Arbeid en vrije tijd
Als meer mensen werken kan dat leiden tot economische groei. Vooral in een context van ontgroening en vergrijzing is het belangrijk om publieke voorzieningen zoals zorg, onderwijs en sociale zekerheid te behouden. Een goede aansluiting tussen de regionale arbeidsmarkt en het onderwijs is essentieel voor een sterke en vitale economie.
Op persoonlijk niveau hangt brede welvaart voor veel mensen sterk af van het hebben van passend en betaald werk. Het is belangrijk dat werk en vrije tijd goed in balans zijn voor een goede kwaliteit van leven. Voor Drenten zelf draagt het hebben van een baan en zekerheid van inkomen bij aan het versterken van sociale contacten en een gevoel van eigenwaarde, wat de gezondheid en het welzijn van mensen versterkt.
In het kort
- De nettoarbeidsparticipatie in Drenthe was in 2023 71%. Dit steeg de afgelopen jaren, maar blijft lager dan het landelijke gemiddelde.
- Tussen 2019 en 2023 groeide de werkgelegenheid in Drenthe met ruim 7%.
- De grootste sector in Drenthe is de gezondheidszorg, met één op de vijf banen. Andere belangrijke sectoren zijn handel, zakelijke dienstverlening en industrie.
- De werkloosheid in Drenthe is historisch laag en ligt zelfs onder het landelijke gemiddelde (3,1% t.o.v. 3,6%). Toch is de jeugdwerkloosheid relatief hoog, vooral in de steden.
- 72,7% van de Drentse bevolking heeft een startkwalificatie, iets lager dan het landelijke gemiddelde van 73,6%. Dit aantal stijgt gestaag.
- De helft van de inwoners is (zeer) tevreden met de werkgelegenheid in Drenthe.
Arbeidsparticipatie in Drenthe lager dan landelijk
De arbeidsparticipatie geeft aan welk deel van de beroepsbevolking op de arbeidsmarkt actief is. Bij de nettoarbeidsparticipatie kijken we alleen naar werkenden. Een hogere mate van arbeidsparticipatie draagt niet alleen bij aan de economische welvaart van de provincie, maar ook aan het in stand houden van de sociale voorzieningen.
Door een afnemende werkloosheid nam de nettoarbeidsparticipatie de afgelopen jaren toe van 65,2% in 2013 tot 71,1% in 2023. De gemeenten in Drenthe volgen de landelijke trend, maar de Oost-Drentse gemeenten blijven achter. De nettoarbeidsparticipatie is het laagst in de gemeente Emmen (67,8%) en het hoogst in de gemeenten Meppel (74,5%) en Tynaarlo (73,1%). Over het geheel genomen ligt de nettoarbeidsparticipatie in Drenthe lager dan het landelijk niveau (73,1%).
Lichte groei van hoeveelheid banen
In 2023 waren er in Drenthe 237.730 banen, een stijging van 1,7% ten opzichte van het jaar daarvoor. Dit beslaat zo’n 27% van de totale werkgelegenheid in de drie noordelijke provincies (ruim 885.000 arbeidsplaatsen). De werkgelegenheid in Drenthe groeide in totaal met 7,2% in de periode 2019-2023, wat onder het landelijk gemiddelde van 7,6% ligt.
Per 1.000 inwoners zijn de meeste banen in de stedelijke gebieden als Assen, Meppel en Hoogeveen. Het laagst aantal banen per 1.000 inwoners vinden we in Borger-Odoorn.
Zorg blijft de grootste sector, maar ook een bron van zorg
Eén op de vijf banen in Drenthe is een baan in de zorg, die daarmee de grootste sector is. Waar landelijk de zorgsector met 2,8% groeide, is de groei in Drenthe beperkt tot 0,4%. Door economische groei, een kwalitatieve mismatch op de arbeidsmarkt en dubbele vergrijzing staat de Drentse zorgsector onder druk. Naast de vergrijzing van het personeelsbestand, waardoor er op korte termijn rekening gehouden moet worden met een hoge uitstroom van personeel, is er sprake van een vergrijzende bevolking die de vraag naar zorg doet stijgen.
Naast de zorg werken Drenten veel in de handel (17,4%), zakelijke dienstverlening (12,4%) en industrie (11,1%). Deze verdeling is al jaren gelijk. In vergelijking met Nederland is vooral het aandeel banen in de zorg groot, het aantal banen in de zakelijke dienstverlening en logistiek wat kleiner, en het aandeel banen in de landbouw groter.
Weinig nieuwe bedrijven in Drenthe
Nieuwe bedrijven creëren werkgelegenheid, zowel direct als indirect. Nieuwkomers brengen nieuwe banen met zich mee, maar beïnvloeden ook bestaande bedrijven. Door innovatie en concurrentie ontstaat een nieuwe dynamiek, wat op termijn tot meer werkgelegenheid kan leiden.
In de periode 2019-2023 steeg het aantal oprichtingen in Drenthe flink, net als landelijk. In Drenthe was de groei 19,5%, landelijk was de groei net iets hoger (20,1%). Het niveau van nieuwe bedrijvigheid is in Drenthe echter laag. Met 12,9 oprichtingen per 1.000 inwoners in Drenthe en 19,4 landelijk zien we een groot verschil.
Werkloosheidspercentage historisch laag
Het werkloosheidspercentage daalt al tien jaar – uitgezonderd in 2020, het eerste coronajaar – en bevindt zich sinds 2018 onder het landelijke gemiddelde. In Drenthe ligt het werkloosheidspercentage op 3,1% – landelijk is dit 3,6%. Het verschil van het Drentse met het Nederlandse gemiddelde fluctueert echter gedurende het jaar, bijvoorbeeld door seizoenswerkgelegenheid in landbouw, horeca, detailhandel en bouw in Drenthe. Hierdoor neemt de werkloosheid af in het voorjaar en de zomer en toe in het najaar en de winter.
Het werkloosheidspercentage is het hoogst in de gemeenten Assen en Emmen, maar nog steeds liggen deze gemeenten op of onder het landelijk gemiddelde. De laagste percentages vinden we in de gemeenten De Wolden, Aa en Hunze en Westerveld.
Hoge jeugdwerkloosheid, vooral in stedelijke gemeenten
Voor de jeugdwerkloosheid gebruiken we het aandeel bij het UWV geregistreerde werkzoekende jongeren onder de 27 jaar. In Drenthe ligt het percentage jeugdwerkloosheid hoger dan landelijk: 4,1% versus 3,2% gemiddeld in Nederland.
De werkloosheid onder jongeren is vaak veel hoger dan de algemene werkloosheid. De verschillen binnen de provincie zijn ook groter en duidelijker zichtbaar dan bij de algemene werkloosheid. De stedelijke gemeenten vallen in negatieve zin op. Een mogelijke (deel)verklaring vinden we in het opleidingstype, dat sterk varieert binnen de provincie. Jongeren zonder startkwalificatie (dat wil zeggen zonder een diploma op havo-, vwo- of mbo-2-niveau) zijn vaker werkloos. Vooral voor de drie stedelijke gemeenten in Drenthe met meer dan 5% jeugdwerkloosheid (Assen, Emmen en Meppel) is het van extra belang om de groep ‘jongeren zonder startkwalificatie’ in de gaten te houden.
Drenten tevreden met de beschikbaarheid van werk in de regio
De helft van het Drents Panel geeft aan (zeer) tevreden te zijn met de werkgelegenheid in de regio. Het eigen werk (of overige dagelijkse bezigheden) wordt gewaardeerd met een 7,9.
Met het herstel na de economische crisis stijgt de werkgelegenheid sinds 2017 en dat zien we terug in hoe de Drentse panelleden het aanbod van werk ervaren: er is een duidelijk stijgende lijn in hoeveel panelleden tevreden zijn over de hoeveelheid beschikbaar werk in de regio. In 2022 was 44% tevreden, ten opzichte van 39% in 2020. Bij de afgelopen meting (september 2024) was de helft (zeer) tevreden met de beschikbaarheid van werk in de regio.
Inwoners van Tynaarlo en Meppel zijn het meest tevreden met de hoeveelheid beschikbaar werk in hun regio. Het minst tevreden zijn inwoners in Borger-Odoorn en Westerveld. Verder valt op dat de groep die ontevreden is, vrij klein is in heel Drenthe: gemiddeld is slechts 8% van de inwoners ontevreden over de hoeveelheid beschikbaar werk in hun regio.
Drenten ook tevreden met eigen werk of andere dagelijkse bezigheden
Drenten geven gemiddeld een 7,8 voor hun werk of andere dagelijkse bezigheden. De tevredenheid met de dagelijkse bezigheden loopt op met leeftijd: 18- tot en met 34-jarigen zijn met een 7,3 tevreden, maar het minst tevreden vergeleken met oudere leeftijdsgroepen. Drenten van 65 jaar en ouder zijn het meest tevreden met de invulling van hun dagen: zij geven gemiddeld een 8,0.
Als we kijken welke situatie van toepassing is – zoals studeren, werken, vrijwilligerswerk, pensioen, bijstand of werkloos of werkzoekende – dan zien we duidelijke verschillen in tevredenheid. Wie aangeeft een bijstandsuitkering te krijgen is het minst tevreden met de dagelijkse bezigheden en geeft gemiddeld een rapportcijfer van een 6,3. Wie met pensioen is, geeft gemiddeld het hoogste cijfer, met een 8,0.
Daarnaast is het belangrijk voor de kwaliteit van leven dat de balans tussen arbeid en vrije tijd goed is (zie ook Welzijn). Met een gemiddeld rapportcijfer van een 8,2 zijn Drenten zeer tevreden met hun hoeveelheid vrije tijd, maar ook hier zijn verschillen op basis van leeftijd en dagelijkse bezigheden.
Stabiele stijging qua Drenten met startkwalificatie
In Drenthe heeft 72,7% van de beroepsbevolking (15- tot en met 74-jarigen) een startkwalificatie, ten opzichte van 73,6% landelijk. Het aantal mensen met een startkwalificatie in Drenthe steeg echter wel iets harder dan gemiddeld in Nederland. Daarmee is een kleine inhaalslag gemaakt.
Een startkwalificatie is het minimale onderwijsniveau dat iemand nodig heeft om een goede kans te maken op de arbeidsmarkt te veroveren, of om door te stromen naar vervolgonderwijs. Een startkwalificatie is vastgesteld op een afgeronde havo- of vwo-opleiding of een basisberoepsopleiding (mbo-niveau 2). Met de huidige krapte op de arbeidsmarkt komen er meer mogelijkheden voor wie een grotere afstand heeft tot de arbeidsmarkt. Werkgevers kijken met een bredere blik, door bijvoorbeeld naar competenties te vragen in plaats van naar een specifieke opleiding.
Drenten zijn tevreden met opleidingskansen
Drenten geven de tevredenheid met hun opleidingskansen gemiddeld een 7,8. De verschillen tussen leeftijdsgroepen zijn minder groot dan bij de tevredenheid met de dagelijkse bezigheden of vrije tijd. Deze variëren van een 7,3 tot een 7,9. Mensen die een uitkering ontvangen hebben een duidelijk lagere tevredenheid, met een 5,7.
Laaggeletterdheid
Er is steeds meer aandacht voor de rol die basisvaardigheden spelen in de zelfredzaamheid van inwoners. Laaggeletterden hebben moeite met lezen, schrijven, rekenen en het werken met de computer. Laaggeletterden hebben vaker schulden of geldproblemen, ze hebben ook vaker moeite met het vinden van werk en voelen zich vaker minder gezond.
Cijfers over laaggeletterdheid komen niet met regelmaat beschikbaar; het is een moeilijk te meten indicator. In 2020 was in Drenthe naar schatting 11% van alle inwoners laaggeletterd. Dit is gelijk aan het landelijke gemiddelde.
Het aandeel laaggeletterden in de gemeenten Aa en Hunze (19%)[1] en De Wolden (14%) is het hoogst en liggen samen met Emmen en Hoogeveen boven het Drentse gemiddelde.
[1] De relatief slechte score van met name Aa en Hunze is niet makkelijk te verklaren vanuit bijvoorbeeld de bevolkingssamenstelling (in 2016 was het aandeel 11-13%). Een mogelijke verklaring is dat de percentages schattingen zijn. De onderzoekers geven aan vooral te kijken naar hoe de gemeente zich verhoudt tot andere gemeenten.
Meer informatie en inzichten
Meer weten over Arbeid en vrije tijd in de provincie Drenthe? Bekijk of download de Monitor Brede Welvaart Drenthe 2024 voor meer informatie en inzichten, zoals bijvoorbeeld de uitdagingen met betrekking tot het versterken van de brede welvaart in Drenthe.
Verantwoording indicatoren
De regionale Monitor Brede Welvaart van CBS meet arbeid en vrije tijd in Drenthe aan de hand van zes indicatoren, namelijk netto- en brutoarbeidsparticipatie, hoogopgeleide bevolking, werkloosheid, vacaturegraad en de tevredenheid met reistijd van en naar het werk.
De indicatoren worden aangevuld met de regionale economische structuur door banen en werkgelegenheid per sector te tonen en de gemiddelde woon-werkafstand. Daarnaast zoomen we in op de regionale jeugdwerkloosheid en laaggeletterdheid. Het Drents Panel geeft een aanvulling met het inwonersperspectief over tevredenheid met de beschikbaarheid van werk in de regio.