Kinderen in armoede
Kinderen en jongeren in armoede groeien op onder moeilijke omstandigheden. Dingen die voor andere kinderen normaal zijn, hebben of kunnen zij vaak niet. Daarnaast hebben ze vaker te maken met spanningen binnen het gezin, sociale uitsluiting en vooroordelen. Opgroeien in armoede kan gevolgen hebben voor de rest van je leven.
In de armoedemonitor gebruiken we de nieuwe armoedegrens en het sociaal minimum om inzicht te krijgen in de ontwikkelingen op het gebied van armoede in de Drentse gemeenten. Voor meer informatie over de verschillende inkomensgrenzen in de armoedemonitor, zie de pagina Toelichting inkomensgrenzen. Het filter links bovenin de figuren geeft de optie om het sociaal minimum of de nieuwe armoedegrens weer te geven.
In de provincie Drenthe groeien minder kinderen op in armoede dan gemiddeld in Nederland
Naar verhouding groeien in de provincie Drenthe minder kinderen op in een huishouden met een inkomen onder de armoedegrens dan in de rest van Nederland. In heel Nederland leefde in 2024 2,8% van de minderjarige kinderen (jonger dan 18 jaar) in een gezin dat moest rondkomen van een inkomen onder de nieuwe armoedegrens (0,7% langdurig, oftewel minstens drie jaar op rij). In de provincie Drenthe was dat 2,2% van alle minderjarige kinderen, en 0,4% langdurig. Het gaat dan in totaal om ongeveer 1.900 minderjarige kinderen in armoede en 400 kinderen in een huishouden met langdurige armoede. De gemeenten Aa en Hunze en Emmen tellen naar verhouding de meeste kinderen in een huishouden met een inkomen onder de nieuwe armoedegrens (2,6%).
Ook wanneer we kijken naar het aandeel kinderen in een huishouden met een inkomen onder het sociaal minimum, zien we in de provincie een lager aandeel dan landelijk (3,6% t.o.v. 4,3% landelijk). In de gemeente Assen leven naar verhouding de meeste kinderen in een huishouden onder het sociaal minimum (4,4%), gevolgd door de gemeente Emmen (4,3%).
In heel Nederland leefde 0,7% van de minderjarige kinderen (jonger dan 18 jaar) in een gezin dat minstens drie jaar op rij moest rondkomen van een inkomen onder de nieuwe armoedegrens. In de provincie Drenthe was dat 0,4% van alle minderjarige kinderen. In de gemeente Emmen wonen naar verhouding de meeste kinderen in huishoudens met langdurige armoede (0,6%).
Trend 2018-2024
Tussen 2018 en 2023 zien we in Nederland dat het aandeel minderjarige kinderen in armoede afneemt. Dat geldt ook voor de provincie Drenthe. Tussen 2023 en 2024 is het aandeel kinderen in armoede ongeveer gelijk gebleven. Het aandeel volwassen inwoners in armoede is in 2024 toegenomen ten opzichte van het voorgaande jaar. Deze stijging zien we bij de kinderen niet. Dit komt doordat gezinnen met kinderen profijt hadden van de verhoging van het kindgebonden budget (CBS, 2025). In de gemeenten Aa en Hunze en Westerveld is het aandeel kinderen in armoede tussen 2023 en 2024 wel toegenomen. Als we kijken naar de achtergrond van deze gezinnen is het waarschijnlijk dat deze toename is toe te schrijven aan de opvang van vluchtelingen in deze gemeenten.
Als we de trend van het aandeel kinderen in een gezin met een inkomen onder het sociaal minimum bekijken, zien we dat de ontwikkeling van het aandeel kinderen in deze huishoudens iets stabieler is over tijd. Het CBS raadt af om het sociaal minimum te gebruiken om inzicht te verkrijgen in de ontwikkeling van armoedeproblematiek over de tijd. Zie daarover de pagina Toelichting inkomensgrenzen.
Risicogroepen
Kinderen in eenoudergezinnen lopen meer risico om in armoede terecht te komen dan kinderen in een tweeoudergezin. In de provincie Drenthe leeft 6,8% van de kinderen in een eenoudergezin onder de nieuwe armoedegrens; bij de kinderen in een tweeoudergezin is dit 1,3. In Nederland zijn dit respectievelijk 7,3% en 1,9%.
In de gemeenten Westerveld en Aa en Hunze is het aandeel kinderen in eenoudergezinnen dat in armoede leeft het hoogst (respectievelijk 13,1% en 12,2%). Afgerond gaat het in de gemeente Aa en Hunze om 100 kinderen, in de gemeente Westerveld zijn het er minder dan 50.