Materiële welvaart
Materiële welvaart gaat over de financiële situatie van mensen. Dit onderdeel van brede welvaart ligt het dichtst tegen de traditionele opvattingen van welvaart aan.
Hoewel welzijn en geluk niet enkel om geld draaien, biedt het hebben van voldoende inkomen wel een belangrijke basis. Dit is namelijk van belang om aan basisbehoeften te kunnen voldoen en om rust te kunnen ervaren. Wanneer het inkomen voldoende en stabiel is, geeft dat meer zekerheid en autonomie in het leven.
Onderzoek toont aan dat inkomen voor een belangrijk deel onze ervaren gezondheid, veiligheid, vertrouwen en sociale contacten verklaart. Mensen met een lager inkomen voelen zich vaker ongezond, onveilig en eenzaam. Materiële welvaart vormt daarmee een belangrijk fundament voor een tevreden leven.
In het kort
- De materiële welvaart in Drenthe is op landelijk niveau.
- Gemiddeld gezien leven in Drenthe minder huishoudens onder de lage-inkomensgrens dan in de rest van Nederland. Ook hebben steeds minder mensen een (langdurig) laag inkomen en problematische schulden, en is er in Drenthe een relatief laag aantal bijstandsuitkeringen per 1.000 inwoners.
- In Drenthe groeien minder kinderen op in armoede dan landelijk. Ook neemt het aandeel gezinnen met een laag inkomen langzaam af.
- Ondanks de positieve ontwikkelingen wat betreft de objectieve inkomenscijfers zien we toch dat ongeveer één op de zes Drenten moeite heeft met rondkomen. Voor jongvolwassenen geldt dit nog sterker.
- Jongeren, laagopgeleiden, eenoudergezinnen en alleenstaanden onder de AOW-leeftijd zijn extra kwetsbare groepen als het gaat om het hebben van financiële armslag. Daarnaast kent Drenthe relatief veel kwetsbare inwoners, veelal met een lagere sociaaleconomische achtergrond.
Tevredenheid financiële situatie goed, maar lager onder jongeren
Het Drents Panel is over het algemeen tevreden met hun financiële situatie met een gemiddelde beoordeling van een 7,9. Er zijn echter grote verschillen tussen de leeftijdsgroepen. De groep 18- tot 35-jarigen is duidelijk minder tevreden. Zij geven de tevredenheid met hun financiële situatie gemiddeld een 6,8.
Tevredenheid over de financiële situatie is een belangrijk aspect van brede welvaart, omdat het invloed heeft op welzijn, kansen en toekomstperspectief. Financiële onzekerheid kan stress veroorzaken en de kwaliteit van leven beperken.
Het bruto binnenlands product in Drenthe blijft achter op het landelijke bbp
Het bruto binnenlands product (bbp) is in 2023 in Drenthe het laagst van alle provincies. Met € 36.500 is het verschil met het landelijke bbp (€ 52.400) groot.
Het bbp is de maat voor de omvang van de economie. Het is de totale toegevoegde waarde van alle geproduceerde goederen en diensten in een gebied in een bepaalde periode, weergegeven in het aantal euro’s per inwoner. Een hoog bbp per inwoner wordt vaak gekoppeld aan een hoge welvarendheid van een land of regio.
Drenthe volgt over het algemeen de landelijke lijn, maar met name sinds 2015 blijft Drenthe achter bij de landelijke groei van het bbp.
Mediaan besteedbaar inkomen in Drenthe net onder landelijk gemiddelde
De mediaan is het middelste getal wanneer alle inkomens van laag naar hoog worden gesorteerd. Het besteedbaar inkomen is het netto-inkomen dat huishoudens kunnen uitgeven aan goederen en diensten na aftrek van de vaste lasten.
In Drenthe lag het mediaan besteedbaar inkomen van huishoudens in 2023 op € 33.600, iets onder het landelijk gemiddelde van € 34.000. De provincie staat daarmee op een 8e plek van alle twaalf provincies. Het mediaan inkomen in Drenthe ligt echter hoger dan in de drie buurprovincies. Het mediaan besteedbaar inkomen van Drenthe volgt de landelijke trend nagenoeg precies, waardoor het kleine verschil sinds 2015 gelijk is gebleven. In 2023 is het verschil iets afgenomen.
Op gemeentelijk niveau zijn er een aantal regionale verschillen in Drenthe te zien. Zo is het mediaan besteedbaar inkomen in Tynaarlo het hoogst. Het laagst is het mediaan besteedbaar inkomen in Emmen en Hoogeveen. Dit beeld is hetzelfde als in voorgaande jaren.
Aantal Drenten dat moeite heeft met rondkomen stijgt
Niet alleen het besteedbaar jaarinkomen van mensen zegt iets over de materiële welvaart. Ook de mate waarin mensen zelf aangeven te kunnen rondkomen biedt aanknopingspunten om de materiële welvaart te duiden.
Inwoners van Drenthe hebben minder moeite met rondkomen dan gemiddeld in Nederland. Zo heeft 15,6% van Drenten moeite om rond te komen, tegenover 18,8% van de Nederlandse bevolking. Drenten onder de 65 hebben meer moeite met rondkomen dan mensen van 65+, respectievelijk 18,3% en 9,1%. Drentse vrouwen hebben vaker moeite met rondkomen dan Drentse mannen, respectievelijk 17% en 14,1%.
Gemiddeld zijn er meer bewoners van de gemeente Assen die moeite hebben met rondkomen. In Tynaarlo is relatief het kleinste aantal bewoners die moeite heeft met rondkomen.
Relatief minder mensen in Drenthe met risico op armoede
Om te bepalen welke huishoudens een risico lopen op armoede hanteert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) de lage-inkomensgrens. De lage-inkomensgrens is afgesteld op het type huishouden en vertegenwoordigt voor ieder type huishouden een gelijke koopkracht. Het gaat om het bedrag dat een huishouden te besteden heeft na aftrek van belastingen en premies.
In Drenthe leven in verhouding minder huishoudens onder de lage-inkomensgrens dan in de rest van Nederland. 3,0% van de Drenten heeft een laag inkomen, het landelijk gemiddelde is 3,8%. Dit houdt in dat ongeveer 6.600 huishoudens in de provincie Drenthe in 2023 minimaal 1 jaar onder de lage-inkomensgrens leefden.
Het aandeel huishoudens dat onder de lage-inkomensgrens leeft daalt sinds 2014. Deze daling kwam in een stroomversnelling door energiemaatregelen, waarbij huishoudens een toeslag ontvingen voor de hoge energielasten.
Huishoudens kunnen ook een langdurig laag inkomen hebben. Dit houdt in dat een huishouden 4 jaar of langer moet rondkomen van een laag inkomen, waarmee de kans op armoede groter wordt. In 2023 heeft nog 0,8% van de gezinnen in Drenthe een langdurig laag inkomen.
Zowel voor huishoudens met een laag inkomen van tenminste 1 jaar, als voor huishoudens met een langdurig laag inkomen, hebben de gemeenten Assen, Emmen en Coevorden het hoogste aandeel binnen de provincie.
In Drenthe groeien minder kinderen op in armoede dan gemiddeld in Nederland
Opgroeien in armoede belemmert kinderen en jongeren op veel manieren. Dingen die voor andere kinderen normaal zijn, hebben of kunnen zij vaak niet. Daarnaast ervaren ze vaker spanningen in het gezin, vanwege de stress die de financiële situatie met zich meebrengt.
In heel Nederland leefde in 2023 4,1% van de minderjarige kinderen (jonger dan 18 jaar) in een gezin dat moest rondkomen van een laag inkomen; 1,4% deed dat langdurig. In Drenthe was dat 3,7% van alle minderjarige kinderen, en 1,2% langdurig. Het gaat dan in totaal om ongeveer 3.200 minderjarige kinderen in een huishouden met een laag inkomen.
Het aandeel kinderen in gezinnen met een laag inkomen neemt sinds 2013 jaarlijks af, zowel landelijk als in Drenthe. In Drenthe is het aandeel structureel ook lager dan landelijk. Dat geldt ook voor het aandeel kinderen in een gezin met een langdurig laag inkomen.
De gemeenten Aa en Hunze, Emmen en Coevorden tellen naar verhouding het grootste aandeel kinderen in armoede in Drenthe (allen 4,2%). In de gemeente Assen woonden naar verhouding de meeste kinderen in huishoudens met een langdurig laag inkomen. Tynaarlo was in 2023 de gemeente met relatief de minste kinderen in armoede.
Nieuwe armoedegrens ontwikkeld
In 2024 ontwikkelden het CBS, het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en Nibud een nieuwe methode om armoede aan te duiden. Hierin kijkt men niet alleen naar de inkomsten van een huishouden, maar ook naar de vaste lasten (woon- en energiekosten) en het vermogen van een huishouden. Volgens deze nieuwe armoedegrens leefde 3,1% van de Nederlanders in 2023 in armoede. In alle Drentse gemeenten ligt dit aandeel lager.
De gemeenten Assen en Emmen hebben het hoogste aandeel inwoners in armoede. De gemeenten De Wolden en Westerveld hebben het laagste aandeel inwoners in armoede.
Kwetsbare groepen
Ondanks dat het armoederisico in 2023 verder afnam, zijn er duidelijk kwetsbare groepen aan te wijzen. Bijstandsontvangers lopen veel risico op armoede. In 2023 had ongeveer een kwart van de huishoudens die van een bijstands- of verwante sociale voorziening leefden een inkomen onder de lage-inkomensgrens. Daarnaast zijn ook eenoudergezinnen, alleenstaanden tot aan de AOW-leeftijd en laagopgeleiden groepen die van oudsher kampen met een relatief hoog risico op (langdurige) armoede.
Ook opleidingsniveau hangt samen met inkomen. Met name mensen met een laag opleidingsniveau hebben een minder gunstige uitgangspositie op de arbeidsmarkt, wat doorwerkt in het risico op het hebben van een laag inkomen – zie Arbeid en vrije tijd. Bovendien is er een verband tussen opleidingsniveau en tevredenheid met het leven – zie Welzijn.
In 2023 bracht Trendbureau Drenthe de huishoudboekjes van vier soorten huishoudens in kaart. Hierbij werd gekeken naar de noodzakelijke kosten voor levensonderhoud, maar ook naar het recht op gemeentelijke en landelijke inkomensondersteuning. Hieruit bleek dat er grote verschillen zijn tussen gemeenten en tussen (type) huishoudens. Met name de alleenstaanden zonder kinderen hebben vaak te maken met een negatief maandsaldo, en gemeenten zien hen vaker over het hoofd qua financiële ondersteuning.
De cirkel van generatiearmoede
Armoede kan van generatie op generatie worden ‘doorgegeven’. Dit houdt in dat opgroeien in armoede het risico vergroot om zelf ook in armoede te belanden. Onder andere in de Drents-Groningse Veenkoloniën wordt veel onderzoek gedaan naar intergenerationele armoede. Dit fenomeen heet ook wel de cirkel van generatiearmoede.
Kinderen die in armoede opgroeien hebben vaker te maken met moeilijke omstandigheden, zoals misbruik, huiselijk geweld of verwaarlozing. Zodoende lopen zij het risico om al op jonge leeftijd een trauma te ontwikkelen. De continue stress die dit met zich meebrengt heeft een negatieve invloed op de ontwikkeling van kinderen, wat gevolgen kan hebben voor hun gedrag. Het kind zal daardoor het label ‘lastig’ opgeplakt krijgen. Het gedrag – en de onderliggende oorzaken daarvan – wordt onvoldoende begrepen, waardoor kinderen anders worden behandeld. Dit kan leiden tot sociale uitsluiting. Door deze sociale uitsluiting lopen kinderen allerlei kansen, zoals op een passende opleiding, een geschikte baan of de juiste ondersteuning, mis. Deze gemiste kansen creëren vervolgens weer moeilijke omstandigheden, waaronder een gebrek aan geld, uitsluiting en onverwerkte trauma’s van ouders. Hun eigen kinderen zullen hierin opgroeien, waarbij zij dezelfde risico’s lopen. Dit houdt de cirkel van generatiearmoede in stand. Het doorbreken van deze cirkel is dan ook ingewikkeld, gevoelig en een kwestie van een lange adem.
Relatief laag aantal bijstandsuitkeringen, maar grote regionale verschillen
Sinds 2020 zagen we het aantal bijstandsuitkeringen in Drenthe gestaag dalen. In 2023 is deze daling niet voortgezet, en ligt het aantal bijstandsuitkeringen op 33,8 per 1.000 inwoners van 15 tot 65 jaar. We zien datzelfde patroon in Nederland als geheel terug. Zo is het aantal bijstandsuitkeringen gedaald van 37,9 in 2020 naar 34,9 per 1.000 inwoners in 2022. In 2023 is het aantal gelijk gebleven. In Drenthe is het aantal relatief lager dan elders in Nederland.
Het aantal bijstandsuitkeringen is in 2023 het hoogst in de gemeenten Emmen en Assen en het laagst in De Wolden en Tynaarlo. Het aandeel bijstandsuitkeringen was in de meeste gemeenten lager dan elders in Nederland. Dit geldt alleen voor de gemeenten Emmen, Assen, Hoogeveen en Coevorden niet.
Het aandeel huishoudens met geregistreerde problematische schulden stijgt, maar ligt nog onder landelijk gemiddelde
In 2023 had 7,4% van de Drentse huishoudens geregistreerde problematische schulden. Mogelijk zijn er echter meer huishoudens die problematische schulden hebben: schulden bij bijvoorbeeld vrienden of familie worden niet geregistreerd en zijn daarom niet meegenomen in deze cijfers. Het aandeel huishoudens met problematische schulden is 8,8% voor Nederland als geheel. In Drenthe hebben minder mensen dus problematische schulden dan gemiddeld in Nederland.
De ontwikkeling van het Drentse aandeel huishoudens met geregistreerde problematische schulden volgt de landelijke trend. Sinds 2021 is het aandeel in Drenthe toegenomen van 6,7% naar 7,4%.
In de gemeente Emmen is het aandeel huishoudens met problematische schulden het hoogst, gevolgd door de gemeenten Hoogeveen en Assen. In Tynaarlo is het aandeel huishoudens met geregistreerde problematische schulden het kleinst.
Armoede en schulden gaan vaak gepaard. Eén van de redenen hiervoor is dat het voor personen met een laag inkomen makkelijker is om schulden op te bouwen. Dit komt doordat er (door een tekort aan inkomen) vaker een reden is om geld te lenen. Ook is er minder geld om deze schulden af te lossen. Een andere oorzaak van de overlap tussen armoede en schulden is dat dezelfde risicofactoren beide problemen kunnen veroorzaken.
Meer informatie en inzichten
Meer weten over de materiële welvaart in de provincie Drenthe? Bekijk of download de Monitor Brede Welvaart Drenthe 2024 (PDF) voor meer informatie en inzichten, zoals bijvoorbeeld de uitdagingen met betrekking tot het versterken van de brede welvaart in Drenthe.
Meer weten over Armoede in Drenthe? Bekijk hier alle verdiepende cijfers en publicaties over armoede in Drenthe.
Verantwoording indicatoren
Voor het thema materiële welvaart presenteert het CBS in de regionale Monitor Brede Welvaart (rMBW) twee indicatoren, namelijk het bruto binnenlands product (bbp) en het mediaan besteedbaar inkomen.
Deze indicatoren worden aangevuld met regionale gegevens over (langdurig) laag inkomen, uitkeringen, problematische schulden en stapelingen van voorzieningen. Daarnaast zijn er vragen aan het Drents Panel gesteld over de tevredenheid met de eigen financiële situatie en over het kunnen rondkomen.