Overgang naar voortgezet onderwijs

Overgang naar voortgezet onderwijs

Een bepalend moment voor het uiteindelijke opleidingsniveau van een leerling is de overgang van de basisschool naar het voortgezet onderwijs. Aan het eind van de basisschool wordt gekozen voor het niveau van het voortgezet onderwijs. Het advies van de basisschool speelt hierin een grote rol. Het is dus heel belangrijk dat het advies zo goed mogelijk past bij de kwaliteiten van de leerling. Waar de leerling geboren is, op school heeft gezeten of welke leraar hij of zij gehad heeft, moet geen verschil maken voor de kansen die de leerling krijgt. Nadat de school het advies heeft gegeven, volgt de (landelijke) eindtoets. De eindtoets levert een toetsadvies op, dat dient als back-up. Alleen als het toetsadvies hoger uitvalt als het advies van de basisschool kan dit oorspronkelijke advies worden heroverwogen. Een heroverweging kan, maar hoeft niet tot een aangepast advies te leiden. De Drentse Onderwijsmonitor heeft in 2016 een verdiepingsslag gemaakt op dit onderwerp. We kijken hier onder andere naar Drentse schooladviezen, wijken deze af van landelijke advisering? In welke mate worden schooladviezen herzien? En hoe verhoudt het advies van de basisschool zich met het uiteindelijke voortgezet onderwijsniveau, waar de leerling examen in doet?

Eindtoetsen in het basisonderwijs

De scholen in het reguliere basisonderwijs zijn verplicht een eindtoets af te nemen in groep 8. De eindtoets meet wat het niveau van de leerling op taal en rekenen is en in hoeverre een referentieniveau is behaald. De eindtoets wordt ook gebruikt als hulpmiddel om een passend vervolgonderwijs te bepalen. Vanaf schooljaar 2014-2015 zijn de eindtoetsen verplicht. Scholen kunnen kiezen uit een aantal toetsen. In schooljaar 2018-2019 ging het om 5 toetsen: de Centrale eindtoets (CET), Route-8-eindtoets, IEP-eindtoets, Dia-eindtoets en de AMN-eindtoets.

In het kort

  • In 2019 maakte 35% van de Drentse leerlingen de CET, 38% de IEP-toets en 25% de Route-8-toets.
  • Er zijn regionale verschillen wanneer het gaat om toetskeuze: in de noordelijke gemeenten wordt de IEP-toets het vaakst afgenomen.
  • De IEP-toets wordt steeds vaker gebruikt in Drenthe en de CET-toets steeds minder vaak (in 2016 IEP nog 22% en CET 55%).
  • De Drentse toetskeuze verschilt van de landelijke: IEP en Route 8 worden veel vaker gebruikt en CET minder vaak.

 

Afname gebruik CET-toets op Drentse scholen zet door

Een aantal jaren geleden werd de Centrale eindtoets, de CET (ontwikkeld door het zelfstandige bestuursorgaan van de overheid, het College voor Toetsen en Examens, CvTE) nog door meer dan de helft van de Drentse basisschoolleerlingen gemaakt. Aan het eind van schooljaar 2015-2016, toen de mogelijkheid voor scholen om te kiezen uit toetsen van meerdere aanbieders al bestond, werd de CET door 55% van de Drentse leerlingen gemaakt. Dat was op dat moment al een veel kleiner aandeel dan de landelijke 76%. De Drentse scholen waren toen al wat uitgesprokener in hun voorkeur voor de mogelijke alternatieven.

Onderstaande visualisatie laat zien dat aan het eind van schooljaar 2018-2019 35% van de Drentse kinderen de CET-toets deden. Het aandeel dat de IEP-toets maakte (38%) overtreft dit. Landelijk ligt dit nog heel anders. Ook in de rest van Nederland wordt blijkbaar minder vaak de CET-toets afgenomen en vaker gekozen voor de IEP-toets, maar nog altijd de helft van de leerlingen heeft de CET gemaakt. Ook de ROUTE 8-toets is in Drenthe populair. Een kwart van de Drentse leerlingen heeft deze in 2019 gemaakt. Dit aandeel is echter wel al een aantal jaren redelijk stabiel.

In de visualisatie (eerste tabblad) is ook te zien dat de keuze voor de toetsen behoorlijk verschilt per regio. Zo is de IEP-toets in de noordelijke gemeenten door meer dan 50% van de leerlingen gemaakt, terwijl in Zuidwest nog geen kwart en in Zuidoost nog geen derde deel van de leerlingen de IEP maakte. De Dia- en de AMN-toets zijn vrijwel alleen in de noordelijke gemeenten afgenomen. De Centrale eindtoets is het minst afgenomen in Zuidwest-Drenthe.

Resultaten op de eindtoets

Het onderdeel ‘Eindtoetsen in het basisonderwijs’ gaat over de verschillende eindtoetsen die gebruikt zijn in het Drentse basisonderwijs. We kijken in dit deel naar de resultaten op de in Drenthe gebruikte toetsen. Wat zijn de scores op de toetsen en hoe valt een vergelijking met de inspectienormen uit?

In het kort

  • In 2019 is de Drentse gemiddelde score op de CET-toets iets lager dan het landelijk gemiddelde (resp. 535,4 en 536,2).
  • In 2019 is de Drentse gemiddelde score op de IEP-toets iets hoger dan het landelijk gemiddelde (resp. 82,8 en 82,2).
  • In 2019 is de Drentse gemiddelde score op de Route-8-toets iets lager dan het landelijk gemiddelde (resp. 194,9 en 200,2).
  • 66% van de Drentse scholen scoort op de eindtoets op of boven de inspectienorm (landelijk 72%).

 

Score CET-toets iets lager en IEP-toets iets hoger in Drenthe dan landelijk

We zagen al dat de CET-eindtoets in Drenthe steeds minder vaak gebruikt wordt. In 2019 deed 35% van de Drentse basisschoolleerlingen de CET (landelijk 50%). In de visualisatie is te zien dat de Drentse leerlingen die in 2019 de CET maakten gemiddeld de score 535,4 halen. Dat is iets lager dan landelijk. Te zien is dat leerlingen in Noord- en Midden-Drenthe net iets boven het landelijk gemiddelde scoren.

Bij de IEP-toets (in Drenthe door 38% van de leerlingen gemaakt, landelijk door 30%) is de Drentse gemiddelde score een fractie hoger (82,8) dan landelijk (82,2). Ook hier is het gemiddelde in Noord- en Midden-Drenthe weer het hoogst.

Bij de Route-8-toets (door 25% van de leerlingen gemaakt) is de gemiddelde Drentse score lager dan landelijk. Hier zien we een laag gemiddelde in Noord- en Midden-Drenthe. Het is wel belangrijk om daarbij voor ogen te houden dat de Route-8-toets maar in 7% van de gevallen in Noord- en Midden-Drenthe is afgenomen.

De gemiddelde scores op de AMN-toets en DIA-toets zijn slechts indicatief vanwege de kleine aantallen.

De gemiddelde scores komen overigens overeen met een vmbo-gt-/havo-advies.

In Drenthe relatief iets minder scholen die op of boven inspectienorm scoren op eindtoets dan landelijk

In de volgende visualisatie zie je de resultaten op de eindtoets vergeleken met de norm van de Inspectie van het Onderwijs. Voor elke toets waarmee een basisschool zich verantwoordt over de leerresultaten, bestaan eigen ondergrenzen (normen). Deze ondergrenzen houden rekening met de leerling populatie op de basisschool (percentage gewogen leerlingen). Als de gemiddelde schoolscore op of boven de ondergrens ligt, zijn de resultaten in dat schooljaar voldoende.

Je kunt zien dat er in Drenthe relatief iets minder (66%) scholen op of boven de inspectienorm zitten dan landelijk (72%). Een kwart van de Drentse scholen zit onder de norm. Van 7% van de scholen zijn geen gegevens bekend.

Schooladviezen

Aan het eind van het schooljaar 2018-2019 kregen bijna 5.300 Drentse groep-8-leerlingen een advies van hun basisschool voor het voortgezet onderwijs. We kijken hier naar het definitieve schooladvies. Dat is het uiteindelijke advies dat wordt gegeven als ook de verplichte landelijke eindtoets is gemaakt. Dit definitieve advies is op basis van een door de school gegeven voorlopig advies dat al dan niet wordt bijgesteld op basis van het resultaat op de landelijke eindtoets.

De landelijke eindtoets wordt in de regel afgenomen tussen half april en half mei. De eindtoets heeft voor de leerling een toetsadvies als resultaat. Als het toetsadvies hoger is dan het voorlopige schooladvies, moet de school dit advies heroverwegen. Het advies kan (in overleg met ouders/ verzorgers) naar boven worden bijgesteld. Omgekeerd kan niet. Wanneer het toetsadvies lager uitvalt dan het oorspronkelijke schooladvies, leidt dit niet tot een aanpassing.

We zien al meerdere jaren achtereen dat in Drenthe minder vaak havo-vwo- en vwo-advies wordt gegeven dan landelijk. Dat is ook dit schooljaar weer het geval. In de visualisatie zie je de definitieve schooladviezen voor het reguliere basisonderwijs en het speciale basisonderwijs zowel voor beide typen onderwijs samen als apart (te kiezen in de tabbladen).

In het kort

  • In Drentse basisscholen is het percentage vwo-adviezen en havo-vwo-adviezen lager dan landelijk (resp. 17% tegen 20% en 8% tegen 11%).
  • Het aandeel vmbo-adviezen is in Drenthe hoger dan landelijk (respectievelijk 45% en 41%).
  • Het speciaal basisonderwijs in Drenthe adviseert in 2018-2019 vaker praktijkonderwijs en vso dan landelijk. De helft van de leerlingen in Drenthe krijgt een advies voor praktijkonderwijs.
  • Scholen in Noord- en Midden-Drenthe adviseren vaker vwo-onderwijs dan in de overige regio’s.
  • Scholen Zuidoost-Drenthe adviseren veel minder vaak vwo-onderwijs dan in de rest van Drenthe.
  • Het aandeel dubbeladviezen is na een aanvankelijke afname in 2012 en 2013 weer aan het toenemen.
  • Het aandeel dubbeladviezen is in Drenthe lager dan landelijk (resp. 26% en 29%).
  • Het aandeel dubbeladviezen is het laagst in Noord- en Midden-Drenthe (22%).
  • Het aandeel verwijzingen naar de beroepsgerichte leerwegen in het vmbo is lager dan een aantal jaren geleden, iets boven de 20%.
  • In Zuidoost-Drenthe is in een kwart van de gevallen een verwijzing naar een beroepsgerichte vmbo-opleiding.

 

In Drenthe minder vaak havo/vwo- of vwo-advies dan landelijk

In de visualisatie zie je de schooladviezen van het Drentse basisonderwijs (er kan ook gekozen worden in de visualisatie voor speciaal onderwijs) in vergelijking met de landelijke advisering. De verschillen zijn vooral te zien bij de vwo-advisering en havo-vwo-advisering. In Drenthe wordt er minder vaak naar vwo of havo-vwo verwezen dan landelijk. Zeventien procent van de adviezen in Drenthe zijn voor het vwo, waar dat landelijk 20% is. Bij havo-vwo gaat het in Drenthe om 8% en landelijk om 11%. Daarentegen wordt er in Drenthe vaker naar het vmbo verwezen, in het bijzonder naar vmbo-kl. De visualisatie geeft ook de mogelijkheid de advisering voor andere jaren te bekijken. We zien dat ondanks dat het om andere percentages gaat, het algehele beeld ongeveer hetzelfde blijft.

Regionale verschillen in advisering zijn groot: Zuidoost-Drenthe koploper in vmbo-adviezen. In Noord- en Midden-Drenthe zijn de meeste vwo-adviezen

In de onderstaande visualisatie is te zien dat de scholen in Noord- en Midden-Drenthe vergeleken met de andere regio’s verreweg het vaakst een vwo-advies afgeven (21%) en het minst vaak een vmbo-advies (41%). In de visualisatie kun je kiezen voor welk schooljaar je de gegevens wilt zien. De percentages verschillen over de jaren maar het beeld blijft min of meer gelijk: meer vwo-adviezen en minder vmbo-adviezen in Noord- en Midden-Drenthe dan in andere regio’s.

Scholen in Noord- en Midden-Drenthe geven minder vaak dubbel adviezen dan in andere regio’s

Het schooladvies kan voor één of twee schooltypes (bijvoorbeeld havo of havo-vwo) worden gegeven. Sommige leerlingen hebben baat bij een ‘dubbel advies’. Bijvoorbeeld de leerlingen waarbij het nog niet helemaal duidelijk is welke schoolsoort het beste bij hen past, of voor leerlingen die om wat voor reden dan ook een achterstand hebben opgelopen.

In de visualisatie hieronder is onder tabblad ‘gebieden’ een vergelijking tussen de Drentse regio’s te zien voor wat betreft het aandeel dubbeladviezen en aandeel havo-plus-adviezen (havo, havo-vwo en vwo). We zien het meeste havo-plus-adviezen in Noord- en Midden-Drenthe en het minste in Zuidoost-Drenthe. Laatstgenoemde regio heeft zelfs 10 procentpunten minder havo-plus-adviezen dan landelijk. Wat betreft de dubbeladviezen staan de scholen in Noord- en Midden-Drenthe onderaan. Zuidoost-Drenthe staat hier aan kop.

Onder het tabblad ‘jaren’ kun je het verloop van de aandelen havo-plus- en dubbeladviezen over de jaren zien. In de figuur is ook het aandeel adviezen voor een beroepsgerichte vmbo-opleiding (bl en kl) toegevoegd. We zien dat het aandeel havo-plus-adviezen al jaren redelijk op hetzelfde niveau blijft. Het aandeel dubbeladviezen laat een duidelijke dip zien in 2013-14, 2014-15 en 2015-16. Daarna zien we een toename. Het aandeel vmbo-beroepsgerichte-adviezen heeft een ‘piek’ in 2014-15. Het meest recente cijfer is met 22% iets hoger dan landelijk (20%).

Heroverweging en bijstelling van de schooladviezen

Als uit de eindtoets een ‘hoger’ advies volgt dan het oorspronkelijke schooladvies, dan moet het oorspronkelijke schooladvies worden heroverwogen. In overleg met de leerling en de ouders kan de school het advies dan naar boven bijstellen. Het is overigens niet verplicht om dat te doen. Het omgekeerde, een ‘lager’ toetsadvies dan het oorspronkelijke schooladvies leidt overigens niet tot een heroverweging. Leerlingen die op de eindtoets gelijk presteren moeten dezelfde mogelijkheden hebben voor vervolgonderwijs. Het is dus van belang te kijken wat een rol speelt bij het verschil tussen het toetsadvies en het schooladvies. We zagen in eerdere jaren al dat een hoger toetsadvies dan schooladvies (en dus een aanleiding tot heroverweging) in Drenthe vaker voorkomt dan landelijk. Hier kijken we hoe vaak de heroverweging en de aanpassing (het bijstellen) van het  schooladvies voorkomen.

In het kort

  • In Drenthe heeft de eindtoets van het jaar 2019 in 48% van de gevallen aanleiding gegeven tot een verplichte heroverweging van het schooladvies (landelijk 41%).
  • Een vijfde deel van de schooladviezen die verplicht moeten worden heroverwogen is daadwerkelijk bijgesteld (landelijk gebeurde dit in een kwart van de gevallen).
  • Van het totaal aantal schooladviezen is ongeveer 10% herzien (in Drenthe en landelijk).
  • Scholen in Westerveld en Meppel hebben het vaakst de adviezen bijgesteld omdat het eindtoetsadvies hoger uitviel dan het oorspronkelijke schooladvies. In Midden-Drenthe waar het vaakst sprake van was een hoger eindtoetsadvies dan het oorspronkelijke schooladvies, is het minst vaak het advies bijgesteld.

 

Schooladviezen in Drenthe komen vaker in aanmerking voor heroverweging dan landelijk

Aan het eind van schooljaar 2018-2019 was er in Drenthe in 48% van de gevallen aanleiding om het schooladvies te heroverwegen op basis van het resultaat van de eindtoets. Dit is vaker dan landelijk (41%). Van deze heroverwegingen, of althans verplichting tot heroverweging, heeft uiteindelijk een vijfde deel tot een herzien advies geleid. Landelijk is dit iets meer, namelijk in bijna een kwart van de gevallen. Van alle schooladviezen is 10% uiteindelijk herzien. In de visualisatie zijn de cijfers van het vorige schooljaar ook te kiezen.

In Westerveld en Meppel worden de adviezen het vaakst bijgesteld

Er zijn grote verschillen tussen de scholen wanneer we kijken hoeveel van de heroverwogen schooladviezen daadwerkelijk worden bijgesteld. In de visualisatie is dit te zien onder het tweede tabblad. De scholen in Westerveld en Meppel stellen het vaakst de adviezen bij na de heroverweging.

We moeten hierbij wel rekening houden met de verschillen tussen het aantal adviezen dat moet worden heroverwogen, omdat het eindtoetsadvies hoger uitvalt dan het oorspronkelijke schooladvies. Dit is te zien onder het eerste tabblad. In Meppel en Tynaarlo komt dit het minst vaak voor.

Van het totaal aantal adviezen zijn er uiteindelijk in Westerveld het meeste bijgesteld (zie het derde tabblad). In Midden-Drenthe gebeurt dit het minst vaak, terwijl daar wel relatief het vaakst het eindtoets advies hoger is uitgevallen dan het oorspronkelijke schooladvies (zie tabblad 1).

In de visualisatie kun je kiezen voor een schooljaar waarvan het aandeel heroverwegingen en bijstellingen te zien is. Hieruit blijkt duidelijk dat de onderlinge verschillen tussen de gemeenten ook over de jaren verschillen.

Gelijke kansen in het onderwijs

Kinderen met dezelfde talenten moeten gelijke kansen krijgen in het onderwijs. Dat dit niet altijd het geval is, blijkt uit onderzoek van de Inspectie van het Onderwijs (2016, 2017) en eveneens uit de gegevens van de Drentse Onderwijsmonitor 2016 en 2017. Bij gelijke toetsprestaties werden leerlingen met laagopgeleide ouders anders (vaker een ‘lager’ niveau vervolgonderwijs) geadviseerd dan leerlingen met hoogopgeleide ouders.

De vergelijking tussen het oorspronkelijke advies van de basisschool en het advies op basis van de landelijke eindtoets zegt iets over gelijke kansen bij leerlingen met dezelfde talenten. We kijken in dit deel of factoren, zoals de achtergrond van de leerling of het type eindtoets dat gemaakt is, een rol spelen bij het verschil tussen schooladvies en toetsadvies. Komt het bij een groep leerlingen met bepaalde achtergrond vaker voor dat het toetsadvies hoger is dan het schooladvies dan bij een andere groep? En hoe vaak wordt het schooladvies bijgesteld en verschilt dat nog per groep? In hoeverre maakt het voor het verloop van de schoolloopbaan uit ‘waar de wieg van de leerling’ heeft gestaan?’

In het kort

  • Bij leerlingen die de CET hebben gedaan is de kans dat het advies van de toets hoger uitvalt dan het oorspronkelijke schooladvies groter dan bij de andere toetsen.
  • Een paar jaar geleden was de keuze voor het type eindtoets van grotere invloed op het verschil tussen schooladvies en toetsadvies dan nu.
  • Een hoger eindtoetsadvies dan het schooladvies komt in alle drie de woonregio’s even vaak voor.
  • Het opleidingsniveau van ouders heeft geen invloed op de mate waarin het advies van de eindtoets hoger is dan dat van het oorspronkelijke schooladvies.
  • Herziene schooladviezen komen vaker voor bij leerlingen die de Route-8-toets hebben gedaan.
  • Het percentage herziene adviezen verschilt niet bij leerlingen uit verschillende woongebieden en leerlingen van hoog- of laagopgeleide ouders.

In welke gevallen verschilt het toetsadvies het vaakst van het schooladvies?

We zagen bij het onderdeel ‘Toetsadviezen vergeleken met de oorspronkelijke schooladviezen’ dat in 38% van de gevallen het toetsadvies ‘hoger’ uitvalt dan het oorspronkelijke schooladvies. Het moet niet uitmaken waar je vandaan komt, op welke school je zit, welke toets je maakt, of je jongen of meisje bent, of uit welk gezin je komt. Bij elke groep leerlingen moet ongeveer in de zelfde mate voorkomen dat het toetsadvies afwijkt van het schooladvies. Als dit niet het geval is, dan zou je dit kunnen aanmerken als kansen (on)gelijkheid.

In de visualisatie is te zien dat (tabblad ‘eindtoets’) de CET vaker dan de andere toetsen een hoger advies oplevert dan het oorspronkelijke schooladvies. De mate waarin dit voorkomt is statistisch significant. Vorig jaar (in de visualisatie kan het schooljaar worden gekozen) waren de verschillen iets minder groot. In schooljaar 2015-2016 waren de verschillen daarentegen behoorlijk: de IEP adviseerde in meer dan de helft van de gevallen hoger dan de school en de Route-8-toets slechts in 17% van de gevallen. In 2014-2015 waren de verschillen nog veel groter. Naar aanleiding van deze geconstateerde verschillen heeft het Ministerie onderzoek laten uitvoeren naar verklaringen hiervoor. De uitkomsten waren aanleiding om (een aantal) toetsleveranciers te vragen opnieuw naar hun normeringen te kijken.

Onder het tabblad ‘regio’ is te zien dat dat het in alle drie de regio’s ongeveer even vaak voorkomt dat het toetsadvies hoger is dan het schooladvies. In alle regio’s komt dit in 38/39% van de gevallen voor. Vorig jaar kwam in Noord- en Midden-Drenthe minder vaak voor dat het toetsadvies hoger uitviel dan het schooladvies. Twee jaar geleden was hier juist vaker sprake van dan in andere regio’s.

Het maakt vrijwel niet uit of de leerlingen wonen in een gebied met een lagere sociaal economische status. De percentages leerlingen met een hoger toetsadvies dan schooladvies liggen vrij dicht bij elkaar. In 2015-2016 waren de verschillen groter.

Bij de leerlingen met laagopgeleide ouders (derde tabblad) komt het iets vaker voor dat het toetsadvies hoger is dan het schooladvies. Het verschil is echter niet significant (de groep met laagopgeleide ouders: de gewichtenleerlingen is veel kleiner). Eerdere jaren waren de verschillen nog wat groter.

Het laatste tabblad laat zien dat er tussen jongens en meisjes geen verschil is. 38 à 39% van zowel jongens als meisjes krijgt een hoger toetsadvies dan schooladvies.

Zijn er factoren die een rol spelen bij het al dan niet herzien van het schooladvies?

We zagen eerder dat van alle adviezen die moeten worden heroverwogen (bij toetsuitslag hoger dan het oorspronkelijke schooladvies) er in Drenthe een vijfde deel daadwerkelijk wordt herzien (oftewel bijgesteld). Maakt het wat uit waar je woont, uit welke gezin je komt of dat je jongen of meisje bent in hoeverre het advies wordt herzien? In onderstaande visualisatie is te zien dat de leerlingen die de Route 8 toets hebben gemaakt het vaakst te maken hebben gehad met een herzien schooladvies. De regio’s verschillen in 2018 nauwelijks, overal is ongeveer een vijfde deel van de te heroverwegen adviezen ook daadwerkelijk herzien. Eerdere jaren waren er wel verschillen. In 2014-2015 werd in Zuidwest-Drenthe het minst vaak het advies herzien (8% en in Noord- en Midden-Drenthe het vaakst (13%) maar al met al veel minder vaak dan in de daaropvolgende jaren. Het aandeel herzieningen verschilt niet of nauwelijks wanneer we leerlingen uit een woongebied met lage en hoge sociaal economische status vergelijken. Ook is er geen (significant) verschil tussen leerlingen met hoger- of lageropgeleide ouders. Onder het laatste tabblad is te zien dat het ook niet uitmaakt of je jongen of meisje bent.

Medewerker

Imke Oosting

Onderzoeker

Delen via social media

Delen via social media

Betrokken medewerkers

Imke Oosting

Onderzoeker

Jessy Snip

Onderzoeker

Meer weten?

Neem contact op met één van de betrokken medewerkers

Gerelateerd nieuws

Laaggeletterdheid

Hoe goed begrijpen senioren in Noord-Nederland medische informatie?

Zorg

Zelfredzame senioren in Noord-Nederland, nu en in de toekomst

Leefbaarheid

Groot leefbaarheidsonderzoek in Drenthe , Groningen en Friesland

Half oktober 2020 ontvangen 15.000 inwoners in Noord-Nederland een vragenlijst over hoe zij de leefbaarheid in hun dorp of wijk ervaren. De vragenlijst wordt voorgelegd aan de burgerpanels in Drenthe, Groningen en Friesland. De uitkomsten van het onderzoek helpen beleidsmakers van provincies en gemeenten om beter in te kunnen spelen op de behoeften

Corona

Vervolgonderzoek naar gevolgen coronacrisis voor inwoners van Drenthe en Groningen

Dit voorjaar deden Trendbureau Drenthe en Sociaal Planbureau Groningen onderzoek naar de gevolgen van de coronacrisis voor inwoners in de provincies Drenthe en Groningen. Omdat het coronavirus ook de komende periode nog een grote invloed zal hebben op het dagelijks leven, krijgt dit onderzoek een vervolg. In november 2020 wordt een tweede vragenli

Regiegroep Onderwijskwaliteit Drenthe

Replay webinar Drentse Onderwijsdag 2020

Datum woensdag 7 oktober 2020 (replay) Tijdstip 15.00 uur – 17.00 uur   Vereniging van Drentse Gemeenten, provincie Drenthe en de Regiegroep Drentse Onderwijskwaliteit nodigen u uit voor een webinar met het thema “Onderwijs – Zorg – Jeugd”. Op 30 september was de live uitzending van het online webinar van de

Publicaties

Bereikbaarheid & voorzieningen

Publicatie Maatschappelijke effecten als gevolg van financiële tekorten bij Drentse gemeenten

Laaggeletterdheid

Monitoronderzoek naar de aanpak van laaggeletterdheid in Drenthe - Vervolgmeting Resultaten 2019

Laaggeletterdheid

Factsheet netwerk rond en werving van NT-1 doelgroepen in Drenthe