Ontwikkeling (langdurig) lage inkomens

Ontwikkelingen in (langdurig) laag inkomen

Er is sprake van armoede wanneer iemand gedurende langere tijd niet de middelen heeft om te kunnen beschikken over de goederen en voorzieningen die in de samenleving als minimaal noodzakelijk gelden (SCP 2019). Bijvoorbeeld wanneer iemand onvoldoende inkomen heeft voor voeding of een goede woning. Mensen met een laag inkomen lopen een hoog risico op armoede, zeker als de situatie langere tijd voortduurt.

Wat is armoede?

Om te bepalen welke huishoudens een risico op armoede hebben, hanteert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) de lage-inkomensgrens. In 2020 lag deze grens op € 1.100 voor een alleenstaande. Het gaat hier om het bedrag dat een eenpersoonshuishouden te besteden heeft na aftrek van belastingen en premies. Voor een koppel zonder kinderen was dat €1.550 en voor een koppel met twee minderjarige kinderen was dat € 2.110 (CBS 2021). Het CBS maakt onderscheid tussen huishoudens met een laag inkomen (tenminste een jaar) en huishoudens met een langdurig laag inkomen (tenminste vier jaar). Soms worden er ook andere inkomensgrenzen gebruikt om te bepalen welke huishoudens een laag inkomen hebben, zie ook criteria voor armoede.

Studentenhuishoudens en bewoners van instellingen, inrichtingen en tehuizen worden door het CBS buiten beschouwing gelaten. De bedragen worden jaarlijks aangepast aan ontwikkelingen van prijzen. Hierdoor is de lage inkomensgrens goed bruikbaar om vergelijkingen te maken over een langere periode. De meest recente data gaan over 2020.

In Drenthe wonen in verhouding minder mensen met een laag inkomen dan in Nederland

Ongeveer 12.800 huishoudens in de provincie Drenthe leefden in 2020 onder de lage inkomensgrens. Dat is 5,9% van het totale aantal huishoudens. In Nederland was dit 6,8%. In 2020 moesten 5.700 huishoudens in Drenthe ten minste vier jaar op rij rondkomen van een laag inkomen; dat komt neer op 2,8% van alle huishoudens. Het aandeel huishoudens in Nederland dat langdurig van een inkomen onder de lage inkomensgrens leeft, lag iets hoger (3,1%).

In 2014 had nog 2,3% van de huishoudens in Drenthe een langdurig laag inkomen, in Nederland was dit 2,7%. De toename komt voornamelijk doordat meer huishoudens langdurig afhankelijk zijn van een bijstandsuitkering (CBS 2021).

Naar verwachting is het aandeel huishoudens dat gedurende langere tijd moeite heeft om rond te komen hoger dan de cijfers over langdurig lage inkomens laten zien. Het CBS neemt in deze meting namelijk alleen huishoudens mee die vier achtereenvolgende jaren een inkomen onder de lage inkomensgrens hebben. Wanneer het inkomen van een huishoudens één of meerdere keren boven deze grens komt, bijvoorbeeld door een tijdelijke baan, worden deze niet meegenomen. Een eenmalig inkomen boven de grens wil echter niet zeggen dat deze huishoudens geen moeite meer hebben om rond te komen. Het duurt hierna weer vier jaar voordat een huishouden meegerekend wordt als een huishouden met een langdurig laag inkomen.

Hoogste risico op armoede in Assen en Emmen

Een landelijke vergelijking van het CBS (2021) laat zien dat vooral in grotere gemeenten relatief veel huishoudens met een hoger risico op armoede wonen. Dit zien we ook terug in Drenthe. De gemeenten Assen (7,1%) en Emmen (7,6%) hebben hier het grootste aandeel huishoudens met een laag inkomen. Dit zijn de huishoudens die in 2020 één jaar of langer onder de lage-inkomensgrens leven.

In deze gemeenten zien we ook de meeste huishoudens die langdurig moeten rondkomen van een laag inkomen. Van alle huishoudens in zowel Assen als Emmen leeft 3,6% al minstens vier jaar van een inkomen onder de lage inkomensgrens.

In de gemeenten De Wolden en Tynaarlo wonen naar verhouding de minste huishoudens met risico op armoede. Het aandeel huishoudens met een laag inkomen ligt in beide gemeenten op 4,1% en met een langdurig laag inkomen op 1,7%.

Aandeel huishoudens met langdurig laag inkomen neemt af

Wanneer we het aandeel huishoudens met een laag inkomen door de tijd bekijken, dan zien we een wat fluctuerend beeld. Van 2011 tot 2013 neemt in alle gemeenten het aantal huishoudens dat rond moet komen van een laag inkomen toe. Deze trend is waarschijnlijk grotendeels te wijden aan de gevolgen van de economische crisis. In 2014 herstelde de economie in Nederland zich en zien we een daling van het aandeel huishoudens met een laag inkomen in vrijwel alle gemeenten. Na 2016 lijkt deze daling in de meeste gemeenten af te zwakken. Opvallend is de toename in het aandeel huishoudens met een laag inkomen in Meppel. Tussen 2016 en 2018 is dit aandeel met 0,8 procentpunten toegenomen. Tussen 2018 en 2020 heeft deze stijging niet doorgezet. In 2020 zien we in alle Drentse gemeenten een verdere afname ten opzichte van 2019 in het aantal huishoudens met een laag inkomen, met name in Assen en Borger-Odoorn.

Deze afname geldt ook voor het aantal huishoudens met een langdurig laag inkomen. Waar we in 2019 een toename zagen in de meeste gemeenten (9 van de 12), zien we in 2020 in vrijwel alle gemeenten een lichtelijke afname van het aantal huishoudens dat een langdurig laag inkomen heeft, behalve in gemeente De Wolden, daar zien we al sinds 2016 een toename. De daling is deels te verklaren door de toegenomen koopkracht vanwege de lopende cao-afspraken, de financiële regelingen vanwege het coronavirus (zoals steunpakketten) en andere maatregelen vanuit de overheid (CBS 2021).

Daarentegen ligt het aantal huishoudens dat langdurig moet rondkomen van een laag inkomen in alle gemeenten in 2020 nog steeds hoger dan in 2014 (het eerste jaartal waarvoor data beschikbaar is). Mensen die leven van een bijstandsuitkering, verkeren relatief vaker in een situatie van langdurige armoede (zie ook risicogroepen voor armoede).

Medewerker

Jessy Snip

Onderzoeker

Betrokken medewerkers

Erik Meij

Erik Meij

onderzoeker

  • Mail
Jessy Snip

Jessy Snip

Onderzoeker

  • Mail
  • LinkedIn

Meer weten?

Neem contact op met één van de betrokken medewerkers

Gerelateerd nieuws

Armoede

Nieuwste cijfers over armoede en problematische schulden

Armoede

Dagelijks leven van mensen in armoede onder druk door ingrepen in leefomgeving

Armoede

Handreiking voor beleid en ondersteuning bij generatiearmoede in nieuw feitenblad

Tussen families in generatiearmoede bestaan grote onderlinge verschillen. Beleid en ondersteuning zouden daar meer rekening mee moeten houden. Dit is de gedachte achter en in het nieuwe feitenblad van Sociaal Planbureau Groningen, Trendbureau Drenthe en Rijksuniversiteit Groningen (RUG). In het feitenblad illustreren zeven families Lukkien deze ged

Armoede

Lancering korte film over laaggeletterdheid in combinatie met schulden

Mensen met financiële problemen blijken vaak moeite te hebben met lezen. In een korte film van de GKB, in samenwerking met Gemeente Assen, Vaart Welzijn en Het Taalhuis, vertellen ervaringsdeskundige Johannes en Kitty Zomer, inkomensbeheerder GKB, over hun ervaringen. Johannes vertelt in het interview over zijn laaggeletterdheid in co

Armoede

Dienstverlening voor mensen in armoede en schulden kan effectiever

Heel wat organisaties bieden dienstverlening voor mensen in armoede of schulden. Vaak helpt de dienstverlening haar cliënten vooruit, maar niet zelden brengt ze frustratie of zelfs nieuwe problemen mee. Het onderzoek '50 stemmen van mensen in armoede of schulden' liet dit begin 2020 al zien op basis van 50 interviews. Uit bijna alle reacties op he

Publicaties

Armoede

Feitenblad Diversiteit in generatiearmoede

Armoede

Kleine ondernemers zinken door corona weg in schuldenmoeras. Hulp van de overheid is lastig te krijgen // DvhN

Armoede

Online conferentie over armoede en laaggeletterdheid