Primair Onderwijs

Primair onderwijs

De Drentse Onderwijsmonitor volgt ontwikkelingen met betrekking tot scholen en leerlingen in het primair onderwijs. Het primair onderwijs is de overkoepelende term voor het basisonderwijs, het speciaal basisonderwijs en het onderwijs op speciale scholen (sinds de invoering van de Wet op het primair onderwijs in 1998). We kijken in dit deel naar leerlingenaantallen, kenmerken van groepen leerlingen en het aantal en de grootte van scholen. Je vindt zowel de Drentse als landelijke cijfers.

Drentse scholen primair onderwijs

Op 1 oktober 2020 zijn er in Drenthe 254 basisscholen. Dat zijn er 4 minder dan het voorafgaande schooljaar. In Drenthe zijn relatief veel kleine scholen. Twaalf procent van de Drentse scholen heeft minder dan 50 leerlingen. De kleinste school telt 26 leerlingen. Dat is net boven de minimale opheffingsnorm van 23 leerlingen. Deze opheffingsnorm verschilt wel per gemeente en is afhankelijk van de leerlingdichtheid. In de stichtings- en opheffingsnormen 2018-2023 (Staatscourant, okt 2017) wordt rekening gehouden met demografische krimp en de afname van leerlingdichtheid in plattelandsgemeenten.

In het kort

  • Aan het begin van schooljaar 2021-2022 zijn er 254 basisscholen in Drenthe (4 minder dan in het vorige schooljaar).
  • Drenthe heeft relatief meer kleine scholen dan landelijk (respectievelijk 12% en 4% scholen met minder dan 50 leerlingen).
  • In Drenthe zijn er gemiddeld 149 leerlingen per school (landelijk 221).
  • In de anticipeergemeenten in Oost-Drenthe (verwachte bevolkingskrimp) is het gemiddeld aantal leerlingen beneden het provinciale gemiddelde.

 

Scholen op de kaart

In de visualisatie is per gemeente te zien waar de scholen voor primair onderwijs zich bevinden. Bij de scholen is het aantal leerlingen (aanvang schooljaar 2020-2021), de naam van de school en het type primair onderwijs te zien (waarbij Bo staat voor basisonderwijs, Sbo voor speciaal basisonderwijs, So voor speciaal onderwijs en Vso voor Voortgezet speciaal onderwijs).

In Drenthe meer kleine scholen dan landelijk

Aan het begin van schooljaar 2021-2022 zijn er 254 basisscholen in Drenthe, 4 minder dan het vorige schooljaar. Op 1 oktober 2010 telde de provincie nog 301 vestigingen. Vergeleken met 10 jaar geleden is het aantal scholen dus met 16% afgenomen.

In onderstaande visualisatie is te zien dat in Drenthe 12% van de scholen minder dan 50 leerlingen heeft. Landelijk is dit krap 4%. Iets meer dan een kwart van de Drentse scholen (27%) heeft meer dan 200 leerlingen, landelijk is dit bijna de helft (49%). De verdeling in grootteklassen laat al jaren een stabiel beeld zien. De kleinste school in Drenthe telt 26 leerlingen, de grootste school 532.

In Drenthe gemiddeld 149 leerlingen per school, landelijk is het gemiddelde 221

Het gemiddelde aantal leerlingen per school is voor alle Drentse gemeenten in de kaart hieronder weergegeven. Landelijk heeft een school gemiddeld 221 leerlingen. In Drenthe is dit gemiddelde 149 leerlingen. Scholen in Borger-Odoorn en Coevorden tellen gemiddeld genomen het minst aantal leerlingen (resp. 106 en 108). Oost-Drenthe geldt als anticipeergebied, dit betekent dat voor dit gebied rekening wordt gehouden met toekomstige bevolkingsdaling. De gemeenten in dit gebied (Aa en Hunze, Coevorden, Emmen en Borger-Odoorn) hebben allen een gemiddeld aantal leerlingen dat lager is dan het provinciale gemiddelde. Assen en Meppel hebben een gemiddeld aantal leerlingen net boven het landelijk gemiddelde (respectievelijk 223 en 226).

Leerlingen op de basisscholen

Er is sprake van ontgroening, het geboortecijfer daalt waardoor er steeds minder leerlingen in het onderwijs komen. In het Drentse basisonderwijs is vanaf 2009 een jaarlijkse afname van het aantal basisschoolleerlingen duidelijk waarneembaar. In vergelijking met het jaar 2000 zijn er bij aanvang van schooljaar 2021-2022 18% minder leerlingen in het Drentse basisonderwijs. Landelijk is de afname in dezelfde periode 11%. In het onderdeel ‘Prognoses leerlingaantallen (speciaal) basisonderwijs’ bekijken we wat de verwachting is voor de komende jaren.

De gevolgen van leerlingendaling zijn evident. De kwaliteit van het onderwijs in krimpgebieden behoeft extra aandacht en er zijn gevolgen voor de financiële middelen die scholen ter beschikking krijgen. Het voortbestaan van kleine scholen kan in gevaar komen. Als een school 3 jaar achtereen minder leerlingen heeft dan de vastgestelde opheffingsnorm, dan stopt de bekostiging. We kijken in dit deel hoe het er voor staat met de ontwikkeling van het leerlingenaantal in Drenthe.

In het kort

  • Aan begin van schooljaar 2021-2022 zijn er 37.930 basisschoolleerlingen in Drenthe.
  • Het aantal basisschoolleerlingen is aan begin van schooljaar 2021-2022 met 1% afgenomen t.o.v. een jaar eerder (landelijk is de afname vergelijkbaar).
  • De gemeenten Aa en Hunze, Hoogeveen, Assen en Meppel hebben in 2021-2022 te maken met de grootste afname van aantal basisschoolleerlingen vergeleken met het schooljaar ervoor.
  • In Westerveld (3,1%), Midden-Drenthe, De Wolden en Noordenveld is in schooljaar 2021-2022 een (kleine) toename van het aantal basisschoolleerlingen ten opzichte van schooljaar 2020-2021.
  • In Drenthe zijn relatief minder scholen met een lage schoolweging (14%) en dus gemiddeld genomen de meest kansrijke leerlingen dan landelijk (20%).
  • In Drenthe zijn relatief iets meer scholen met een bovengemiddelde schoolweging en dus minder kansrijke leerlingen (Drenthe 45% en landelijk 40%).
  • In de verdeling van schoolwegingen zijn grote verschillen per gemeente en schoolbestuur.

Afname aantal basisschoolleerlingen minder groot dan vorig jaar

Aan het begin van schooljaar 2021-2022 zijn er 37.930 leerlingen op de basisscholen in Drenthe. Dit is een afname van 1% ten opzichte van een jaar eerder. Een minder grote daling dan vorig jaar.  Onderstaande visualisatie laat zien dat de afname van het aantal basisschoolleerlingen voorgaande jaren in Drenthe sneller verliep dan landelijk. Over het afgelopen jaar noteren we voor zowel Drenthe als Nederland een afname van 1%. Het aantal leerlingen in het jaar 2000-2001 is in de visualisatie het vergelijkingsjaar, dit aantal is als index op 100 gesteld. Sinds het jaar 2000 is het leerlingen aantal in Drenthe met 18% afgenomen terwijl dit landelijk met 11% afnam. De prognoses van de ontwikkeling van het aantal kinderen in de basisschoolleeftijd zijn in ‘Prognoses leerlingaantallen (speciaal) basisonderwijs’ te lezen.

Toename basisschoolleerlingen in Westerveld en Midden-Drenthe. Ook De Wolden en Noordenveld blijven net in de plus.

De leerlingenaantallen in het basisonderwijs zijn in de onderstaande visualisatie per gemeente te zien. Ook is het verschil in leerlingenaantal ten opzichte van het vorige jaar te zien. Er is een kleine toename in de gemeenten Westerveld (3,1%) en Midden-Drenthe (1,7%). Ook de gemeenten De Wolden en Noordenveld blijven net in de plus (respectievelijk 0,6% en 0,1%).

Alle overige gemeenten hebben te maken met een dalend leerlingenaantal. De daling is het grootst in Aa en Hunze (3,5%), Hoogeveen (2,7%), Assen en Meppel (beide 2,6%).

In Drenthe relatief minder scholen met een kansrijke leerlingenpopulatie

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) berekent ieder jaar voor elke basisschool de schoolweging. Dat gebeurt aan de hand van de volgende kenmerken:

  • het opleidingsniveau van de ouders
  • het gemiddeld opleidingsniveau van alle moeders op school
  • het land van herkomst van de ouders
  • de verblijfsduur van de moeder in Nederland
  • of ouders in de schuldsanering zitten.

De schoolweging loopt op van 20 tot 40 en zegt iets over de leerlingenpopulatie van een school. Zijn het gemiddeld genomen leerlingen met een meer belemmerende of meer stimulerende achtergrondsituatie voor een doorsnee schoolse ontwikkeling? Komen ze uit een meer of minder kansrijke omgeving? Een lage schoolweging staat voor een minder complexe leerlingpopulatie (meer kansrijk) en een hogere schoolweging voor leerlingen met een meer complexe achtergrond (minder kansrijk).

Het getal geeft ook de onderwijsbehoeften van het grootste deel van de leerlingpopulatie aan; van de behoefte aan uitdaging bij een lagere schoolweging tot de behoefte aan ondersteuning bij een hogere schoolweging.

Daarnaast drukt het getal de collectieve opbrengstverwachting uit. Deze opbrengstverwachting is door de Inspectie van het Onderwijs in het onderwijsresultatenmodel uitgedrukt in aantallen leerlingen die bij de eindtoets basisonderwijs aan de referentieniveaus 1S/2F voor taal en rekenen moeten voldoen.

In onderstaande visualisatie staat per gemeente hoeveel scholen er zijn met meer of minder leerlingen uit een kansrijke omgeving. Daarvoor hebben we de scores van alle basisscholen in Nederland op een rij gezet van laag naar hoog en vervolgens vijf even grote groepen gemaakt. Op die manier worden grensscores zichtbaar en kunnen we kijken hoe de Drentse scholen over de vijf groepen verdeeld zijn.

We onderscheiden de volgende vijf groepen:

20% scholen met hoogste schoolweging ofwel minst kansrijke leerlingen

20% scholen met schoolweging boven het landelijk gemiddelde

20% scholen met gemiddelde schoolweging

20% scholen met schoolweging onder het landelijk gemiddelde

20% scholen met laagste schoolweging ofwel meest kansrijke leerlingen

In Drenthe zijn relatief minder scholen met een lage schoolweging. Kortom er zijn minder scholen (14%) met gemiddeld genomen meer kansrijke leerlingen dan landelijk (20%). En er zijn iets meer scholen met een bovengemiddelde schoolweging en dus minder kansrijke leerlingen (Drenthe 45% en landelijk 40%).

Er zijn grote verschillen per gemeente en per schoolbestuur. Sommige schoolbesturen hebben weinig vestigingen in Drenthe, daarom staat naast het percentage ook het aantal Drentse scholen weergegeven.

Tynaarlo en Noordenveld hebben relatief veel scholen met een lagere schoolweging en dus gemiddeld genomen meer kansrijke leerlingen. Emmen en Hoogeveen hebben juist relatief veel scholen met een hogere schoolweging en dus gemiddeld genomen minder kansrijke leerlingen.

Dat zegt overigens niets over de schoolprestaties. De Inspectie van het Onderwijs houdt bij het beoordelen van de taal- en rekenprestaties van een school rekening met de schoolpopulatie (schoolweging). Zij verwacht hogere opbrengsten van scholen met een lagere schoolweging (meer kansrijke leerlingen) dan van scholen met een hogere schoolweging (minder kansrijke leerlingen).

In De Wolden, Emmen, Borger-Odoorn, Coevorden, Hoogeveen en Westerveld is (g)een enkele school die valt binnen de groep met de meest kansrijke leerlingenpopulatie. In Aa en Hunze, de Wolden, Tynaarlo en Westerveld is er geen enkele school in de groep van scholen met de minst kansrijke leerlingen.

Scholen en leerlingen in het speciaal (basis) onderwijs

Aan het begin van schooljaar 2021-2022 zijn er in Drenthe 8 scholen voor speciaal basisonderwijs en 15 vestigingen voor (voortgezet) speciaal onderwijs. We kijken hier hoeveel leerlingen ingeschreven zijn op de scholen voor speciaal (basis) onderwijs en maken daarbij ook een vergelijking met het voorgaande jaar. Daarnaast bekijken we voor elke gemeente welk deel van de daar wonende leerlingen naar het reguliere onderwijs gaat en welk deel naar speciaal onderwijs. Het regulier basisonderwijs, het speciaal basisonderwijs en het (voortgezet) speciaal onderwijs worden gerekend tot het primair onderwijs.

In het kort

  • In 2021-2022 zitten 1.028 leerlingen op een Drentse school voor speciaal basisonderwijs. Dat is ongeveer even veel als een jaar eerder.
  • Het aantal leerlingen op Drentse instellingen voor speciaal onderwijs is 466 leerlingen. Een toename van 7% ten opzichte van het  voorgaande schooljaar.
  • Bij aanvang van schooljaar 2021-2022 zijn 875 leerlingen ingeschreven op een Drentse school voor voortgezet speciaal onderwijs. Dat is een toename van 8% ten opzichte van een schooljaar eerder.
  • Van alle leerlingen in het primair onderwijs volgt in Drenthe 93,5% regulier basisonderwijs (landelijk 92,8%). Sinds 2018 neemt het aandeel geleidelijk af, zowel in Drenthe als landelijk.
  • Tynaarlo en Westerveld hebben de hoogste percentages reguliere basisschoolleerlingen. In Assen, Hoogeveen en Emmen zijn de percentages het laagst. De nabijheid van scholen voor speciaal onderwijs speelt hierin o.a. een rol.
  • Het aandeel leerlingen in het speciaal basisonderwijs is in Drenthe iets hoger dan landelijk (resp. 2,7% en 2,4%).
  • Gemeenten Meppel, Assen en Noordenveld hebben de hoogste percentages leerlingen in het speciaal basisonderwijs.
  • Het aandeel leerlingen in het speciaal en voortgezet speciaal onderwijs is in Drenthe lager dan landelijk (resp. 1,4% en 2,3% in het so en 2,5% en 2,6% in het vso).
  • Assen en Hoogeveen hebben de hoogste percentages leerlingen in het speciaal onderwijs.
  • Assen, Emmen en Hoogeveen hebben de hoogste percentages leerlingen in het voortgezet speciaal onderwijs.

Aantal leerlingen op de Drentse scholen voor speciaal basisonderwijs vrijwel gelijk gebleven. Aantal leerlingen in het Drents (voortgezet) speciaal onderwijs toegenomen.

In de onderstaande visualisatie zijn de leerlingaantallen bij de start van de schooljaren 2020-2021 en 2021-2022 weergegeven. Per tabblad kan gekozen worden voor respectievelijk speciaal basisonderwijs, speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs. In totaal zijn aan het begin van het nieuwe schooljaar 1.028 leerlingen begonnen op een Drentse school voor speciaal basisonderwijs. Dat is vrijwel een even groot aantal als in 2020-2021 (1.026 leerlingen).

Op de Drentse afdelingen voor speciaal onderwijs (SO, tweede tabblad) zien we een toename. In totaal zijn er aan het begin van 2021-2022 466 leerlingen (een toename van 29 leerlingen ofwel 7%). Op het voortgezet speciaal onderwijs (VSO, derde tabblad) zien we bij aanvang van dat jaar 875 leerlingen. Een toename van 67 leerlingen (8%).

Leerlingen (speciaal) basis onderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs per woongemeente

Het reguliere basisonderwijs, het speciaal basisonderwijs en het (voortgezet) speciaal onderwijs worden gerekend tot het primair onderwijs (PO). In de kaart hieronder is per woongemeente weergegeven hoeveel leerlingen welk type primair onderwijs volgen.

Van alle Drentse leerlingen in het primair onderwijs volgt 93,5% van de leerlingen het reguliere basisonderwijs. Landelijk is dit 92,8%. In 2017-2018 waren de aandelen nog respectievelijk 94,4% en 93,3%. Sindsdien zien we ieder jaar een kleine afname, zowel in Drenthe als landelijk. We zien in de visualisatie dat de percentages leerlingen in het reguliere basisonderwijs in Tynaarlo en Westerveld het hoogst zijn. In Assen, Hoogeveen en Emmen zijn de percentages het laagst. De nabijheid van scholen voor speciaal onderwijs speelt hierin een rol, maar ook de achtergrond van leerlingen. In Emmen en Hoogeveen bijvoorbeeld zijn relatief veel scholen met een complexe leerlingpopulatie.

Het Drentse percentage leerlingen in het speciaal basisonderwijs is 2,7% en daarmee iets hoger dan landelijk (2,4%). In 2017-2018 was het Drentse aandeel nog 2,4%. Sindsdien zien we een lichte toename. We zien de hoogste percentages in Assen en Meppel en Noordenveld.

Het Drentse percentage in het speciaal onderwijs is iets toegenomen tot 1,4% en daarmee lager dan landelijk (2,3%). In Assen en Hoogeveen wonen relatief de meeste leerlingen die naar het speciaal onderwijs gaan. Het Drentse percentage leerlingen in het voortgezet speciaal onderwijs is eveneens lager dan landelijk (resp. 2,5 en 2,6%). Ook hier zien we een kleine toename in de afgelopen jaren. In Assen, Emmen en Hoogeveen wonen relatief de meeste vso leerlingen.

Prognoses leerlingaantallen (speciaal) basisonderwijs

Vergrijzing en ontgroening zorgen ervoor dat er steeds minder leerlingen in het basisonderwijs komen. We hebben dit al aangestipt in het onderdeel ‘Leerlingen op de basisscholen’. Het aantal Drentse basisschoolleerlingen neemt sinds 2009 af. Het voortbestaan van een aantal scholen komt hiermee in gevaar. Het is niet automatisch zo dat hiermee ook de onderwijskwaliteit in gevaar komt, maar dit vergt wel extra aandacht. In dit deel kijken we naar de prognoses (volgens DUO) voor de leerlingaantallen in de jaren 2025, 2030 en 2035. We kijken per gemeente naar de prognoses van alle basisscholen bij elkaar. Ook kijken we naar de prognoses voor het speciaal basisonderwijs, dus alleen voor de gemeenten waar scholen voor speciaal basisonderwijs zijn.

In het kort

  • Het aantal basisschoolleerlingen is in 2025 naar verwachting bijna 2.500 leerlingen lager dan in 2020 (-6%)
  • De afnemende trend keert na 2030, in 2035 is het aantal leerlingen weer net boven het niveau van 2020 (1% meer leerlingen in Drenthe).
  • Landelijk wordt ook vanaf 2030 een stijging van het aantal basisschoolleerlingen verwacht, zodat in 2035 meer leerlingen zijn dan in 2020 (9%).
  • Het aantal leerlingen op Drentse sbo scholen neemt tot 2025 af met 12% (daling tot 2030: 16%). In 2035 is de afname iets afgevlakt, maar is het aantal leerlingen nog steeds onder het niveau van 2020 (-9%). Landelijk is het leerlingenaantal dan alweer boven het niveau van 2020 (+5%).

Trend afname aantal basisschoolleerlingen vlakt komende tien jaar af. In 2035 weer op niveau van 2020.

Er zijn momenteel in Drenthe iets minder dan 38.000 basisschoolleerlingen (de prognose berekeningen zijn ten opzichte van het peilmoment 1 oktober 2020). De verwachting is dat dit aantal afneemt tot iets onder de 36.000 in 2025 (afname van 6%). Daarna is er weer een kerende trend. Voor 2030 wordt een afname (ten opzichte van 1 oktober 2020) van 7% verwacht en weer 5 jaar later is er al weer een kleine toename van 1%.

Tot 2025 wordt vergeleken met 2020 alleen voor Midden-Drenthe en De Wolden een stijging van het aantal leerlingen verwacht. Daar komen in 2030 en 2035 meer Drentse gemeenten bij. In 2035 wordt voor de gemeenten Westerveld (26%), Midden-Drenthe (19%) en De Wolden (17%) de grootste toename voorspelt. Noordenveld (-15%), Hoogeveen (-6%), Assen (-5%), Emmen en Aa en Hunze (beide -3%) en Meppel (-1%) blijven naar verwachting het langst in de min staan. In 2035 zijn ze nog niet terug op het niveau van het aantal leerlingen in 2020.

De scholen voor speciaal basisonderwijs (sbo) staan in de gemeenten Assen, Meppel, Hoogeveen, Emmen en Noordenveld. We zien in de visualisatie een landelijke toename van het leerlingenaantal. Voor Drenthe verwacht men in 2025 een afname van 12% (landelijk -4%). In 2035 is de trend gekeerd en zal het aantal leerlingen in het Drentse speciaal basisonderwijs ten opzichte van 2020 nog 9% lager uitvallen dan in 2020. Landelijk komt het leerlingenaantal in 2035 boven het niveau van 2020 uit (5%).

Passend onderwijs

Met de Wet Passend Onderwijs (augustus, 2014) is het de verantwoordelijkheid van scholen om kinderen een passende onderwijsplek te bieden. Daar waar het kan in het regulier onderwijs en daar waar het nodig is in het speciaal (basis)onderwijs. Daarvoor werken reguliere en speciale scholen samen in regionale samenwerkingsverbanden. In Drenthe (en deels daarbuiten) zijn 5 samenwerkingsverbanden actief. We kijken naar de deelnamepercentages in het speciaal onderwijs (so) (cluster 3 en 4) en speciaal basisonderwijs (sbo) per samenwerkingsverband en de ontwikkeling over de jaren.

De Drentse gemeenten vallen onder de volgende samenwerkingsverbanden voor primair onderwijs: PO2201 (Assen, Aa en Hunze, Tynaarlo, Midden-Drenthe), PO2001 (Noordenveld), PO2304 (Coevorden), PO2203 (Hoogeveen, Westerveld, De Wolden, Meppel), PO2202 (Borger-Odoorn, Emmen).

In het kort

  • Vergeleken met het aanvangsjaar van Passend Onderwijs (2014) zijn de huidige aandelen leerlingen in het speciaal basisonderwijs binnen alle samenwerkingsverbanden toegenomen.
  • Het landelijke kengetal voor deelname speciaal basisonderwijs is 2,5%.
  • Alleen in het samenwerkingsverband waar Assen, Aa en Hunze, Tynaarlo en Midden-Drenthe onder vallen is het aandeel leerlingen in het speciaal basisonderwijs lager dan landelijk.
  • In het samenwerkingsverband waar Noordenveld onder valt is het aandeel in het speciaal basisonderwijs het hoogst (3,6%).
  • In alle samenwerkingsverbanden waar de Drentse gemeenten onder vallen is het aandeel leerlingen in het speciaal onderwijs lager dan landelijk (1,9%).
  • In het samenwerkingsverband waar Noordenveld onder valt is het aandeel in het speciaal onderwijs het hoogst (1,5%).

Percentage kinderen in het speciaal basisonderwijs binnen alle samenwerkingsverbanden (Drenthe en Nederland) toegenomen ten opzichte van 2014

We kijken hier naar de binnen het beleidsterrein ‘Passend onderwijs’ gebruikte kengetallen (zie infobutton in de figuur). In de visualisatie is voor de samenwerkingsverbanden waarbinnen de Drentse gemeenten vallen te zien welk aandeel van de kinderen naar het speciaal (basis) onderwijs gaat in de periode 2014-2015 tot en met 2021-2022.

Het aandeel kinderen in het speciaal basisonderwijs nam sinds de invoering van de Wet Passend Onderwijs in 2014 eerst een aantal jaren iets af, maar sinds 2017 en 2018 zien we weer een geleidelijke toename. Zowel in Drenthe als landelijk. In samenwerkingsverband PO2001 (waar Noordenveld onder valt) is het aandeel in het speciaal basisonderwijs het hoogst en daarbij ook (ruim) een procentpunt hoger dan landelijk. Alleen in samenwerkingsverband PO2201 is het aandeel sbo leerlingen lager dan landelijk.

Het aandeel leerlingen in het speciaal onderwijs is (al 11 jaren) in alle samenwerkingsverbanden lager dan landelijk. In het samenwerkingsverband waar Noordenveld onder valt is het aandeel leerlingen in het speciaal onderwijs het hoogst (1,5%). Binnen het samenwerkingsverband van Coevorden e.o. is het aandeel leerlingen in het speciaal onderwijs het laagst (0,8%).

Leerkrachten in het primair onderwijs

Het CBS constateert dat er sprake is van vergrijzing onder leerkrachten in het basisonderwijs. Doordat er de komende jaren veel leerkrachten een pensioengerechtigde leeftijd bereiken, dreigt er een oplopend lerarentekort wanneer er onvoldoende nieuwe leerkrachten bij komen. Daarnaast is het zo dat er in het basisonderwijs veel meer vrouwen dan mannen voor de klas staan. We kijken in dit deel naar een aantal achtergrondkenmerken van de leerkrachten in het primaire onderwijs: het basisonderwijs, speciaal basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs. In Drenthe is de verdeling van het aantal mannelijke en vrouwelijke leerkrachten vrijwel gelijk aan de landelijke verdeling. Al jaren is meer dan 80% van de leerkrachten in het primair onderwijs vrouw.

In het kort

  • Het aandeel vrouwelijke leerkrachten in het Drentse basisonderwijs is de afgelopen jaren gestegen naar 86% in 2020.
  • Het aandeel vaste aanstellingen in het Drents primair onderwijs is de afgelopen tien jaren afgenomen. Binnen alle onderwijssoorten heeft zo’n 90% een vaste aanstelling.
  • Het aandeel 55-plussers is binnen alle onderwijssoorten afgenomen. In 2020 is bijna driekwart van de leerkrachten in het basisonderwijs tussen de 25 en 55 jaar. In het speciaal basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs schommelt dit aandeel rond de 80%.
  • In 2020 zien we voor bijna alle onderwijssoorten in het primair onderwijs een daling van de gemiddelde leeftijd van leerkrachten. Die daling zien we vooral bij de mannen. De gemiddelde leeftijd van vrouwen in het onderwijs is vrijwel gelijk gebleven de afgelopen tien jaren.

Minder 55-plussers in het primair onderwijs en een daling van de gemiddelde leeftijd van leerkrachten

Sinds 2011 is in het basisonderwijs het aandeel vrouwen voor de klas langzaam gestegen van 79% naar 86% in 2019 en 2020. Landelijk zien we een vergelijkbare ontwikkeling.

In het speciaal onderwijs is het aandeel mannen voor de klas hoger dan bij het reguliere basisonderwijs. Dit geldt voor Drenthe in een hogere mate dan landelijk. Bijna een kwart van de leerkrachten in het speciaal basisonderwijs is man. Dit aandeel is over de jaren heen vrij stabiel gebleven. Landelijk is het aandeel meesters voor de klas in het speciaal basisonderwijs gedaald van 24% in 2011 naar 16% in 2020. In het Drents voortgezet speciaal onderwijs is een derde van de leerkrachten man. Een jaar eerder was dat ook het geval. Dit aandeel is in de afgelopen tien jaren niet zo hoog geweest.

Het aandeel vaste aanstellingen is de laatste jaren binnen alle soorten onderwijs afgenomen. In 2011 had 96% van de leerkrachten in het basisonderwijs een vast dienstverband, in 2018 was dat 90%. Sindsdien zien we een stijging naar 93% in 2020. In Nederland zien we een vergelijkbare ontwikkeling. In het (voortgezet) speciaal onderwijs ligt het aandeel vaste aanstellingen lager (89%) dan in het (speciaal) basisonderwijs.

In het Drentse onderwijs is de gemiddelde leeftijd van leraren nog steeds hoger dan de gemiddelde leeftijd van de beroepsbevolking (2020: 42 jaar). Het vierde tabblad met de gemiddelde leeftijd laat zien dat sinds 2011 de gemiddelde leeftijd van vrouwen in de verschillende soorten onderwijs vrijwel gelijk is gebleven. De gemiddelde leeftijd van de mannen is over de jaren heen lager geworden. Als we kijken naar de verschillende leeftijdsgroepen (derde tabblad) dan zien we dat het aandeel 55-plussers binnen alle onderwijssoorten tot 2015 toenam, maar sindsdien is afgenomen.

Medewerker

Imke Oosting

Onderzoeker

Betrokken medewerkers

Imke Oosting

Imke Oosting

Onderzoeker

  • Mail
  • LinkedIn
Jessy Snip

Jessy Snip

Onderzoeker

  • Mail
  • LinkedIn

Meer weten?

Neem contact op met één van de betrokken medewerkers

Gerelateerd nieuws

Overig nieuws

Veerkracht, maar ook toegenomen kansenongelijkheid

Onderwijs

Niet alle kinderen krijgen van huis uit de vleugels mee om de wereld in te vliegen

Overig nieuws

Helft Drentse basisscholen barst binnen 10 jaar uit de voegen

Grofweg de helft van de Drentse basisscholen die sinds 2012 zijn gebouwd of verbouwd, is nu alweer uit zijn jasje gegroeid. Dat blijkt uit onderzoek van RTV Drenthe en Trendbureau Drenthe. Van de 45 nieuwbouwscholen die RTV Drenthe sprak, kampen er 22 met ruimtegebrek, doordat er op dit moment meer kinderen op school zitten dan voorzien. Bij de

Brede Welvaart

Racisme opnieuw meest gemelde discriminatie in Noord-Nederland

Racisme is opnieuw de meest gemelde vorm van discriminatie in Noord-Nederland. Dat blijkt uit de Monitor Discriminatie 2021 Noord-Nederland. Opvallend genoeg nam het aantal meldingen op grond van racisme alleen in de provincie Drenthe af. In deze provincie nam het aantal meldingen op grond van handicap, of chronische ziekte toe. De Monitor Discrimi

Brede Welvaart

Trendbureau Drenthe brengt maatschappelijke waarde inwonersinitiatieven in beeld

Ben je benieuwd wat je bewonersinitiatief of vrijwilligersorganisatie toevoegt aan onze maatschappij? En denk je hulp nodig te hebben bij het zichtbaar maken van de maatschappelijke waarde van jouw bewonersinitiatief of vrijwilligersorganisatie? Doe mee aan de pilot maatschappelijke waarde van Trendbureau Drenthe! Steeds meer bewonersinitiatieve

Publicaties

Laaggeletterdheid

Donatie van Rotary Club Hoogeveen-De Wolden voor Taalpunt in De Wolden

Laaggeletterdheid

Gezondheidskloof dreigt door groei digitale zorg

Laaggeletterdheid

Leuke Open Dag Taalhuis bibliotheek