Primair Onderwijs

Primair onderwijs

De Drentse Onderwijsmonitor volgt ontwikkelingen met betrekking tot scholen en leerlingen in het primair onderwijs. Het primair onderwijs is de overkoepelende term voor het basisonderwijs, het speciaal basisonderwijs en het onderwijs op speciale scholen (sinds de invoering van de Wet op het primair onderwijs in 1998). We kijken in dit deel naar leerlingenaantallen, kenmerken van groepen leerlingen en het aantal en de grootte van scholen. Je vindt zowel de Drentse als landelijke cijfers.

Drentse scholen primair onderwijs

Op 1 oktober 2019 zijn er in Drenthe 259 basisscholen. Dat zijn er twee minder dan het voorafgaande schooljaar. In Drenthe zijn er relatief veel kleine scholen. Twaalf procent van de Drentse scholen heeft minder dan 50 leerlingen. Er zijn acht scholen die minder dan 35 leerlingen hebben. De minimale opheffingsnorm is 23 leerlingen, maar deze verschilt per gemeente (afhankelijk van de leerlingdichtheid). In de nieuwste stichtings- en opheffingsnormen 2018-2023 (Staatscourant, okt 2017) wordt rekening gehouden met demografische krimp en de afname van leerlingdichtheid in plattelandsgemeenten.

In het kort

  • Er zijn aan begin van schooljaar 2019-2020 259 basisscholen in Drenthe (twee minder dan in het vorige schooljaar).
  • Drenthe heeft relatief meer kleine scholen dan landelijk (respectievelijk 12% en 4% scholen met minder dan 50 leerlingen).
  • 32 Drentse scholen hebben minder dan 50 leerlingen, acht scholen hebben 35 of minder leerlingen.
  • In Drenthe zijn er gemiddeld 151 leerlingen per school (landelijk 221).
  • In de anticipeergemeenten in Oost-Drenthe (verwachte bevolkingskrimp) is het gemiddeld aantal leerlingen beneden het provinciale gemiddelde.

 

Scholen op de kaart

In de visualisatie is per gemeente te zien waar de scholen voor primair onderwijs zich bevinden. Bij de scholen is het aantal leerlingen (aanvang schooljaar 2019-2020), de naam van de school en het type primair onderwijs te zien (waarbij Bo staat voor basisonderwijs, Sbo voor speciaal basisonderwijs, So voor speciaal onderwijs en Vso voor Voortgezet speciaal onderwijs).

In Drenthe meer kleine scholen dan landelijk

In onderstaande visualisatie is te zien dat 12% van de basisscholen in Drenthe minder dan 50 leerlingen heeft. Landelijk is dit 4%. Iets meer dan een kwart van de Drentse basisscholen heeft meer dan 200 leerlingen, landelijk is dit bijna de helft. In de visualisatie is de gemeente te kiezen waarvan het aantal en de verdeling van scholen per grootteklasse te zien zijn. Ook kan het schooljaar worden gekozen.

In Drenthe gemiddeld 151 leerlingen per school, landelijk is het gemiddelde 221

In de onderstaande visualisatie is het gemiddelde aantal leerlingen per school te zien voor alle Drentse gemeenten. Landelijk heeft een school gemiddeld 221 leerlingen. In Drenthe is dit gemiddelde 151 leerlingen. In de kaart is te zien dat Westerveld, Coevorden en Borger-Odoorn de laagste gemiddelden hebben. Oost-Drenthe geldt als anticipeergebied. Dit betekent dat voor dit gebied rekening wordt gehouden met toekomstige bevolkingsdaling. De gemeenten in dit gebied (Aa en Hunze, Coevorden, Emmen en Borger-Odoorn) hebben allen een gemiddeld aantal leerlingen dat lager is dan het provinciale gemiddelde. Meppel en Assen hebben een gemiddeld aantal leerlingen dat hoger is dan landelijk (respectievelijk 222 en 236). In de visualisatie kan het schooljaar worden gekozen, waarvan het gemiddeld aantal leerlingen in de gemeenten te zien is.

Leerlingen op de basisscholen

Er is sprake van ontgroening, het geboortecijfer daalt waardoor er steeds minder leerlingen in het onderwijs komen. In het Drentse basisonderwijs is vanaf 2009 een jaarlijkse afname van het aantal basisschoolleerlingen duidelijk waarneembaar. In vergelijking met het jaar 2000 zijn er bij aanvang van schooljaar 2019-2020 15% minder leerlingen in het Drentse basisonderwijs. Landelijk is de afname in dezelfde periode 10%.

In het onderdeel Prognoses leerlingaantallen (speciaal) basisonderwijs bekijken we wat de verwachting is voor de komende jaren. De gevolgen van leerlingendaling zijn evident. De kwaliteit van het onderwijs in krimpgebieden behoeft extra aandacht en er zijn gevolgen voor de financiële middelen die scholen ter beschikking krijgen. Het voortbestaan van kleine scholen kan in gevaar komen. Als een school 3 jaar achtereen minder leerlingen heeft dan de vastgestelde opheffingsnorm, dan stopt de bekostiging. We kijken in dit deel hoe het er voor staat met de ontwikkeling van het leerlingenaantal in Drenthe.

In het kort

  • Er zijn aan begin van schooljaar 2019-2020 39.026 basisschoolleerlingen in Drenthe.
  • Het aantal basisschoolleerlingen is aan begin van schooljaar 2019-2020 met ruim 2% afgenomen t.o.v. een jaar eerder (landelijk is de afname iets meer dan een half procent).
  • De gemeenten Assen en Borger-Odoorn hebben in 2019-2020 te maken met de grootste afname van aantal basisschoolleerlingen.
  • In Tynaarlo en in Westerveld is in schooljaar 2019-2020 een toename van aantal basisschoolleerlingen.

 

Afname aantal basisschoolleerlingen iets groter dan vorig jaar

Aan het begin van schooljaar 2019-2020 zijn er 39.026  leerlingen op de basisscholen in Drenthe. Dit is een afname van iets boven de 2% ten opzichte van een jaar eerder. Het jaar daarvoor was de afname minder groot (1,3%). De afname van het aantal basisschoolleerlingen gaat sneller dan landelijk, zoals in onderstaande visualisatie te zien is. Het aantal leerlingen in het jaar 2000-2001 is hierbij het vergelijkingsjaar, dit aantal is als index op 100 gesteld. Sinds het jaar 2000 is het leerlingen aantal in Drenthe met 15% afgenomen terwijl dit landelijk met 10% afnam. De prognoses van de ontwikkeling van het aantal kinderen in de basisschoolleeftijd zijn in ‘Prognoses leerlingaantallen (speciaal) basisonderwijs’ te lezen.

Toename basisschoolleerlingen in Tynaarlo en Westerveld

De leerlingenaantallen in het basisonderwijs per gemeente zijn te zien in de onderstaande visualisatie. Ook is het verschil in leerlingenaantal ten opzichte van het vorige jaar te zien. Aan de linker bovenzijde kan een schooljaar gekozen worden. Er is een kleine toename in de gemeenten Tynaarlo en Westerveld (respectievelijk 0,4% en 0,2%).

Alle overige gemeenten hebben te maken met een dalend leerlingenaantal. De daling is het grootst in Assen en Borger-Odoorn (respectievelijk -3,9% en -3,3%).

Weer afname aantal leerlingen met kans op achterstand

Basisschoolleerlingen krijgen een gewichtenfactor op basis van het opleidingsniveau van hun ouders/ verzorgers (zie ook de infobutton in de visualisatie). De school krijgt voor leerlingen met een gewichtenfactor extra financiële middelen, omdat kinderen van laagopgeleide ouders een grotere kans hebben op leerachterstanden. Landelijk heeft 8,0% van de basisschoolleerlingen een gewichtenfactor. In Drenthe is dat lager, namelijk 7,4% De laatste jaren neemt het aandeel gewichtenleerlingen af. In de visualisatie is per gemeente het percentage gewichtenleerlingen op de basisscholen te zien. Vooral in de zuidoostelijke gemeenten is het aandeel gewichtenleerlingen hoog. Emmen, Hoogeveen en Coevorden zitten boven het landelijke percentage met respectievelijk 11,1%, 10,7% en 10,0%). In de visualisatie is het schooljaar te kiezen waarvan het percentage gewichtenleerlingen te zien is. Te zien is dat het aandeel gewichtenleerlingen in Coevorden aan het begin van schooljaar 2018-2019* iets hoger is dan een jaar daarvoor.

*Schooljaar 2018-2019 is het laatste jaar waarvoor DUO de cijfers over gewichtenleerlingen publiceert.

Scholen en leerlingen in het speciaal (basis) onderwijs

Aan  het begin van schooljaar 2019-2020 zijn er in Drenthe 8 scholen voor speciaal basisonderwijs en 18 vestigingen voor (voortgezet) speciaal onderwijs. We kijken hier hoeveel leerlingen ingeschreven zijn op de scholen voor speciaal (basis) onderwijs. We maken ook een vergelijking met de aantallen van het vorige jaar. Het regulier basisonderwijs, het speciaal basisonderwijs en het (voortgezet) speciaal onderwijs worden gerekend tot het primair onderwijs.

In het kort

  • Het aantal leerlingen op de scholen voor speciaal basisonderwijs is met 6% toegenomen.
  • Het aantal leerlingen op Drentse instellingen voor speciaal onderwijs (SO) is met 8% toegenomen.  Op de afdelingen voor voortgezet speciaal onderwijs zien we eveneens een toename van 8%.
  • In Drenthe volgt 93,8% van de leerlingen in het primair onderwijs regulier basisonderwijs (landelijk 93,0%). In 2018-2019 was dat aandeel hoger: 94,1% in Drenthe en landelijk 93,1%.
  • Tynaarlo, Westerveld en Aa en Hunze hebben de hoogste percentages reguliere basisschoolleerlingen.
  • Noordenveld en Assen hebben de hoogste percentages leerlingen in het speciaal basisonderwijs.
  • Assen, Emmen, De Wolden en Borger-Odoorn hebben de hoogste percentages leerlingen in het speciaal onderwijs.
  • Emmen en Assen hebben de hoogste percentages leerlingen in het voortgezet speciaal onderwijs.
  • Het aandeel leerlingen in het speciaal en voortgezet speciaal onderwijs is in Drenthe lager dan landelijk (resp. so: 1,3% en 2,1%, vso: 2,3% en 2,5%).

 

Meer leerlingen op de Drentse scholen voor speciaal basisonderwijs en voortgezet speciaal onderwijs

In de onderstaande visualisatie zijn de leerlingaantallen bij de start van de schooljaren 2018-2019 en 2019-2020 weergegeven. Per tabblad kan gekozen worden voor respectievelijk speciaal basisonderwijs, speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs. We zien dat het aantal leerlingen op de scholen voor speciaal basisonderwijs is toegenomen met 61. Dit is een toename van 6%. In totaal zijn aan het begin van het nieuwe schooljaar 1.043 leerlingen begonnen op een Drentse school voor speciaal basisonderwijs.

Ook op de Drentse afdelingen voor speciaal onderwijs (SO, tweede tabblad) zien we een toename. In totaal zijn er aan het begin van 2019-2020 390 leerlingen (een toename van 8%). Op het voortgezet speciaal onderwijs (VSO, derde tabblad) zien we bij aanvang van dat jaar 813 leerlingen. Een toename van 59 leerlingen (8%).

Leerlingen speciaal (basis) onderwijs per woongemeente

Het reguliere basisonderwijs, het speciaal basisonderwijs en het (voortgezet) speciaal onderwijs worden gerekend tot het primair onderwijs (PO). In de kaart hieronder is per woongemeente weergegeven hoeveel leerlingen welk type primair onderwijs volgen. Er kan in de visualisatie per schooljaar gekozen worden voor elk type primair onderwijs. Zo is voor alle gemeenten te zien welk percentage leerlingen, woonachtig in hun gemeente, in het gekozen schooljaar een bepaald type onderwijs volgt.

Van alle Drentse leerlingen in het primair onderwijs volgt 93,8% van de leerlingen het reguliere basisonderwijs. Landelijk is dit 93,0%. Het aandeel leerlingen in het regulier basisonderwijs is daarmee iets afgenomen (zowel voor Drenthe als Nederland). We zien in de visualisatie dat de percentages leerlingen in het reguliere basisonderwijs in Tynaarlo, Westerveld en Aa en Hunze het hoogst zijn.

Het Drentse percentage leerlingen in het speciaal basisonderwijs is 2,6% en daarmee iets hoger dan landelijk (2,4%). We zien de hoogste percentages in Noordenveld en Assen.

Het Drentse percentage in het speciaal onderwijs is 1,3% en daarmee lager dan landelijk (2,1%). In Assen, Emmen, De Wolden en Borger-Odoorn wonen relatief de meeste leerlingen die naar het speciaal onderwijs gaan. Het Drentse percentage leerlingen in het voortgezet speciaal onderwijs is eveneens lager dan landelijk (resp. 2,3 en 2,5%). In Emmen en Assen wonen relatief de meeste vso-leerlingen.

Prognoses leerlingaantallen (speciaal) basisonderwijs

Vergrijzing en ontgroening zorgen ervoor dat er steeds minder leerlingen in het basisonderwijs komen. We hebben dit al aangestipt in het onderdeel Leerlingen op de basisscholen. Het aantal Drentse basisschoolleerlingen neemt sinds 2009 af. Het voortbestaan van een aantal scholen komt hiermee in gevaar. Het is niet automatisch zo dat hiermee ook  de onderwijskwaliteit in gevaar komt, maar dit vergt wel extra aandacht. In dit deel kijken we naar de prognoses (volgens DUO) voor de leerlingaantallen in de jaren 2025, 2030 en 2035. We kijken naar de prognoses van alle basisscholen per gemeente samen. Ook kijken we naar de prognoses voor het speciaal basisonderwijs, dus alleen voor de gemeenten waar scholen voor speciaal basisonderwijs zijn.

In het kort

  • Het aantal basisschoolleerlingen is in 2025 naar verwachting afgenomen met 8%.
  • De afnemende trend is in 2030 en 2035 gekeerd, maar het leerlingaantal is dan nog niet terug op het huidige niveau.
  • Landelijk wordt voor 2030 al een kleine stijging van het aantal basisschoolleerlingen verwacht.
  • Het aantal leerlingen op Drentse sbo-scholen neemt de komende jaren eerst af (in tegenstelling tot landelijke ontwikkelingen), de afnemende trend keert over een jaar of 10.

Trend afname aantal basisschoolleerlingen vlakt komende tien jaar af, landelijk zelfs weer toename

Er zijn momenteel in Drenthe iets minder dan 40.000 basisschoolleerlingen (de prognose berekeningen zijn ten opzichte van het peilmoment 1 oktober 2018). De verwachting is dat dit aantal afneemt tot iets boven de 36.000 in 2025 (afname van 8%). Daarna is er weer een kerende trend. Voor 2030 wordt een afname (ten opzichte van 1 oktober 2018) van 6% verwacht en weer 5 jaar later is er al weer een kleine toename van 1%.

De scholen voor speciaal basisonderwijs (sbo) staan in de gemeenten Assen, Meppel, Hoogeveen, Emmen en Noordenveld. We zien in de visualisatie een landelijke toename van het leerlingenaantal. Voor Drenthe verwacht men in 2025 een afname van 3%, waarbij tussen de gemeenten (oftewel de scholen) grote verschillen zijn. De afname van Drentse sbo-leerlingen is vrijwel verdwenen in 2035. In dat jaar is landelijk de verwachte toename 22% ten opzichte van het 1 oktober 2018.

Passend onderwijs

Met de Wet Passend Onderwijs (augustus 2014) is het de verantwoordelijkheid van scholen om kinderen een passende onderwijsplek te bieden. Daar waar het kan in het regulier onderwijs en daar waar het nodig is in het speciaal (basis)onderwijs. Daarvoor werken reguliere en speciale scholen samen in regionale samenwerkingsverbanden. In Drenthe (en deels daarbuiten) zijn 5 samenwerkingsverbanden actief. We kijken naar de percentages in het speciaal onderwijs (so) (cluster 3 en 4) en speciaal basisonderwijs (sbo) per samenwerkingsverband en de ontwikkeling over de jaren.

De Drentse gemeenten vallen onder de volgende samenwerkingsverbanden voor primair onderwijs: PO2201 (Assen, Aa en Hunze, Tynaarlo, Midden-Drenthe), PO2001 (Noordenveld), PO2304 (Coevorden), PO2203 (Hoogeveen, Westerveld, De Wolden, Meppel), PO2202 (Borger-Odoorn, Emmen).

In het kort

  • Het landelijke kengetal voor deelname speciaal basisonderwijs is 2,5%.
  • Alleen in het samenwerkingsverband waar Assen, Aa en Hunze, Tynaarlo en Midden-Drenthe onder vallen is het aandeel leerlingen in het speciaal basisonderwijs lager dan landelijk.
  • In de samenwerkingsverbanden waar Coevorden en Noordenveld onder vallen is het aandeel in het speciaal basisonderwijs het hoogst.
  • In alle samenwerkingsverbanden waar de Drentse gemeenten onder vallen is het aandeel leerlingen in het speciaal onderwijs lager dan landelijk.
  • In het samenwerkingsverband waar Noordenveld onder valt is het aandeel in het speciaal onderwijs het hoogst.
  • De percentages in speciaal (basis) onderwijs verschillen niet heel veel over de jaren.

 

Percentage kinderen in het speciaal onderwijs redelijk stabiel in de samenwerkingsverbanden

We kijken hier naar de binnen het beleidsterrein ‘Passend onderwijs’ gebruikte kengetallen (zie infobutton). In de visualisatie is voor de samenwerkingsverbanden waarbinnen de Drentse gemeenten vallen te zien welk aandeel van de kinderen naar het speciaal (basis) onderwijs gaat in de periode 2011-2012 tot en met 2019-2020.

Het aandeel kinderen in het speciaal basisonderwijs is sinds de invoering van de Wet Passend Onderwijs in 2014 zowel in  Drenthe als landelijk vrijwel onveranderd. In samenwerkingsverbanden PO2304 (waarbinnen Coevorden valt) en PO2001 (waar Noordenveld onder valt) is het aandeel in het speciaal basisonderwijs het hoogst en daarbij ook ongeveer een halve procentpunt hoger dan landelijk. Alleen in samenwerkingsverband PO2201 is het aandeel sbo leerlingen lager dan landelijk.

Het aandeel leerlingen in het speciaal onderwijs is (al een aantal jaren) in alle samenwerkingsverbanden lager dan landelijk. In het samenwerkingsverband waar Noordenveld onder valt is het aandeel leerlingen in het speciaal onderwijs het hoogst. Over de jaren heen zijn de schommelingen miniem.

Leerkrachten in het primair onderwijs

Het CBS constateert dat er sprake is van vergrijzing onder leerkrachten in het basisonderwijs. Doordat er de komende jaren veel leerkrachten een pensioengerechtigde leeftijd bereiken, dreigt er een lerarentekort wanneer er onvoldoende nieuwe leerkrachten bij komen. Daarnaast is het zo dat er in het basisonderwijs veel meer vrouwen dan mannen voor de klas staan. We kijken in dit deel naar een aantal achtergrondfactoren van de leerkrachten in het primaire onderwijs: het basisonderwijs, speciaal basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs. In Drenthe is de verdeling van het aantal mannelijke/ vrouwelijke leerkrachten vrijwel gelijk aan de landelijke verdeling. Al jaren is iets meer dan 80% van de leerkrachten in het basisonderwijs vrouw.

In het kort

  • Al een aantal jaren is het aandeel vrouwelijke leerkrachten in het Drentse basisonderwijs iets meer dan 80%. Landelijk is het beeld vergelijkbaar.
  • Het aandeel leerkrachten met een vaste aanstelling in het Drentse basisonderwijs is in 2018 enkele procentpunten lager dan in 2013 (resp. 90% en 97%).
  • Meer dan twee derde van de leerkrachten in het basisonderwijs is tussen de 25 en 55 jaar.
  • In Drenthe is de gemiddelde leeftijd van vrouwelijke leerkrachten in het basisonderwijs iets hoger dan landelijk. De mannelijke Drentse leerkrachten zijn daarentegen iets jonger dan het landelijk gemiddelde.

 

Geen duidelijke toename vergrijzing van leerkrachten in het basisonderwijs in Drenthe

Al een aantal jaren schommelt het aandeel vrouwen in het basisonderwijs dat voor de klas staat rond de 80%. We zien hier geen verschil tussen de Drentse leerkrachten en de landelijke leerkrachten. In het speciaal onderwijs is het aandeel mannen voor de klas hoger dan bij het reguliere basisonderwijs.  Dit geldt voor Drenthe daarbij in een hogere mate dan landelijk. In het Drentse speciaal basisonderwijs is ongeveer een kwart van de leerkrachten man (landelijk ongeveer een vijfde deel) en in het Drentse (voortgezet) speciaal onderwijs is iets meer dan een kwart deel man (landelijk bijna een kwart).

Het aandeel vaste aanstellingen is de laatste jaren met enkele procentpunten afgenomen. In Drenthe had in 2018 90% van de leerkrachten in het basisonderwijs een vaste aanstelling, in 2011 was dat nog 97%. In Nederland was dit respectievelijk 87% en 94%.

We zien in Drenthe op de korte termijn niet dat er sprake is van een toename van vergrijzing onder de populatie leerkrachten. Al een aantal jaren is ongeveer 70% van de leerkrachten in het basisonderwijs tussen de 25 en 55 jaar.  De gemiddelde leeftijd onder de vrouwelijke Drentse leerkrachten op het basisonderwijs is iets hoger dan landelijk, maar dit verschil is minimaal. De mannelijke Drentse leerkrachten in het basisonderwijs zijn iets jonger dan gemiddeld landelijk, maar ook dit verschil is erg klein. In het sbo zijn de mannelijke leerkrachten zowel landelijk als in Drenthe wat ouder dan de vrouwelijke leerkrachten. Dit is ook in het speciaal onderwijs het geval. De Drentse vrouwelijke (v)so leerkrachten zijn jonger dan landelijk, Drentse vrouwelijke sbo-leerkrachten zijn juist ouder dan het landelijke gemiddelde.

Medewerker

Imke Oosting

Onderzoeker

Delen via social media

Delen via social media

Betrokken medewerkers

Imke Oosting

Onderzoeker

Jessy Snip

Onderzoeker

Meer weten?

Neem contact op met één van de betrokken medewerkers

Gerelateerd nieuws

Laaggeletterdheid

Voorleescampagne gericht op ouders van jonge kinderen van start

Publicaties

Bereikbaarheid & voorzieningen

Publicatie Maatschappelijke effecten als gevolg van financiële tekorten bij Drentse gemeenten

Laaggeletterdheid

Monitoronderzoek naar de aanpak van laaggeletterdheid in Drenthe - Vervolgmeting Resultaten 2019

Laaggeletterdheid

Factsheet netwerk rond en werving van NT-1 doelgroepen in Drenthe