs vormen van extrinsieke motivatie weg en wordt een groter beroep gedaan op de intrinsieke motivatie van leerlingen. Hierbij zijn drie factoren van essentieel belang: autonomie, competentie en verbondenheid. Naar aanleiding van de gesprekken die Trendbureau Drenthe voerde met leerlingen van drie basisscholen is de motivatie vooral te behouden door:

  • Autonomie: behoud de vrijheid voor leerlingen om zelf te bepalen wanneer en hoelang zij met een bepaalde taak bezig zijn. Maar breid het lesaanbod uit (meer gedifferentieerd).
  • Competentie: bied meer structuur/planning en organiseer feedback op het werk van leerlingen. Hieraan hebben zij behoefte.
  • Relatie/verbondenheid: het werkt motiverend als er op meerdere momenten op een dag meer contact is. Zet meer in op de relatie tussen de leerlingen onderling en op de relatie tussen de leerkracht en leerling.

Medewerker

Imke Oosting

Onderzoeker

Betrokken medewerkers

Imke Oosting

Imke Oosting

Onderzoeker

  • Mail
  • LinkedIn

Meer weten?

Neem contact op met één van de betrokken medewerkers

Gerelateerd nieuws

Overig nieuws

Veerkracht, maar ook toegenomen kansenongelijkheid

Onderwijs

Niet alle kinderen krijgen van huis uit de vleugels mee om de wereld in te vliegen

Overig nieuws

Helft Drentse basisscholen barst binnen 10 jaar uit de voegen

Grofweg de helft van de Drentse basisscholen die sinds 2012 zijn gebouwd of verbouwd, is nu alweer uit zijn jasje gegroeid. Dat blijkt uit onderzoek van RTV Drenthe en Trendbureau Drenthe. Van de 45 nieuwbouwscholen die RTV Drenthe sprak, kampen er 22 met ruimtegebrek, doordat er op dit moment meer kinderen op school zitten dan voorzien. Bij de

Brede Welvaart

Racisme opnieuw meest gemelde discriminatie in Noord-Nederland

Racisme is opnieuw de meest gemelde vorm van discriminatie in Noord-Nederland. Dat blijkt uit de Monitor Discriminatie 2021 Noord-Nederland. Opvallend genoeg nam het aantal meldingen op grond van racisme alleen in de provincie Drenthe af. In deze provincie nam het aantal meldingen op grond van handicap, of chronische ziekte toe. De Monitor Discrimi

Brede Welvaart

Trendbureau Drenthe brengt maatschappelijke waarde inwonersinitiatieven in beeld

Ben je benieuwd wat je bewonersinitiatief of vrijwilligersorganisatie toevoegt aan onze maatschappij? En denk je hulp nodig te hebben bij het zichtbaar maken van de maatschappelijke waarde van jouw bewonersinitiatief of vrijwilligersorganisatie? Doe mee aan de pilot maatschappelijke waarde van Trendbureau Drenthe! Steeds meer bewonersinitiatieve

Publicaties

Laaggeletterdheid

Donatie van Rotary Club Hoogeveen-De Wolden voor Taalpunt in De Wolden

Laaggeletterdheid

Gezondheidskloof dreigt door groei digitale zorg

Laaggeletterdheid

Leuke Open Dag Taalhuis bibliotheek