Ontwikkeling (langdurig) lage inkomens

Er is sprake van armoede wanneer iemand gedurende langere tijd niet de middelen heeft om te kunnen beschikken over de goederen en voorzieningen die in de samenleving als minimaal noodzakelijk gelden (SCP 2018). Bijvoorbeeld wanneer iemand onvoldoende inkomen heeft voor voeding of een goede woning. Mensen met een laag inkomen lopen een hoog risico op armoede, zeker als de situatie langere tijd voortduurt.

In het kort

  • Het aandeel van de huishoudens in Drenthe met een (langdurig) laag inkomen is toegenomen tussen 2011 en 2018.
  • In de provincie Drenthe leven naar verhouding minder huishoudens met een laag inkomen dan in heel Nederland.
  • De gemeenten Assen en Emmen tellen in verhouding de meeste huishoudens met een (langdurig) laag inkomen.
  • In de gemeenten De Wolden en Tynaarlo wonen in verhouding de minste huishoudens met risico op armoede.
  • Het aandeel huishoudens dat langdurig moet rondkomen van een laag inkomen stijgt in de meeste Drentse gemeenten.
  • Drentse wijken met het hoogste aandeel huishoudens met een laag inkomen bevinden zich in Emmen.

Wat is armoede?

Om te bepalen welke huishoudens arm zijn, hanteert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) de lage-inkomensgrens. In 2018 lag deze grens op € 1.060 voor een alleenstaande. Het gaat hier om het bedrag dat een eenpersoonshuishouden te besteden heeft na aftrek van belastingen en premies. Voor een koppel zonder kinderen is dat €1.460 en voor een koppel met twee minderjarige kinderen was dat € 2.000 (CBS 2019). Het CBS maakt onderscheid tussen huishoudens met een laag inkomen (tenminste een jaar) en huishoudens met een langdurig laag inkomen (tenminste vier jaar). Soms worden er ook andere inkomensgrenzen gebruikt om te bepalen welke huishoudens een laag inkomen hebben, zie ook criteria voor armoede.

Studentenhuishoudens en bewoners van instellingen, inrichtingen en tehuizen worden door het CBS buiten beschouwing gelaten. De bedragen worden jaarlijks aangepast aan ontwikkelingen van prijzen. Hierdoor is de lage inkomensgrens goed bruikbaar om vergelijkingen te maken over een langere periode. De meest recente data zijn uit 2018.

In Drenthe wonen in verhouding minder mensen met een laag inkomen dan in Nederland

Ruim 15.000 huishoudens in de provincie Drenthe leefden in 2018 onder de lage inkomensgrens. Dat is 7,1% van het totale aantal huishoudens. In Nederland was dat 7,9%. In 2018 moesten 6.000 huishoudens in Drenthe ten minste vier jaar op rij rondkomen van een laag inkomen; dat komt neer op 2,9% van alle huishoudens. Het aandeel huishoudens in Nederland dat langdurig in armoede leeft, lag iets hoger (3,3%).

In 2014 had nog respectievelijk 2,3% (Drenthe) en 2,7% (Nederland) van de huishoudens een langdurig laag inkomen. De toename komt voornamelijk doordat meer huishoudens langdurig afhankelijk zijn van een bijstandsuitkering (CBS 2018).

Hoogste risico op armoede in Assen en Emmen

Een landelijke vergelijking van het CBS (2018) laat zien dat vooral in grotere gemeenten relatief veel huishoudens met een hoger risico op armoede wonen. Dit zien we ook terug in Drenthe. Assen en Emmen hebben hier het grootste aandeel huishoudens met een laag inkomen, respectievelijk 8,7% en 8,8%. Dit zijn de huishoudens die in 2018 één jaar of langer onder de lage-inkomensgrens leven. In 2018 zien we voor het eerst dat dit percentage in Emmen hoger is dan in Assen.

In deze gemeenten zien we ook de meeste huishoudens die langdurig moeten rondkomen van een laag inkomen. Van alle huishoudens in Assen heeft 4% een groot risico op langdurende armoede. In Emmen is dat 3,8%.

In de gemeenten De Wolden, Aa en Hunze en Tynaarlo wonen naar verhouding de minste huishoudens met risico op armoede. Het aandeel huishoudens met een laag inkomen ligt rond de 5% en met een langdurig laag inkomen op minder dan 2%.

Aandeel huishoudens met langdurig laag inkomen neemt toe

Wanneer we het aandeel huishoudens met een laag inkomen door de tijd bekijken dan zien we een wat fluctuerend beeld. Van 2011 tot 2013 neemt in alle gemeenten het aantal huishoudens toe dat rond moet komen van een laag inkomen. Deze trend is te wijden aan de gevolgen van de economische crisis. In 2014 herstelde de economie in Nederland zich en zien we een daling van het aandeel huishoudens met een laag inkomen in vrijwel alle gemeenten. Na 2016 lijkt deze daling in de meeste gemeenten af te zwakken. Opvallend is de toename in het aandeel huishoudens met een laag inkomen in Meppel tussen 2016 en 2018 is dit aandeel met 0,8 procentpunten toegenomen.

Het aandeel huishoudens met een langdurig laag inkomen is bekend voor de jaren 2014 t/m 2018. In alle gemeenten neemt in deze periode het aandeel huishoudens dat langdurig moet rondkomen van een laag inkomen toe. Mensen die leven van een bijstandsuitkering verkeren relatief vaker in een situatie van langdurige armoede (zie ook risicogroepen voor armoede).

Aandeel huishoudens met een laag inkomen het hoogst in Emmense wijken

Wanneer we het aandeel huishoudens met een inkomen onder de lage inkomensgrens op wijkniveau gaan vergelijken, zien we dat de wijk Angelso in de gemeente Emmen het hoogste aandeel huishoudens met een laag inkomen telt, namelijk 16,1%. Andere wijken met een relatief hoog aandeel huishoudens met lage inkomens zijn: Emmermeer en Emmerhout, beide in de gemeente Emmen, de wijk Watertoren in de gemeente Meppel en de wijk Lariks in de gemeente Assen. Het aandeel huishoudens met een laag inkomen ligt in deze wijken tussen de 14% en 15%.

De twee wijken met relatief de minste huishoudens met lage inkomens, zijn ook te vinden in de gemeenten Meppel en Emmen. In de wijken Delftlanden (Emmen) en Nieuwveenselanden (Meppel) ligt het aandeel onder 1%.