Ontwikkeling (langdurig) lage inkomens

Ontwikkelingen in (langdurig) laag inkomen

Er is sprake van armoede wanneer iemand gedurende langere tijd niet de middelen heeft om te kunnen beschikken over de goederen en voorzieningen die in de samenleving als minimaal noodzakelijk gelden (SCP 2018). Bijvoorbeeld wanneer iemand onvoldoende inkomen heeft voor voeding of een goede woning. Mensen met een laag inkomen lopen een hoog risico op armoede, zeker als de situatie langere tijd voortduurt.

Wat is armoede?

Om te bepalen welke huishoudens arm zijn, hanteert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) de lage-inkomensgrens. In 2018 lag deze grens op € 1.060 voor een alleenstaande. Het gaat hier om het bedrag dat een eenpersoonshuishouden te besteden heeft na aftrek van belastingen en premies. Voor een koppel zonder kinderen was dat €1.460 en voor een koppel met twee minderjarige kinderen was dat € 2.000 (CBS 2019). Het CBS maakt onderscheid tussen huishoudens met een laag inkomen (tenminste een jaar) en huishoudens met een langdurig laag inkomen (tenminste vier jaar). Soms worden er ook andere inkomensgrenzen gebruikt om te bepalen welke huishoudens een laag inkomen hebben, zie ook criteria voor armoede.

Studentenhuishoudens en bewoners van instellingen, inrichtingen en tehuizen worden door het CBS buiten beschouwing gelaten. De bedragen worden jaarlijks aangepast aan ontwikkelingen van prijzen. Hierdoor is de lage inkomensgrens goed bruikbaar om vergelijkingen te maken over een langere periode. De meest recente data zijn uit 2018.

In Drenthe wonen in verhouding minder mensen met een laag inkomen dan in Nederland

Ruim 15.000 huishoudens in de provincie Drenthe leefden in 2018 onder de lage inkomensgrens. Dat is 7,1% van het totale aantal huishoudens. In Nederland was dat 7,9%. In 2018 moesten 6.000 huishoudens in Drenthe ten minste vier jaar op rij rondkomen van een laag inkomen; dat komt neer op 2,9% van alle huishoudens. Het aandeel huishoudens in Nederland dat langdurig in armoede leeft, lag iets hoger (3,3%).

In 2014 had nog respectievelijk 2,3% (Drenthe) en 2,7% (Nederland) van de huishoudens een langdurig laag inkomen. De toename komt voornamelijk doordat meer huishoudens langdurig afhankelijk zijn van een bijstandsuitkering (CBS 2018).

Hoogste risico op armoede in Assen en Emmen

Een landelijke vergelijking van het CBS (2018) laat zien dat vooral in grotere gemeenten relatief veel huishoudens met een hoger risico op armoede wonen. Dit zien we ook terug in Drenthe. Assen en Emmen hebben hier het grootste aandeel huishoudens met een laag inkomen, respectievelijk 8,7% en 8,8%. Dit zijn de huishoudens die in 2018 één jaar of langer onder de lage-inkomensgrens leven. In 2018 zien we voor het eerst dat dit percentage in Emmen hoger is dan in Assen.

In deze gemeenten zien we ook de meeste huishoudens die langdurig moeten rondkomen van een laag inkomen. Van alle huishoudens in Assen heeft 4% een groot risico op langdurende armoede. In Emmen is dat 3,8%.

In de gemeenten De Wolden, Aa en Hunze en Tynaarlo wonen naar verhouding de minste huishoudens met risico op armoede. Het aandeel huishoudens met een laag inkomen ligt rond de 5% en met een langdurig laag inkomen op minder dan 2%.

Aandeel huishoudens met langdurig laag inkomen neemt toe

Wanneer we het aandeel huishoudens met een laag inkomen door de tijd bekijken dan zien we een wat fluctuerend beeld. Van 2011 tot 2013 neemt in alle gemeenten het aantal huishoudens toe dat rond moet komen van een laag inkomen. Deze trend is te wijden aan de gevolgen van de economische crisis. In 2014 herstelde de economie in Nederland zich en zien we een daling van het aandeel huishoudens met een laag inkomen in vrijwel alle gemeenten. Na 2016 lijkt deze daling in de meeste gemeenten af te zwakken. Opvallend is de toename in het aandeel huishoudens met een laag inkomen in Meppel. Tussen 2016 en 2018 is dit aandeel met 0,8 procentpunten toegenomen.

Het aandeel huishoudens met een langdurig laag inkomen is bekend voor de jaren 2014 t/m 2018. In alle gemeenten neemt in deze periode het aandeel huishoudens dat langdurig moet rondkomen van een laag inkomen toe. Mensen die leven van een bijstandsuitkering verkeren relatief vaker in een situatie van langdurige armoede (zie ook risicogroepen voor armoede).

Aandeel huishoudens met een laag inkomen het hoogst in Emmense wijken

Wanneer we het aandeel huishoudens met een inkomen onder de lage inkomensgrens op wijkniveau gaan vergelijken, zien we dat de wijk Angelso in de gemeente Emmen het hoogste aandeel huishoudens met een laag inkomen telt, namelijk 16,1%. Andere wijken met een relatief hoog aandeel huishoudens met lage inkomens zijn:

  • De wijken Emmermeer en Emmerhout, beide in de gemeente Emmen;
  • De wijk Watertoren in de gemeente Meppel;
  • De wijk Lariks in de gemeente Assen.

Het aandeel huishoudens met een laag inkomen ligt in deze wijken tussen de 14% en 15%.

De twee wijken met relatief de minste huishoudens met lage inkomens, zijn ook te vinden in de gemeenten Meppel en Emmen. In de wijken Delftlanden (Emmen) en Nieuwveenselanden (Meppel) ligt het aandeel onder 1%.

Medewerker

Marian Feitsma

onderzoeker-adviseur

Delen via social media

Delen via social media

Betrokken medewerkers

Marian Feitsma

onderzoeker-adviseur

Jessy Snip

Onderzoeker

Meer weten?

Neem contact op met één van de betrokken medewerkers

Gerelateerd nieuws

Armoede

Lancering korte film over laaggeletterdheid in combinatie met schulden

Armoede

Dienstverlening voor mensen in armoede en schulden kan effectiever

Armoede

Armoedecijfers in beeld per gemeente

In Nederland moet bijna één op de tien huishoudens rondkomen van een laag inkomen. In Noord-Nederland zijn er relatief veel huishoudens met een laag inkomen. Mensen met een laag inkomen lopen een hoog risico op armoede, zeker als de situatie langere tijd voortduurt. Daarom is het belangrijk om inzicht te hebben in deze cijfers. Hoeveel procent va

Armoede

Nieuw feitenblad over doorbreken generatie-armoede

Generatie-armoede is een taai vraagstuk. Nieuwe generaties uit arme families hebben een grotere kans om ook arm te worden. De RUG, Sociaal Planbureau Groningen en Trendbureau Drenthe brachten de mechanismen hierachter in beeld. Ook is onderzocht waaraan interventies moeten voldoen. In samenwerking met de RUG bundelden Sociaal Planbureau Groningen

Armoede

Zes professionals reageren op het onderzoek 50 stemmen van mensen in armoede of schulden

De uitkomsten van het onderzoek 50 stemmen van mensen in armoede of schulden zijn herkenbaar, zowel de positieve als de negatieve punten. Dat blijkt uit gesprekken met zes professionals [1] die werkzaam zijn op het gebied van armoede of schulden. Zij gaven op verzoek van Sociaal Planbureau Groningen en Trendbureau Drenthe hun reactie gegeven op het

Publicaties

Armoede

Webinar '50 stemmen van mensen in armoede of schulden' terugkijken

Armoede

Feitenblad Armoede: het beeld van de gemeente Aa en Hunze 2020

Armoede

Feitenblad Armoede: het beeld van de gemeente Assen 2020