Bevolkingsopbouw

Net als in de rest van Nederland verandert de bevolkingsopbouw in Drenthe in snel tempo. Er is sprake van ontgroening (afname van het aandeel jongeren) en vergrijzing (toename van het aandeel ouderen). De vergrijzing van de bevolking gaat in een sneller tempo dan de ontgroening. In vergelijking met Nederland is Drenthe sterker vergrijsd, wat betreft de ontgroening volgt Drenthe de landelijke trend.

In het kort

  • In vergelijking met Nederland is Drenthe sterker vergrijsd, maar wat betreft de ontgroening volgt Drenthe de landelijke trend.
  • Het aantal 75-plussers in Drenthe neemt naar verwachting toe van 7% in 2018 naar 12% in 2040. Naar verwachting stijgt het aantal 85-plussers met de helft, van 3% in 2018 naar 6% in 2040. Deze toename heeft invloed op het zorggebruik en de zorgkosten.
  • 75-plussers hebben een andere behoefte aan zorg. Deze groep maakt gemiddeld meer gebruik van wijkverpleging en langdurige zorg en minder gebruik van ziekenhuiszorg dan de jongere leeftijdscategorieën. NZA monitor ouderen 2018

Ontgroening en vergrijzing zetten door

De Drentse bevolking bevat steeds minder jongeren (0-19 jaar) en steeds meer ouderen (65+ jaar). De verwachting is dat het aandeel ouderen de komende jaren verder toeneemt, terwijl het aantal jongeren verder afneemt. De gevolgen van de vergrijzing zullen vooral gemerkt worden in de zorg. De veranderende bevolkingssamenstelling heeft verder gevolgen voor de woningmarkt. In de toekomst zullen minder gezinswoningen nodig zijn en meer woningen waar ouderen zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen.
Zowel ontgroening als vergrijzing verschillen per Drentse gemeente. De meer stedelijke gemeenten (Assen, Meppel, Emmen en Hoogeveen) zijn het minst ontgroend en vergrijsd. In de meer landelijke gemeenten is er juist sprake van een sterkere ontgroening en vergrijzing. In Westerveld is minder dan een vijfde van de inwoners jonger dan 20 jaar en meer dan een kwart ouder dan 65 jaar. Tynaarlo en Noordenveld wijken af van dit patroon. In deze gemeenten is er sprake van een relatief sterkere vergrijzing, maar een minder sterke ontgroening.

Gemeenten vergeleken

In 2018 is de groep 65-74 jarigen het laagst in de gemeenten Assen en Meppel met 11% van de totale bevolking. In de gemeenten Aa en Hunze, Borger-Odoorn en Westerveld is deze groep het grootst met 15% van de totale bevolking. De gemeenten Assen en Meppel hebben met 6% het laagste aandeel van de bevolking in de leeftijdsgroep 75-84 jarigen. De gemeenten Noordenveld en Westerveld hebben in deze groep het hoogste aandeel met 9%. De leeftijdsgroep 85 jaar en ouder bestaat voor de meeste gemeenten uit 2% van de bevolking in 2018. In Aa en Hunze, Noordenveld, Tynaarlo en Westerveld is dit 3%.

Het aandeel 75-84 jarigen neemt vooral toe in Drenthe. Het aandeel 75-84 jarigen neemt toe met gemiddeld 5% in 2040. In 2040 is de verwachting dat het aandeel 75-plussers in Drenthe op 18% van de totale bevolking zit. Op basis van de provinciale prognose komen de gemeenten Assen, Hoogeveen en Meppel onder het gemiddelde uit (15%). De gemeenten Aa en Hunze, Borger-Odoorn, Noordenveld en Westerveld komen hoger uit met 20% of meer. De algemene toename in het aandeel 75-plussers heeft naar verwachting gevolgen voor de zorg(kosten). Deze leeftijdsgroep heeft meer wijkverpleging en langdurige zorg nodig in de thuissituatie (NZA monitor ouderen, 2018).