Wensen en behoeften voor langer thuis wonen in Drenthe

Terug

Wensen en behoeften voor langer thuis wonen in Drenthe

Geschreven op 13 juli 2022

“De wens van ouderen is om zo lang mogelijk zelfstandig in de eigen woning te blijven wonen. 91% van de Drenten geeft aan het hiermee eens te zijn. ”

Het aantal ouderen in de provincie Drenthe neemt toe. Het overgrote deel van deze ouderen wil zo lang mogelijk thuis blijven wonen. Het merendeel van de ouderen denkt echter (nog) niet aan de aanpassingen die hiervoor nodig zijn. Dit blijkt uit onderzoek dat Trendbureau deed onder ruim 1.600 Drentse inwoners over hun woonwensen. De uitkomsten van dit onderzoek bieden handvatten voor het woonzorgbeleid van gemeenten.

Vergrijzing leidt tot woon-zorg vraagstukken   

Het aantal ouderen in Drenthe neemt in rap tempo toe. De groep 80 jaar en ouder zal in 2030 naar verwachting 65% groter zijn dan in 2015. Voor de groep 65 jaar en ouder gaat het om een toename van 35%. Deze ‘dubbele’ vergrijzing de komende jaren gaat niet alleen gepaard met een hogere druk op de (in)formele zorg [1], maar heeft ook tot gevolg dat we goed moeten nadenken over de opgaves die dit met zich meebrengt op het gebied van wonen en zorg in de provincie Drenthe. De wens van ouderen is namelijk om zo lang mogelijk zelfstandig in de eigen woning te blijven wonen. 91% van de Drenten geeft aan het hiermee eens te zijn.  Toch blijkt dat slechts 14% van de ouderen in Drenthe in 2020 in een woning woont die geschikt is voor het langer thuis blijven wonen[2].

Ouderen zijn zich beperkt bewust van toekomstige zorgvraag

Het Rijk wil dat gemeenten ouderen gaan helpen om ‘geschikt’ te wonen. Het aanpassen van woningen blijkt hiervoor een goede oplossing. Ondanks dat veel ouderenhuishoudens op dit moment in een hiervoor ongeschikte woning wonen, is naar schatting ruim 80% van de woningen van Drentse ouderen geschikt te maken[2]. Een knelpunt hierbij is dat mensen zich niet, of beperkt, bewust zijn van de toekomstige zorgvraag waar zij mee te maken (kunnen) krijgen. Over alle leeftijdsgroepen heen heeft minder dan de helft (48%) van de Drenten wel eens nagedacht over aanpassingen in de woning om deze geschikt te maken bij een verslechterde gezondheid. Hierin is wel een stijgende lijn te zien naarmate mensen ouder worden (16% van de 18- tot 34-jarigen, 63% van de 65- tot 74-jarigen). Alleen de oudste leeftijdscategorie vormt hier een uitzondering op, hiervan geeft 56% aan hier wel eens over te hebben nagedacht.

Aanpassingen kosten geld, maar leveren ook veel op  

Als mensen zich wel bewust zijn van het feit dat zij hun woning moeten aanpassen, spelen er nog een aantal financiële aspecten een rol die belemmerend kunnen werken. Zo is voor 1 op de 3 respondenten de kosten voor aanpassingen een drempel. Een groot deel van de ouderen in Nederland heeft minder dan 10.000 euro spaargeld. Vooral huurders beschikken vaak over minder middelen en kunnen aanpassingen daarom niet betalen[3]. Daarnaast zijn financieringsmogelijkheden en vergoedingen bij veel inwoners niet bekend. Meer dan de helft (54%) van de inwoners kent geen enkele vergoedingsmogelijkheid. De meest bekende ingang voor een vergoeding is via de Wmo, 30% van de respondenten is daar bekend mee. Op de tweede plek staat de vergoeding via de verzekeraar (10%), gevolgd door de verzilverlening (3%), en de blijverslening (2%).

De gemeenten lijken vooralsnog terughoudend te zijn als het gaat om het inzetten op passende woningen voor ouderen met weinig financiële middelen. Er is voor hen geen financiële prikkel, aangezien (een deel van) de baten bij andere partijen zoals de zorgverzekeraar liggen[3].

Toch heeft het aanpassen van de huidige woningen verschillende voordelen. Zo is er voor ouderen minder kans om te vallen, waardoor ziekenhuisopnames voorkomen kunnen worden. Daarnaast kan er bij een eventuele opname makkelijker thuis worden gerevalideerd. Ook wordt er in aangepaste woningen minder gebruik gemaakt van thuiszorg. Al met al kunnen kleine investeringen in de aanpassing van een woning dus veel medische kosten besparen. Geschat wordt dat preventieve woningaanpassingen landelijk jaarlijks zo’n 45 á 60 miljoen euro aan directe medische kosten kunnen besparen[2].

Groot huis met tuin wordt ingeruild voor geschikte woning in de buurt van voorzieningen      

Het grootste deel van de Drenten geeft aan op dit moment in een vrijstaande woning te wonen. Het overgrote deel van de panelleden vindt de eigen woning op dit moment (gezien de huidige gezondheid) geschikt om in te wonen. Ook over de leefbaarheid in de eigen woonomgeving is men op dit moment zeer tevreden. 78% van de Drenten scoort dit met een 8 of hoger. Twee derde geeft aan alles in de buurt te hebben om goed te kunnen wonen. 32% geeft aan dat dit niet het geval is, maar dat ze wel makkelijk kunnen komen waar ze willen zijn. 1,6% geeft aan dat ook dit niet het geval is.

Als mensen naar de toekomst kijken dan voorziet men over het algemeen méér problemen bij het bereiken van voorzieningen. Met name de oudste leeftijdsgroep voorziet moeilijkheden (15%). Dit komt overeen met literatuur[3], die aangeeft dat de in de meer landelijke gebieden de problemen bij het langer zelfstandig wonen zich lijken op te stapelen. Enerzijds omdat voorzieningen niet meer in de buurt zijn, anderzijds omdat het zorgvangnet kleiner is dan in meer grootstedelijke gebieden.

Opvallend is dat de verhuisbehoefte in Drenthe, ondanks de lastiger te bereiken voorzieningen, afneemt naarmate men ouder wordt (van 62% onder de jongste leeftijdsgroep, tot 19% onder de oudste respondenten). De belangrijkste redenen voor 65-plussers om niet te verhuizen is dat zij de woning geschikt vinden om langer zelfstandig te blijven wonen (42%). Op de tweede plaats staat dat de woning zelf prettig is (38%). Als we vragen naar redenen om wél te verhuizen dan noemt meer dan de helft van de Drenten dat de woning te groot is en 22% zegt geen tuin meer te willen. De groep 65-plussers verhuist het liefst naar een gelijkvloerse- of seniorenwoning in de buurt van voorzieningen.

Alternatief voor  de woningaanpassing; woonvormen voor senioren   

Een andere oplossing voor het gebrek aan geschikte woonvormen voor ouderen is het ontwikkelen van alternatieve woonvormen voor senioren. De ‘Catalogus woonvormen voor senioren’ [4]onderscheid 6 typen woonvormen:

  • mantelzorgwoningen;
  • kleinschalig wonen
  • woongroepen;
  • moderne hofjes;
  • woongemeenschappen;
  • wooncomplexen.

Ieder van deze type woonvormen voorziet in andere behoeftes. Denk hierbij aan mate van (informele) zorg, collectieve voorzieningen, groepsactiviteiten etc. Onder de panelleden is te zien dat de behoefte aan een vorm van geclusterd wonen toeneemt naarmate men ouder wordt (20% onder 18- tot 34-jarigen, 46% onder 75-plussers). Opvallend is dat de oudste groep een sterke daling laat zien als het gaat om hoe graag zij met jonge mensen in een wooncomplex willen wonen. Hetzelfde geldt voor wonen met vrienden/gelijkgestemden.

Alle uitkomsten zien? Bekijk ons dashboard!

[1] Regiobeeld Drenthe

[2] ANBO-ActiZ database, 2021

[3] Aanpakken of verkassen? – Planbureau voor de Leefomgeving

[4] Catalogus woonvormen voor senioren gelanceerd – ZorgSaamWonen

Betrokken medewerkers

Martin Bakker

Martin Bakker

onderzoeker

  • Mail
  • LinkedIn
Simone Barends

Simone Barends

adviseur/onderzoeker

  • Mail
  • LinkedIn

Meer weten?

Neem contact op met één van de betrokken medewerkers