Inwoners in armoede
Er is sprake van armoede wanneer iemand gedurende langere tijd niet de middelen heeft om te kunnen beschikken over de goederen en voorzieningen die in de samenleving als minimaal noodzakelijk gelden. Hiervan is bijvoorbeeld sprake wanneer iemand onvoldoende inkomen heeft voor voeding of een geschikte woning.
Hoe meten we armoede?
In 2024 ontwikkelden CBS, SCP en Nibud een nieuwe methode om armoede aan te duiden (CBS, Nibud & Sociaal en Cultureel Planbureau, 2024). Hierin wordt niet alleen gekeken naar de inkomsten van een huishouden, maar er wordt ook rekening gehouden met de vaste lasten (woon- en energiekosten) en het spaargeld van een huishouden. Vanaf 2026 gebruiken we deze nieuwe armoedegrens in de armoedemonitor.
Daarnaast volgen we ook de ontwikkelingen van het aantal inwoners onder het sociaal minimum. Veel gemeenten gebruiken (een percentage van) het sociaal minimum bij de toekenning van gemeentelijke regelingen. Het volgen van het aandeel inwoners onder het sociaal minimum geeft dus inzicht in de ontwikkeling van de omvang van de doelgroep van deze regelingen. Voor meer informatie over de verschillende inkomensgrenzen in de armoedemonitor, zie de pagina Toelichting inkomensgrenzen.
Het filter links bovenin de figuren geeft de optie om het sociaal minimum of de nieuwe armoedegrens weer te geven.
In de provincie Drenthe wonen naar verhouding minder mensen met een inkomen onder de nieuwe armoedegrens dan in Nederland
Ongeveer 11.300 inwoners van de provincie Drenthe leefden in 2024 onder de nieuwe armoedegrens. Dat is 2,3% van het totale aantal inwoners. In Nederland was dat 3,1%. Het aandeel inwoners met een inkomen onder het sociaal minimum is hoger dan het aandeel inwoners onder de nieuwe armoedegrens. Dit kan bijvoorbeeld komen doordat een deel van deze inwoners voldoende spaargeld heeft. In de provincie Drenthe heeft 3,5% van de inwoners een inkomen onder het sociaal minimum. Dat zijn ongeveer 16.800 inwoners. In Nederland is dit aandeel wat hoger (4,3%).
In 2024 moesten 2.800 inwoners in Drenthe langdurig (minstens drie jaar op rij) rondkomen van een inkomen onder de nieuwe armoedegrens; dat komt neer op 0,6% van alle inwoners. Het aandeel inwoners in Nederland dat langdurig onder de nieuwe armoedegrens leeft lag iets hoger (0,7%). Zo’n 6.700 inwoners in Drenthe leven al tenminste 4 jaar op rij van een inkomen onder het sociaal minimum, dat is 1,4% van de inwoners. Ook dit aandeel is lager dan landelijk (1,9%).
Hoogste aandeel inwoners in armoede in de gemeente Emmen
De gemeente Emmen heeft het hoogste aandeel inwoners dat onder de nieuwe armoedegrens leeft (2,9%), gevolgd door de gemeente Assen (2,7%). Het aandeel inwoners onder het sociaal minimum is het hoogst in de gemeente Assen (4,3%), gevolgd door de gemeente Emmen (4,1%). In geen enkele Drentse gemeente is het aandeel inwoners in armoede hoger dan het landelijke gemiddelde. In de berekening van de nieuwe armoedegrens zijn geen kosten opgenomen voor het hebben en gebruiken van een auto. Dit wordt in de meer landelijke gemeenten echter vaak wel als noodzakelijk gezien (CBS, 2024). Wanneer deze kosten wel meegenomen zouden worden in de landelijke gemeenten, zal het aandeel inwoners onder de nieuwe armoedegrens hoger liggen.
Aandeel inwoners onder de armoedegrens toegenomen
Wanneer we het aandeel inwoners met een inkomen onder de nieuwe armoedegrens door de tijd bekijken, zien we van 2018 tot 2023 een sterke daling. Tussen 2023 en 2024 zien we voor het eerst een toename van het aandeel inwoners in armoede. Deze stijging zien we zowel landelijk als provinciaal. Ook in de meeste Drentse gemeenten zien we deze stijging terug. In de gemeenten De Wolden en Coevorden is het aandeel inwoners in armoede gelijk gebleven. Het CBS geeft aan dat deze stijging met name veroorzaakt werd door het wegvallen van de energiemaatregelen.
Het aandeel inwoners met een inkomen onder het sociaal minimum is stabieler over tijd dan het aandeel inwoners onder de armoedegrens. Het CBS raadt af om het sociaal minimum te gebruiken om inzicht te verkrijgen in de ontwikkeling van armoedeproblematiek over de tijd. Een verhoging (of verlaging) van het sociaal minimum is namelijk afhankelijk van de economische situatie en politieke besluitvorming. Een politieke beslissing om het sociaal minimum te verhogen (of te verlagen) zorgt per definitie voor een toename (dan wel afname) van het aantal inwoners onder deze inkomensgrens. Hierdoor lijkt de armoedeproblematiek toe (of af) te nemen, terwijl de inkomens van inwoners niet lager (of hoger) zijn geworden. Gemeenten kunnen deze ontwikkeling wel volgen om grip te krijgen op de omvang van de doelgroepen die zij willen bereiken met de minimaregelingen. Zie de pagina Toelichting inkomensgrenzen voor meer toelichting hierover.
Het aandeel huishoudens in langdurige armoede is bekend voor de jaren 2020 tot en met 2024. In alle Drentse gemeenten neemt het aandeel huishoudens in langdurige armoede af tussen 2020 en 2023. In 2023 is deze daling gestagneerd.