Daling Drentse bevolking zet door!

4 oktober 2019

“Het Noorden loopt leeg”, kopte het Dagblad van het Noorden kortgeleden naar aanleiding van de nieuwste regionale bevolkingsprognoses van het CBS. Een harde kop, maar niet verbazingwekkend, de krimp wordt namelijk al enige jaren voorspeld. Om goed te begrijpen wat er gebeurt is het zinvol om naar de achterliggende factoren te kijken van de voorspelde krimp. Hieruit blijkt dat de krimp in Drenthe vooral wordt veroorzaakt doordat er meer mensen sterven dan er geboren worden. Daarnaast vindt krimp de komende jaren vooral plaats onder bepaalde delen van de bevolking. Zo wordt een scherpe daling van het aantal jongeren in de middelbare schoolleeftijd verwacht, terwijl het aantal ouderen juist toeneemt. Gerichte actie blijft nodig om de consequenties van de daling goed te begeleiden.

Natuurlijke krimp maar ook groei door binnenlandse verhuizingen

De krimp in Drenthe valt vooral te verklaren doordat er in Drenthe meer mensen sterven dan dat er geboren worden (tot 2035 gemiddeld 600 personen per jaar). Het geboortecijfer is in heel Nederland al laag sinds de jaren ’70 van de vorige eeuw. Het sterftecijfer stijgt de afgelopen jaren. Dit is een gevolg van het steeds ouder worden van de ‘babyboomgeneratie’. Hierdoor is “natuurlijke” bevolkingskrimp ontstaan die er eerder niet was. Hogere sterfte, en wat sterkere bevolkingskrimp, is vooral te zien in gemeenten waar de bevolking op dit moment al wat ouder is, zoals Noordenveld en Aa en Hunze (zie figuren op tabblad “Bevolking krimpt”).

De andere component van bevolkingsverandering, het verhuissaldo, laat juist een positief beeld zien. Er zijn de komende jaren in de meeste Drentse gemeenten meer mensen die in de gemeente komen wonen dan dat er wegtrekken. Blijkbaar is Drenthe voor veel mensen een erg prettige plek om te wonen. Dit zorgt ervoor dat de afname door de ‘natuurlijke’ daling van de bevolking wordt geremd.

Vergrijzing zet door

De Drentse bevolking zal de komende jaren verder vergrijzen, ondanks de instroom van nieuwe inwoners en de hogere sterfte van oudere inwoners. Op dit moment zijn er nog slechts drie gemeenten met meer dan kwart inwoners ouder dan 65 jaar. In 2035 is dit in alle Drentse gemeenten, behalve Assen, het geval (zie tabblad ontgroening, vergrijzing en daling beroepsbevolking). De vergrijzing zal het sterkst zijn in de meer landelijke gemeenten van Drenthe. Iets wat op dit moment ook al het geval is.

Ontgroening zet door, sterke afname 12-tot-18-jarigen

Het aantal jeugdigen in Drenthe zal de komende jaren verder afnemen. In 2035 is in de helft van de Drentse gemeenten minder dan één op de vijf inwoners jonger dan 20 jaar. Dat is nu nog in een kwart van de gemeenten het geval. Deze daling vindt vooral plaats in de leeftijd dat jeugdigen op de middelbare school zitten. Voor heel Drenthe wordt tussen 2020 en 2035 verwacht dat er 13.000 minder jongeren tussen 10 en 20 jaar zullen zijn; een daling van dik 20%. Op gemeenteniveau zijn deze cijfers niet beschikbaar in de CBS prognose in verband met de onzekerheid rondom de voorspellingen, maar een eerdere prognose van ABF/PRIMOS becijferde dat het om een kwart minder leerlingen in de leeftijdscategorie 12 tot 18 jaar zal gaan.

Potentiële beroepsbevolking krimpt én verjongd!

De eerste babyboomers zijn al 65 jaar of ouder en dus veelal niet meer onderdeel van de potentiële beroepsbevolking. De komende jaren zal deze uitstroom van babyboomers doorgaan. Het aantal inwoners tussen 45 en 65 jaar neemt naar verwachting af met een kleine 35.000 personen. Hier staat tegenover dat er juist sprake is van een toename van het jongere deel van de beroepsbevolking. Het aantal personen tussen 20 en 45 jaar zal met ruim 10.000 personen toenemen. Per saldo zal de potentiële beroepsbevolking in Drenthe tot 2035 met een kleine 25.000 krimpen, maar deze beroepsbevolking zal gemiddeld wel jonger zijn dan de huidige.

Aantal alleenstaande huishoudens neemt toe

Tot 2035 neemt het aantal huishoudens in Drenthe toe. In 2035 zullen er naar verwachting een kleine 6.000 huishoudens in Drenthe zijn bijgekomen. Vrijwel alle gemeenten kennen een toename van het aantal huishoudens. Dat dit gebeurt terwijl de bevolking krimpt, komt doordat het aantal personen per huishouden afneemt. Deze huishoudensverdunning is al jaren aan de gang en vertaalt zich steeds meer in een toename van alleenstaande huishoudens. In de meer stedelijke gebieden zullen dit vaak wat jongere vrijgezellen zijn, terwijl vooral in de landelijke gebieden een toename van het aantal verweduwde ouderen te verwachten is. In 2035 zullen er ruim 7.000 meer alleenstaande huishoudens zijn, terwijl het aantal stellen met of zonder kinderen met 1.000 is afgenomen.

Noordenveld krimpt niet veel harder dan vergelijkbare gemeenten

In de prognose van het CBS is er sprake van een krimp van meer dan 10% in de gemeente Noordenveld gedurende de periode 2018-2035. Deze krimp is veel sterker dan in andere gemeenten, terwijl Noordenveld een weliswaar meer vergrijsde, maar toch aantrekkelijke gemeente is. Hoe valt dit verschil te verklaren? Voor de prognoses is 2018 als basisjaar genomen en dat verklaart voor een deel het verschil. In Noordenveld was tussen 2018 en 2019 sprake van een scherpe bevolkingsdaling – van ongeveer 1.000 personen. Dit betrof de (mogelijke administratieve) uitstroom van nareizigers van vluchtelingen die in 2016 en 2017 in de gemeente werden ingeschreven en in de twee jaren daarna weer uitstroomden.

Als we, in plaats van vanaf 2018 , de bevolkingsontwikkeling vanaf 2020 berekenen, dus zonder deze specifieke, zeer tijdelijke situatie, dan wordt er in Noordenveld wel krimp verwacht, maar niet verrassend meer dan elders (zie tabblad “Bevolking krimpt”)

Prognoses zijn geen feiten

Bevolkingsprognoses proberen op basis van de huidige stand van zaken de toekomstige bevolking zo goed mogelijk te voorspellen. Er zijn echter allerlei redenen te bedenken waarom prognoses niet uitkomen. Het CBS houdt hier rekening mee door het opstellen van scenario’s. De prognose zoals die naar buiten wordt gebracht is het meest waarschijnlijke scenario, maar er wordt bijvoorbeeld ook gekeken naar onder- en bovengrenzen waarbij de kans twee op drie is dat de bevolkingsaantallen in de toekomst binnen de bandbreedte vallen. Hier valt te zien dat er in Drenthe grote verschillen zitten tussen de bovengrens (groei in vrijwel alle gemeenten) en ondergrens (krimp in vrijwel alle gemeenten).

Ondanks de onzekerheid in de prognose zijn bovenstaande trends (krimp, vergrijzing, ontgroening (vo-leeftijd), afname beroepsbevolking en groei alleenstaande huishoudens) zaken waar in beleid de komende jaren wel degelijk rekening gehouden zal moeten worden.

De afname van het aantal leerlingen in het vo & mbo maakt het lastiger om kwalitatief goed onderwijs te blijven geven. Ook kan het leiden tot verschraling van het onderwijsaanbod of het verdwijnen van schoolsoorten of scholen uit de regio, waardoor voor leerlingen (te) grote reisafstanden ontstaan. Goede spreiding en bereikbaarheid van onderwijsvoorzieningen is in Drenthe een stevige opgave voor de komende jaren. Daarnaast is krimp begeleiden vooral ook investeren in bereikbare zorg voor ouderen en voldoende mensen om ook die zorg ook te bieden.