Het belang van het stimuleren van leesplezier in het onderwijs in samenwerking met de bibliotheek

29 mei 2020

Het PISA-onderzoek, dat laat zien dat bijna de helft van de 15-jarigen lezen een tijdverspilling vindt, en de vrees dat een groot deel van de jongeren laaggeletterd het onderwijs gaan verlaten, gaf Tineke Scholte, Teammanager Educatie bij Biblionet, een schok. Juist omdat het een bevestiging is, en door cijfers aangetoond, van een beweging die ze al langere tijd constateert. Er is duidelijk sprake van ontlezing, waarbij de social media en de vluchtigheid ervan mogelijk een belangrijke rol spelen. Ze constateert dat ook de vakdocenten Nederlands in het voortgezet onderwijs de gevolgen merken van het weinige  ‘diep lezen’ van de jongeren. “Hoewel het een logisch gevolg is, is het wel schokkend”, zo geeft ze aan.

Oproep tot een leesoffensief

Wanneer deze conclusie kan worden getrokken, wat is dan de remedie? Wat gaan we er aan doen? Tineke Scholte verwijst hiervoor naar de publicatie Lees! Een oproep tot een leesoffensief van de Onderwijsraad en de Raad voor Cultuur. Hierin wordt een pleidooi gehouden voor een samenhangend leesbeleid door het Rijk, de gemeenten, het onderwijs en de bibliotheken. Een rijk leesaanbod creëren en de leescultuur rondom jongeren versterken, motiveert tot lezen en bevordert het leesplezier. Vanuit het werkveld van de bibliotheken voelt men zich in deze publicatie gesterkt in wat men al doet. De samenwerking tussen de bibliotheek en onderwijsprofessionals is belangrijk om leesbevordering prioriteit te geven. Alleen al om het onderwijs zoveel andere belangrijke thema’s kent.

Leesstimulering

De bibliotheken in Drenthe kennen een lange traditie van leesstimulering, zoals Boekstart met het gratis voorleeskoffertje om ouders van jonge kinderen tot voorlezen te stimuleren. Boekstart wordt nu ook geïntroduceerd in de Kinderopvang en de voorscholen, vooral op de VVE-locaties. De focus ligt ook op het project Bibliotheek op school (dBos), waarin bibliotheek en school een strategische samenwerking aangaan om het lezen op school en thuis te stimuleren en een doorgaande leeslijn te krijgen. In de negen gemeenten waar Biblionet actief is, doen 83% van de scholen mee aan het project en bereiken daarmee 91% van de leerlingen in die gemeenten. De zelfstandige bibliotheken in Assen, Hoogeveen en Emmen gebruiken ook dBos of vergelijkbare projecten.

De volgende stap is dBos uit te rollen in het voortgezet onderwijs. Dit is meer complex dan in het basisonderwijs, vanwege het grotere aantal actoren. Niet alleen de vakdocenten Nederlands, maar ook de andere vakdocenten hebben daarin een taak.

dBos heeft verschillende onderdelen. De bibliotheek zorgt ervoor dat er een actuele en gevarieerde collectie boeken op school aanwezig is. Door de leerkrachten wordt dit onderdeel van dBos zeer gewaardeerd. Daarnaast is deskundigheidsbevordering van belang. Scholen worden gestimuleerd een lees- en mediaplan te maken en een leescoördinator te benoemen. Biblionet zorgt voor de nodige ondersteuning, ook bij het dagelijkse leesonderwijs door verschillende tips en suggesties voor gevarieerde werkvormen te geven. Er is een digitaal leerlingenportaal met daarin de collectie van de schoolbibliotheek en de locale bibliotheek en toegang tot allerlei digitale content over bijvoorbeeld het houden van een spreekbeurt. Het stimuleren van mediawijsheid vormt een onderdeel van dBos.

Aantoonbare verschillen lezende en niet-lezende leerlingen

Verschillende landelijke onderzoeken tonen de verschillen aan tussen veel lezende leerlingen en leerlingen die dat niet doen (o.a. S. Mol en A. Bus 2011 Lezen loont een leven lang). Van de leerlingen die veel lezen scoort 70% gemiddeld of hoger op woordenschattoetsen. Zwakke lezers die veel lezen in hun vrije tijd gaan meer vooruit in deze basisvaardigheid dan vaardige lezers.

Opbrengst van de samenwerking tussen school en bibliotheek

Ook de resultaten van dBos worden gemonitord en sluiten aan bij de cyclus van het opbrengstgericht werken op schoolniveau. De Monitor dBos brengt schoolspecifiek de opbrengst van de samenwerking tussen de school en de bibliotheek in kaart. De leerkrachten en de leerlingen vanaf groep 5 vullen hiervoor een vragenlijst in. De school ontvangt jaarlijks in het voorjaar de rapportage op basis waarvan samen de leesbevorderingsdoelen voor het komende jaar worden vastgesteld. Ook de gemeenten en de schoolbesturen ontvangen deze rapportages. De jaarlijkse landelijke analyse van de resultaten laten bijvoorbeeld zien dat op scholen met beter ontwikkeld beleid de leerkrachten meer leesactiviteiten doen. En in de groepen van de actievere leerkrachten liggen leesplezier, leesfrequentie en bibliotheekbezoek van leerlingen hoger. Het leesplezier van de leerlingen vergroot opnieuw het enthousiasme van de leerkrachten en zo versterkt het elkaar.