Primair Onderwijs

Primair onderwijs

De Drentse Onderwijsmonitor volgt ontwikkelingen met betrekking tot scholen en leerlingen in het primair onderwijs. Het primair onderwijs is de overkoepelende term voor het basisonderwijs, het speciaal basisonderwijs en het onderwijs op speciale scholen (sinds de invoering van de Wet op het primair onderwijs in 1998). We kijken in dit deel naar leerlingenaantallen, kenmerken van groepen leerlingen en het aantal en de grootte van scholen. Je vindt zowel de Drentse als landelijke cijfers.

Drentse scholen primair onderwijs

Op 1 oktober 2020 zijn er in Drenthe 258 basisscholen. Dat is er één minder dan het voorafgaande schooljaar. In Drenthe zijn relatief veel kleine scholen. Dertien procent van de Drentse scholen heeft minder dan 50 leerlingen. De kleinste school telt 24 leerlingen. Dat is net boven de minimale opheffingsnorm van 23 leerlingen. Deze opheffingsnorm verschilt wel per gemeente en is afhankelijk van de leerlingdichtheid. In de stichtings- en opheffingsnormen 2018-2023 (Staatscourant, okt 2017, zie hiernaast) wordt rekening gehouden met demografische krimp en de afname van leerlingdichtheid in plattelandsgemeenten.

In het kort

  • Er zijn aan begin van schooljaar 2020-2021 258 basisscholen in Drenthe (één minder dan in het vorige schooljaar).
  • Drenthe heeft relatief meer kleine scholen dan landelijk (respectievelijk 13% en 4% scholen met minder dan 50 leerlingen).
  • In Drenthe zijn er gemiddeld 148 leerlingen per school (landelijk 222).
  • In de anticipeergemeenten in Oost Drenthe (verwachte bevolkingskrimp) is het gemiddeld aantal leerlingen beneden het provinciale gemiddelde.

 

Scholen op de kaart

In de visualisatie is per gemeente te zien waar de scholen voor primair onderwijs zich bevinden. Bij de scholen is het aantal leerlingen (aanvang schooljaar 2020-2021), de naam van de school en het type primair onderwijs te zien (waarbij Bo staat voor basisonderwijs, Sbo voor speciaal basisonderwijs, So voor speciaal onderwijs en Vso voor Voortgezet speciaal onderwijs).

In Drenthe meer kleine scholen dan landelijk

Aan het begin van schooljaar 2020-2021 zijn er 258 basisscholen in Drenthe, één minder dan het vorige schooljaar. Op 1 oktober 2010 telde de provincie nog 301 vestigingen. Vergeleken met 10 jaar geleden is het aantal scholen dus met 14% afgenomen.

In onderstaande visualisatie is te zien dat In Drenthe 13% van de scholen minder dan 50 leerlingen heeft. Landelijk is dit 4%. Iets meer dan een kwart van de Drentse scholen (28%) heeft meer dan 200 leerlingen, landelijk is dit bijna de helft (44%). De verdeling in grootteklassen laat al jaren een stabiel beeld zien. De kleinste school in Drenthe telt 24 leerlingen, de grootste school 573.

In Drenthe gemiddeld 148 leerlingen per school, landelijk is het gemiddelde 222

Het gemiddelde aantal leerlingen per school is voor alle Drentse gemeenten in de kaart hieronder weergegeven. Landelijk heeft een school gemiddeld 222 leerlingen. In Drenthe is dit gemiddelde 148 leerlingen. Scholen in Westerveld (100 leerlingen), Coevorden en Borger-Odoorn (beide 108) tellen gemiddeld genomen het minst aantal leerlingen. Oost Drenthe geldt als anticipeergebied, dit betekent dat voor dit gebied rekening wordt gehouden met toekomstige bevolkingsdaling. De gemeenten in dit gebied (Aa en Hunze, Coevorden, Emmen en Borger-Odoorn) hebben allen een gemiddeld aantal leerlingen dat lager is dan het provinciale gemiddelde. Meppel en Assen hebben een gemiddeld aantal leerlingen dat hoger is dan landelijk (respectievelijk 232 en 229).

Leerlingen op de basisscholen

Er is sprake van ontgroening, het geboortecijfer daalt waardoor er steeds minder leerlingen in het onderwijs komen. In het Drentse basisonderwijs is vanaf 2009 een jaarlijkse afname van het aantal basisschoolleerlingen duidelijk waarneembaar. In vergelijking met het jaar 2000 zijn er bij aanvang van schooljaar 2020-2021 17% minder leerlingen in het Drentse basisonderwijs. Landelijk is de afname in dezelfde periode 10%.

In het onderdeel ‘Prognoses leerlingaantallen (speciaal) basisonderwijs’ bekijken we wat de verwachting is voor de komende jaren. De gevolgen van leerlingendaling zijn evident. De kwaliteit van het onderwijs in krimpgebieden behoeft extra aandacht en er zijn gevolgen voor de financiële middelen die scholen ter beschikking krijgen. Het voortbestaan van kleine scholen kan in gevaar komen. Als een school 3 jaar achtereen minder leerlingen heeft dan de vastgestelde opheffingsnorm, dan stopt de bekostiging. We kijken in dit deel hoe het er voor staat met de ontwikkeling van het leerlingenaantal in Drenthe.

In het kort

  • Er zijn aan begin van schooljaar 2020-2021 38.308 basisschoolleerlingen in Drenthe.
  • Het aantal basisschoolleerlingen is aan begin van schooljaar 2020-2021 met bijna 2% afgenomen t.o.v. een jaar eerder (landelijk is de afname iets meer dan een half procent).
  • De gemeenten Hoogeveen, Assen en Aa en Hunze hebben in 2020-2021 te maken met de grootste afname van aantal basisschoolleerlingen.
  • In Borger-Odoorn, De Wolden, Tynaarlo en Noordenveld is in schooljaar 2020-2021 een (kleine) toename van aantal basisschoolleerlingen.
  • In Drenthe zijn relatief minder scholen met een lage schoolweging (14%) en dus gemiddeld genomen de meest kansrijke leerlingen dan landelijk (20%).
  • In Drenthe zijn relatief iets meer scholen met een bovengemiddelde schoolweging en dus minder kansrijke leerlingen (Drenthe 45% en landelijk 40%).
  • In de verdeling van schoolwegingen zijn grote verschillen per gemeente en schoolbestuur.

 

Afname aantal basisschoolleerlingen praktisch even groot als vorig jaar

Aan het begin van schooljaar 2020-2021 zijn er 38.308 leerlingen op de basisscholen in Drenthe. Dit is een afname van bijna 2% ten opzichte van een jaar eerder. Het jaar daarvoor was de afname praktisch even groot. De afname van het aantal basisschoolleerlingen gaat sneller dan landelijk, zoals in onderstaande visualisatie te zien is. Het aantal leerlingen in het jaar 2000-2001 is hierbij het vergelijkingsjaar, dit aantal is als index op 100 gesteld. Sinds het jaar 2000 is het leerlingen aantal in Drenthe met 17% afgenomen terwijl dit landelijk met 10% afnam. De prognoses van de ontwikkeling van het aantal kinderen in de basisschoolleeftijd zijn in ‘Prognoses leerlingaantallen (speciaal) basisonderwijs’ te lezen.

Toename basisschoolleerlingen in Borger-Odoorn en De Wolden. Ook Tynaarlo en Noordenveld blijven net in de plus

De leerlingenaantallen in het basisonderwijs zijn in de onderstaande visualisatie per gemeente te zien. Ook is het verschil in leerlingenaantal ten opzichte van het vorige jaar te zien. Er is een kleine toename in de gemeenten Borger-Odoorn en De Wolden (beide 1,4%). Ook de gemeenten Noordenveld en Tynaarlo blijven net in de plus (respectievelijk 0,2% en 0,5%).

Alle overige gemeenten hebben te maken met een dalend leerlingenaantal. De daling is het grootst in Hoogeveen, Assen en Aa en Hunze (-3% à -4%).

In Drenthe relatief minder scholen met een kansrijke leerlingenpopulatie

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) berekent ieder jaar voor elke basisschool de schoolweging. Dat gebeurt aan de hand van de volgende kenmerken:

  • het opleidingsniveau van de ouders
  • het gemiddeld opleidingsniveau van alle moeders op school
  • het land van herkomst van de ouders
  • de verblijfsduur van de moeder in Nederland
  • of ouders in de schuldsanering zitten.

De schoolweging loopt op van 20 tot 40 en zegt iets over de leerlingenpopulatie van een school. Zijn het gemiddeld genomen leerlingen met een meer belemmerende of meer stimulerende achtergrondsituatie voor een doorsnee schoolse ontwikkeling? Komen ze uit een meer of minder kansrijke omgeving? Een lage schoolweging staat voor een minder complexe leerlingpopulatie (meer kansrijk) en een hogere schoolweging voor leerlingen met een meer complexe achtergrond (minder kansrijk).

Het getal geeft ook de onderwijsbehoeften van het grootste deel van de leerlingpopulatie aan; van de behoefte aan uitdaging bij een lagere schoolweging tot de behoefte aan ondersteuning bij een hogere schoolweging.

Daarnaast drukt het getal de collectieve opbrengstverwachting uit. Deze opbrengstverwachting is door de Inspectie van het Onderwijs in het onderwijsresultatenmodel uitgedrukt in aantallen leerlingen die bij de eindtoets basisonderwijs aan de referentieniveaus 1S/2F voor taal en rekenen moeten voldoen.

In onderstaande visualisatie staat per gemeente hoeveel scholen er zijn met meer of minder leerlingen uit een kansrijke omgeving. Daarvoor hebben we de scores van alle basisscholen in Nederland op een rij gezet van laag naar hoog en vervolgens vijf even grote groepen gemaakt. Op die manier worden grensscores zichtbaar en kunnen we kijken hoe de Drentse scholen over de vijf groepen verdeeld zijn.

We onderscheiden de volgende vijf groepen:

20% scholen met hoogste schoolweging ofwel minst kansrijke leerlingen

20% scholen met schoolweging boven het landelijk gemiddelde

20% scholen met gemiddelde schoolweging

20% scholen met schoolweging onder het landelijk gemiddelde

20% scholen met laagste schoolweging ofwel meest kansrijke leerlingen

In Drenthe zijn relatief minder scholen met een lage schoolweging. Kortom er zijn minder scholen (14%) met gemiddeld genomen meer kansrijke leerlingen dan landelijk (20%). En er zijn iets meer scholen met een bovengemiddelde schoolweging en dus minder kansrijke leerlingen (Drenthe 45% en landelijk 40%).

Er zijn grote verschillen per gemeente en per schoolbestuur. Sommige schoolbesturen hebben weinig vestigingen in Drenthe, daarom staat naast het percentage ook het aantal Drentse scholen weergegeven.

Tynaarlo en Noordenveld hebben relatief veel scholen met een lagere schoolweging en dus gemiddeld genomen meer kansrijke leerlingen. Emmen en Hoogeveen hebben juist relatief veel scholen met een hogere schoolweging en dus gemiddeld genomen minder kansrijke leerlingen.

Dat zegt overigens niets over de schoolprestaties. De Inspectie van het Onderwijs houdt bij het beoordelen van de taal- en rekenprestaties van een school rekening met de schoolpopulatie (schoolweging). Zij verwacht hogere opbrengsten van scholen met een lagere schoolweging (meer kansrijke leerlingen) dan van scholen met een hogere schoolweging (minder kansrijke leerlingen).

In De Wolden, Emmen, Borger-Odoorn, Coevorden, Hoogeveen en Westerveld is (g)een enkele school die valt binnen de groep met de meest kansrijke leerlingenpopulatie. In Aa en Hunze, de Wolden, Tynaarlo en Westerveld is er geen enkele school in de groep van scholen met de minst kansrijke leerlingen.

Scholen en leerlingen in het speciaal (basis) onderwijs

Aan het begin van schooljaar 2020-2021 zijn er in Drenthe 8 scholen voor speciaal basisonderwijs en 19 vestigingen voor (voortgezet) speciaal onderwijs. We kijken hier hoeveel leerlingen ingeschreven zijn op de scholen voor speciaal (basis) onderwijs en maken daarbij ook een vergelijking met het voorgaande jaar. Daarnaast bekijken we voor elke gemeente welk deel van de daar wonende leerlingen naar het reguliere onderwijs gaat en welk deel naar speciaal onderwijs. Het regulier basisonderwijs, het speciaal basisonderwijs en het (voortgezet) speciaal onderwijs worden gerekend tot het primair onderwijs.

In het kort

  • In 2020-2021 zitten 1.026 leerlingen op een Drentse school voor speciaal basisonderwijs. Dat is vergeleken met vorig jaar een afname van bijna 2%.
  • Het aantal leerlingen op Drentse instellingen voor speciaal onderwijs is 437 leerlingen. Een jaarlijkse toename van 12%.
  • Bij aanvang van schooljaar 2020-2021 zijn 808 leerlingen ingeschreven op een Drentse school voor voortgezet speciaal onderwijs. Dat zijn er iets minder dan het jaar daarvoor (-0,6%).
  • Van alle leerlingen in het primair onderwijs volgt in Drenthe 93,7% regulier basisonderwijs (landelijk 92,9%). Sinds 2018 neemt het aandeel geleidelijk af, zowel in Drenthe als landelijk.
  • Tynaarlo en Westerveld hebben de hoogste percentages reguliere basisschoolleerlingen.
  • Noordenveld, Assen en Meppel hebben de hoogste percentages leerlingen in het speciaal basisonderwijs.
  • Assen en Hoogeveen hebben de hoogste percentages leerlingen in het speciaal onderwijs.
  • Assen, Emmen en Hoogeveen hebben de hoogste percentages leerlingen in het voortgezet speciaal onderwijs.
  • Het aandeel leerlingen in het speciaal basisonderwijs is in Drenthe iets hoger dan landelijk (resp. 2,6% en 2,4%).
  • Het aandeel leerlingen in het speciaal en voortgezet speciaal onderwijs is in Drenthe lager dan landelijk (resp. 1,4% en 2,2% in het so en 2,3% en 2,5% in het vso).

Meer leerlingen op de Drentse scholen voor speciaal onderwijs, iets minder leerlingen naar speciale basisschool of het voortgezet speciaal onderwijs

In de onderstaande visualisatie zijn de leerlingaantallen bij de start van de schooljaren 2019-2020 en 2020-2021 weergegeven. Per tabblad kan gekozen worden voor respectievelijk speciaal basisonderwijs, speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs. We zien dat het aantal leerlingen op de scholen voor speciaal basisonderwijs is afgenomen met 17. Dit is een afname van krap 2%. In totaal zijn aan het begin van het nieuwe schooljaar 1.026 leerlingen begonnen op een Drentse school voor speciaal basisonderwijs.

Ook op de Drentse afdelingen voor speciaal onderwijs (SO, tweede tabblad) zien we een toename. In totaal zijn er aan het begin van 2020-2021 437 leerlingen (een toename van 12%). Op het voortgezet speciaal onderwijs (VSO, derde tabblad) zien we bij aanvang van dat jaar 808 leerlingen. Een afname van 5 leerlingen (0,6%).

Leerlingen speciaal (basis) onderwijs per woongemeente

Het reguliere basisonderwijs, het speciaal basisonderwijs en het (voortgezet) speciaal onderwijs worden gerekend tot het primair onderwijs (PO). In de kaart hieronder is per woongemeente weergegeven hoeveel leerlingen welk type primair onderwijs volgen.

Van alle Drentse leerlingen in het primair onderwijs volgt 93,7% van de leerlingen het reguliere basisonderwijs. Landelijk is dit 92,9%. In 2017-2018 waren de aandelen nog respectievelijk 94,4% en 93,3%. Sindsdien zien we ieder jaar een kleine afname, zowel in Drenthe als landelijk. We zien in de visualisatie dat de percentages leerlingen in het reguliere basisonderwijs in Tynaarlo en Westerveld het hoogst zijn.

Het Drentse percentage leerlingen in het speciaal basisonderwijs is 2,6% en daarmee iets hoger dan landelijk (2,4%). We zien de hoogste percentages in Noordenveld, Assen en Meppel.

Het Drentse percentage in het speciaal onderwijs is 1,4% en daarmee lager dan landelijk (2,2%). In Assen en Hoogeveen wonen relatief de meeste leerlingen die naar het speciaal onderwijs gaan. Het Drentse percentage leerlingen in het voortgezet speciaal onderwijs is eveneens lager dan landelijk (resp. 2,3 en 2,5%). In Assen, Emmen en Hoogeveen wonen relatief de meeste vso leerlingen.

Prognoses leerlingaantallen (speciaal) basisonderwijs

Vergrijzing en ontgroening zorgen ervoor dat er steeds minder leerlingen in het basisonderwijs komen. We hebben dit al aangestipt in het onderdeel ‘Leerlingen op de basisscholen’. Het aantal Drentse basisschoolleerlingen neemt sinds 2009 af. Het voortbestaan van een aantal scholen komt hiermee in gevaar. Het is niet automatisch zo dat hiermee ook de onderwijskwaliteit in gevaar komt, maar dit vergt wel extra aandacht. In dit deel kijken we naar de prognoses (volgens DUO) voor de leerlingaantallen in de jaren 2025, 2030 en 2035. We kijken per gemeente naar de prognoses van alle basisscholen bij elkaar. Ook kijken we naar de prognoses voor het speciaal basisonderwijs, dus alleen voor de gemeenten waar scholen voor speciaal basisonderwijs zijn.

In het kort

  • Het aantal basisschoolleerlingen is in 2025 naar verwachting zo’n 2000 leerlingen lager dan in 2019 (-7%).
  • De afnemende trend is in 2030 en 2035 gekeerd, in 2035 is het leerlingaantal iets boven het huidige niveau.
  • Landelijk wordt voor 2030 al een kleine stijging van het aantal basisschoolleerlingen verwacht.
  • Het aantal leerlingen op Drentse sbo scholen neemt tot 2025 toe met 4% en blijft dan een aantal jaren stabiel. In 2035 is het aantal leerlingen opgelopen met 10% ten opzichte van 2019 (landelijk 16%).

Trend afname aantal basisschoolleerlingen vlakt komende tien jaar af, landelijk zelfs weer toename

Er zijn momenteel in Drenthe ruim 38.000 basisschoolleerlingen (de prognose berekeningen zijn ten opzichte van het peilmoment 1 oktober 2019). De verwachting is dat dit aantal afneemt tot iets boven de 36.000 in 2025 (afname van 7%). Daarna is er weer een kerende trend. Voor 2030 wordt een afname (ten opzichte van 1 oktober 2019) van 4% verwacht en weer 5 jaar later is er al weer een kleine toename van 2%.

Tot 2025 wordt vergeleken met 2019 alleen voor Westerveld en Tynaarlo een stijging van het aantal leerlingen verwacht. Daar komen in 2030 en 2035 meer Drentse gemeenten bij. In 2035 wordt voor de gemeenten Westerveld (20%) en De Wolden (19%) de grootste toename voorspelt. Noordenveld, Assen en Hoogeveen blijven naar verwachting het langst in de min staan (in 2035 rond de -7%).

De scholen voor speciaal basisonderwijs (sbo) staan in de gemeenten Assen, Meppel, Hoogeveen, Emmen en Noordenveld. We zien in de visualisatie een landelijke toename van het leerlingenaantal. Voor Drenthe verwacht men in 2025 een toename van 4%, waarbij tussen de gemeenten (oftewel de scholen) grote verschillen zijn. In 2035 zal het aantal leerlingen in het Drentse speciaal basisonderwijs verder zijn toegenomen met 10% (landelijk 16%). In 2030 lijken de leerlingenaantallen alleen op de scholen in Hoogeveen en Emmen nog iets lager te liggen dan de aantallen in 2019. In 2035 staan ook deze scholen in de plus.

Passend onderwijs

Met de Wet Passend Onderwijs (augustus 2014) is het de verantwoordelijkheid van scholen om kinderen een passende onderwijsplek te bieden. Daar waar het kan in het regulier onderwijs en daar waar het nodig is in het speciaal (basis)onderwijs. Daarvoor werken reguliere en speciale scholen samen in regionale samenwerkingsverbanden. In Drenthe (en deels daarbuiten) zijn 5 samenwerkingsverbanden actief. We kijken naar de percentages in het speciaal onderwijs (so) (cluster 3 en 4) en speciaal basisonderwijs (sbo) per samenwerkingsverband en de ontwikkeling over de jaren.

De Drentse gemeenten vallen onder de volgende samenwerkingsverbanden voor primair onderwijs: PO2201 (Assen, Aa en Hunze, Tynaarlo, Midden-Drenthe), PO2001 (Noordenveld), PO2304 (Coevorden), PO2203 (Hoogeveen, Westerveld, De Wolden, Meppel), PO2202 (Borger-Odoorn, Emmen).

In het kort

  • Vergeleken met het aanvangsjaar van Passend Onderwijs (2014) zijn de huidige aandelen leerlingen in het speciaal basisonderwijs binnen alle samenwerkingsverbanden groter.
  • Het landelijke kengetal voor deelname speciaal basisonderwijs is 2,5%.
  • Alleen in het samenwerkingsverband waar Assen, Aa en Hunze, Tynaarlo en Midden-Drenthe onder vallen is het aandeel leerlingen in het speciaal basisonderwijs lager dan landelijk.
  • In de samenwerkingsverbanden waar Coevorden en Noordenveld onder vallen is het aandeel in het speciaal basisonderwijs het hoogst.
  • In alle samenwerkingsverbanden waar de Drentse gemeenten onder vallen is het aandeel leerlingen in het speciaal onderwijs lager dan landelijk.
  • In het samenwerkingsverband waar Noordenveld onder valt is het aandeel in het speciaal onderwijs het hoogst.

Percentage kinderen in het speciaal basisonderwijs binnen alle samenwerkingsverbanden (Drenthe en Nederland) toegenomen ten opzichte van 2014.

We kijken hier naar de binnen het beleidsterrein ‘Passend onderwijs’ gebruikte kengetallen (zie infobutton in de figuur). In de visualisatie is voor de samenwerkingsverbanden waarbinnen de Drentse gemeenten vallen te zien welk aandeel van de kinderen naar het speciaal (basis) onderwijs gaat in de periode 2011-2012 tot en met 2020-2021.

Het aandeel kinderen in het speciaal basisonderwijs nam sinds de invoering van de Wet Passend Onderwijs in 2014 eerst een aantal jaren af, maar sinds 2017 en 2018 zien we weer een geleidelijke toename. Zowel in Drenthe als landelijk. In samenwerkingsverbanden PO2304 (waarbinnen Coevorden valt) en PO2001 (waar Noordenveld onder valt) is het aandeel in het speciaal basisonderwijs het hoogst en daarbij ook (ruim) een halve procentpunt hoger dan landelijk. Alleen in samenwerkingsverband PO2201 is het aandeel sbo leerlingen lager dan landelijk.

Het aandeel leerlingen in het speciaal onderwijs is (al 10 jaren) in alle samenwerkingsverbanden lager dan landelijk. In het samenwerkingsverband waar Noordenveld onder valt is het aandeel leerlingen in het speciaal onderwijs het hoogst. Binnen het samenwerkingsverband van Coevorden e.o. is het aandeel leerlingen in het speciaal onderwijs het laagste.

Leerkrachten in het primair onderwijs

Het CBS constateert dat er sprake is van vergrijzing onder leerkrachten in het basisonderwijs. Doordat er de komende jaren veel leerkrachten een pensioengerechtigde leeftijd bereiken, dreigt er een lerarentekort wanneer er onvoldoende nieuwe leerkrachten bij komen. Daarnaast is het zo dat er in het basisonderwijs veel meer vrouwen dan mannen voor de klas staan. We kijken in dit deel naar een aantal achtergrondfactoren van de leerkrachten in het primaire onderwijs: het basisonderwijs, speciaal basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs. In Drenthe is de verdeling van het aantal mannelijke/ vrouwelijke leerkrachten vrijwel gelijk aan de landelijke verdeling. Al jaren is meer dan 80% van de leerkrachten in het basisonderwijs vrouw.

In het kort

  • Het aandeel vrouwelijke leerkrachten in het Drentse basisonderwijs is de afgelopen jaren gestegen naar 86% in 2019. Er is een stijging van 4 procentpunten vergeleken met het voorgaande jaar.
  • Het aandeel vaste aanstellingen is de laatste jaren afgenomen. Van 96% in 2011 naar 92% in 2019.
  • Meer dan twee derde van de leerkrachten in het basisonderwijs is tussen de 25 en 55 jaar.
  • In 2019 zien we voor alle onderwijstypen in het primair onderwijs een daling van de gemiddelde leeftijd van leerkrachten. Bij de vrouwen en mannen is dat nog het meest het geval in het speciaal basisonderwijs. Bij de mannen zien we echter ook bij de andere onderwijstypen een grote daling van de gemiddelde leeftijd.
  • In het (speciaal) basisonderwijs zijn de Drentse leerkrachten (zowel mannen als vrouwen) ouder dan hun collega’s in de rest van Nederland.
  • In het (voortgezet) speciaal onderwijs zijn de meesters en juffen in Drenthe juist iets jonger dan op landelijk niveau.

Vergrijzing in primair onderwijs omgezet in een daling van de gemiddelde leeftijd van leerkrachten. Dat geldt nog het meest voor het speciaal basisonderwijs.

Sinds 2011 is het aandeel vrouwen in het basisonderwijs dat voor de klas langzaam gestegen naar 86% in 2019. Vergeleken met 2018 een stijging van 4 procentpunten. Landelijk zien we een vergelijkbare ontwikkeling en nam het aandeel vrouwen vergeleken met een jaar eerder ook met enkele procentpunten toe.

In het speciaal onderwijs is het aandeel mannen voor de klas hoger dan bij het reguliere basisonderwijs. Dit geldt voor Drenthe in een hogere mate dan landelijk. In het Drentse speciaal basisonderwijs is een derde van de leerkrachten man. Vergeleken met een jaar eerder een toename van 5 procentpunten. Dit aandeel is over de jaren heen vrij stabiel. Landelijk is het aandeel meesters voor de klas in het speciaal basisonderwijs gedaald van 24% in 2011 naar 17% in 2019.

Het aandeel vaste aanstellingen is de laatste jaren afgenomen. In 2011 had 96% nog een vast dienstverband, in 2018 was dat 90%. In 2019 zien we voor het eerst weer een stijging naar 92% vaste aanstellingen. In Nederland zien we een vergelijkbare ontwikkeling.

In het onderwijs is de gemiddelde leeftijd van leraren nog steeds hoger dan de gemiddelde leeftijd van de beroepsbevolking (2019: 42 jaar). De cijfers van de meest recente jaren laten zien in het primaire onderwijs en met name in het speciaal basisonderwijs de vergrijzing inmiddels is omgezet in een daling van de gemiddelde leeftijd.

Al een aantal jaren is ongeveer 70% van de leerkrachten in het Drents basisonderwijs tussen de 25 en 55 jaar. De gemiddelde leeftijd van zowel de meesters als juffen is de afgelopen jaren gedaald en is in 2019 voor beide groepen ongeveer even hoog. De gemiddelde leeftijd van Drentse meesters en juffen in het basisonderwijs ligt iets hoger dan gemiddeld in Nederland.

Vergelijken met een jaar eerder is de gemiddelde leeftijd in het sbo onder zowel de mannelijke als vrouwelijke leerkrachten in 2019 omlaag gegaan. In het (voortgezet) speciaal onderwijs zien we vooral bij de mannelijke leerkrachten een daling van de gemiddelde leeftijd.

Medewerker

Imke Oosting

Onderzoeker

Betrokken medewerkers

Imke Oosting

Imke Oosting

Onderzoeker

  • Mail
  • LinkedIn
Jessy Snip

Jessy Snip

Onderzoeker

  • Mail
  • LinkedIn

Meer weten?

Neem contact op met één van de betrokken medewerkers

Gerelateerd nieuws

Onderwijs

Vrijheid in planning bij thuisonderwijs was fijn, maar leerlingen krijgen betere uitleg in de klas

Zorg

Meerjarenagenda Alliantie Drentse Zorg met Ouderen

Laaggeletterdheid

Uitnodiging Bondgenotencafé Geletterd Drenthe op 20 april

Bondgenootschap voor een Geletterd Drenthe nodigt jullie van harte uit voor het bondgenotencafé op: dinsdag 20 april van 15.30 uur – 17.00 uur, digitaal (link volgt na aanmelding). Corona heeft invloed op ons allemaal, uiteraard ook op de professionals die werken met laaggeletterden. Trendbureau Drenthe presenteert het onderzoek waarb

Armoede

Handreiking voor beleid en ondersteuning bij generatiearmoede in nieuw feitenblad

Tussen families in generatiearmoede bestaan grote onderlinge verschillen. Beleid en ondersteuning zouden daar meer rekening mee moeten houden. Dit is de gedachte achter en in het nieuwe feitenblad van Sociaal Planbureau Groningen, Trendbureau Drenthe en Rijksuniversiteit Groningen (RUG). In het feitenblad illustreren zeven families Lukkien deze ged

Zorg

Symposium “Samen op weg naar de beste Drentse dienstverlening aan ouderen!” op 22 april 2021

 Datum:    donderdag 22 april  Tijdstip: 14:30 – 17.00 uur  Locatie:     online  Genodigden: Ouderen, zorg- en welzijn bestuurders, beleidsmakers, huisartsenzorg, verzorgenden, (wijk)verpleegkundigen,  gemeenten, provincie, woningcorporaties   Op donderdag 22 april organiseert de Alliantie Drentse

Publicaties

Armoede

Feitenblad Diversiteit in generatiearmoede

Zorg

Rapport Regiobeeld Ouderenzorg Drenthe 2020

Laaggeletterdheid

Kwart basisschoolleerlingen haalt minimale niveau schrijfvaardigheid niet // Nu.nl