Kenmerken van inwoners in armoede
Iedereen kan in armoede terechtkomen. Toch zijn er bepaalde typen huishoudens die een hoger risico op armoede hebben. Deze groepen leven gemiddeld genomen vaker in armoede. Inzicht in de kenmerken van deze huishoudens kan bijdragen aan het inrichten van gemeentelijk armoedebeleid. Het CBS maakt een uitsplitsing naar de samenstelling van het huishouden, de leeftijd van de kostwinner, het type inkomen en de herkomst van de kostwinner.
In de armoedemonitor gebruiken we de nieuwe armoedegrens en het sociaal minimum om inzicht te krijgen in de ontwikkelingen op het gebied van armoede in de Drentse gemeenten. Voor meer informatie over de verschillende inkomensgrenzen in de armoedemonitor, zie de pagina Toelichting inkomensgrenzen. Het filter links bovenin de figuren geeft de optie om het sociaal minimum of de nieuwe armoedegrens weer te geven. In de tekst beschrijven we de cijfers op basis van de nieuwe armoedegrens.
Alleenstaanden en eenoudergezinnen leven het vaakst in armoede
Alleenstaanden en eenoudergezinnen met minderjarige kinderen leven het vaakst in armoede. Zo leeft in de provincie Drenthe in 2024 6,0% van de eenpersoonshuishoudens in armoede, voor 1,4% geldt dat langdurig – oftewel minstens drie jaar op rij. In Nederland als geheel liggen deze aandelen iets hoger, respectievelijk 7,1% en 1,5%. In de gemeente Borger-Odoorn is het aandeel alleenstaanden in armoede het hoogst, namelijk 7,2%, gevolgd door de gemeente Emmen (7,0%). In de gemeente Borger-Odoorn is ook het aandeel eenpersoonshuishoudens dat langdurig in armoede leeft het hoogst (2,5%), gevolgd door de gemeente De Wolden (1,9%).
Ook eenoudergezinnen leven vaker dan andere types huishoudens in armoede. In de provincie Drenthe leeft in 2024 5,6% van de eenoudergezinnen in armoede; in Nederland als geheel is dat 6,3%. Bij een vergelijking tussen de Drentse gemeenten zien we het hoogste aandeel eenoudergezinnen in armoede in de gemeenten Westerveld (8,8%) en Aa en Hunze (8,4%). In de gemeenten Westerveld en Coevorden leeft relatief gezien het grootste aandeel eenoudergezinnen langdurig in armoede (1,5%).
Gepensioneerden minst vaak getroffen door armoede
In de provincie Drenthe leeft in 2024 14,5% van de huishoudens waarvan de hoofdkostwinner jonger dan 25 jaar is in armoede. Dat aandeel is hoger dan gemiddeld in Nederland (12,3%). Studenten worden hierin niet meegerekend. Zowel het inkomen als het eigen vermogen is bij jongere inwoners vaak nog relatief laag. Rond het 25e levensjaar zijn de meeste inwoners afgestudeerd en stijgt doorgaans ook het inkomen (CBS, 2025). Zodra de hoofdkostwinner ouder wordt, neemt het risico op kortdurende armoede dan ook af.
Na de pensioengerechtigde leeftijd neemt het aandeel arme huishoudens sterk af. De meeste ouderen hebben naast de AOW nog een aanvullend pensioen en in de meeste gevallen is er bij deze huishoudens ook een vermogensbuffer aanwezig. Woonlasten zijn in de meeste gevallen laag doordat de eigen woning (bijna) afbetaald is. Ouderen hebben van alle leeftijdsgroepen het minst vaak te maken met armoede (CBS, 2025).
Drenten die in het buitenland geboren zijn leven vaker in armoede
Drenten die in het buitenland geboren zijn leven vaker in armoede. In de provincie Drenthe leeft in 2024 10,3% van de inwoners in een huishouden met een hoofdkostwinner die niet in Nederland is geboren in armoede. In Nederland is dat aandeel lager, namelijk 8,8%. Ook inwoners in huishoudens met een hoofdkostwinner waarvan (één van) de ouders in het buitenland zijn geboren, moeten vaker rondkomen van een inkomen onder de armoedegrens. Deze huishoudens hebben ook vaker te maken met een langdurig laag inkomen.
De uitsplitsing naar herkomst van de hoofdkostwinner is niet beschikbaar voor de cijfers over het sociaal minimum.